U bent net begonnen als voorzitter van Techniek Nederland. Wat zijn uw eerste indrukken?
‘Het is een dynamische branche die zich razendsnel ontwikkelt, met creatieve en inspirerende ondernemers. Er is veel innovatie. De techniekbranche speelt een belangrijke rol in tal van transities. We hebben te maken met grote en kleine problemen, zoals de krapte op de arbeidsmarkt, stikstof en netcongestie. Genoeg belangrijk werk te doen dus.’
Netcongestie is een steeds groter probleem. Wat kan de technieksector doen?
‘Netcongestie staat de verduurzaming van Nederland in de weg. Maar er zijn oplossingen mogelijk, ook als je geen nieuwe of grotere aansluiting op het net kunt krijgen. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld verduurzamen door efficiënter te werken, door minder energie te verbruiken dus. Dat creëert ruimte voor andere activiteiten of bedrijven. Ondernemingen kunnen samenwerken in energiehubs en schaarse netcapaciteit delen. In al die gevallen heb je inzicht in het energieverbruik voor nodig, en dus veel data. Bij die analyses en de invoering van energiemanagementsystemen kunnen techniekbedrijven helpen.’
Gebeurt dat in de praktijk ook?
‘Onvoldoende. Want netbeheerders zijn vaak huiverig om gedetailleerde data te delen. Ze zijn bang dat ze privacywetgeving overtreden. Het is aan de overheid om daar duidelijke richtlijnen voor te geven. Bedrijven hebben data nodig over patronen van energieverbruik, dat is niet privacygevoelig. Dat is nu niet helder genoeg. We laten kansen liggen.’
Hoeveel impact zou het hebben als we die kansen verzilveren?
‘Als we bestaande technieken op grote schaal inzetten, dan kunnen we 25 procent van de netcongestie oplossen. Natuurlijk moet het netwerk ook verzwaard worden, maar we weten dat dat vele jaren gaat duren. In de tussentijd kunnen we met andere oplossingen die moeilijke jaren zo goed mogelijk proberen door te komen. We kunnen energiehubs inrichten, energiemanagementsystemen gebruiken, bedrijven kunnen hun elektriciteitsvraag verschuiven en/of hun piekbelasting afvlakken. De techniek is er gewoon. Er komt een nieuwe manier van werken, van flexibel energieverbruik op basis van data-analyse. Dat wordt door de omstandigheden afgedwongen, omdat het de enige manier is om zonder zwaardere netaansluiting te ondernemen.’
Wat is er nodig om die 25 procent te realiseren?
‘Een helder verdienmodel. Er zijn meer financiële prikkels nodig om flexibel energieverbruik te stimuleren. Er zijn belemmeringen, zoals complexe regelgeving, waar we vanaf moeten. Dat is nodig om de mogelijkheden die er zijn flink op te schalen. Ik zeg tegen de overheid: ga daarover met ons in gesprek. Wij hebben de kennis over het energiesysteem, van de apparatuur en de systemen en we zijn de enige sector die daadwerkelijk bij bedrijven en huishoudens over de vloer komen. Wij weten wat er speelt.’
Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. met ceo’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.
In deze serie verscheen eerder:
- Michael Jongeneel (bestuursvoorzitter FMO): ‘Als je klimaatrisico’s gaat ontkennen, schiet je jezelf financieel in de voet’
- Dyonne Rietveld (Uniper Benelux): ‘Je ziet nu langzaam de acceptatie indalen dat we de klimaatdoelen niet gaan halen’
- Marije Hulshof (CEO Royal HaskoningDHV): ‘We willen en kunnen meer doen, dus waarom niet?’
- ACM-topman Martijn Snoep: ‘We staan echt niet met een knuppel te wachten tot iemand de klimaatregels overtreedt’
- Manon van Beek (TenneT): ‘De Noordzee kan de nieuwe energiecentrale van Europa worden’
Grote en kleine problemen zegt u. Wat zijn kleine problemen?
“Groot of klein, dat zijn relatieve begrippen. Een probleem kan voor de samenleving klein zijn, maar voor een ondernemer groot. De techniekbranche heeft te maken met uitdagingen die niet iedere dag de krant halen, maar die ondernemers wel hard kunnen raken. Zoals de CO-certificering. Bedrijven die een gasverbrandingsinstallatie willen kunnen onderhouden, hebben een CO-certificering nodig. Dat is nodig om koolmonoxidevergiftiging tegen te gaan. Hartstikke goed natuurlijk, maar het probleem is dat de handhaving onvoldoende is. Ondernemers die geïnvesteerd hebben in een certificaat ontdekken dat er bedrijven zijn die dat niet hebben gedaan en toch opdrachten binnenhalen. Dan ontstaat er oneerlijke concurrentie, en bovendien het risico op koolmonoxide-incidenten. Waar heb je dan beleid voor? Als de overheid met regels komt, moet ze ook zorgen voor goede handhaving.’
