Rianne Lachmeijer 16 februari 2023, 07:30

Oproep verzekeraar: overheid onmisbaar voor het verzekeren van dijkdoorbraken

Alle Nederlanders moeten terecht kunnen op één plek waarbij verzekeraars, herverzekeraars en overheid samenwerken om schade als gevolg van overstromingen samen te betalen. Dat zegt Karin Bos, divisievoorzitter Schade & Inkomen bij Achmea.

Wassende water “Wateroverlast is eigenlijk erger dan brandschade", zegt Karin Bos, divisievoorzitter Schade & Inkomen bij Achmea.

De overstromingsrisico’s en waterschades nemen toe, maar de mogelijkheden om je tegen alle soorten overstromingen te verzekeren zijn er niet. Daarom is een samenwerking tussen verzekeraars en overheid nodig. “Je moet daar een solidaire oplossing voor
vinden.” En die oplossing denkt Karin Bos met het Verbond van Verzekeraars gevonden te hebben. Bos is voorzitter van de klimaatgroep binnen het Verbond.

Zij noemt het een “pool” waarin de overheid en herverzekeraars geld steken, maar ook alle Nederlanders. Een verplichte premie voor iedereen. “Anders zouden de mensen die hoog en droog zitten die verzekering niet nemen. Terwijl je het risico met elkaar moet dragen,” aldus Karin Bos. En dus met één centrale plek, waar mensen terecht kunnen voor afhandeling van schades na een grote overstroming.

De ene dijkdoorbraak is de andere niet

Als de kosten van overstromingen te hoog worden, komt er een moment dat verzekeraars niet meer kunnen betalen. Of het wordt zinloos om een verzekering af te sluiten vanwege de hoge premies. Zover is het nog niet, maar schade voorkomen is altijd beter dan herstellen. Een groot deel van de overstromingen is nu niet verzekerd. Schade door overstromingen van kleine rivieren als de Geul in Limburg is nu bij vrijwel alle verzekeraars te verzekeren, maar overstromingen van grote rivieren zoals de Maas niet. Net als zeedijkdoorbraken. Het is onmogelijk je daartegen te verzekeren terwijl mensen wél snel compensatie nodig hebben als hun huis of bedrijf overstroomt.

“In Limburg zijn we vorig jaar echt door het oog van de naald gekropen, want de Maas stond op springen”, herinnert Bos zich. Dat het goed ging komt volgens haar door overheidsprogramma’s die stevigere dijken opleverden en ruimte maakten voor waterberging bij hoge rivierstanden. “Die investeringen hebben zich echt uitbetaald. Anders waren de gevolgen niet te overzien geweest.”

‘Wateroverlast erger dan brandschade’

Bos: “Wateroverlast is eigenlijk erger dan brandschade.” Als divisievoorzitter Schade & Inkomen bij Achmea hoort zij van experts over de schade als gevolg van wateroverlast. Van kromgetrokken parketvloeren tot toiletten waar het rioolwater uit omhoog komt. “De stank daarvan is niet voor te stellen.” Maar de echte problemen komen vaak pas later aan het licht. Daarin verschilt waterschade van brandschade. “Roet kun je opruimen, maar waterschade is min of meer onzichtbaar.” Als doorweekte muren niet goed drogen, gaan ze schimmelen. Natte balken verrotten. En in het ergste geval verzakt het huis.

Overigens lopen niet alleen huizen in de buurt van rivieren risico. “Laatst hoorde ik iets dat voor mij eyeopener was. Het ging over de Veluwe. Ik dacht dat je daar relatief veilig zit, omdat het hoog ligt. Maar door droogte versteent de bodem. Als je daarna een heftige regenbui krijgt, dan zakt dat water niet weg maar ontstaan er in dat heuvelachtige gebied enorme waterstromen. Bijna zo groot als rivieren. Die rivieren bedreigen vervolgens bepaalde wijken. Alle modellen zeggen dat dit soort risico’s toenemen.”

Vaker wateroverlast

“Ik werk nu een jaar of tien in de schadebranche en ik zie dat we steeds vaker wateroverlast hebben.” Bos maakt zich zorgen over die toename en vindt het tijd voor oplossingen. Enerzijds door bewustwording over de risico’s, anderzijds door het voorkomen van schade. “Uiteindelijk wil je het ook verzekerbaar houden.” Daarmee bedoelt zij dat verzekeringspremies te hoog worden als verzekeraars veel geld moeten uitkeren.

Bos benadrukt dat schadeherstel de laatste stap is in een keten van wateroplossingen. Zo is de temperatuurstijging beperken de eerste en belangrijkste stap. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat onze huizen en omgevingen beschermd zijn tegen overstromingen. “We moeten met elkaar leren omgaan met de gevolgen van dat nieuwe klimaat.”

