Hannah van der Korput
20 juli 2023, 16:30

Niet-verkocht voedsel verplicht doneren, is dat een goed idee?

Brusselse supermarkten moeten niet-verkocht voedsel verplicht gaan doneren. Het conceptvoorstel is inmiddels goedgekeurd door het Brussels Parlement en moet in 2024 ingaan. Is dit een idee waar Nederland een voorbeeld aan mag nemen?

Adobe Stock 498475327 Vooralsnog doneren Nederlandse supermarkten boodschappen en geld op vrijwillige basis aan organisaties zoals de Voedselbank. | Credits: Adobe Stock

Het voorstel schrijft voor dat alle supermarkten met een oppervlakte van meer dan 1.000 vierkante meter hun overgebleven voedingsmiddelen doneren. Het gaat om eten en drinken dat op één dag voor de houdbaarheidsdatum niet verkocht is. De voedingsmiddelen moeten aan goede doelen worden gegeven. Supermarkten zijn dan ook verplicht om hier contracten voor te sluiten met goede doelen. Een wettelijk kader geeft duidelijkheid over hoe om te gaan met overgebleven voedsel en gaat verspilling tegen, zo is de gedachte.

Moet Nederland volgen?

De Brusselse maatregel is niet nieuw. Frankrijk heeft al sinds 2016 zo’n wet inclusief eventuele boetes. Het weggooien van voedsel kan Franse supermarkten dus duur komen te staan. In Spanje wordt ook gewerkt aan een wet om voedselverspilling te beboeten. Moet Nederland volgen? Vooralsnog doneren onze supermarkten boodschappen en geld op vrijwillige basis aan organisaties zoals de Voedselbank.

Vrijwillig doneren

Dat vrijwillig doneren gaat heel goed, zegt Paul van Berkel. Hij is bestuurslid voedselwerving bij de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken. “Er wordt al grootschalig gedoneerd door supermarkten. Zo’n maatregel zou in Nederland dus niet zoveel helpen.”

Toch neemt de stroom etenswaren die richting de Voedselbanken gaat af. Van Berkel: “Supermarkten willen hun aanbod uiteindelijk het liefste verkopen. Veel voedsel wordt daarom afgeprijsd verkocht. Twintig jaar geleden vertrouwden consumenten dat niet en kochten ze het ook niet. Nu is dat anders. In het kader van duurzaamheid en voedselverspilling tegengaan, worden deze afgeprijsde artikelen juist gekocht.”

Druk bezig

Supermarktketen PLUS is druk bezig om zo min mogelijk voedsel te verspillen. Woordvoerder Elise van Ee: “We moeten er nog meer bewust van zijn dat het echt niet meer kan om voedsel weg te gooien. Dat geldt voor alle supermarkten en ook voor PLUS. Omdat we met veel zelfstandige ondernemers werken, wordt voedselverspilling per winkel anders aangepakt. Bijvoorbeeld door fikse afprijzingen of donaties aan de Voedselbank of sociale buurthuizen. Ruim de helft van de winkels is aangesloten bij Too Good To Go, een online platform waar onverkocht eten alsnog wordt verkocht.”

Vrijheid

De tendens dat voedsel weggooien zonde is, die is er inmiddels wel, zegt Van Ee. “Er zijn diverse manieren om maatregelen te nemen. Die vrijheid is voor ondernemers wel zo fijn.” Bovendien is het niet zo dat al het overgebleven eten zomaar gedoneerd kan worden. “De Voedselbank kan niet alles aannemen. Blikken en ingepakte producten zijn geen probleem, maar aangebroken verpakkingen of verse broden kunnen niet vanwege de voedselveiligheid. Dus binnen zo’n verplichting moeten dan ook weer bepaalde uitzonderingen worden opgenomen.”

Meer initiatieven

Er ontstaan steeds meer initiatieven om voedselverspilling tegen te gaan, ziet Van Berkel. Hij wijst naar organisaties zoals Too Good To Go. “Dat is natuurlijk een mooi initiatief. Uiteindelijk hebben we hetzelfde doel: minder eten weggooien. Het gevolg is alleen dat dit soort artikelen niet meer bij de Voedselbank terecht komen, maar bij consumenten.”

Daar maakt Van Berkel zich wel zorgen om. “Vorig jaar kreeg de Voedselbank veel donaties binnen doordat mensen hun energietoeslag doneerden. Dat is super. Maar voor de lange termijn redden we het daar niet mee.” Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe acties. “Bijvoorbeeld in Leerdam. Daar kan men een fictief gezin van de Voedselbank adopteren en hen van eten voorzien. Dat is geweldig om te zien.”

