Romy de Weert 11 april 2023, 11:00

'Elektrisch rijden wordt makkelijker zonder administratief gedoe'

Wat doe je als kleine ondernemer met alle laad- en tankadministratie van je medewerkers? MKB Brandstof heeft daar een antwoord op. “Met één pas bieden we gemak en rust bij de ondernemer. Bovendien kan het een hoop geld besparen.”

MKBB product 1 MKB Brandstof maakt elektrisch rijden zo makkelijk mogelijk. | Credits: MKB Brandstof

De kleine ondernemer kent het probleem: tientallen bonnetjes van tank-, laad-, of parkeeracties dwarrelen door het kantoor. Onleesbaar of kwijt? Dan loop je geld mis. “We maken het voor kleine ondernemers makkelijk om betalingen onderweg te doen en die administratief te verwerken, door een tank- of laadpas aan te bieden. Laden, tanken, parkeren en andere zaken zoals carwash kan dan allemaal met één pas. Daarmee bieden we ondernemers rust en gemak”, zegt Jochem Paarlberg, betrokken bij productontwikkeling van MKB Brandstof.

Schoenendoos vol met bonnetjes

Hoe dat er in de praktijk uitziet? “Stel, je bent ondernemer en hebt tien medewerkers in dienst. Als je een auto least of koopt voor jezelf of je medewerkers, dan maak je daarmee kosten. Je betaalt voor parkeren, laden en tanken en dat levert iedere keer een bonnetje op. Het is de taak van de ondernemer om al die bonnetjes te verzamelen voor de administratie.”

Volgens Paarlberg hebben ondernemers helemaal geen zin en tijd om zich met dit soort zaken bezig te houden. “Als ondernemer wil je werken aan je bedrijf. Je wilt niet bezig zijn met administratief gedoe. Wij bieden deze ondernemers gemak en rust.”

Naast tankpas nu ook laadpas

In eerste instantie richtte MKB Brandstof zich op de benzinerijder. Met een speciale tankpas kunnen ondernemers alle administratie op één factuur laten zetten. “Drie jaar geleden zijn we begonnen met het aanbieden van de laadpas en een laadpaalabonnement”, zegt Paarlberg. “We willen ondernemers stimuleren om de overstap te maken naar elektrisch rijden. Als we alles zo makkelijk mogelijk maken, zijn mensen eerder geneigd die overstap te maken.”

Met de laadpas kunnen elektrische rijders in Nederland laden tegen een vast tarief. En dat is bijzonder. “Normaal gesproken weet je bij openbare oplaadpunten van tevoren niet tegen welk tarief je laadt. Wij hanteren een vast tarief, zodat het voor de ondernemer geen verrassing is hoeveel de laadbeurt kost.”

Laadpaal huren

Daarnaast biedt de onderneming een laadpaalabonnement aan zzp’ers en mkb’ers. “Daarin zijn we uniek”, vult Kristiaan Versteeg aan. Hij richt zich vanuit MKB Brandstof op de laadpalendienstverlening. “Kleine ondernemers kunnen bij ons een laadpaal huren die we komen installeren en onderhouden. Dat biedt gemak.”

Drempel overstappen

“Onze klanten zijn vaak geen twintigers meer – een groep die vaak meer openstaat om elektrisch te rijden. Een fossiele auto is voor de meeste autogebruikers straight forward: je weet hoe het werkt. Bij elektrische auto’s laad je niet wanneer je accu leeg is, maar wanneer het uitkomt, zoals thuis of op je werk. Je hebt het over kilowattuur en niet meer over benzine- of dieselprijzen. Het is gewoon anders, en voor een grote groep mensen is dat een drempel”, zegt Paarlberg.

Paarlberg en Versteeg zien dat mensen met argumenten komen waarom elektrisch rijden niet aantrekkelijk is. “Een beperkte actieradius is de voornaamste reden die we horen”, zegt Paarlberg. “Maar dat is goed te weerleggen: steeds meer elektrische auto’s kunnen een grotere afstand afleggen. Je kunt er makkelijk je dagelijkse ritten mee rijden.” Daarnaast ziet Paarlberg dat een deel van de ondernemers in busjes rijdt. “Daar zijn weinig elektrische alternatieven voor, hoor ik regelmatig. Maar ook die markt groeit. Het aanbod voor elektrische busjes wordt steeds groter.”

