Hannah van der Korput
03 juli 2024, 12:38

Nespresso brengt composteerbare, papieren koffiecups op de Nederlandse markt

Naast de vertrouwde aluminium koffiecapsules komt Nespresso nu ook met cups gemaakt van papierpulp. Die zijn thuis te composteren en kunnen dus zo de moestuin in. Leidt dat tot een duurzamer kopje koffie?

NIEUW V2 2 De papieren cups zijn een aanvulling op de aluminium variant en geen vervanging. | Credits: Nespresso

Nespresso-drinkers kunnen voortaan kiezen tussen een aluminium of papieren cupje. Die keuzevrijheid is belangrijk, zegt Kika Buhrmann, directeur van Nespresso Nederland. “We geven opties als het gaat om smaak, intensiteit en het land waar de koffie vandaan komt. Nu is die keuze er ook als het gaat om de capsules. Voor beide materialen is er een oplossing als het cupje leeg is: recyclen of composteren.”

82 procent papierpulp

De nieuwe cups bestaan voor 82 procent uit papierpulp. Een dunne laag biopolymeer vormt de overige 18 procent. “Die laag dient als barrière”, licht Buhrmann toe. “Het zorgt ervoor dat de koffie goed beschermd is en dat er geen licht en lucht bij kan komen. De papieren capsules kunnen, in tegenstelling tot aluminium, nog niet volledig tegen vocht. Daarom is ook de buitenverpakking waar de koffiecups in verpakt zijn, voorzien van een beschermende laag. Die bestaat uit twee typen folies: OPP en PE. In de toekomst willen we dat graag vervangen door hernieuwbare materialen. We werken eraan om dat voor elkaar te krijgen.”

Aanvulling

De papieren cups zijn een aanvulling op de aluminium variant en geen vervanging. “Aluminium heeft veel goede eigenschappen. Het beschermt goed tegen lucht, licht en vocht. Het zorgt ervoor dat de koffie lang goed blijft: tot wel twaalf maanden. In composteerbare cups is de houdbaarheidsdatum van koffie korter, namelijk zes maanden. En als we het recyclen, is aluminium oneindig herbruikbaar.”

Duurzamer?

In de praktijk is dat een uitdaging. Om de capsules te recyclen, moeten ze apart worden ingezameld en ingeleverd. Dat gebeurt nog te weinig, waardoor lang niet alle gebruikte cups gerecycled worden. Wanneer het aluminium wel wordt teruggewonnen of de capsule op basis van papier wordt gecomposteerd, is de CO2-voetafdruk volgens Nespresso voor beide opties gelijk.

Vijf smaken

De composteerbare cups zijn vanaf september verkrijgbaar in vijf smaken. Volgens Buhrmann is er al zicht op meer varianten. “In Frankrijk en Zwitserland worden ze al verkocht. De reacties zijn goed. Hopelijk is die acceptatie in Nederland net zo groot. Wat we terugkrijgen is dat mensen de koffie vooral erg lekker vinden. Dat is het belangrijkste, want het begint altijd met smaak. Een product kan wel duurzaam zijn, maar als het niet lekker is, houdt het snel op. We gaan voor dezelfde Nespresso-kwaliteit, maar dan in een ander jasje.”

De papieren cups zijn zo’n 10 procent duurder dan de aluminium variant. “Dat ligt vooral aan het productieproces. Het materiaal en de innovatie die toegepast is, maakt dat de prijs iets hoger uitvalt. Het kost aardig wat tijd en geld om tot dit product te komen. Daarnaast is het volume van deze nieuwe capsules nog relatief klein.”