Bouwen in de polder

Ondertussen bouwen we door op plekken waar de kans op waterschade groot is. Zoals in de uiterwaarden of één van de diepste polders van Nederland: de Zuidplaspolder. Die polder ligt 6 meter onder NAP. Bos houdt dat soort ontwikkelingen goed in de gaten. Over de Zuidplaspolder maakt zij zich nog weinig zorgen, omdat zij het idee heeft dat de mensen daar bewust omgaan met de risico’s. “Daar kijken ze nu heel goed hoe ze moeten bouwen en omgaan met het water.” Hoewel ze daar niet veel later aan toevoegt: “Maar op termijn loop je natuurlijk het risico dat het bouwen in polders niet meer verzekerbaar is. Kun je de schade nog vergoeden als je weet dat het elk jaar volloopt?”

Bos vraagt zich hardop af wie het eerste consequenties verbindt aan jaarlijks overstromende huizen: de banken, verzekeraars of toekomstige bewoners. “Het begint denk ik met financierbaarheid. Welke bank wil daar nog een hypotheek op verschaffen? Hoewel eigenlijk de eerste vraag moet zijn of je er wel wil wonen als je elk jaar last hebt van wateroverlast.”

Lees ook: Achmea waarschuwt voor verzekerbaarheid van huizen in uiterwaarden

Bewustwording

Voor Bos draait alles om bewustwording. Als verzekeraar wil Achmea mensen bewustmaken van de waterrisico’s en hun tips geven om schade te voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld door drempels te verhogen, terugslagkleppen in het toilet te installeren, groene daken aan te leggen, tegels uit de tuin te wippen en de regenpijp aan te sluiten op een regenton in plaats van het riool. Ook hoopt ze dat burgers het gesprek aangaan met gemeenten als de afwatering niet goed is en de riolering slecht. Sinds 1 januari zijn gemeenten verplicht om stresstesten uit te voeren. Die laten zien op welke plekken water ophoopt. Vervolgens moeten gemeenten daar actie op ondernemen.

Bos verwacht niet dat Achmea minder schade vergoedt als mensen waterschade oplopen die ze hadden kunnen voorkomen met een verhoogde drempel of groene tuin. “Maar ik kan me wel voorstellen dat we dan met een klant in gesprek gaan om te kijken hoe we kunnen voorkomen dat het nog een keer gebeurt.”

Na brandschade plaatste Achmea al rookmelders, nog voordat dit verplicht werd. Bos verwacht dat huizen die zijn getroffen door waterschade uiteindelijk ook met preventieve hulpmiddelen als hoge drempels en terugslagkleppen worden hersteld. “En wat ik al zei: water is zoveel erger dan brand. Dus ik denk dat consumenten het ook heel fijn vinden om te voorkomen dat ze daar nog een keer last van krijgen.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van de serie Het wassende water en verscheen voor het eerst op 17 juni 2022. Dit is een update n.a.v. recente ontwikkelingen.

Lees ook de eerdere delen:

