Jeroen de Boer
20 juni 2025, 05:00

Nieuwsupdate: Nederland moet slimmer 'klimaatproof' bouwen en olie omgezet in plastic met behulp van licht

Nederland kan betere keuzes maken bij het bouwen van huizen en infrastructuur als met het oog op klimaatverandering 100 jaar vooruit wordt gekeken. Verder in het nieuws: Onderzoekers vinden manier om fossiele brandstof om te zetten in plastics en minder schadelijke emissies in Nederland met hoger prijskaartje.

drijvende zonnepanelen Drijvende zonnepanelen in de buurt van Nijmegen. | Credits: Getty Images

Nederland moet slimmer klimaatadaptief bouwen: ‘Kijk 100 jaar vooruit’

De Wetenschappelijke Klimaatraad adviseert Nederland om bij investeringen in huizen en infrastructuur rekening te houden met de langetermijngevolgen van klimaatverandering. In een donderdag verschenen rapport pleit de raad voor een visie van honderd jaar vooruit. Het rapport benadrukt dat Nederland nu keuzes moet maken over ruimtegebruik, vooral in gebieden die lijden onder verzilting en andere klimaatproblemen. Vroegtijdige aanpassingen kunnen leiden tot meer duidelijkheid en betere investeringen, wat essentieel is om toekomstige klimaatschade te voorkomen.

Lees ook: Opmerkelijk: Nederland kan door klimaatverandering niet warmer, maar kouder worden

Onderzoekers zetten olie om in plastic met alleen licht

Een onderzoeksteam van Colorado State University heeft een baanbrekende methode ontwikkeld om fossiele brandstoffen zoals aardolie om te zetten in industriële chemicaliën met alleen zichtbaar licht, meldt Interesting Engineering. Het proces werkt bij kamertemperatuur zonder warmte en biedt een schoner en energiezuinig alternatief voor traditionele chemische productie. Geïnspireerd door fotosynthese gebruikt het systeem fotokatalyse waarbij licht moleculen helpt herrangschikken. Dit kan de milieu-impact van plastic- en farmaceutische productie drastisch verminderen en processen duurzamer maken.

Lees ook: Onderzoekers melden doorbraak bij verduurzamen olieraffinage

Duurzame oplossingen kunnen bouwcrisis voorkomen

De bouwsector staat voor de immense opgave om jaarlijks 100.000 nieuwe woningen te bouwen. Snel en betaalbaar, als het even kan. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur stelt in een donderdag gepubliceerd advies dat duurzaam bouwen noodzakelijk is om een bouwcrisis te voorkomen. Dat kan onder meer met gebruik van biobased materialen, hergebruik en CO2-arme varianten van conventionele bouwmaterialen. Vanuit de energiesector heeft netbeheerder Alliander deze week al een initiatief gelanceerd om tot oplossingen voor netcongestie te komen: Netbewustbouwen.com. Via innovatieve oplossingen zoals batterijen en slimme energiesystemen wordt kennis gedeeld voor energiezuinig en toekomstbestendig bouwen.

Lees ook: Duurzaam bouwen is niet zo duur en tijdrovend als politici en investeerders denken

Uitstoot schadelijke stoffen daalt, maatschappelijke kosten stijgen

De uitstoot van stoffen als CO2, stikstofoxide en ammoniak kost de maatschappij jaarlijks zo’n 46 miljard euro. Dat is anderhalf keer zo veel als in 2018, berekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Opvallend, want de emissies zelf zijn juist gedaald. Dat de schade hoger uitvalt, komt onder meer door aanscherping van de luchtkwaliteitseisen door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Ook toegenomen zorgen over milieu en klimaat spelen een rol. ‘De vraag naar een schoon milieu stijgt, maar de hoeveelheid natuur neemt niet toe. Dan krijg je relatieve schaarste. Daardoor lopen de kosten op’, aldus milieueconoom en PBL-onderzoeker Sander de Bruyn.

Lees ook: Milieuvervuiling kost Nederland jaarlijks zeker 46 miljard euro (en dat is niet alleen maar slecht nieuws)

PBL roept EU en VS op: steun opkomende landen bij halen klimaatdoelen

Bij de discussie over reductie van de uitstoot van broeikasgassen speelt een belangrijke ethische vraag: rijke landen zoals de VS en de lidstaten van de EU hebben een hoge welvaart bereikt met hoge historische emissies. Opkomende economieën willen ook hun welvaart verhogen, maar willen niet eenzijdig de rekening betalen van de kosten van emissiereducties. In een nieuwe studie van het Planbureau voor de Leefomgeving, gepubliceerd in Nature, wordt een blauwdruk gegeven van een eerlijke verdeling van nationale emissiedoelen die landen in het kader van de Klimaatakkoorden van Parijs hebben geformuleerd. De conclusie blijft dat er zeer sterke argumenten zijn voor financiële steun vanuit de Global North richting de Global South om emissiedoelen te halen.

