Redactie Change Inc. 12 juni 2023, 16:00

Nederland heeft meer kleinschalige elektrolyseprojecten nodig

De waterstofwereld ontwikkelt zich in een razendsnel tempo. Helaas is die snelheid niet overal te merken. Jörg Gigler, directeur TKI Nieuw Gas van de Topsector Energie, constateert dat elektrolyseprojecten die met duurzame elektriciteit waterstof uit water produceren, erg langzaam van de grond komen. En zonder waterstof kan de rest van de keten niet goed worden ontwikkeld. Zou het helpen als we meer kleinschalige elektrolyseprojecten ontwikkelen? Gigler beantwoordt deze vraag met ja en legt dat in deze column uit.

Adobe Stock 570205220 De ambitie van Nederland is om in 2030 3 tot 4 gigawatt aan elektrolyseprojecten te realiseren. | Credits: Adobe Stock

Dit is een gastbijdrage van Jörg Gigler – directeur TKI Nieuw Gas van de Topsector Energie

Momenteel hebben we in Nederland slechts enkele demonstratieprojecten voor elektrolyse, te weten de elektrolyser van HyStock in Zuidwending (1 megawatt) en die van Alliander en GroenLeven in Oosterwolde (Sinnewetterstof, 1,4 megawatt). Daarnaast zijn er kleinere testopstellingen van enkele honderden kilowatt. In het PosHydon-project wordt door Neptune Energy en partners een elektrolyser van 1 megawatt getest op een offshore-platform. Qua productie is dat allemaal nog wat magertjes – overigens om begrijpelijke redenen, maar toch.

Planning op papier

Als we naar de planning van projecten kijken, ziet het er op papier heel goed uit. Zo wordt in het H2Hollandia-project een elektrolyser van 5 megawaat in Nieuw-Buinen gerealiseerd. De bedoeling is dat het project in het tweede kwartaal van 2024 gereed is. In het kader van de IPCEI tweede golf (IPCEI staat voor Important Projects of Common European Interest, een Europees subsidieprogramma) zijn zeven projecten gehonoreerd, in grootte variërend van 100 tot 250 megawatt aan elektrolyse. Voor deze projecten is bijna 800 miljoen euro aan subsidie vrijgemaakt. Shell, de partij achter de 200 megawatt elektrolyser ‘Holland Hydrogen One’ is als eerste met de bouw begonnen, de rest wacht nog af.

De ambitie (geen doel) van Nederland is om in 2030 3 tot 4 gigawatt aan elektrolyseprojecten te realiseren en indien mogelijk zelfs 6 tot 8 gigawatt in het begin van de jaren dertig. Daar zijn we nog lang niet, alhoewel de pijplijn goed gevuld lijkt. Naast alle concrete plannen zijn er ook nog allerlei plannen en visies over de ontwikkeling van waterstofprojecten naar gigawattschaal rond 2030, zoals HyNorth in Noord-Nederland.

Opschaling: omvang of aantallen?

Voor het bereiken van de ambitie voor 2030 is schaal nodig. Met kleine projecten komen we er dan niet. Door te bouwen aan projecten in de ordegrootte 100-250 megawatt uit de IPCEI-regeling, die allemaal zo rond 2026-2028 klaar moeten zijn, bereiden we de weg voor om naar gigawattschaal door te groeien. Daar zit een logica in, maar hierin schuilt ook een aantal grote risico’s. Al deze projecten zijn namelijk enorm kapitaalintensief en ondanks de investeringssubsidie moet er een hoop privaat geld bij. Ook moet de waterstof afgezet kunnen worden tegen een prijs die de kosten dekt, zelfs met steun van een subsidie per geproduceerde kilogram.

Deze grote projecten hebben daarnaast behoefte aan heel veel duurzame elektriciteit, vooral van offshore-wind, die nu in ontwikkeling is, maar mogelijk niet op tijd in voldoende mate beschikbaar is. Vanwege de omvang en het gebrek aan ‘bewijs’ is het bevoegd gezag terughoudend met het verlenen van vergunningen. Ter vergelijk: de grootste Europese projecten die gerealiseerd zijn, hebben een omvang van 10-20 megawatt.

Alles in huis voor succes

De technologie is dus op weinig plekken waar ook ter wereld op deze schaal gedemonstreerd. En de technologie is helaas afkomstig van een klein aantal buitenlandse partijen die nu de opdrachten krijgen voor de realisatie van deze installaties, ook in Nederland. De zeven IPCEI-projecten zijn uniek en dragen bij aan de wereldwijde inspanningen om op te schalen. Daar moeten we vooral in mee blijven doen, want Nederland heeft zo’n beetje alles in huis om succesvol te zijn op dit vlak: offshore-wind, aanlanding van elektriciteit, waterstofinfrastructuur, industrieclusters, maakindustrie enzovoort.

Small is beautiful

Tegelijkertijd is het noodzakelijk om meer kleinere projecten te ontwikkelen, in de ordegrootte van 2-5-10 megawatt. Waarom? Die projecten kunnen waarschijnlijk veel sneller gerealiseerd worden, omdat vergunningen eerder kunnen worden verleend. Deze projecten zijn, alhoewel duur, veel minder kapitaalintensief. Door de schaal is het waarschijnlijk makkelijker om de geproduceerde waterstof lokaal af te zetten, bijvoorbeeld in de mobiliteit, de lokale industrie en het MKB (het zogenaamde zesde cluster). Daarmee bouwen we aan een gestage stroom van projecten waarmee we lokale en regionale markten kunnen ontwikkelen en kennis en expertise in Nederland kunnen opbouwen. En deze projecten lenen zich ontzettend goed voor het testen en demonstreren van innovaties.