Tweede Kamer en branche luiden noodklok over stilvallen aanleg warmtenetten

Dat bleek woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamercommissie voor klimaat en energie. Warmtenetten zijn voor het kabinet een belangrijke manier om Nederlandse huishoudens van het aardgas af te krijgen. Een warmtenet – ook wel stadsverwarming genoemd – bestaat uit kilometers lange buizen en leidingen waardoor warm water stroomt, dat aangesloten huizen en bedrijven via een warmtewisselaar in de meterkast verwarmt. Het water in het leidingnet wordt verwarmd met restwarmte van bedrijven, afvalverbrandingsovens, geothermie of andere bronnen. In 2030 moeten al een half miljoen bestaande woningen op een warmtenet aangesloten zijn, en in 2050 al 2,6 miljoen. Gemeente eigenaar van warmtenetten Om dit goed te regelen werkt de overheid al jaren aan een nieuwe wet: de Wet collectieve warmtevoorziening (WCW). Die treedt in juli 2024 in werking. Om consumenten te beschermen tegen grote prijsverschillen of tariefstijgingen van commerciële aanbieders heeft minister Jetten van Klimaat en Energie vorig jaar een belangrijke knoop doorgehakt om uit een jarenlange impasse te komen. Alle warmtenetten moeten straks verplicht in publiek eigendom komen. Lees: in handen van gemeenten. Zij mogen best samenwerken met private warmtebedrijven, maar zij houden de regie en de meerderheid van de aandelen. Projecten liggen stil Dat zorgt in de branche voor veel onduidelijkheid. Commerciële warmtebedrijven spreken van onteigening en durven geen geld meer in warmtenetten te investeren als ze die straks moeten overdragen aan gemeenten. De Stichting Warmtenetwerk, waarbij de gehele warmteketen, van warmtebedrijven, gemeenten, woningcorporaties, leveranciers en aannemers tot adviseurs, is aangesloten, luidt hierover de noodklok. Zij ziet dat veelbelovende projecten nu stilvallen en dat neemt steeds grotere vormen aan. Zo heeft een grote speler als Vattenfall de aanleg en uitbreiding van warmtenetten stilgelegd. Gemeenten stellen beslissingen uit en aannemers en toeleveranciers zien hun omzet en orderportefeuille afnemen. De stichting vraagt de Kamer per brief om hier maatregelen tegen te nemen. Tienduizenden aansluitingen in gevaar De noodkreet was woensdag duidelijk aangekomen. D66, VVD, CDA en ChristenUnie maken zich grote zorgen over de vertraging die nu ontstaat. Ze betwijfelen of het doel van 500.000 huizen aansluiten in 2030 nog wel haalbaar is en vragen minister Jetten verdere vertraging te voorkomen. “Het besluit van de minister is lastig te rijmen met de ambitie om de transitie te versnellen. Veel bestaande projecten lijken stil te vallen en veel gemeenten en provincies hebben geen bestaand warmtebedrijf om dit over te nemen. Er is ook onzekerheid over tienduizenden aansluitingen die gepland staan in Den Haag, Rotterdam en andere gemeentes”, verwoordt VVD-Kamerlid Silvio Erkens de zorg van veel partijen. Rotterdam verkoopt warmtebedrijf Volgens hem hebben commerciële partijen momenteel geen enkele prikkel om te investeren in warmtenetten. De VVD stelt daarom voor het nieuwe regime pas in 2030 in te laten gaan, zodat tot die tijd zowel private als publieke warmtenetten aangelegd kunnen worden. Dat kan op steun van andere partijen rekenen. Erkens wijst op de gemeente Rotterdam, die zijn noodlijdende warmtebedrijf onlangs verkocht aan Vattenfall, het tegenovergestelde van wat Jetten wil. CDA’er Henri Bontenbal vindt het prima dat gemeenten de regie krijgen in de warmtetransitie, maar eist van de minister dat de huidige patstelling wordt doorbroken. Nu hebben alle partijen zich ingegraven en durven commerciële partijen niet meer te investeren. “Hoe kunnen we partijen minder kopschuw maken?”, vraagt hij de minister.Minister Rob Jetten van klimaat en energieLeidraad voor lopende projecten Minister Jetten heeft de afgelopen tijd overleg gehad met alle partijen om de onzekerheid weg te nemen: zowel gemeenten, provincies als private warmtebedrijven. Daarbij heeft hij inzichtelijk gemaakt hoe, en onder welke voorwaarden lopende projecten doorgang kunnen vinden. Volgens Jetten is daar een leidraad uit voortgekomen die alle partijen houvast biedt, maar de partijen in de Kamer betwijfelen of dat voldoende is om vertraging te voorkomen. Daarnaast is de minister een onderzoek gestart naar de waarde van warmtenetten die overgedragen moeten worden. “Zo kunnen we op een eerlijke manier de prijs vaststellen zodat de private partijen daar een fatsoenlijke prijs voor krijgen”, zegt Jetten. Voor gemeenten wordt de financiering van warmtenetten makkelijker, zodat ze investeringsbeslissingen durven te nemen. Voor hen komt er ook een kennis- en expertisecentrum. In de nieuwe wet is al een zogeheten ingroeiperiode van zeven jaar opgenomen, waarin zowel private als publieke warmtenetten aangelegd mogen worden. “We hebben in die overgangsperiode die ervaren private partijen hard nodig”, zegt Jetten. Volgens hem staan er genoeg partijen te trappelen om mee te doen met de aanleg van warmtenetten. De vertraging bij de aanleg zit volgens Jetten vooral in het zoeken naar goede, duurzame warmtebronnen. Nu worden veel netten nog verwarmd door de verbranding van afval of zelfs met gas. Dat is in de toekomst niet duurzaam genoeg. Loskoppeling van gasprijs Ook vraagt de Kamer zich af waarom de warmtetarieven en de hoge gasprijzen pas op 1 januari 2025 losgekoppeld kunnen worden. De Kamer heeft hier al jaren geleden een motie voor aangenomen. Mensen die duurzame warmte gebruiken worden daardoor onnodig op hoge kosten gejaagd. "Kan dat niet eerder losgekoppeld worden?", vragen diverse partijen, waaronder SP en VVD. Nu is de warmteprijs altijd lager dan de gasprijs en stelt de ACM een maximumtarief vast. Jetten gaat snel helderheid geven over de nieuwe tarieven, maar eerder invoeren kan volgens hem niet. Het loskoppelen kan pas als de nieuwe wet medio 2024 is ingevoerd. Lees ook: Hoe bedrijven ondanks dreigende onteigening warmtenetten kunnen aanleggen‘Miljarden energiecompensatie beter inzetten voor warmtenetten’Warmtenet goedkoper dan gasaansluitingHoge gasprijs lokt glastuinders naar warmtenet Westland