Markt voor tweedehands elektrische auto’s

Dan blijft er nog één tegenargument over. “Kleine ondernemers kopen vaak een tweedehandsauto. Een nieuwe is simpelweg al snel te duur. Het is een feit dat de markt voor tweedehands elektrische auto’s nog niet groot is.” Dat is volgens de Paarlberg en Versteeg het enige argument dat niet te weerleggen is.

“Maar”, zegt Versteeg, “we kunnen wel zo veel mogelijk doen wat binnen onze macht ligt om elektrisch rijden aan te jagen. Dat doen we door mensen zo goed en volledig mogelijk te informeren én elektrisch rijden toegankelijk te maken.”

Toekomstplannen

“We bieden een totaalpakket”, vult Paarlberg aan. “Het bespaart mensen tijd en geld Bovendien weten klanten die een laadpas van ons gebruiken dat wij voor alle stroom die ze afnemen een certificaat met Garantie van Oorsprong (GvO) kopen. Dat betekent dat alle stroom die wij leveren in Nederland geproduceerde is uit hernieuwbare bronnen.” Toekomstplannen zijn er ook voor MKB Brandstof. “Het wordt steeds interessanter om een grotere rol te spelen in de elektriciteitsmarkt. Met elektrische auto’s kunnen we in de toekomst helpen het net te balanceren”, zegt Paarlberg.

Meer lezen?

Pakweg 3 miljard mensen koken nog altijd op open vuur. Hoe verander je dat?

