Om zijn middel zijn een stofzuiger en een leeg melkpak gebonden, aan zijn arm bungelen statiegeldblikjes. In totaal heeft het levende afvalstandbeeld 7,5 kilo afval op zijn lichaam: evenveel als de gemiddelde Hagenees in een week produceert.
De levende standbeelden staan er om afval ‘letterlijk op een voetstuk te zetten’. Dat is het uitgangspunt van Droppie, dat vandaag vier nieuwe recyclewinkels opent in Den Haag.
In de winkel is afval letterlijk geld waard: de consument krijgt betaald voor alle ingeleverde elektronica, textiel, plastic verpakkingen, drankkartons en frituurvet en kookolie. Kinderen grissen enthousiast producten van het lichaam van de man en rennen naar binnen om die in te leveren.

De levende standbeelden voor het nieuwe filiaal van Droppie. | Credits: Floor Besuijen
Twintig recyclewinkels van Droppie
Een jaar geleden opende Droppie haar eerste winkel in Amsterdam, met de vier Haagse vestigingen erbij zijn het er inmiddels tien. Daarmee zit het bedrijf in elk van de vier grote steden van Nederland. Aan het einde van het jaar moet het aantal winkels zelfs nog zijn verdubbeld. Opvallend, vooral omdat de trend in steden juist lijkt te zijn om de consument zo min mogelijk zelf te laten recyclen.
Maar het idee dat gemeenten het dan zelf wel doen, blijkt niet helemaal te kloppen. Zo recyclet de gemeente Amsterdam, die in 2021 stopte met het apart inzamelen van plastic, slechts 25 procent van de totale hoeveelheid afval.
Niet elke gemeente maakt die cijfers openbaar, al zegt de Haagse wethouder Arjen Kapteijns tijdens de opening van de Droppie-winkels wel dat ‘Den Haag nog ver is van waar het moet zijn’.
De recycling die wel plaatsvindt na uitsortering, is bovendien meestal laagwaardig, aldus Stef Traa, co-founder van Droppie. ‘Omdat het al vervuild is, kan een voedselverpakking nooit meer een nieuwe voedselverpakking worden. Dat heeft te maken met strenge eisen. Daarmee halen gemeenten de recycledoelen niet.’
Door afval te scheiden bij de bron wil Droppie wel hoogwaardige recycling mogelijk maken. Slechts 3 procent van het door de startup ingezamelde afval zit in een afvalstroom waar het eigenlijk niet thuishoort. Traa: ‘Dat komt vooral door ons directe contact met mensen. In de winkels en in onze app kunnen we hen vertellen wat er bijvoorbeeld wel en niet bij het plastic hoort. Voor de gemeente is dat onmogelijk.’
De gemeente Amsterdam koos er enkele jaren geleden juist voor om inwoners plastic niet meer zelf te laten scheiden, omdat Amsterdammers niet efficiënt genoeg waren.
Partners betalen voor ingezameld afval
Droppie heeft een business gemaakt van datgene waar de gemeente afhaakte: mensen aanmoedigen om zelf afval te scheiden. De gemeente is overigens wel een belangrijke partner, maar financiert niet mee. In plaats daarvan probeert het bedrijf zelfstandig een rendabel verdienmodel te bouwen. Traa: ‘Dat 85 procent van ons materiaal hoogwaardig gerecycled kan worden, maakt het heel interessant voor producenten die meer recycled materiaal willen of moeten gebruiken.’
Droppie heeft partners gevonden die betalen voor het ingezamelde afval. Deels vanuit eigen duurzaamheids- dan wel imagodoelstellingen, deels omdat ze onder de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) wettelijk verantwoordelijk zijn of worden voor de inzameling en verwerking van wat ze produceren. Verpact, dat verpakkingen inzamelt en recyclet namens producenten, is bijvoorbeeld zowel medefinancier als afnemer van Droppie.
Een kleinere inkomensstroom voor Droppie is de retail: in enkele winkels verkoopt de startup ook duurzame producten. Daarnaast werkt het bedrijf aan een datapropositie door al het ingeleverde materiaal te digitaliseren.

De ‘dropbot’ neemt het afval in en weegt het af. | Credits: Droppie
15 cent voor een kilo plastic
Droppie-klanten krijgen op hun beurt betaald voor wat ze inleveren: 20 cent voor een smartphone of laptop, 10 tot 15 cent voor een kilo textiel, plastic verpakkingen en drankkartons of frituurvet. Dat is niet per se de waarde van een product, maar vooral een beloning voor het inleveren, vertelt een medewerker. In de rij voor de ‘dropbot’ die het afval inneemt staat een man met een doorzichtige zak vol plastic afval. ‘Dat is bijna een kilo’, wijst Traa.
De vraag rijst of consumenten voor die paar cent hun afval komen inleveren. ‘Nee’, weet ook Traa. ‘Maar het gaat de meesten niet om het geld. Natuurlijk zijn er mensen die op zoek gaan naar blikjes en die hier komen inleveren, maar het gros van de mensen komt hier gewoon omdat ze het prettig vinden om hun steentje bij te dragen.’
Zelf woont Traa in Amsterdam. ‘Toen ik geen plastic meer kon scheiden, vond ik dat heel vervelend’, herinnert hij zich. In Den Haag is de hoop gevestigd op mensen met dezelfde overtuiging. ‘De gemeente is pas twee jaar geleden gestopt met het apart inzamelen van afval. Je ziet dat mensen het nog steeds gewend zijn om hun afval te scheiden. Die behoefte vullen wij in.’
Inclusief statiegeld tellen de filialen samen ruim zestigduizend ‘drops’. De app, die je nodig hebt als je iets wilt inleveren, heeft ruim 21.000 gebruikers.
Om de drempel te verlagen zoekt Droppie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld milieustraten, locaties op centrale plekken waar mensen toch al komen. Hier in Den Haag bijvoorbeeld naast de Hoogvliet. Ook zitten er in elke winkel pakketkluizen van bijvoorbeeld PostNL, DHL en VintedGo.
‘Afhankelijk van je koopgedrag ben je daar al snel één, twee keer per week. Dan kun je net zo goed even je afval hier droppen’, vindt Traa. Bijkomend voordeel is dat het ook zwerfafval tegengaat. Droppie neemt bijvoorbeeld ook platte blikjes in.
Afval als businesscase
De eerste locatie van Droppie draait inmiddels break-even. Ook voor nieuwe locaties is het doel om binnen een jaar op dat punt te komen. Over winstgevendheid heeft Traa het nog niet. ‘Dat is nog niet realistisch in deze fase’, vindt hij. ‘We zijn amper een jaar oud. Voor winst heb je volume nodig, en dus gedragsverandering. Dat kost tijd. We willen nu vooral laten zien dat afval een goede businesscase kan zijn.’
Dat dat het is, weet hij vrijwel zeker. ‘Mensen weten ons steeds beter te vinden, ook in de winkels die pas net open zijn. We hebben hier in zes weken al een derde van de jaaropbrengst in Amsterdam aan plastic ingezameld. Den Haag is klaar voor Droppie.’




