Menno de Boer 17 oktober 2025, 15:00

Nu er wereldwijd een andere wind waait, blijft deze frietproducent koersvast

Duurzame friet: daar zet Lamb Weston zich al jarenlang voor in. Met resultaat, zoals duidelijk te zien is in het laatste duurzaamheidsrapport. Director Sustainability External Relations Jolanda Dings speelt daarin sinds 2011 een leidende rol voor Europa. Haar belangrijkste inzicht: ‘Leg de lat hoog, maar blijf realistisch over wat haalbaar is.’

MTS - projectcoördinatoren template foto artikelen (1) Jolanda Dings, Director Sustainability External Relations, houdt duurzaamheid consequent op de agenda bij Lamb Weston. | Credits: Lamb Weston

Hoe je een duurzaamheidsaanjager wordt? Bij Lamb Weston deden ze dat door het onderwerp al vroeg stevig op de agenda te zetten en het topmanagement te overtuigen van het belang voor de toekomst van het bedrijf. Een stap die ruim vijftien jaar geleden werd gezet, met succes.

Inspirerende koplopers

Het was een periode waarin meerdere, vaak grote, internationale bedrijven met ambitieuze duurzaamheidsprogramma’s aan de slag gingen. Iets wat Lamb Weston inspireerde. In 2011 startte het bedrijf daarom met de ontwikkeling van een eigen duurzaamheidsstrategie, vertelt Dings. ‘Binnen onze sector pakte niemand dit onderwerp destijds op. Wij zagen een duidelijke kans om ons hierin te onderscheiden. Door het consequent op de agenda te houden én er daadwerkelijk uitvoering aan te geven, zijn we koploper geworden.’

Andere wind

Fast forward naar 2025. Als Director Sustainability External Relations werkt Dings samen met een team van professionals, die zich bezighouden met de verschillende aspecten van duurzaamheid. ‘Lamb Weston is sinds 2023 een volledig Amerikaans, beursgenoteerd bedrijf. Maar zelfs nu er wereldwijd op het gebied van duurzaamheid een andere wind waait, blijven we bij Lamb Weston koersvast. Daar ben ik trots op. Het laat zien dat we nog steeds intrinsiek gemotiveerd zijn om onze duurzaamheidsdoelen te blijven najagen.’

Sinds 2011 is er – naast een duidelijk andere tijdgeest – nog een andere uitdaging bijgekomen: de aangescherpte duurzaamheidswetgeving (CSRD, Claims). Bedrijven moeten tegenwoordig bij hun prognoses met concrete plannen kunnen aantonen dat hun duurzaamheidsdoelstellingen daadwerkelijk haalbaar zijn. Dings: ‘Dat heeft grote gevolgen, ook voor investeerders. Voordat zij in een bedrijf investeren, willen zij ook weten wat er op het vlak van duurzaamheid gebeurt en hoe het zit met de IRO – de Impacts, Risks and Opportunities. Die druk was er in het verleden niet of minder.’

Is het wel haalbaar?

Doelen stellen is essentieel. Lamb Weston kiest er bewust voor geen onrealistische ambities te communiceren, maar haalbare en meetbare stappen te zetten. ‘Zeker in het verleden waren er genoeg bedrijven die dat juist wel deden. Dan gaven ze bijvoorbeeld aan dat ze hun carbon footprint wilden halveren en tegelijkertijd hun omzet wilden verdubbelen. Toen kon je dat soort commitments nog publiekelijk claimen en in je duurzaamheidsrapport zetten, zonder daarop afgerekend te worden. Hoewel ik destijds wel twijfels had over de haalbaarheid van dergelijke beloften, vroeg ik me af of we bij Lamb Weston mee moesten gaan in die trend. Het is achterafgezien de juiste keuze geweest dat we ons daar niet door hebben laten verleiden. Inmiddels zie je dat bedrijven die destijds zoveel beloofden, hun ambities nu bijstellen en realistischere doelen formuleren.’

