Rianne Lachmeijer 24 maart 2023, 10:00

Ondernemen in Afrika: 'het is niet óf maar wanneer’

Vroeg of laat zullen bijna alle ondernemers hun oog laten vallen op het continent Afrika, verwacht Irene Visser. Vanuit haar oude rol als directeur van het Netherlands-African Business Council en huidige baan bij Atradius Dutch State Business (Atradius DSB) houdt zij de ontwikkelingen in de gaten. Visser verwacht dat de export steeds meer verschuift van bulkgoederen naar kapitaalgoederen zoals machines. “Vroeger werden er vooral aardappels, melkpoeder en plofkippen verscheept naar Afrika. Daar moet je het niet bij laten.”

Adobe Stock zonnepanelen naast een lemen hut “Het is niet óf maar wanneer Nederlandse ondernemers gaan nadenken over Afrika” | Credits: Adobe Stock

“Het is niet óf, maar wanneer Nederlandse ondernemers gaan nadenken over Afrika”, zei Irene Visser als directeur van het Netherlands-African Business Council vaak. Inmiddels heeft ze al een paar jaar een andere baan, maar ze gelooft hier nog steeds in. “Afrika is het continent met de grootste bevolkingsgroei, de opleidingsniveaus lopen enorm op en er is een jonge beroepsbevolking.”

Visser woonde en werkte jarenlang in Afrika. Zij gelooft sterk in de zelfvoorzienendheid. “Vroeger werden er vooral aardappels, melkpoeder en plofkippen verscheept naar Afrika. Daar moet je het niet bij laten”, vindt Visser. Daarom is zij blij om voor een bedrijf te werken dat bijdraagt aan voedselzekerheid in opkomende markten door ervoor te zorgen dat er kapitaalgoederen die kant op gaan. Spullen die helpen om de productiesectoren dáár op te zetten.”

Exportkredietverzekeraar Atradius Dutch State Business biedt een breed scala aan verzekeringen en garanties om de risico’s af te dekken van internationaal ondernemen. Zij zijn er voor exporteurs van kapitaalgoederen, internationaal opererende aannemingsbedrijven, banken en investeerders.

Minder volume, meer waarde

‘Ongeveer 70 procent van de export naar Afrika bestaat uit geraffineerde aardolieproducten, gespecialiseerde machines, geneesmiddelen en zuivel’, schrijft het CBS op basis van cijfers uit 2019. Bulkgoederen zal Atradius DSB niet van een exportkredietverzekering voorzien, omdat de reguliere kredietverzekeraars dat wel aandurven. In plaats daarvan focust Atradius DSB – zoals bepaald door een overheidsmandaat – op kleinere volumes van hoogwaardige producten.

Volgens Visser is er sinds de coronapandemie wel iets veranderd in de denkwijze van landen over het importeren van belangrijke bulkgoederen: landen over de hele wereld willen minder afhankelijk zijn van het buitenland. Bijvoorbeeld als het gaat om medicijnen en voeding.

Invloed op Nederland

“Wij voorzien als klein landje de rest van de wereld van voedsel, maar is dat reëel?”, vraagt Visser zich hardop af. “Is het niet reëler als dat dichter bij huis gebeurt? Dus daar zullen we een verandering in gaan zien.” Een productgroep waar Visser die verschuiving nu al ziet, zijn eieren. Die vormen volgens haar de goedkoopste bron voor hoogwaardige eiwitten. “Daarvoor willen landen niet afhankelijk zijn van import. Dus je ziet dat dat meer en meer lokaal gebeurt.”

Die voedselzekerheidstrend zal doorzetten, verwacht Visser. “We zullen dat in Nederland ook wel gaan merken.” Zo denkt zij dat andere landen minder interesse zullen hebben in grote hoeveelheden voedsel uit ons land. “Not the green peppers, but the greenhouses”, aldus Visser. Daar liggen volgens haar volop kansen: van chips-snij-machines tot duurzame oplossingen zoals irrigatie. “Alleen maar doorvoer en low-valuehigh-volume producten: dat heeft zijn beste tijd gehad.”

Energietransitie in Afrika

Op het gebied van de energietransitie ziet Visser meerdere kansen voor Nederlandse bedrijven in Afrika. Maar het wordt dan al gauw specialistisch, bijvoorbeeld als om zonne-energie gaat. “Nederland is natuurlijk geen wereldspeler op het gebied van solar, maar heeft wel ondersteunende oplossingen in huis.” Zo ondersteunt Atradius DSB twee ondernemers die off-grid zonne-energiesystemen leveren in Afrika, waaronder in Oeganda en Liberia. “Heel mooie producten, maar het zijn wel slechts heel kleine stukjes van de puzzel.”

