Je kent ze waarschijnlijk wel van je wasmachine of de stofzuiger: energielabels. A++++ is heel energiezuinig en dus goed voor het milieu, G is zeer onzuinig en niet duurzaam. Vergelijkbare energielabels zijn er ook voor kantoren. Vanaf januari 2023 moet elk kantoor minimaal energielabel C hebben. Anders mag het pand niet langer als kantoor gebruikt worden. Dat staat in het Bouwbesluit van 2012.
Zaak dus om snel stappen te zetten als eigenaar van een kantoorpand. En eenmaal aan de gang kan het snel gaan. “We zijn in vier maanden van label D naar label A gegaan”, zegt Hans Zandleven. Als hoofd informatiemanagement en facilitair bij de Kredietbank in Leeuwarden begeleidde hij de verduurzaming van het kantoor. “Het gebouw is uit 1992 en de meeste installaties waren nog authentiek. Daar was dertig jaar niks aan gedaan.”
Kredietbank
De oorspronkelijke ambitie van de Kredietbank was om voor 2023 van label D naar label C te komen. In 2030 moest het pand dat de bank in eigendom heeft, een label A hebben. Maar dat liep anders. “We hebben een labelverbeterplan gemaakt waar 15 maatregelen uitkwamen”, zegt Lauwers. “Toen hebben we gekeken wat qua label het meeste effect had en samenviel met ingrepen die toch al moesten gebeuren. Zo kan je met minimale kosten toch het juiste label halen.”
Een label wordt bepaald aan de hand van een programma waarin je alles invoert: de isolatie, de dikte van het glas, of je een gasketel hebt, of je koeling of zonnepanelen hebt. Dat geeft veel inzicht. “Vaak wordt bijvoorbeeld gedacht dat zonnepanelen veel doen, maar dat valt ten opzichte van sommige ander maatregelen tegen als het om het effect op het label gaat. Warmteterugwinning daarentegen helpt enorm, zeker in combinatie met een warmtepomp op de luchtbehandeling. Daarmee bespaar je veel gas, dat zijn de beste stappen. Verlichting ook en helemaal als je er een daglichtregeling aan koppelt en aanwezigheidsdetectie. Dan maak je echt forse stappen.”
Trias energetica
Hoe je van een label G naar label C komt is erg afhankelijk van de installaties in het gebouw. Maar het begint allemaal met isoleren. “Dat is de trias energetica”, zegt Lauwers. “Wat je niet verliest, hoef je ook niet op te wekken.” Maar dat is vaak ook het meest kostbaar. Daarnaast is met het aanpassen van installaties veel mogelijk zonder extreme bouwkundige ingrepen. We kijken altijd met de opdrachtgever samen wat al op de planning stond om te vervangen. Vaak is het mogelijk om met een beetje extra investering een duurzame variant te installeren. En dat levert uiteindelijk veel meer op. “Bij de Kredietbank bijvoorbeeld hebben we de koelinstallaties op het dak vervangen door warmtepompen. Daardoor kan alles wat alleen voor koeling was nu ook individueel verwarmen. Dat verhoogde het comfort en verminderde het gasgebruik aanzienlijk want je hebt de gewone verwarming bijna niet meer nodig”, zegt Lauwers. “En dat kan zomaar een label schelen.”
68 Zonnepanelen
Zo bleken bij de Kredietbank niet eens alle vijftien stappen noodzakelijk. “Het vervangen van de ramen was uiteindelijk niet nodig omdat we al op A+ bleken te zitten”, zegt Zandleven. De verduurzaming kostte al met al 1,5 ton. Het moeilijkste van het traject was de timing, zegt Zandleven. “We hebben in een week tijd het dak vervangen, geïsoleerd, warmtepompen geïnstalleerd en 68 zonnepanelen geplaatst. Om dan te zorgen dat niemand elkaar in de weg loopt is wel een logistieke uitdaging.” Hoewel het kantoor nog niet geheel zelfvoorzienend is, wekt het in de zomermaanden regelmatig meer energie op dan het zelf verbruikt. “Ik denk dat we ongeveer de helft van onze energieverbruik uit de zonnepanelen halen”, zegt Zandleven. Daarnaast is het energieverbruik gehalveerd en is de temperatuur overal in het pand veel gelijkmatiger waardoor het klimaat aangenamer is. “Maar het belangrijkste is dat we in korte tijd het pand hebben kunnen verduurzamen en onze footprint hebben verkleind.”