Eigenlijk was Anne Osinga in Tanzania om een product tegen malaria te ontwikkelen. Eenmaal daar stuitte hij op een ander probleem: hoe mensen daar koken. “Ik zag nog steeds drie stenen op de grond liggen met daartussenin wat takjes. Ik was op de hoogte van het aantal malariaslachtoffers per jaar, namelijk 600.000. Wat ik niet wist, is dat koken op open vuur veel meer slachtoffers maakt.” Waarom koken op open vuur een probleem is Koken op open vuur is slecht voor de gezondheid. Jaarlijks sterven zo’n 4,3 miljoen mensen aan de effecten van luchtvervuiling in huis, blijkt uit cijfers van de World Health Organisation. Bovendien kost het verzamelen van hout en het koken zelf zoveel tijd, dat voornamelijk vrouwen er een dagtaak aan hebben en daardoor niet kunnen werken. Ook voor het milieu is koken op open vuur problematisch. Tijdens het bereiden van maaltijden komt veel fijnstof vrij. Doordat mensen hout gebruiken om op te koken, is er sprake van grootschalige houtkap in veel Afrikaanse landen. In de grotere steden, waar mensen geen hout kunnen sprokkelen, wordt op iedere hoek van de straat houtskool verkocht. Houtskool is zeer inefficiënt: voor één kilogram houtskool is 8 tot 10 kilogram hout nodig. Bovendien is het voor veel mensen onbetaalbaar, zeker nu overheden deze vervuilende brandstof aan banden willen leggen. Kookstoof op biomassa En zo kwam Osinga vanuit Tanzania terecht in de wereld van kooktoestellen. Hij richtte het bedrijf Mimi Moto op, wat ‘mijn vuur’ betekent in het Swahili. Met het team in Amsterdam ontwierp hij een kookstoof, geïnspireerd op een kooktoestel van Philips. Het toestel van Mimi Moto werkt op biomassa. Dit kan van alles zijn, licht Osinga toe. “Bijvoorbeeld gepelletiseerde biomassa, dat is zaagsel wat is samengeperst tot kleine brokken. In de kookstoof kunnen ook afvalstromen zoals de schillen van kokosnoten, hazelnoten en palmolie. Als het maar hard is en er gassen inzitten.” De Mimi Moto verwarmt en vergast de gassen die in de biomassa zitten. Wordt er genoeg zuurstof toegevoegd, komt het tot ontbranding. Door zogenoemde hitteschilden gaat de warmte niet opzij, maar omhoog. Dit maakt de Mimi Moto efficiënt. Een kleine ventilator in het toestel zorgt voor een schone verbranding. De ventilator werkt op een batterij die kan worden opgeladen met zonne-energie. In vergelijking met een traditioneel vuurtje bespaart de kookstoof zo’n 5.000 kilogram CO2-uitstoot per jaar. Osinga vertelt waarom de keuze voor een kookstoof op biomassa een makkelijke was. “Landen zoals Bangladesh, India en Afrika hebben één ding niet, en dat is gas in de grond. Dit moet geïmporteerd worden en zal altijd duur blijven. Onze drijfveer is om iets te bedenken waarbij ze hun lokale biomassastromen kunnen gebruiken. Importeren is dan niet nodig. De valuta blijft zo in de lokale economie, waardoor er in zo’n land geldstromen en banen kunnen ontstaan.” Het toestel van Mimi Moto werkt op biomassa. Dit kan van alles zijn: van hout tot schillen van kokosnoten.Omschakelen Na lang ontwerpen en testen presenteerde het team van Mimi Moto trots hun kookstoof: een toestel met weinig emissies en een efficiënt brandstofverbruik. “We hebben het voor elkaar, dachten we. We gaan impact maken. Maar de orders bleven uit”, vertelt Osinga. Inmiddels weet hij waarom. Door een nieuw product in de markt te zetten, wordt een bestaand probleem niet zomaar opgelost. Osinga: “De mensen die dat ding moeten gaan gebruiken, gaan niet van de een op andere dag hun gewoontes veranderen. Ze moeten worden geholpen met die ommezwaai.” De brandstof speelt hierbij een grote rol. “In landen waar koffie en cacao worden verbouwd, moet men weten hoe waardevol die reststromen zijn. Dat daarop gekookt kan worden en het dus niet nodig is om hout te kappen of duur houtskool te kopen. We starten ook projecten waarbij mensen leren om lokaal pellets te maken. Hoe complex dat is, ligt aan het soort biomassa. Het is super eenvoudig om van rijstvliesjes, een bijproduct van de rijstproductie, pellets te maken. Mensen kunnen die pellets weer gebruiken om op te koken en te verhandelen.” Kookgewoontes De stap van traditioneel naar een modernere manier van koken is groot en niet zomaar gezet. Een vreemdeling uit Nederland is ook niet de juiste persoon om te vertellen hoe dat moet, vindt Osinga. Daarom werkt hij samen met de lokale distributeurs. “In kooksessies demonstreren mensen die enthousiast zijn over de Mimi Moto hoe het werkt en wat de voordelen zijn. Op deze manier kom ik erachter waar de lokale bevolking nou behoefte aan heeft. Dit verschilt per land. In India bakken ze bijvoorbeeld veel brood. Daar vonden ze de Mimi Moto maar een rotding, omdat het brood nogal eens verbrandde. We hebben toen een accessoire gemaakt waardoor het brood minder dicht op het vuur zat. Toen vonden de mensen het ineens een topuitvinding. In Nepal kan het best koud zijn, dus voor die markt hebben we een heater ontwikkeld zodat het kooktoestel ook een verwarming kan zijn.” De lokale distributeurs zorgen indien gewenst ook voor de brandstoffen van de kooktoestellen en voor reparatie als er een pootje afbreekt of een onderdeel kapot gaat. Een vrouw bereidt haar maaltijd op de kookstoof van Mimi Moto.Niet doneren, maar verkopen Tot nu toe zijn er zo’n 60.000 kooktoestellen van Mimi Moto in gebruik. Osinga kiest er bewust voor om de kookstoven niet te doneren, maar te verkopen. “Als er geen gezond businessmodel is, dan wordt het niks”, legt hij uit. De kostprijs van de kooktoestellen moet uiteraard betaalbaar zijn. De ervaring leert bovendien dat mensen bereid zijn om voor de Mimi Moto te betalen. Osinga vertelt over een vrouw in Tanzania die voor de eerste keer de kookstoof gebruikte. “We zetten het toestel neer, staken het aan, en na een paar minuten tijd zei ze al dat ze het wilde kopen. Ze vertelde dat ze geen tranende ogen meer had, dat ze het veel sneller kon aansteken en afvalstromen kon gebruiken. Ze had de voordelen snel in de gaten. De financiering bleek niet zo’n probleem, het geld kon geleend worden bij familie en kennissen. Als mensen overtuigd zijn van het product, is de wil er om te betalen”, aldus Osinga. Zijn de financiële middelen niet beschikbaar, dan kan het kooktoestel ook in bruikleen worden genomen. De mensen mogen er wel op koken, maar zijn geen eigenaar. Of er wordt een constructie opgetuigd waarmee een hoge brandstofprijs wordt gerekend, en op die manier wordt het toestel afbetaald. “Door de verschillende financieringsmogelijkheden kunnen toch veel mensen aanspraak maken op een Mimi Moto en kunnen zij schoner koken. Dat is het uiteindelijke doel.”Dit schreven we eerder over koken:Helft Nederlandse huishoudens kookt niet meer op gasDeze chef-koks koken met een schort dat CO2 opvangt tijdens het kokenNieuwe manier om water te koken