Zij ziet ook mogelijkheden voor een sector die Atradius DSB lange tijd voorzag van exportkredietverzekeringen: de offshore fossiele industrie. “Hun expertise is net zo goed inzetbaar in de offshore windindustrie.” Zij denkt dan bijvoorbeeld aan de aanleg van funderingen, maar ook aan de schepen van Nederlandse makelarij die complete windmolens vervoeren. Die laatste worden in Nederland gemaakt. “In Azië is de vraag groeiende en Afrika zal snel volgen.”

Visser benadrukt dat het in Afrika nu vooral gaat om de toegang tot energie. “Veel mensen hebben daar nog niet eens elektriciteit in huis.” Vanuit het gelijkheidsprincipe gaat het erom dat die mensen vooral toegang tot elektriciteit krijgen. Denken dat het handig zou zijn als ze ‘daar in Afrika’ gelijk alles met hernieuwbare energie opzetten, vindt Visser een beetje paternalistisch. “Dat wij denken dat wij wel weten hoe het beter moet in de rest van de wereld.”

Sowieso vindt Visser dat we ons in het Westen niet te veel moeten bemoeien met wat opkomende landen zouden moeten doen. “Daar hebben ze zelf heel capabele mensen voor.” In plaats daarvan zouden we vooral zélf aan de slag moeten.

Tips voor ondernemers

Ondernemers die aan de slag willen op het Afrikaanse continent raadt Visser vooral aan om goede relaties op te bouwen en goed te onderzoeken hoe de markt daar werkt door adviseurs in de arm te nemen, en te praten met Nederlandse bedrijven die al in die sector en in het beoogde land werken. “Begin klein en bouw dan op. Maar dat geldt, denk ik, overal.”

Als het gaat om duurzame ondernemers merkt Visser dat er best veel Nederlanders in de afvalverwerking actief zijn. Ook de activiteiten in de transportsector nemen toe. “Er zijn veel sectoren die groeien.” Genoeg kansen in Afrika dus.

Lees ook:

Vollenbroek waarschuwt: door BBB-beleid 100 miljard schade en land tien jaar op slot

