Sabine Sluijters 04 januari 2022, 08:00

Met je kantoorpand van F naar A, hoe doe je dat?

Voor 2023 moeten alle kantoren energiezuinig zijn. Zijn ze dat niet, dan is het pand niet langer verhuurbaar als kantoor. Een pittige maatregel die door velen over het hoofd is gezien. Want driekwart van de kantoren heeft nog niet het benodigde label C. Is dit op korte termijn in te halen en hoe pak je dat aan?

Zonnepanelen op het dak bij Kredietbank Leeuwarden Zonnepanelen leveren een grote bijdrage aan een beter energielabel

Je kent ze waarschijnlijk wel van je wasmachine of de stofzuiger: energielabels. A++++ is heel energiezuinig en dus goed voor het milieu, G is zeer onzuinig en niet duurzaam. Vergelijkbare energielabels zijn er ook voor kantoren. Vanaf januari 2023 moet elk kantoor minimaal energielabel C hebben. Anders mag het pand niet langer als kantoor gebruikt worden. Dat staat in het Bouwbesluit van 2012.

Zaak dus om snel stappen te zetten als eigenaar van een kantoorpand. En eenmaal aan de gang kan het snel gaan. “We zijn in vier maanden van label D naar label A gegaan”, zegt Hans Zandleven. Als hoofd informatiemanagement en facilitair bij de Kredietbank in Leeuwarden begeleidde hij de verduurzaming van het kantoor. “Het gebouw is uit 1992 en de meeste installaties waren nog authentiek. Daar was dertig jaar niks aan gedaan.”

Kredietbank

De oorspronkelijke ambitie van de Kredietbank was om voor 2023 van label D naar label C te komen. In 2030 moest het pand dat de bank in eigendom heeft, een label A hebben. Maar dat liep anders. “We hebben een labelverbeterplan gemaakt waar 15 maatregelen uitkwamen”, zegt Lauwers. “Toen hebben we gekeken wat qua label het meeste effect had en samenviel met ingrepen die toch al moesten gebeuren. Zo kan je met minimale kosten toch het juiste label halen.”

Een label wordt bepaald aan de hand van een programma waarin je alles invoert: de isolatie, de dikte van het glas, of je een gasketel hebt, of je koeling of zonnepanelen hebt. Dat geeft veel inzicht. “Vaak wordt bijvoorbeeld gedacht dat zonnepanelen veel doen, maar dat valt ten opzichte van sommige ander maatregelen tegen als het om het effect op het label gaat. Warmteterugwinning daarentegen helpt enorm, zeker in combinatie met een warmtepomp op de luchtbehandeling. Daarmee bespaar je veel gas, dat zijn de beste stappen. Verlichting ook en helemaal als je er een daglichtregeling aan koppelt en aanwezigheidsdetectie. Dan maak je echt forse stappen.”

Trias energetica

Hoe je van een label G naar label C komt is erg afhankelijk van de installaties in het gebouw. Maar het begint allemaal met isoleren. “Dat is de trias energetica”, zegt Lauwers. “Wat je niet verliest, hoef je ook niet op te wekken.” Maar dat is vaak ook het meest kostbaar. Daarnaast is met het aanpassen van installaties veel mogelijk zonder extreme bouwkundige ingrepen. We kijken altijd met de opdrachtgever samen wat al op de planning stond om te vervangen. Vaak is het mogelijk om met een beetje extra investering een duurzame variant te installeren. En dat levert uiteindelijk veel meer op. “Bij de Kredietbank bijvoorbeeld hebben we de koelinstallaties op het dak vervangen door warmtepompen. Daardoor kan alles wat alleen voor koeling was nu ook individueel verwarmen. Dat verhoogde het comfort en verminderde het gasgebruik aanzienlijk want je hebt de gewone verwarming bijna niet meer nodig”, zegt Lauwers. “En dat kan zomaar een label schelen.”

68 Zonnepanelen

Zo bleken bij de Kredietbank niet eens alle vijftien stappen noodzakelijk. “Het vervangen van de ramen was uiteindelijk niet nodig omdat we al op A+ bleken te zitten”, zegt Zandleven. De verduurzaming kostte al met al 1,5 ton. Het moeilijkste van het traject was de timing, zegt Zandleven. “We hebben in een week tijd het dak vervangen, geïsoleerd, warmtepompen geïnstalleerd en 68 zonnepanelen geplaatst. Om dan te zorgen dat niemand elkaar in de weg loopt is wel een logistieke uitdaging.” Hoewel het kantoor nog niet geheel zelfvoorzienend is, wekt het in de zomermaanden regelmatig meer energie op dan het zelf verbruikt. “Ik denk dat we ongeveer de helft van onze energieverbruik uit de zonnepanelen halen”, zegt Zandleven. Daarnaast is het energieverbruik gehalveerd en is de temperatuur overal in het pand veel gelijkmatiger waardoor het klimaat aangenamer is. “Maar het belangrijkste is dat we in korte tijd het pand hebben kunnen verduurzamen en onze footprint hebben verkleind.”

Wat maakt de financiële sector waar van zijn duurzame ambities?

