Hannah van der Korput
23 februari 2023, 16:50

Dit is wat de oorlog in Oekraïne doet met de landbouwgrond

De oorlog in Oekraïne is een jaar aan de gang. In het conflictgebied voltrekt zich naast een humanitaire ook een ecologische ramp: de Oekraïense grond is ernstig vervuild door de oorlog.

Adobe Stock 564388060 “Door inslagen van raketten en granaten heeft de grond het zwaar te verduren", zegt bodemecoloog Wim van der Putten. | Credits: Adobe Stock

In een oorlog gaat het vaak over grondgebied, maar hoe zit het eigenlijk met de grond zelf? Raketten, munitie en zware militaire voertuigen leiden tot een cocktail van vervuilingsproblemen in de Oekraïense bodem.

De oorlog laat z’n sporen na

Volgens bodemecoloog Wim van der Putten van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) laat een oorlog zeker z’n sporen na. “Door inslagen van raketten en granaten heeft de grond het zwaar te verduren. De bovengrond verdwijnt en metalen komen in de bodem terecht. Als de oorlog straks voorbij is en de bomkraters weer dicht worden gemaakt, is de bodemvruchtbaarheid waarschijnlijk flink afgenomen.” Ook wijst hij naar de grote oorlogsvoertuigen die door het gebied rijden. “De bodem wordt simpelweg aan gort gereden door de zware tanks. Daarbij is het niet ondenkbaar dat uit deze militaire voertuigen brandstof lekt. Ook niet voordelig voor de bodem.”

Bodemverontreiniging in kaart brengen

Hoe het nu precies is gesteld met de bodemkwaliteit in Oekraïne, moet nog blijken. Van der Putten: “Eigenlijk wil je monsters nemen van het land en vanuit daar een goede analyse doen. Maar de oorlog is nog aan de gang, wat het gevaarlijk maakt om er fysiek naartoe te gaan. Via satellietbeelden kan je wel kijken waar veldslagen en aanvallen zijn met groot geschut zijn geweest en een voorzichtige inschatting maken”.

Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) helpt bij het beoordelen van de milieuschade. Uit een eerste verkenning blijkt dat het land achterblijft met een giftige erfenis lang nadat het conflict is afgelopen. Van der Putten beaamt dit: “Verontreiniging blijft zeer lang zichtbaar in de bodem. Gemakkelijk honderd jaar.”

Landbouw

De vervuilde grond heeft ook gevolgen voor de landbouw, en dat terwijl Oekraïne een belangrijke speler is op de voedselmarkt. Het land produceert de meeste zonnebloemolie – een van de populairste olies op aarde. Ook gerst (nummer 1) en tarwe (nummer 9) komen voor een groot deel uit Oekraïne. Volgens UNEP kan verontreiniging een negatieve invloed hebben op de productiviteit van de bodem. Dit wil niet zeggen dat er geen gewassen meer kunnen groeien, maar telen op een vervuilde grond is niet zonder risico. Schadelijke stoffen kunnen worden opgenomen door de planten die op het land groeien. Mensen die dit vervolgens consumeren kunnen het ook binnenkrijgen.

Ook Van der Putten vindt dat er goed moet worden gekeken naar de kwaliteit van de producten, wanneer Oekraïne in de toekomst weer gaat telen. “Het hangt van de aard van de verontreiniging af wat het betekent voor de volksgezondheid. Als er chemische wapens in de grond zitten of uranium munitie, dan heb je een groot probleem. Dat is nu nog lastig te zeggen.”

De grond reinigen

Vervuilde grond kan weer schoongemaakt worden. Hier zijn verschillende methodes voor, afhankelijk van wat er in de bodem zit. Zo worden soms planten ingezet om verontreinigende stoffen uit het milieu te verwijderen, een proces dat fytoremediatie heet. Dit is echter geen kortetermijnoplossing: een bodemsanering kan op deze manier wel twintig jaar duren. Het is maar de vraag of het reinigen van de Oekraïense grond genoeg prioriteit heeft. De verwachting is dat na de oorlog de eerste aandacht zal uitgaan naar de mensen en het opbouwen van gebouwen en infrastructuur. Neemt niet weg dat een gezonde grond ook dan belangrijk is: een bodem met veel vervuiling is namelijk minder stabiel. Dit kan leiden tot verzakkingen en zo ook de volksgezondheid bedreigen.

Dit schreven we eerder over de oorlog in Oekraïne:

Mijlpaal: Europese CO2-prijs voor het eerst boven de 100 euro per ton

Het Europese emissiehandelssysteem bestaat sinds 2005, maar kampte lange tijd met problemen. Zo was de prijs per ton CO2 lange tijd te laag om bedrijven echt aan te zetten tot verduurzaming (in de beginfase schommelde de prijs vaak rond de 30 euro per ton CO2). Daarnaast bleek uit onderzoek van de CE Delft dat energie-intensieve bedrijven in die beginfase juist miljarden euro’s verdienden aan de handel in emissierechten. Lees ook: Wat is het emissiehandelssysteem ETS? En hoe werkt het? Van weersomstandigheden tot energiecrisis Dat de prijs per ton CO2 deze week voor het eerst boven 100 euro uitsteeg, kan een teken aan de wand zijn dat het emissiehandelssysteem eindelijk zijn beoogde rol vervult: het stimuleren van verduurzaming. Want hoe meer bedrijven moeten betalen voor hun uitstoot, hoe interessanter het wordt om die uitstoot terug te dringen. De stijgende prijs heeft verschillende redenen, meldt Reuters. Ten eerste besloot de EU vorig jaar om de teugels binnen het systeem strakker aan te trekken. Daarnaast speelde het weer van de afgelopen dagen een rol. Door kou en weinig wind (dus lagere windenergieopbrengsten) leunden landen meer op fossiele brandstoffen, waardoor de vraag en prijs van emissierechten omhoog schoot. Ook de huidige energiecrisis speelt een rol in de hogere prijs. De terugloop van aardgasleveringen uit Rusland zorgde vorig jaar bijvoorbeeld voor 7 procent meer Europese energieproductie met steenkool, waardoor de vraag naar emissierechten logischerwijs ook toenam. Blijft de CO2-prijs hoog? De prijs van 100 euro wordt door experts gezien als een belangrijke grens. Als de prijs voor CO2-uitstoot daarboven blijft, kunnen bepaalde duurzame technologieën (zoals groene waterstofproductie) namelijk een stuk beter concurreren met hun fossiele tegenhangers. Of de CO2-prijs ook daadwerkelijk boven de 100 euro blijft, is de vraag. Zo is de Europese Unie van plan meer emissierechten uit te geven, om landen te helpen om los te komen van Russisch gas. Experts verwachten dat de prijs daardoor juist weer kan zakken. Lees ook: Scheepvaart moet vanaf 2024 betalen voor CO2-uitstoot