De tijd van de roze brillen is dus voorbij. En door de strengere wetgeving wordt ook steeds duidelijker hoe groot de impact van ketenpartners is. Dings: ‘Je kunt als bedrijf nog zo duurzaam te werk gaan in je eigen fabrieken, de broeikasgasemissies en het waterverbruik van je grond- en hulpstoffen tellen ook mee in de milieu-impact van jouw producten. De grootste bijdrage in onze carbon footprint wordt geleverd door de aardappelen en plantaardige olie, naast de gas en elektriciteit die nodig zijn in het productieproces. Verpakking en transport, voor veel consumenten het meest zichtbaar, leveren een veel kleinere bijdrage.’

Inzicht door levenscyclusanalyses (LCA)

Al in 2008 voerde Lamb Weston in Europa haar eerste carbon footprint studie uit, een soort levenscyclusanalyse (LCA), destijds op verzoek van een grote klant. Dit gaf veel informatie en inzicht in de belangrijkste impacters op de uitstoot van broeikasgassen in de totale keten. Op eigen initiatief liet Lamb Weston in 2013 een ‘product water footprint studie’ uitvoeren om inzicht te krijgen in het totale waterverbruik in de keten.

Dings: ‘Hieruit bleek dat maar liefst 75% van alle grond- en oppervlaktewater, nodig voor de productie van friet, wordt gebruikt voor de teelt van aardappelen en zonnebloemen (zonnebloemolie) en ‘slechts’ 25% voor het proces in onze fabrieken. Dat betekende dat halvering van het waterverbruik in onze fabrieken maar 12,5% reductie opleverde in onze totale keten. We hebben toen onze waterdoelstelling voor 2030 bijgesteld naar 25% reductie in ons eigen proces. En daarnaast de afgelopen 10 jaar veel tijd en energie gestoken, samen met onze telers, in het uittesten van druppelirrigatie en mini-sprinklerinstallaties die minder water gebruiken tijdens de aardappelteelt. En een duurzaam landbouwprogramma ontwikkeld voor onze Europese telers.’

Discussies over investeringen en de terugverdientijd

Tussen 2011 en 2020 realiseerde Lamb Weston zes van haar zeven duurzaamheidsdoelstellingen in Europa. Het verminderen van het waterverbruik in fabrieken bleek lastiger dan gedacht. In een van de fabrieken wordt inmiddels proceswater volledig gezuiverd tot drinkwaterkwaliteit en deels hergebruikt dankzij technologie die al vóór 2010 was getest, met een reductie van 30% als resultaat. Dings: ‘Het zou mooi zijn als we die technologie overal kunnen toepassen, maar daarvoor is eerst een forse investering nodig. Omdat water in Nederland relatief goedkoop en nu nog goed beschikbaar is, speelt de terugverdientijd een belangrijke rol.’

Ervaren duurzaamheidsaanjagers

‘Het topmanagement van Lamb Weston in de US en Internationaal staat volledig achter ons duurzaamheidsprogramma’, vervolgt ze. ‘Vooral dit draagvlak zorgt ervoor dat we telkens stappen kunnen zetten die echt bijdragen aan een duurzamere bedrijfsvoering. En dankzij al die ervaring kunnen we tegenwoordig vrij snel inschatten hoe kansrijk bepaalde duurzaamheidsplannen zijn. We zijn realistisch over wat haalbaar is. Dat klinkt misschien wat voorzichtig, maar zoals in ons recente duurzaamheidsrapport te zien is: we rapporteren sinds 2012 – geheel vrijwillig – jaarlijks de voortgang op onze 2033 global sustainability goals, en daaruit blijkt steeds opnieuw – we doen de dingen die echt impact hebben!’

Infographic met de duurzame doelen die Lamb Weston zich voor 2033 heeft gesteld.

Download hier het New Global Sustainability Report van Lamb Weston.

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Lamb Weston. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

 