Alleen thuis composteren

De papieren capsules mogen alleen thuis op de composthoop of in de moestuin. Daar composteren de cups, afhankelijk van de temperatuur en kwaliteit van compost, binnen 12 maanden. De cups mogen niet bij het GFT-afval worden gegooid. Dit om te voorkomen dat consumenten eraan wennen en vervolgens ook aluminium of plastic cups in de GFT-bak gooien. Daarnaast zijn afvalbedrijven er niet gerust op dat alle typen composteerbaar plastic snel genoeg afbreken in hun composteerinstallaties. Al is dat wel het geval voor de papieren cups, zeggen ze bij Nespresso. “De regels zijn nu eenmaal zo. Dat betekent dat we daar duidelijk over communiceren. We zeggen expliciet dat de cups zijn bedoeld om thuis te composteren. Over een paar jaar is het hopelijk anders. Wat kunnen we met innovaties bereiken zodat de composteerbare capsules in de toekomst wél bij het GFT-afval mogen? Daarvoor werken we veel samen met afvalverwerkers en composteerders. Bij Nespresso geloven we erg in de kracht van samenwerken in de hele keten. Eind vorig jaar hebben we met zeven andere partijen de vereniging Koffiecapsule Recycling Nederland (KCR-NL) opgezet. Samen zijn we goed voor 90 procent van de markt. Het doel is om het hergebruik van grondstoffen uit aluminium koffiecapsules in 2026 te verhogen naar 75 procent. Nu is dat nog maar 25 procent. Het recyclingpercentage van de plastic capsules moet omhoog van 5 naar 60 procent.”

Systeemverandering

Daarvoor is een systeemverandering nodig, zegt Buhrmann. “En dat vraagt om nauwe samenwerking. Met afvalverwerkers en composteerders, maar ook met andere koffiemerken. Op smaak en service willen we concurreren. Maar willen we meer waardevolle grondstoffen uit de capsules terugwinnen, dan moeten we toch echt met elkaar samenwerken.”

Zo investeert KCR-NL in magneten om aluminium te selecteren en infraroodscanners om plastic delen van weggegooide cups uit het afval te vissen. “De markt voor koffiecapsules is groot en het daaruit voortkomende afvalprobleem gaat alle koffiefabrikanten aan. Dat betekent dat we stuk voor stuk gemotiveerd zijn om tot een oplossing te komen. We nemen onze verantwoordelijkheid. Samen maken we een grotere vuist en bereiken we veel meer.”

Lees ook:

Changemaker Impact Diner

Word partner van hét duurzaamheidsnetwerk. Bekijk hier de mogelijkheden.