Daarvoor waarschuwt Johan Vollenbroek van milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB). Door het loslaten van de stikstofdoelen zullen ook klimaatprojecten stil komen te liggen, zodat Nederland zijn klimaatdoelstelling voor 2030 niet gaat halen, voorspelt hij. In zijn visie moet Nederland zijn doelen voor de halvering van de stikstofuitstoot juist niet opschuiven naar 2035, maar naar voren halen. "Want de huidige deadline van 2030 is voor de natuur eigenlijk al te laat", stelt hij. Rechtszaken gewonnen Vollenbroek spant al jaren rechtszaken aan tegen milieu- en natuurvergunningen voor bedrijven, boeren en andere projecten die volgens hem de natuur aantasten. De meeste zaken wint hij, als ze uiteindelijk voor de Raad van State komen. Zijn bekendste overwinning was in mei 2019 toen de hoogste rechter het Programma Aanpak Stikstof (PAS) van het kabinet van tafel veegde. Vanaf dat moment mocht er niets meer gebouwd worden dat tot extra stikstofuitstoot zou leiden en ging het land op slot. Het geitenpaadje waarmee de regering woningen en andere projecten toch wilde laten bouwen, sneuvelde vorig jaar november. Met die bouwvrijstelling werd de stikstof die tijdens de bouw zelf vrijkwam niet meegerekend bij het afgeven van vergunningen. Ook dat keurde de Raad van State af. Beleid ter discussie Volgens MOB is en blijft een halvering van de veestapel, in combinatie met halvering van de stikstofuitstoot van mobiliteit en industrie, de enige realistische uitweg uit de natuurcrisis. Zonder drastische ingreep in de veestapel dreigt een economische crisis voor alle sectoren. Die maatregel betekent in de praktijk vrijwillige of gedwongen uitkoop van boeren. Die kwamen daar de afgelopen jaren tegen in opstand. Ze blokkeerden wegen en bedreigden politici. Bij de afgelopen verkiezingen voor Provinciale Staten (indirect ook voor de Eerste Kamer) en waterschappen boekte de BoerBurgerBeweging een historische overwinning. In elke provincie behaalde de partij de meeste stemmen en zo komt ze straks met 17 zetels in de Eerste Kamer. Dat zorgde ervoor dat partijen als CDA en VVD vraagtekens zijn gaan zetten bij het huidige stikstofbeleid en de gestelde deadline van 2030. Keuzes maken Volgens Vollenbroek is versoepeling volgens Europese en Nederlandse wetten en regels onmogelijk. “De politieke realiteit mag dan zijn veranderd. De ecologische en juridische realiteit veranderen niet door de uitslag van de verkiezingen. Je kunt niet aan de ene kant woningen willen bouwen en aan de andere kant geen boeren uitkopen. Je moet keuzes maken”, stelt hij. Als het beleid wordt aangepast zal MOB weer rechtszaken aanspannen tegen elke vergunning en waarschijnlijk ook winnen. 100 miljard schade Daardoor gaat het land op slot en zullen er geen 900.000 woningen worden gebouwd, zoals het kabinet wil. De economische schade die experts in het FD tot nu toe al op 28 miljard euro schatten, zal met dezelfde rekenmethode fors oplopen. De inschatting is dat een bouwstop ongeveer 1 procent van het Nederlandse BBP kost: dat is rond de 9 miljard per jaar. Dus over tien jaar bijna 100 miljard euro. Een reductie van de uitstoot met 50 procent in alle sectoren op zeer korte termijn is noodzakelijk om dit doemscenario te voorkomen. Die waarschuwing van MOB kreeg tot nu toe weinig aandacht in de media. Net als in 2019 na de beruchte Raad van State-uitspraak. “Toen was er in het begin ook weinig aandacht voor en werd er nauwelijks op gereageerd”, zegt hij. “Later barstte de storm pas los.” Hij denkt dat dit nu weer het geval zal zijn als partijen er achter komen dat wat BBB en dus veel kiezers willen, wettelijk gezien helemaal niet kan. Dat herhaalde Eurocommissaris Frans Timmermans deze week nog eens toen hij BBB-leider Caroline van der Plas uitnodigde om te praten over het stikstofbeleid. Hij zou haar nog eens de wet uitleggen, liet hij in de media weten. Geen tijd voor reactie Change Inc. vroeg de Tweede Kamerfractie van de BBB om een reactie op de waarschuwing van Vollenbroek. Daar had de partij geen tijd voor. Sinds de verkiezingen komen er zoveel mails, vragen en telefoontjes binnen dat de fractieleden en medewerkers geen tijd hebben om die allemaal te lezen of te beantwoorden, laat beleidsmedewerkster Henny Verhoeven na twee dagen wachten weten. Wel verwijst ze naar de initiatiefnota die BBB en JA21 samen hebben opgesteld om het land uit de stikstofcrisis te loodsen. Daarin pleiten de partijen onder meer voor het aanpassen van de meetwaarden en rekenmethodes voor stikstof, het verlagen van drempelwaarden voor de uitstoot en voor nader onderzoek met databanken. Dat moet duidelijk maken of de natuur wel zoveel te lijden heeft van stikstof, zoals nu wordt beweerd. Eerder al pleitte de BBB voor een strengere aanpak van andere stikstof-uitstoters, zoals industrie en luchtverkeer. Natuur gaat achteruit Dat laatste onderschrijft Vollenbroek. De andere punten niet. Hij verwijst naar wetenschappelijk onderzoek, dat onderzoekscentrum B-Ware uitvoerde in opdracht van milieu- en natuurorganisaties als Greenpeace. Daaruit blijkt dat de staat van bijna alle soorten natuur in Nederland slecht tot matig is, dat de stikstofwaarden sinds 2018 bijna overal worden overschreden en dat meer dan de helft van de natuurgebieden daar niet of nauwelijks meer van kan herstellen. “Dit is gewoon wetenschappelijk onderzoek dat alle bestaande onderzoeken op een rij heeft gezet. Dan zie je dat de meeste natuur rood kleurt”, aldus Vollenbroek. Vergunningen stilgelegd In de provincie Noord-Brabant laten vijftien natuurdoelanalyses van de Natura 2000-gebieden zien hoe slecht het met de natuur daar is gesteld. Daardoor liggen alle procedures voor vergunningen met stikstofeffecten stil en worden economie, boeren en bouw zwaar geraakt. Binnenkort komen ook andere provincies met hun natuurdoelanalyses. Dit bewijst volgens Vollenbroek dat de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) van 2021 ernstig tekortschiet en op een groot aantal punten moet worden aangescherpt en verduidelijkt. Anders zal de rechter weer heel veel projecten stilleggen. De BBB ontkent dat dit gaat gebeuren, betwijfelt of het wel zo slecht gaat met de natuur en ontkent dat de boeren daarvan de oorzaken zijn. Sowieso moet de deadline voor de halvering van de uitstoot vijf jaar opschuiven naar 2035. Of dat haalbaar is en of die plannen dankzij Vollenbroek wederom sneuvelen in de rechtbank zal de komende maanden duidelijk worden. Lees ook: De toekomst van de landbouw begint in GroningenNieuw rekenmodel maakt de toekomst van de agrifood-sector inzichtelijkNestlé en Vreugdenhil gaan samen met veehouders broeikasgassen halverenDit kunnen boeren doen die zich niet willen laten uitkopen