6 manieren waarop decentrale oplossingen netcongestie helpen oplossen

Nederland bedrijven die willen groeien lopen steeds vaker tegen een muur op, simpelweg omdat ze geen (extra) stroomaansluiting kunnen krijgen. Het probleem van netcongestie vraagt om verzwaring van het landelijke stroomnet, maar in aanvulling daarop worden decentrale alternatieven ook steeds meer erkend als deel van de oplossing.Zo benadrukte minister Hermans van Klimaat en Groene Groei in een Kamerbrief van afgelopen juni de rol van decentrale initiatieven, waarbij ze het streven uitsprak om tot 2030 met ondersteuning van de overheid minstens 500 zogenoemde lokale energiehubs te ontwikkelen. Dat gebeurt onder meer via het stimuleringsprogramma energiehubs, waarvoor 166 miljoen euro is vrijgemaakt. ln een tweeluik over netcongestie geeft Change Inc. een overzicht van uitdagingen en mogelijke oplossingen voor het landelijke stroomnet spelen, in combinatie met initiatieven die bedrijven kunnen helpen op decentraal niveau. Het eerste deel ging over het nationale net. In dit tweede deel komen lokale initiatieven om het stroomnet te ontlasten aan bod. Er zijn uiteenlopende manieren waarop een decentrale aanpak bedrijven kan helpen als ze tegen netcongestie aanlopen. Dat heeft te maken met de specifieke behoeften van individuele ondernemingen. Daarbij keren in ieder geval de volgende vier vragen vaak terug:Op welke niveau van het stroomnet speelt de netcongestie? Het stroomnet is vertakt in drie soorten wegen: hoogspanning (vanaf 110.000 volt), middenspanning (tussen de 1.000 volt en circa 25.000 volt) en laagspanning (onder de 1.000 volt). Er is daarbij een groot verschil tussen de uitdagingen voor een bedrijf dat een aansluiting wil via het hoogspanningsnet, waar de landelijke beheerder TenneT over gaat, of dat de netcongestie speelt op het niveau van de midden- en laagspanning, waar regionale netbeheerders de regie voeren. Netcongestie individueel aanpakken of een groepsoplossing? Een onderneming kan de wachttijd voor een nieuwe aansluiting individueel overbruggen met bijvoorbeeld wat extra batterijcapaciteit. Of er kan gekeken worden naar een decentrale oplossing voor een groep bedrijven, via een energiehub. Wat is de rol van netbeheerders bij decentrale oplossingen? De grootste opstopping zit momenteel bij regionale netbeheerders, die kampen met een wachtrij van inmiddels meer dan 14.000 aanvragen voor afname van stroom en ruim 8.500 aanvragen voor levering aan het net. De publieke netbeheerders zijn eigenaar van het landelijke stroomnet, maar bij decentrale alternatieven worden soms stukjes kabelnetwerk aangelegd die eigendom zijn van private spelers. Doorgaans is er uiteindelijk wel weer een koppeling met het landelijke net, maar dat kan juridisch complex uitpakken. Probleem met stroom of breder anticiperen op de duurzame transitie? Voor sommige bedrijven is netcongestie alleen relevant omdat ze een bepaalde hoeveelheid (extra) stroom willen voor hun operatie. In het geval van de industrie kan echter ook een breder duurzaamheidsvraagstuk spelen. Bij de behoefte aan warmte voor industriële processen speelt bijvoorbeeld de overstap van aardgas naar warmtebronnen op basis van hernieuwbare energie een rol. Probleem is dan dat verduurzaming gehinderd kan worden als er door netcongestie onvoldoende groene stroom via het landelijke net kan worden afgenomen. Decentrale warmteoplossingen kunnen dan helpen om het beroep op het landelijke stroomnet te beperken.Met deze punten in het achterhoofd volgen hieronder zes voorbeelden van decentrale oplossingen voor netcongestie: #1 Batterijen en generatoren voor bedrijven die in de wachtrij staan [caption id="attachment_92735" align="aligncenter" width="900"] Greener Power Solutions levert mobiele batterijen tegen netcongestie. | Credits: Greener[/caption]Bedrijven die in de wachtrij staan bij regionale netbeheerders hebben vaak stroomaansluitingen nodig die net wat zwaarder zijn dan de typische kleinverbruikersaansluitingen. Voor ondernemers kunnen decentrale oplossingen hierbij een praktische omweg bieden. Zo levert de aanbieder van mobiele batterijsystemen Greener een zogenoemd