Lees ook:

Greenpeace: internationale treinen dubbel zo duur als het vliegtuig

Wat is goedkoper: vliegen of treinreizen? Voor ruim 100 Europese verbindingen heeft Greenpeace onderzocht welk vervoermiddel het voordeligst is. Teleurstellend genoeg, maar ook niet geheel onverwachts, komt het vliegtuig als winnaar uit de bus. Met de internationale trein reizen is gemiddeld dubbel zo duur als het vliegtuig pakken, stelt het onderzoek. De milieuclub heeft prijzen vergeleken voor zowel last-minute tickets, als voor reizen die verder vooruit worden gepland. Dat blijkt voor het prijsverschil niet zo veel uit te maken: het vliegtuig is vrijwel altijd goedkoper. Dit terwijl het vanuit klimaatperspectief wenselijk is om de trein te pakken: een treinreiziger stoot 5 keer minder CO2 uit dan een vliegtuigpassagier. Volgens Greenpeace wordt dit prijsverschil veroorzaakt door allerlei belastingvoordelen die vliegtuigmaatschappijen genieten. Zo zitten er op kerosine geen accijnzen en wordt er geen btw gerekend over vliegtickets, terwijl dit bij treinkaartjes wel het geval is. Tel daar een hyper-competitieve luchtvaartbranche en een door nationale belangen verscheurde spoormarkt bij op, en je krijgt extreme prijsverschillen: een treinticket van Londen naar Barcelona is gemiddeld tien keer duurder dan een vliegticket – en zelfs 29 keer duurder als je een last-minute zoekt. Nederland Het onderzoek heeft ook Nederlandse verbindingen onder de loep genomen. Amsterdam-Londen is de drukste vliegroute van Europa: in 2019 vlogen ruim 4,7 miljoen mensen tussen beide steden. Prijsvechter Easyjet biedt hier dagelijks vijftien vluchten aan. Op dit moment gaat de trein vier keer per dag. Die is gemiddeld dubbel zo duur als het vliegtuig. Op één van de onderzochte dagen kwam de trein als voordeligste keuze naar voren: toen was de trein 47 cent goedkoper dan het vliegtuig. Volgens Greenpeace zou het jaarlijks 216.000 ton CO2 schelen als deze vluchten worden ingeruild voor treinreizen. Van de onderzochte routes van en naar Nederland, was geen enkele treinreis consequent goedkoper dan het vliegtuig. Gemiddeld is een internationaal treinticket vanuit Amsterdam anderhalf keer duurder dan een vliegticket. Maar ver vooruit boeken loont wel: wie bijvoorbeeld naar Kopenhagen wil en vier maanden van tevoren reserveert, is met de trein goedkoper uit dan met het vliegtuig. Een warboel aan boekingsystmen Greenpeace wijst ook op de moeite die het soms kost om internationale treinreizen te boeken. Nationale spoorwegmaatschappijen hebben allemaal eigen reserveringssystemen, die lang niet altijd goed op elkaar zijn aangesloten. Zo is een treinticket van Amsterdam naar de Sloveense hoofdstad Ljubljana - één van de onderzochte routes - niet op de site van NS International te boeken. De trein van Amsterdam naar Warschau - een andere route uit het onderzoek - rijdt door Duitsland, waar een last-minute treinticket zomaar drie keer duurder kan zijn dan een vroegboek-ticket. Maar wie denkt dat ver vooruit plannen dan de oplossing is, komt bedrogen uit: in Polen kunnen treintickets maximaal drie maanden van tevoren worden gekocht. Greenpeace pleit dan ook voor één boekingsysteem voor heel Europa. Is een kentering ingezet? Toch zit de Europese Unie niet stil. De gratis CO2-emmissierechten waar vliegtuigmaatschappijen nu nog van profiteren, worden afgebouwd. En de EU ondersteunt de komende jaren het opzetten of uitbreiden van tien internationale spoorverbindingen, waaronder de nieuwe nachttrein van Amsterdam naar Barcelona. Ook de Nederlandse regering komt voorzichtig in actie: de vliegbelasting is dit jaar verhoogd van 7,95 euro naar 26,43 euro. Deze maatregel is vooral bedoeld om korte-afstandsvluchten te ontmoedigen. Op prijsverschillen tussen trein en vliegtuig van soms maar enkele euro’s, kan dit net het verschil maken. Lees ook: Vliegtuigen die vliegen op CO2, is dat de toekomst? Nieuwe spoorwegmaatschappij zet volledig in op nachttreinen Nederlands bedrijf claimt in 2028 als eerste op waterstof naar Londen te vliegen