U komt uit de Haagse beleidswereld. Hoe verschilt die wereld van de praktijk van de branchevereniging?
‘Dat is natuurlijk wel een verschil, hoewel ik pretendeer dat ik als minister in Den Haag niet in een ivoren toren zat. Ik zie het als de taak van een branchevereniging als Techniek Nederland om beleidsmakers scherp te houden. Het gaat erom duidelijk te maken waar bedrijven in de praktijk mee te maken hebben. Beleidsregels worden meestal met de beste bedoelingen opgesteld, maar in de uitvoering kan er van alles misgaan. Dat moet de politiek dan vanuit de branche terughoren, zodat ze kunnen bijsturen.
Wat ik als minister wel wist, maar wat ik nu in de praktijk aan den lijve ondervind, is hoe belangrijk consistent beleid is. Dat heeft deze branche ondervonden toen met één pennenstreek de verplichting voor hybride warmtepompen werd geschrapt. Of kijk naar de salderingsregeling. Geef ondernemers nou de tijd om aangekondigd beleid goed uit te voeren in plaats van prematuur aan het stuur te draaien. Ik heb met ondernemers gesproken die fors geïnvesteerd hebben in de voorbereiding op de verplichte warmtepomp. Als je tien mensen hebt aangenomen om warmtepompen te gaan installeren, kom je bedrogen uit als beleid ineens weer op de schop gaat. Die ondernemer heeft de helft van die mensen weer moeten laten gaan. Dat zijn ingrijpende gebeurtenissen waar politiek Den Haag soms te lichtvaardig mee omgaat.’
Mensen laten gaan is ingrijpend, en dat terwijl uw branche al jarenlang een schreeuwend tekort heeft aan arbeidskrachten?
‘Het personeelstekort is inderdaad bij heel veel bedrijven nijpend. Als bedrijven te weinig mensen hebben, kunnen ze minder werk uitvoeren dan waar vraag naar is. Er zijn dus klanten die projecten niet uitgevoerd krijgen. Het probleem is dat we in Nederland jarenlang te weinig mensen hebben opgeleid. We hebben te weinig geïnvesteerd in onderwijs. We hebben vakmanschap te weinig gewaardeerd. Het imago van de branche is gelukkig verbeterd. Inmiddels komt 70 procent van de nieuwe medewerkers via zij-instroom. We staan klaar met om- en bijscholing. En we zetten in op modern werkgeverschap, want als het om arbeidsvoorwaarden gaat, is niet alleen het salaris belangrijk. Het gaat erom mensen te boeien, te binden en te begeleiden. Want de afgelopen periode is er veel geïnvesteerd in nieuwe instroom, maar als de achterdeur open staat, gaan er ook weer veel mensen weg.
Maar zelfs als we er 100 procent in slagen om meer mensen te werven, dan nog hebben we te weinig capaciteit om alle verduurzamingsambities in Nederland waar te maken. Techniek speelt een sleutelrol in tal van transities. Om dat allemaal voor elkaar te krijgen moeten we daarom óók inzetten op een forse verhoging van de arbeidsproductiviteit. Kunstmatige intelligentie – AI – kan ons helpen. Robotisering en industriële productie van apparaten en onderdelen kunnen een rol spelen. Data en analyse zijn belangrijk, want je kunt aan efficiency winnen door precies op het juiste moment onderhoud te plegen, in plaats van te vroeg of te laat. Over al die nieuwe toepassingen en mogelijkheden die de productiviteit vergroten, wordt nu volop gesproken in de verschillende vakgroepen die we hebben.
Het karakter van het werk gaat veranderen. Je was installateur, je wordt energieregisseur. Daar moet ook in het onderwijs meer aandacht voor komen. Als de IT-component groter wordt, dan wordt het techniekvak ook aantrekkelijker voor scholieren en studenten.’
Het werk voor mensen is aan het veranderen, hoe werkt dat door in de sector als geheel?