gridsync-systeem dat onder meer problemen rond netcongestie met walstroom voor schepen kan verlichten.De levering van elektriciteit vanuit het landelijke net aan een walstroomlocatie komt in de knel, als een regionale netbeheerder geen grotere aansluiting kan regelen voor het walstroompunt vanwege capaciteitstekorten. In dat geval kunnen kleinverbruikersaansluitingen met tussenkomst van een batterij worden opgelijnd om bijvoorbeeld de koppeling te maken met een zwaardere walstroomverbinding van 400 volt.Zo'n mobiele batterij kan met een generator ook van eigen stroom worden voorzien en functioneren als een soort microgrid. Een nieuw distributiecentrum van een woonwinkel met een te kleine netaansluiting werd op een vergelijkbare manier geholpen door partijen als iwell.Deze maand is de scaleup Skoon gestart met een communityplatform voor dit type oplossingen, om bedrijven te koppelen aan leveranciers van mobiele en stationaire energiesystemen. #2 Privaat netwerk voor verbinding met landelijk stroomnet [caption id="attachment_83942" align="aligncenter" width="900"] Aanleg van private middenspanning bij project Avermieden. | Credits: Novar[/caption]Stel, je bent een exploitant van een nieuw zonnepark, maar op regionaal niveau zit het middenspanningsnet van beheerder Enexis vol. Hoe krijg je dan toch toegang tot het landelijke net voor je zonnepark?Ontwikkelaar van groene energiesystemen Novar kwam met een innovatieve oplossing om de Groningse zonneparken Eekerpolder en Evenreiten op het net te krijgen door zelf een stukje privaat middenspanningsnet aan te leggen. Novar heeft een zogenoemd gesloten distributiesysteem opgezet door een stuk kabel van 33.000 volt aan te leggen die de zonneparken met een transformatorstation verbindt. Via dat station vindt omzetting plaats naar een kabel van 220.000 volt voor de aansluiting op het hoogspanningsnet van TenneT.Aangezien het landelijke stroomnetwerk in principe onder de publieke beheerders valt, werd voor deze oplossing een ontheffing aangevraagd bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). In plaats van te wachten tot er plek zou komen op het middenspanningsnet van regiobeheerder Enexis, is in dit geval gekozen voor de aanleg van een privaat stukje middennet om de zonneparken operationeel te krijgen. #3 Privaat netwerk waarop ook bedrijven kunnen aanhaken Een stapje verder gaat het Smart Grid Flevoland, waar technisch dienstverlener Equans een belangrijke rol speelt. Op dit gesloten distributiesysteem zijn momenteel ruim 500.000 zonnepanelen en 37 windmolens aangesloten, met een vertakking naar het hoogspanningsnet van TenneT.Doel is echter om de lokale opwekking van hernieuwbare energie via het smart grid te koppelen aan de stroomvraag van bedrijven in de regio. Hiervoor is nog wel een aparte ontheffing van de ACM nodig. Eind vorig jaar zijn de eerste oriënterende gesprekken gestart om enkele grote bedrijven aan te sluiten, meldde Change Inc. eerder.Equans voert de energie nu dus nog direct af naar het hoogspanningsnet van TenneT. Zodra ze bedrijven als afnemers mogen koppelen, kun je spreken van een decentrale hub. #4 Energiehub voor decentrale stroomvoorziening [caption id="attachment_83748" align="aligncenter" width="900"] Links deel van het Smart Grid Flevoland, rechts adviseur Martijn Hamelink (Equans). | Credits: Equans[/caption]Het Smart Grid Flevoland is op weg naar de vorming van een decentrale hub en daar wordt momenteel op veel plekken in Nederland op ingezet. In een begin deze maand verschenen rapport van de topsector Energie is een analyse gemaakt van recente bevindingen met energiehubs. