Los van de uitkomst is de 30ste Conference of the Parties (COP30) een bijzondere editie. Het is namelijk tien jaar na de top in Frankrijk waar het Parijsakkoord werd getekend. Toen zetten 195 landen hun handtekening onder de ambitie om in 2050 de opwarming van de aarde tot 2 – en het liefst tot 1,5 graad – te beperken.
Waar 1,5 graad opwarming in 2050 tien jaar geleden nog ambitieus, maar realistisch was, lijkt die doelstelling nu niet meer haalbaar. Wetenschappers zijn nog wel optimistisch over een maximale opwarming van 2 graden. Maar dan zal bij de klimaattop in Belém meer moeten gebeuren dan alleen terugblikken.
Geen centraal thema, wel volle agenda
Eerdere COP-bijeenkomsten kenmerkten zich door één centraal thema dat als een rode draad door alle gesprekken liep. Tijdens COP28 in de Verenigde Arabische Emiraten was dat bijvoorbeeld fossiele brandstof en gedurende COP29 in Azerbeidzjan stonden financiën en ondersteuning aan ontwikkelingslanden centraal.
COP30 heeft vooralsnog niet één zo’n thema. Maar wie een blik op de agenda werpt ziet dat legio onderwerpen aan bod komen dit jaar: van landbouw tot het beschermen van inheemse bevolkingen, van oceanen tot genderongelijkheid, en van CO2-kredieten tot onderwijs.
Hoe landen de klimaatdoelstellingen willen financieren wordt in ieder geval wederom een groot thema. Vorig jaar spraken rijkere landen af vanaf 2035 jaarlijks 300 miljard dollar te investeren in landen die kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Een jaar later is nog steeds veel onduidelijk over waar dat geld vandaan moet komen en hoe het gealloceerd moet worden. Daarnaast zeggen kwetsbare landen tot vier keer meer nodig te hebben dan nu is afgesproken.
Sociale ongelijkheid door klimaatverandering
Verder gaat er tijdens COP30 in verschillende sessies veel aandacht uit naar de sociale impact van klimaatverandering. Zo worden vrouwen en kinderen onevenredig hard getroffen door het opwarmend klimaat. Kinderen zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor hittegolven, luchtvervuiling of ondervoeding als gevolg van mislukte oogsten. Vrouwen hebben vaak minder toegang tot landeigendom en zijn kwetsbaarder in tijden van rampen of migratie.
Ook inheemse bevolkingen zijn kwetsbaar, omdat ze afhankelijk zijn van de kwetsbare gebieden waarin ze leven. Het is dan ook niet toevallig dat Amazonestad Belém als locatie voor deze COP gekozen is. Door de klimaattop midden in het tropisch regenwoud te organiseren hoopt Brazilië dat lokale gemeenschappen meer betrokken worden bij de onderhandelingen die zullen plaatsvinden.
Nationale klimaatplannen ontbreken
2025 is ook het jaar dat landen via nationally determined contributions (NDC) hun eigen klimaatplannen moeten presenteren. In deze NDCs moet op nationaal niveau duidelijk worden hoe landen de komende vijf jaar hun klimaatambities willen halen. De deadline om die doelen in te dienen was eigenlijk al in februari dit jaar, maar dat lukte bijna niemand. Ook de Europese Unie niet. Wel zijn er geluiden dat Europa bij aanvang van COP30 alsnog met een concreet plan komt.
China presenteerde al doelstellingen, maar van ambitie lijkt weinig sprake. Het land wil 7 tot 10 procent emissiereductie realiseren in de komende tien jaar, gerekend vanaf huidige piekniveaus. Een positieve uitschieter is het Verenigd Koninkrijk. Dat land wil minimaal 81 procent minder uitstoot in 2035. Of er tijdens de COP over nationale doelstellingen wordt onderhandeld is nog onduidelijk.
Wel zullen landen om tafel gaan om te komen tot een universele meetmethode voor klimaatadaptatie. Aan de hand van een aantal factoren kunnen landen straks per sector, bijvoorbeeld water of gezondheidszorg, bijhouden in hoeverre ze klaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering.
‘Trein rijdt door’
Wat er uiteindelijk concreet voor afspraken uit alle onderhandelingen gaan komen, blijft de grote vraag. Geopolitieke ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat het klimaat minder hoog op de prioriteitenlijst staat en grootvervuiler Verenigde Staten schittert in afwezigheid.
Toch worden elke COP stappen in de goede richting gezet, zij het minutieus. ‘Bestaand klimaatbeleid wordt niet verminderd’, zei klimaatwetenschapper en IPCC-auteur Kornelis Blok eerder tegen Change Inc. ‘De trein rijdt door.’




