Want terwijl wij ons ongemak wegspoelen met een glas rosé, draaien onze bedrijven thuis op volle toeren. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) veroorzaken Nederlandse bedrijven jaarlijks zo’n 46 miljard euro aan milieuschade. Niet alleen mobiliteit is een dure hobby (goed voor 13,5 miljard euro), ook de landbouw (6,5 miljard) draagt bij aan schade door stikstof, pesticiden en vervuiling. De industrie en energieproductie voegen daar nog eens 6 miljard euro aan toe, vooral door lucht- en watervervuiling.
Oneerlijke behandeling
De overheid lijkt een vader die zijn beide kinderen heel anders behandelt. Wij, burgers, doen keihard ons best. We isoleren onze huizen, installeren warmtepompen, plakken het dak vol zonnepanelen en rijden elektrisch naar de bouwmarkt voor nóg meer kurk, folie en isolatiemateriaal. Tegelijkertijd voelen we ons schuldig over dat retourtje Barcelona dus nemen we extra koude douches als boetedoening. In al dat goede gedrag worden we niet écht geholpen.
Ondertussen lachen grote bedrijven zich suf. Naast de tientallen miljarden aan fossiele subsidies (volgens het ministerie bijna 40 miljard euro per jaar) zijn recent ook de zogenoemde maatwerkafspraken met de industrie van tafel geveegd. Afspraken die bedrijven juist moesten helpen sneller te verduurzamen. Tegelijkertijd werd de CO2-heffing, die grote vervuilers eindelijk eerlijk zou laten betalen, na stevige lobby’s vakkundig begraven.
Geen vrijbrief om niets te doen
Dat bedrijven buiten schot worden gehouden, wil niet zeggen dat wij moeten stoppen met verduurzamen. Maar het is wel om gek van te worden: geld voor verduurzaming of regels die écht zoden aan de dijk zetten, zijn altijd ‘lastig’. Tegelijkertijd lijkt er voor defensie ineens een bodemloze schatkist beschikbaar. Want ja, we willen wel stoer voor de dag komen.
Kunnen we niets doen tegen zo’n vader met twee gezichten? Gelukkig kijkt de rechterlijke macht ook mee. Zij pakt steeds vaker de rol van hoeder van de maatschappij, wanneer de politiek het laat afweten. Denk bijvoorbeeld aan de Urgenda-zaak, waarin de rechter de staat verplichtte om meer te doen tegen klimaatverandering. Advocaat Roger Cox, die deze zaak aanspande, vatte het treffend samen: ‘Voor burgers gelden de wetten van het kapitalisme. Voor het bedrijfsleven geldt het socialisme.’ Met andere woorden: het is oneerlijk dat de burger steeds in actie moet komen en moet opdraaien voor de kosten, terwijl de grote vervuiler rustig met een mojito in een hangmat ligt.
Geen vrijbrief om niets te doen
Dit is geen vrijbrief om als consument alle remmen los te laten. Blijf vooral van je vakantie genieten. Maar oneerlijk is het wel, want de rekening hoort óók te liggen bij de bedrijven die blijven vervuilen. Persoonlijk voel ik daar wel een daddy issue bij. Want echt onbezorgd genieten kan ik pas als de overheid een eerlijke vader of misschien nog beter een moeder is, die niet alleen hoge eisen stelt aan consumenten, maar ook van bedrijven. Dat issue gaat helaas dus ook mee in mijn koffer, en daar zal ik niet de enige in zijn.
Nancy Kabalt heeft ruim twintig jaar ervaring in de energiesector en was onder andere algemeen directeur van netbeheerder Stedin. Inmiddels is ze als toezichthouder betrokken bij diverse energiebedrijven, zoals FastNed en Sympower. Ze is ook oprichter van consultancy- en interimbedrijf Windkracht5.