Hoe Senbis het probleem van plasticvervuiling door kleding gaat oplossen

Jaarlijks produceert de wereld 30 miljoen ton polyester voor kleding. Via wasbeurten en slijtage komt een groot deel daarvan als microplastics terecht in het milieu, in de oceanen en uiteindelijk in vissen, voedsel en ons lichaam. Met het project BIOTTEK wil Senbis een afbreekbaar alternatief voor polyester in kleding ontwikkelen om die grootschalige vervuiling tegen te gaan. Dat doet het samen met een consortium waarin de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), hogeschool NHL Stenden, Wageningen Food & Biobased Research van de WUR en TNO deelnemen. Het consortium investeert 6,6 miljoen euro in de ontwikkeling van een biologisch afbreekbaar polyester. Vorig jaar oktober ontving het een subsidie van 3,3 miljoen euro via het Europese Just Transition Funds (JTF) van de EU. Goedkoop alternatief “Polyester is het meest gebruikte materiaal in onze kleding en groeiende. Dat zorgt wereldwijd voor een gigantisch probleem. Ons belangrijkste doel is dan ook een oplossing vinden voor al die vervuiling met microplastics”, zegt directeur Gerard Nijhoving van Senbis. “De bioplastics die op dit moment op de markt zijn, zijn niet geschikt om een goed garen van te maken om polyester in textiel te vervangen. Een ander veel gebruikt materiaal - katoen - is biobased, maar als je kijkt hoe veel water en pesticiden er nodig zijn om dat te laten groeien, dan is dat nog niet zo duurzaam. Dus moet er een nieuw polymeer komen dat enorm schaalbaar is, zodat je uiteindelijk op het prijsniveau van polyester uit kunt komen. Anders kun je nog niet de enorme marktvraag bedienen.” AI kan helpen Een nieuw plastic (oftewel polymeer) uitvinden en opschalen is tijdrovend en een zaak van de lange adem. Nijhoving wijst bijvoorbeeld op het Nederlandse bedrijf Avantium, dat daar al twintig jaar mee bezig is. Nu pas gaat het bedrijf een grote fabriek bouwen voor zijn FDCA, een grondstof voor PEF. Dat is een volledig plantaardig, plastic alternatief voor PET. Om dat proces te versnellen zet Senbis voor het eerst kunstmatige intelligentie (AI) in. Daarvoor heeft het bedrijf samenwerking gezocht met TNO, dat AI en algoritmes gebruikt om de meest geschikte bioplastics te vinden. Dat werkt als volgt: nu zitten de kennis en de ideeën over nieuwe plastics in de hoofden van wetenschappers en chemici, die dat met trial & error verder onderzoeken. “Maar niemand heeft alle data in zijn hoofd en kan alle correlaties zien. Dat kan AI wel”, zegt Nijhoving. “Wij voeden het model met allerlei relevante polymeren die we al kennen en hun relevante eigenschappen. AI kan alle correlaties daartussen herkennen en kan vervolgens conclusies daaruit trekken en suggesties doen voor nieuwe structuren die precies die eigenschappen hebben die wij willen.” Senbis heeft een R&D-laboratorium voor nieuwe polymeren. Totaal nieuw Dankzij AI kan Senbis dus veel sneller zien of het materiaal op polyester lijkt, biologisch afbreekbaar is en niet te duur is om te maken. De vraag aan TNO kwam volgens Nijhoving precies op het juiste moment. Het kennisinstituut had namelijk net het idee geopperd of het AI kon inzetten bij de ontwikkeling van nieuwe materialen. “De methode om met AI een nieuw type bioplastic te ontwikkelen is totaal nieuw. In de industrie en in de wereld. Als dit lukt, dan hebben we niet alleen met succes een nieuw bioplastic ontwikkeld, maar hebben we ook een nieuwe methodiek ontwikkeld om in de toekomst allerlei innovaties sneller te doen”, zegt Nijhoving. Sneller opschalen Senbis Polymer Innovations - zoals de officiële naam luidt - lost graag problemen met plasticvervuiling op. Het ontwikkelt onder meer biologisch afbreekbare plastics voor netten en touwen voor vissers en mosselkwekers, afbreekbare draden en touwen voor de land- en tuinbouwbouw en afbreekbare korrels voor kunstgrasvelden in de sport. Het bedrijf is eigenlijk een voortzetting van de voormalige R&D afdeling van AkzoNobel op het gebied van garen en vezels. De R&D-activiteiten worden uitgevoerd door Senbis Polymer Innovations BV en sinds 2021 worden de nieuw ontwikkelde producten verkocht door Senbis Sustainable Products BV. Het bedrijf bouwt geen eigen fabrieken, maar ontwikkelt de materialen in zijn R&D laboratoria en testfaciliteiten en laat die door bestaande fabrieken in licentie of via loonproductie maken en op de markt zetten.