Er is nog een zeer belangrijk argument voor kleinere projecten: ze bieden namelijk een kans voor de maakindustrie om innovatieve Nederlandse producten die in de keten nodig zijn, van productie van waterstof tot en met het eindgebruik, te ontwikkelen en demonstreren. De kans is namelijk klein dat dit gaat lukken in de grote projecten, simpelweg omdat daar wordt gekozen voor bewezen technologie met partijen die grootschalig kunnen leveren en waarbij zo weinig mogelijk risico’s worden genomen. Daar is vooralsnog maar weinig ruimte voor de Nederlandse maakindustrie.

Keuzes maken of duizend bloemen laten bloeien?

Een relevante vraag is dan waar we als Nederland op moeten inzetten? Er wordt vaak gepleit voor het maken van keuzes maar in dit geval is het slim om beide wegen te bewandelen. Inzetten op grote 100+ megawatt elektrolysers om schaal te generen, gekoppeld aan offshore-windparken en toepassing in de industrie(clusters). Dat is een traject van langere adem. En tegelijkertijd inzetten op een hele reeks kleinere projecten, gekoppeld aan wind- en zonneparken op land, waarbij lokale markten worden bediend, snel kan worden geleerd en de Nederlandse maakindustrie haar rol kan nemen en zich zodanig kan ontwikkelen dat zij in de toekomst ook grote projecten aan kan. Het is verder van belang dat het innovatie- en demonstratie-instrumentarium hier ruimschoots ondersteuning aan geeft. Daarbij moeten we niet strenger zijn dan ons omringende landen, maar de Nederlandse maakindustrie in de volle breedte faciliteren!

Duizend bloemen laten bloeien is wat veel van het goede, maar we doen er verstandig aan om in ieder geval deze twee bloemen goed te verzorgen en tot wasdom te laten komen zodat ze de energietransitie in de volle breedte kunnen opfleuren.

Waterstofkaart

Op de nieuwe waterstofkaart van waterstofconsortium Missie H2 en TKI Nieuw Gas (Topsector Energie) staan alle actuele waterstofprojecten in Nederland. Hier kun je zien hoe de Nederlandse waterstofmarkt zich ontwikkelt. Nu en in de toekomst.

Lees ook:

Amerikaans bedrijf haalt CO2 uit zeewater en maakt groene waterstof

Zo’n 30 procent van de jaarlijkse CO2-uitstoot wordt geabsorbeerd door oceanen, weet Equatic. Het bedrijf gebruikt een techniek die de opgeslagen CO2 uit het water haalt, waarbij groene waterstof vrijkomt. Meer dan een wetenschappelijk experiment “Verhoudingsgewijs bevat oceaanwater 150 keer meer CO2 dan de lucht. Het is daarom veel effectiever om CO2 uit oceaanwater te verwijderen dan uit de lucht”, vertelde Gaurav Sant, oprichter en directeur van Equatic eerder. Sant is naast oprichter van Equatic ook professor civiele en milieutechniek en directeur van het UCLA’s Institute for Carbon Management. Onderzoekers van dat instituut ontwikkelden het nieuwe elektrolyseproces. De methode die Sant ontwikkelde, is meer dan een wetenschappelijk experiment. Met Equatic brengt hij de theorie in praktijk. CO2 uit zeewater wordt groene waterstof Het proces werkt als volgt: het zeewater stroomt door een buis naar een tank. Daar splitst een elektrolyser het water in waterstofgas en zuurstofgas. De CO2 wordt gemineraliseerd – dat betekent dat de CO2 verandert in gesteente. Nadat de CO2 is afgevangen, wordt het opgeslagen in ondergrondse, lege gas- en olievelden, of zoutformaties. Wat overblijft is CO2-arm water. Het waterstofgas wordt afgevangen en kan worden gebruikt als groene brandstof. Het zuurgehalte in het water is hoger dan eerst, en daarom lost Equatic er een alkalisch gesteente in op. Daardoor blijft de natuurlijke samenstelling intact. “Het zeewater dat in de oceaan wordt geloosd is net zo schoon als toen het uit de oceaan is gehaald”, schrijft Equatic. Het enige verschil is dat er minder CO2 in het water zit. Het Amerikaanse bedrijf heeft een vijfjarige overeenkomst gesloten met luchtvaartbedrijf Boeing. Equatic zal voor Boeing 63.000 ton CO2 afvangen en 2.100 ton groene waterstof produceren. De hoeveelheid verwijderde CO2 is ook meetbaar 'tot op de gram', zegt Equatic tegen Forbes. Dat is belangrijk vanwege de groeiende scepsis rond CO2-compensaties, zoals de projecten die gecertifieerd zijn door Verra. 100 kilo CO2 per dag Equatic draaide een pilot in Los Angeles. Daar werd 100 kilo CO2 per dag uit de oceaan gehaald, waarbij er een paar kilo groene waterstof vrijkwam. Een grotere testfabriek wordt eind volgend jaar geopend in Singapore. Daar moet jaarlijks zo’n 3.500 ton CO2 worden afgevangen. Het is de bedoeling dat tegen 2030 grote fabrieken in staat zijn om jaarlijks 1 miljoen CO2 te verwijderen en 35.000 ton waterstof te produceren. Meer lezen? 'Het potentieel van CO2 compenseren is gigantisch' ‘CO2-compensatie is geen get out of jail free-card’Steeds meer bedrijven compenseren hun CO2-uitstoot