Lees ook: Wat zit er achter het vertrek van Amerikaanse banken uit VN-coalitie? ‘Ze kunnen eigenlijk niet anders’

Gronings bedrijventerrein pakt wateroverlast effectief aan

Bedrijventerrein Euvelgunne in Groningen is een voorbeeld van succesvolle klimaatadaptatie. Samen met de gemeente hebben bedrijven maatregelen genomen om wateroverlast te verminderen. Vijf jaar na de start van het project blijkt dat de afkoppeling van regenwater effectief werkt, meldt TW. Het terrein, dat voorheen last had van wateroverlast, heeft de problemen nu verholpen. Het project omvatte innovatieve oplossingen zoals het parkeren op water met retentiekratten voor de opvang van regenwater. De samenwerking tussen bedrijven en de gemeente was cruciaal voor het succes van deze maatregelen.

Lees ook: Dit groene dak bespaart energie, verkoelt, slaat water op en versterkt de biodiversiteit

Ook in de media:

  • Nepgeluid van stille elektrische auto’s voor voetgangers lastiger te herkennen (Bright.nl)
  • Ronald Plasterk: klimaatactivisten worden op slag bureaucraten als het om kernenergie gaat (De Telegraaf)
  • Mondiale vliegtax kan € 100 miljard per jaar vrijspelen voor klimaatfinanciering (The Guardian)
  • AI kan basis leggen voor duurzaam cement (Eurekalert)
  • Afrika in 2050 zelfvoorzienend met eigen graanproductie? Dat lijkt toch te kunnen (Trouw)
  • Steeds meer energieleveranciers betalen vrijwel geen vergoeding meer voor teruggeleverde stroom vanaf 2027 (Nu.nl)
  • Emissiebudget van CO2 om binnen 1,5 graden opwarming van de aarde te blijven is binnen 3 jaar op (Copernicus.eu)
  • Mondiale markt voor stroomopslag blijft in 2025 keihard groeien: 247 gigawattuur aan opslagcapaciteit erbij (Bloomberg)
  • Stedin en TenneT bieden 61 Zeeuwse bedrijven nieuwe of zwaardere aansluiting op stroomnet (Stedin)

Duurzaam bouwen is niet zo duur en tijdrovend als politici en investeerders denken