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen all-electric hubs (alleen stroom) en zogenoemde multi-commodity hubs. In het laatste geval is er interactie tussen de opwek en distributie van elektriciteit en andere energiedragers, zoals warmte en waterstof.Een voorbeeld van een all-electric hub uit het rapport is het project bij bedrijventerrein Pannenweg II in de Limburgse gemeente Nederweert. Daar sloegen lokale ondernemers de handen ineen met de aanleg van zonnepanelen op daken, in combinatie met batterij-opslag, een energiemanagementsysteem en een energiehandelsplatform om als groep energie op te wekken en te verbruiken.De technische opzet is inmiddels voltooid, maar de systemen kunnen operatoneel nog niet worden ingezet vanwege een juridische complicatie. Het bedrijfspark maakt gebruik van verbindingen die via het kabelnetwerk van de regionale netbeheerder lopen. Hierdoor moet er een zogenoemde groepstransportovereenkomst worden afgesloten met de netbeheerder en de wet- en regelgeving blijkt daar niet goed op afgestemd.In de groepsovereenkomst eist de netbeheerder onbeperkte aansprakelijkheid van de ondernemers, maar die kunnen dat niet verzekeren. Pas als deze juridische impasse wordt doorbroken kan de Limburgse energiehub werkelijk van start gaan. #5 Multi-commodity energiehub: stroom, waterstof en warmte Het ambitieniveau van multi-commodity hubs met combinaties van stroom, warmte en waterstof ligt nog een stuk hoger vergeleken met een all-electric hub.Een goed voorbeeld uit het rapport van de topsector Energie is bedrijventerrein De Mars in Zutphen. In eerste instantie waren alle tweehonderd bedrijven op het terrein betrokken bij de vorming van een energiehub, maar dat bleek niet goed werkbaar. In een vervolgfase hebben vier partijen, die samen goed zijn voor 80 procent van de energiestromen op De Mars, de energiehub verder onderzocht. Enkele daarvan hebben in juni dit jaar bindende afspraken gemaakt.Doel is om de energiehub in 2027 op te starten. Een grote kopersmelter op het terrein die wil verduurzamen kan een zware netaansluiting inbrengen. Daarnaast heeft windpark IJsselwijd drie turbines in ontwikkeling die in principe gekoppeld kunnen worden aan de energiehub. Het windpark wacht alleen nog op de definitieve vergunning.In eerste instantie zou ook een bedrijf dat op grote schaal waterstof wil gaan produceren meedoen, maar dat bedrijf vond de opzet van de energiehub uiteindelijk nog te risicovol. De waterstofproductent start daarom voorlopig met een eigen netaansluiting via regiobeheerder Liander. In een later stadium gaat de energiehub mogelijk nog een koppeling leggen met een nabijgelegen warmtenet.Ook bij deze energiehub bleken aansprakelijkheidsrisico’s een ingewikkelde puzzel. Dat heeft onder meer te maken met zogenoemde cross-defaultrisico’s: als één bedrijf in de hub contractuele afspraken met de netbeheerder niet kan nakomen door een faillissement, heeft dat gevolgen voor de andere deelnemers. Deelnemende partijen moeten een zekere mate van risico accepteren, maar tegelijk is er dringend behoefte aan nieuwe verzekeringsvormen met bijvoorbeeld een collectieve waarborg. #6 Maatwerkoplossingen voor industriële warmte [caption id="attachment_85501" align="aligncenter" width="900"] Met behulp van spiegels wordt een leiding die vlak voor de panelen loopt met vloeistof verwarmd. | Credits: Suncom Energy[/caption]Bij de warmtevraag van industriële bedrijven kan netcongestie op individueel niveau een belangrijk obstakel vormen voor verduurzaming. Je kunt bijvoorbeeld aardgas inruilen voor een e-boiler, maar dat is een risico als er onvoldoende netstroom beschikbaar is.Een innovatieve oplossing hiervoor komt van het bedrijf Suncom, dat hogetemperatuurwarmte kan leveren met behulp van zonnespiegels die licht concentreren. Omdat de zon niet permanent schijnt, gaat het in de praktijk dan vaak om een gecombineerde opstelling met tijdelijke warmteopslag en bijvoorbeeld een warmtepomp en aardgas als back-up. Zo kan gezorgd worden voor een stabiele warmtelevering waarbij het beroep op het stroomnet beperkt blijft.'We zien veel potentie is de voedingsindustrie en de papierproductie. Maar bijvoorbeeld ook in de landbouw. Dat zijn allemaal grootverbruikers van warmte. Het grote voordeel van boerenbedrijven is daarbij dat ze land beschikbaar hebben voor onze installatie', zei oprichter en directeur Henk Arntz eerder tegen Change Inc. Lees ook:Netcongestie aanpakken: 11.000 voetbalvelden aan extra ruimte nodig voor landelijk stroomnet Woonwijk lost zelf netcongestie op: 500 huishoudens op één trafohuisje Hoe zorgen we dat de levering van stroom betrouwbaar blijft? 5 vragen over een centrale capaciteitmarkt en andere opties