Twee jaar terug ondertekende een groot deel van de Nederlandse financiële sector een klimaatcommitment. Daarmee committeerden financiële instellingen zich aan het terugdringen van de uitstoot van CO2. Samen beheren de aangesloten financiële partijen een vermogen van zo'n 3.000 miljard euro. Dat is ruim 3,5 keer zoveel geld als Nederland in één jaar (2020) verdient. Kortom, met zo'n vermogen valt wel een deuk in een pakje boter te slaan. Voortgang financiële sector Onlangs kwam de eerste voortgangsrapportage uit. In een webinar van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord werden de ontwikkelingen besproken. “Het commitment is uniek in Europa”, zegt Femke de Vries. De Vries is voorzitter van de Commissie Financiële Sector Klimaatcommitment. Die commissie is in het leven geroepen om de voortgang in de gaten te houden. Zij is positief: 89 procent van de financiële instellingen bracht het CO2-gehalte van een deel van de financieringen en beleggingen in kaart. Daarnaast stelde 51 procent van de ondertekenaars al actieplannen op om bij te dragen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Rapporteren over CO2-gehalte Rens van Tilburg van Sustainable Finance Lab heeft het voortgangsrapport ook gelezen. Hij benoemt een aantal pijnpunten. Tijdens het webinar gaat het er steeds over dat bijna 90 procent van de instellingen rapporteert. “Maar eigenlijk is het 90 procent rapporteert iets”, aldus Van Tilburg. Daarmee benadrukt hij de grote verschillen tussen financiële instellingen nogmaals. De verschillen ontstaan onder andere doordat zij zelf mogen bepalen wat zij als relevant zien. Vervolgens rapporteert een minderheid de CO2-uitstoot van al deze zelfbenoemde relevante onderdelen. Zo is er een financiële instelling die over 94 procent van de portefeuille rapporteert, maar zijn er ook partijen die op minder dan 20 procent uitkomen.Wat ook opvalt is dat staatsobligaties, private equity en vastgoed minder vaak onderdeel uitmaken van de CO2-rapportage. ‘Veel instellingen vinden deze activaklassen (nog) niet relevant door gebrek aan data en meetmethoden’, zo staat in het rapport. Tegelijkertijd zijn er ook instellingen die deze klassen wel als relevant bestempelen en hier zelfs over rapporteren. Uit die rapportages blijkt dat juist die onderdelen een grote bijdrage leveren aan het totale CO2-gehalte. Daarover rapporteren kan dus blijkbaar wel én heeft invloed op de totaalscore. Kortom, er valt te twisten of doel 1 naar behoren gehaald is: in 2021 publiekelijk rapporteren over het CO2-gehalte van investeringen. Ja, velen rapporteren. Maar het complete CO2-gehalte van een financiële instelling is in de meeste gevallen nog niet zichtbaar. Daarom pleit Van Tilburg voor duidelijkheid en overeenstemming over wat als relevant geldt. Actieplannen Eind 2022 zouden financiële instellingen hun reductiedoelen presenteren. Sommige zijn daar nu al mee begonnen. Dat is natuurlijk goed nieuws. Van Tilburg heeft daar ook wel iets op aan te merken. Wat wordt er bedoeld met een actieplan? Hij hoopt dat dat duidelijk wordt. Ook hoopt hij dat er meer aandacht komt voor duurzame kennis van bestuursleden bij financiële instellingen. Hij merkt dat bedrijven vaak veranderen nadat er een bestuurslid is aangenomen met “verstand van groene zaken”. Dat is nu niet opgenomen in de doelen. Moeilijk te vergelijken Financiële instellingen gebruiken niet alleen verschillende data, maar ook verschillende meetmethoden om tot hun CO2-voetafdruk te komen. Daarom zijn uitkomsten lastig te vergelijken. Maar een oplossing is onderweg. Zo verwijst de Commissie Financiële Sector Klimaatcommitment in een begeleidende brief naar de gemeenschappelijke standaarden en meetmethoden waar instellingen in nationaal en internationaal verband aan werken. ‘Goede voorbeelden worden onderling gedeeld om transparantie over het CO2-gehalte van instellingen te bevorderen.’ “Met alleen transparantie kom je er niet”, benadrukt Van Tilburg. Ook actie is nodig. Zo verwijst hij naar een recent rapport waarin de Europese Centrale Bank “buitengewoon kritisch” is over de klimaatrisico’s die de grote Europese banken lopen. De ECB kan banken dwingen extra kapitaal aan te houden vanuit het argument dat zij hun risico’s niet op orde hebben. Toch houdt de ECB het bij woorden. Van Tilburg vindt het tijd om een stap verder te zetten. “Neem nou die kapitaaleisen. Uiteindelijk is dat wat banken echt beweegt. Daar moet je aan gaan draaien als je die sector echt in beweging wil krijgen.” Een groene toekomst? Ondanks de kritiek op de sector in het algemeen en de Nederlandse financiële instellingen in het bijzonder doet Nederland het in vergelijking met andere landen best goed. Desondanks ziet De Vries als voorzitter van de Commissie Financiële Sector Klimaatcommitment ook verbeterkansen. “Het kan ongetwijfeld nog ambitieuzer", zegt zij. Ook haar vallen de grote verschillen tussen financiële instellingen onderling op. Zij sluit niet uit dat haar commissie lichte dwang gaat uitoefenen op de achterblijvers. Toch is zij over het algemeen positief. “Ik merk dat er een enorme motivatie is bij de sector om bij te dragen aan de doelen van het klimaatakkoord.”Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.