In het donderdag gepubliceerde advies doet de Rli aanbevelingen voor de reductie van CO2 in de (woning)bouw. Want hoewel de overheid veel aandacht heeft voor CO2-reductie in de gebruiksfase van woningen, bijvoorbeeld door koken op gas vanaf 2050 te verbieden, is er nog weinig aandacht voor CO2-reductie in de bouwfase, constateert de Raad.De huidige wettelijke norm voor de milieuprestatie van gebouwen (MPG) is bijvoorbeeld gericht op de gemiddelde milieu-impact over de hele levensduur van een woning. CO2-reductie in de gebruiksfase kan daarmee gemakkelijk CO2-uitstoot in de bouwfase compenseren. Maar voor het tegengaan van klimaatverandering is het van belang dat uitstoot al op korte termijn verminderd wordt. Vernieuwde EU-richtlijn Momenteel is zo’n 5 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot afkomstig van materiaalgebruik in de woningbouw, blijkt uit de meest recente cijfers. De uitstoot als gevolg van de bouw van een woning is gemiddeld genomen gelijk aan de uitstoot van 68 jaar energieverbruik. Met name bij nieuwbouwwoningen is de verhouding tussen materiaalgebonden en gebruiksgebonden uitstoot scheef.Reductie van die uitstoot is niet alleen noodzakelijk om opwarming van de aarde tegen te gaan, maar ook wettelijk verplicht. Volgens een vernieuwde EU-richtlijn (EPBD IV) moeten EU-lidstaten vanaf 2030 sturen op de klimaatimpact van woningen gedurende de gehele levenscyclus, inclusief de materiaalgebonden uitstoot. Het einddoel is een klimaatneutrale bouwketen in 2050. Uiterlijk in 2027 moet de overheid daarvoor een routekaart hebben ontwikkeld. Duurzaam bouwen Voor het bereiken van een klimaatneutrale woningbouw noemt de Rli vijf strategieën, toegespitst op slimmer, minder en duurzamer materiaalgebruik (zie kader). Maar de echte uitdaging ligt niet in de praktische uitvoering, maar in een omslag van denken, legt Karin Sluis, Rli-raadslid en commissievoorzitter van het advies Bouwen met toekomst, uit. 'Er is nu al zo veel mogelijk. We kunnen al kleiner en lichter bouwen, fabrieksmatig bouwen en biobased materialen gebruiken. Maar de politiek en bouwketen zijn terughoudend, onder meer door het idee dat duurzaam bouwen duur en ingewikkeld zou zijn.''Onze analyse laat zien dat dat niet zo is’, gaat Sluis verder. ‘Fabrieksmatig geproduceerde laag- en middenhoogbouw kan bijvoorbeeld zelfs goedkoper dan conventioneel bouwen. Bij andere woningsoorten is duurzaam bouwen iets duurder, maar de bouwtijd is vaak korter, wat de kosten omlaag brengt.' Daarbij zullen conventionele bouwmaterialen als staal en beton als gevolg van Europese regels in prijs gaan stijgen, waardoor de kosten dichter bij die van duurzame materialen komen te liggen.De prijs hoeft het probleem dus niet te zijn. Maar er is nog een andere drempel: Nederlandse regelgeving. Zo is de bestaande normering en certificering nog afgestemd op de eigenschappen van conventionele materialen, stelt de Rli. Daarnaast mogen materialen die in andere Europese landen al zijn gecertificeerd niet zomaar worden gebruikt in Nederland. Gemeenten maken bovendien vaak gebruik van omgevingsplannen waarin afmetingen en bouwkavels niet passend zijn voor bijvoorbeeld biobased materialen. Duidelijke landelijke regels De meeste aanbevelingen van de Rli zijn dan ook gericht aan het Rijk. Dat moet een routekaart met haalbare, maar ambitieuze grens- en streefwaarden opstellen, een heffing invoeren voor gebouwen die niet aan die streefwaarden voldoen en procedures en regels geschikt maken voor nieuwe vormen van bouwen.Dat betekent overigens niet dat er extra regels bij komen, aldus Sluis. 'Nu is er een lappendeken aan gemeentelijke, soms bovenwettelijke, regels door het land heen. Dat is vervelend voor projectontwikkelaars, die vaak actief zijn in meerdere regio's. Duidelijke landelijke regels kunnen veel van die gemeentelijke regels vervangen. Dat past ook in het programma STOER [Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving, red.] van minister Mona Keijzer.'Naast de rijksoverheid en gemeenten zijn ook projectontwikkelaars, woningcorporaties, bouwers en het onderwijs aan zet. Zij moeten investeren in nieuwe kennis en vaardigheden die horen bij werken met duurzame materialen. Dat kost tijd en geld, maar levert ook veel positieve bijvangst op. Sluis: 'Als je mensen de mogelijkheid geeft om de woningnood én de klimaatcrisis aan te pakken, wordt de bouw weer een aantrekkelijke keten om in te werken. Niet onbelangrijk, nu het huidige personeelstekort als de grootste opgave voor de sector wordt gezien. Het verminderen van CO2-uitstoot tijdens de bouw is ook goed voor de gezondheid van medewerkers in de sector.' Speciale aandacht voor prefab Het advies besteedt speciale