“We maken gebruik van bestaande fabrieken en grondstoffen die al beschikbaar zijn. Dat beperkt je in je zoektocht, maar dan hoef je geen nieuwe fabrieken te bouwen. Dat duurt namelijk heel lang en kost heel veel geld. Door dat soort randvoorwaarden kun je snel schalen en wordt het snel betaalbaar”, leg Nijhoving uit.Kijk hier om meer te weten over wat Senbis is en doet:https://www.youtube.com/watch?v=hsYF_JPTwjA Eigen expertise De partners in het BIOTTEK-consortium dragen ieder op eigen wijze bij aan het onderzoek. “We hebben ze bij elkaar gezocht vanwege hun unieke expertise”, zegt Nijhoving. Senbis neemt zelf het grootste deel van het onderzoek voor zijn rekening. TNO zorgt dus voor de AI. De RUG is erbij gehaald omdat die een grote chemiefaculteit met veel labcapaciteit heeft en veel onderzoekers die mee kunnen helpen zoeken naar een nieuwe polymeer. NHL Stenden heeft een hybride vakgroep, waarbij studenten op verschillende niveaus onderzoek doen. Bijvoorbeeld naar de recyclebaarheid van het nieuwe biopolyester. De WUR doet onderzoek naar de biologische afbreekbaarheid door bacteriën en schimmels. Dat soort testen duren maanden tot jaren. Omdat alle varianten voor een biopolyester getest moet worden, kan het onderzoek heel lang duren. De WUR heeft daarom speciale reactoren gebouwd, waarin heel veel verschillende monsters tegelijk getest kunnen worden. “Ook dat levert veel tijdsbesparing op”, zegt Nijhoving. In 2030 de markt op De eerste kansrijke materialen voor biopolyester zijn al gevonden, al zitten die nog in de hoofden van de onderzoekers. Nijhoving verwacht dat BIOTTEK eind 2025 de eerste goede kandidaten kan selecteren om op te schalen en de garenkwaliteit te testen op het spinnen. Dat is het doel van BIOTTEK, dat daarmee wordt afgesloten. Het vervolgonderzoek richt zich op het opschalen en het verbeteren van het biopolyester. Daar moeten kledingstukken van gemaakt worden. Daarna zullen nog vele verbeterslagen volgen voordat het materiaal de markt op kan. Nijhoving: “Dan ben je klaar om de wereld te gaan veroveren. Uiteindelijk is mijn streven om in 2030 te kunnen zeggen: dit is het polymeer, dit werkt, dit is schaalbaar. Nu gaan we met de grote industriële partijen kijken of ze de nieuwe biopolyesters in hun fabrieken in licentie op grote schaal kunnen gaan maken. Ik denk dat dit een realistisch tijdspad is. Als dat lukt, is het veel sneller geweest dan wat de typische chemie-start-ups doen.”Vervuiling door microplastic Polyester in kleding is een van de grootse bronnen van vervuiling van microplastics. Uit onderzoek van de universiteit van Plymouth bleek dat bij een wasbeurt van 6 kilo kleding meer dan 700.000 microplastic-vezels in het water terechtkomen. Dat is naar schatting 500.000 ton per jaar. Dat microplastic wordt overal aangetroffen. In de oceanen, maar ook in de verse sneeuw op Antarctica en in het menselijk lichaam. Via vis of schaaldieren eten mensen gemiddeld 11.000 stukjes microplastic per jaar, hebben Gentse wetenschappers uitgerekend. Twee jaar geleden werden ze voor het eerst aangetroffen in menselijk bloed. Om nog maar te zwijgen van alle dieren die vergiftigd of verstikt raken door plastic.Green Chemistry Accelerator Senbis was dit jaar een van de vijf deelnemers aan het Green Chemistry Accelerator programma (GCA) van Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE). Dat platform streeft naar een circulaire chemie met innovatieve technologieën, zonder fossiele brand- en grondstoffen en zonder CO2-uitstoot in 2050. Het GCA-programma is samen met Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) opgezet om start-ups te helpen op te schalen tot een volwaardig bedrijf. Zodat ze proeffabrieken kunnen bouwen, de markt op kunnen en uiteindelijk duizenden tonnen grondstoffen voor gerecycled of biobased plastic kunnen produceren. Innovatiefunnel Hoewel Senbis al wat verder is dan de andere start-ups, wil het net als die bedrijven zijn technologie opschalen en snel groeien. Dan rijzen vragen op als: hoe bouw je een team op in de chemie? Hoe ziet het hele ecosysteem rond je product eruit? Daar heeft Nijhoving veel kennis over opgedaan. Ook stelde hij samen met experts een zogeheten innovatiefunnel op. Het R&D-bedrijf krijgt namelijk veel meer ideeën voor innovaties binnen dan het aankan. “Die moeten we dus filteren. Dan gaan ze de trechter oftewel de funnel in. Onze R&D’ers zijn al snel enthousiast als er een leuk idee binnenkomt waar we technisch gezien mee aan de slag kunnen. Maar je moet ook andere vragen beantwoorden. Is de markt wel groot genoeg? Is er bereidheid extra te betalen voor groene alternatieven? Zitten er geen patenten in de weg? Door zo’n funnel wordt het veel rustiger en kunnen we steeds kritischer zijn. Je kunt niet alles doen. Dat is nu in een proces vastgelegd en dat model heeft GCA ons helpen opbouwen.” Lees ook:Nederlandse start-up maakt van onbruikbaar oud papier en karton grondstof voor bioplastics Bioplastic maken zoals de natuur het bedoeld heeft: deze start-up bewijst dat het kan Deze revolutionaire reactor maakt van afval weer gas en andere nuttige grondstoffen Deze start-up kan plastic uit elektronica en auto’s wél recyclenDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.