aandacht aan fabrieksmatig bouwen, beter bekend als prefab. Een woning wordt dan in een fabriek geproduceerd en kan op de bouwplaats soms binnen een week in elkaar worden gezet. Dat zorgt voor minder bouwafval, minder vervoersbewegingen en een hogere arbeidsproductiviteit. En waar woningbouw gemiddeld 340 kilo CO2 per vierkante meter uitstoot, is dat bij fabrieksmatig gebouwde woningen slechts 187 kilo CO2 per vierkante meter.De capaciteit van bestaande Nederlandse woningfabrieken wordt geschat op zo'n 50.000 woningen per jaar, maar de vraag blijft vooralsnog achter. In 2024 werden slechts 13.000 fabriekswoningen opgeleverd.Het demissionair kabinet is verplicht een reactie te geven op het advies van de Raad. Of Sluis bang is dat de uitvoering ervan stil komt te liggen door de kabinetsval? 'We tonen aan dat je snel, betaalbaar én duurzaam kunt bouwen. Dat zou het kabinet toch aan moeten spreken, demissionair of niet.'Vijf strategieën Concreet noemt de Rli vijf strategieën om de CO2-uitstoot in de bouwfase van woningen omlaag te krijgen. Afzonderlijk toegepast resulteren die in een relatief beperkte CO2-reductie, maar gezamenlijk kunnen ze een substantieel verschil maken, aldus de Rli. De Raad vindt het bovendien belangrijk dat er snel wordt gehandeld. 'Een klimaatneutrale bouwsector in 2050 vergt aanpassingen, en die kosten tijd. Als we nu beginnen voorkomen we een bouwcrisis over enkele jaren.'Gebruik van minder bouwmaterialen Kleiner bouwen, optoppen (het aanbrengen van extra bouwlagen op een bestaand gebouw) en het transformeren van leegstaande kantoor- en onderwijspanden tot woningen kunnen de hoeveelheid benodigde bouwmaterialen significant verminderen. Nederlanders wonen relatief groot; alleen in Ierland en Noord-Macedonië is het aandeel appartementen lager dan in Nederland. We kunnen dus van onze buren leren. In Duitsland zijn meergezinswoningen (Mehrfamilienhäuser) bijvoorbeeld een gangbare woonvorm. Een tegenvaller: onder meer de Wet betaalbare huur zorgt ervoor dat leegstaande winkelpanden steeds minder vaak worden omgebouwd tot huurwoningen, blijkt uit een rondgang van BNR. Geschatte CO2- besparing: 16,5 procent t/m 2035, ten opzichte van 1990.Gebruik van minder en/of lichtere installaties De productie van technische installaties voor verwarming, koeling en ventilatie is goed voor zo'n 10 procent van de totale CO2-uitstoot in de bouwfase en maar liefst 20 tot 40 procent van de bouwkosten. Dat kan lager, bijvoorbeeld door betere isolatie en luchtdicht bouwen. Bijkomend voordeel: Nederland wordt minder afhankelijk van materialen uit het buitenland die nodig zijn voor de installaties. Geschatte CO2- besparing: 11 procent t/m 2035, ten opzichte van 1990.Hergebruik van bouwmaterialen In Nederland wordt vooral gebruikgemaakt van laagwaardige recycling: beton en baksteen worden vergruisd en vervolgens gebruikt voor de aanleg van wegen. Hoogwaardig hergebruik, bijvoorbeeld door de fundering van een oud gebouw te gebruiken voor een nieuw gebouw, komt nauwelijks voor en wordt in regelgeving nog niet beloond. Om deze vorm van recycling mogelijk te maken moet in het ontwerp al rekening worden gehouden met 'losmaakbaar bouwen' en het 'circulair slopen' van woningen. Geschatte CO2- besparing: onbekend.Gebruik van biobased bouwmaterialen Met biobased materialen worden vooral hout en vezelgewassen als hennep en vlas bedoeld. Samen kunnen die in potentie in zo'n 20 procent van de vraag naar bouwmaterialen voorzien. Zulke hernieuwbare materialen hebben als voordeel dat ze CO2 opslaan en zijn daarnaast gezonder voor de (toekomstige) bewoners van een huis. Vezelgewassen bieden boeren ook een alternatief verdienmodel, hoewel de productie en verwerking van vezelgewassen in Nederland momenteel nog klein is. Geschatte CO2- besparing: 9,5 procent t/m 2035, ten opzichte van 1990.Gebruik van CO2-arme varianten van conventionele materialen In hun niet-duurzame vorm maken materialen als beton, baksteen en staal zo'n 80 procent van de totale CO2-uitstoot in het bouwproces uit. Vervangers als CO2-arm cement en staal gemaakt met groene waterstof zijn nog niet op grote schaal beschikbaar, hoewel de betonsector flink aan het innoveren is. Als deze technieken opschalen kunnen de kosten omlaag en neemt het gebruik ervan toe. Geschatte CO2- besparing: 8,5 - 19,4 procent t/m 2035, ten opzichte van 1990, afhankelijk van de snelheid van verduurzaming.Lees ook:Bouwers en boeren werken in Friesland samen aan biobased huizen: ‘Duizend woningen gaan we makkelijk halen’ Changemaker Chantal van Schaik (Holland Houtland): ‘Met biobased bouwen is enorme winst te behalen’ Kan de bouwsector zonder cement? ‘Als we willen, kunnen we er écht vanaf’