‘Die regiefunctie zie je ook op sectorniveau ontstaan. Voorheen was de technieksector volgend op de bouwsector. Er werden kantoren, bedrijfshallen of woningen gebouwd, en dan kwamen wij er achteraan om kabels te trekken en stopcontacten te plaatsen. Nu zijn we veel meer een strategische partner aan het worden. Bouwbedrijven hebben door dat het zinvol is om ons in een vroeg stadium te betrekken bij projecten. Want alles wat er aan techniek in een gebouw zit, is bepalend voor het comfort dat de gebruikers er ondervinden. Bovendien blijven wij vanwege het onderhoud gedurende de hele levensduur betrokken bij gebouwen. Als je dan vanaf het ontwerp betrokken bent, kun je best practices delen en werken aan nieuwe standaarden.
Bij de ontwikkeling van energiehubs is dat ook zichtbaar. Het begint met het opdoen van praktijkervaring en vervolgens het opstellen van standaarden. Dan is het zaak om met financiers en beleidsmakers tot eenduidige regels te komen. Samen met opdrachtgevers proberen we te zorgen voor heldere specificaties en transparante aanbestedingen. Uniforme technische en juridische kaders klinken misschien saai, maar zijn onmisbaar om energiehubs grootschaliger en sneller toe te passen.’
Met welke dilemma’s krijgt u in deze sector te maken?
“Er zijn legio dilemma’s. Bij de toepassing van nieuwe technologie is bijvoorbeeld telkens de vraag: hoeveel menskracht, tijd en geld maak je ervoor vrij terwijl je te weinig mensen hebt? Gedurende de transitie wil je mensen opleiden om warmtepompen te installeren, maar er zullen zeker tot 2050 nog cv-ketels op aardgas zijn. Hoe zorgen we dat we tegen die tijd nog steeds technici hebben die verstand hebben van techniek die weliswaar uitgefaseerd wordt, maar die wel nog veilig moet opereren? Wij hebben hiervoor ook bij de MBO Raad aandacht gevraagd: hoe werven we enerzijds mensen voor de nieuwe beroepen van de toekomst, zonder uit het oog te verliezen dat de transitie een proces van de lange adem is en bestaande competenties nog lang nodig zijn.’
Klimaatverandering rukt op. De druk om de transitie te versnellen neemt toe. Hoe zorgt ook uw sector voor draagvlak voor de transitie in de samenleving?
‘De energietransitie is niet alleen een technische overgang, maar ook een sociale transitie. Dat moeten we altijd voor ogen houden als het om draagvlak gaat. Wat is de financiële impact van maatregelen voor bedrijven en huishoudens? Je krijgt mensen mee als je je communicatie op orde hebt en duidelijk maakt wat de voordelen zijn. En die voordelen zijn er. De energietransitie maakt ons als land minder afhankelijk van buitenlandse regimes. Elektrificatie maakt het leven vaak comfortabeler. De voordelen zijn ook financieel van aard. Zo blijkt uit een rapport van het Centraal Plan Bureau dat 90 procent van de huishoudens met een warmtepomp er financieel op vooruit gaat. Bovendien wordt de energierekening voorspelbaarder. En ja, daar moet af en toe de straat voor open. Dat moeten we er als samenleving voor over hebben. Dat moeten we helder uitleggen zonder eromheen te draaien.’
Er komen weer verkiezingen aan. Waar zou een nieuw kabinet op moeten inzetten?
‘Duidelijkheid en stabiliteit. Ik zou graag zien dat een nieuwe coalitie zich niet alleen bezighoudt met de vraag wat er allemaal moet veranderen, maar zich vooral bezighoudt met de uitvoering van alles dat al is afgesproken. Ga daar niet aan morrelen. Er zijn altijd betere ideeën mogelijk, maar als je iedere dag een beter idee hebt, komt er van uitvoering niets terecht, en sta je aan het eind van de rit met lege handen. Soms is het betere de vijand van het goede.’
Bedrijven willen enerzijds stabiliteit, maar anderzijds ook nieuw beleid. Ministeries klagen weleens dat dat niet consistent is.
‘Stabiliteit betekent niet dat je niets kunt veranderen. Op nieuwe ontwikkelingen moet je reageren. De situatie voor wind op zee is nu bijvoorbeeld wezenlijk anders dan drie jaar geleden. Doordat alles duurder is geworden, is het gerechtvaardigd nu opnieuw subsidies te overwegen. Net zoals het verslechterende vestigingsklimaat, dat is een ontwikkeling die om aandacht vraagt. De energiekosten zijn in Nederland erg hoog. Daar heeft ook onze branche last van, want door een slecht vestigingsklimaat dreigen investeringen op te drogen. Het stikstofdossier vraagt ook eindelijk om een oplossing. Er is een lijstje met grote vraagstukken die om nieuw beleid vragen. Dat is iets anders dan de verplichting voor de warmtepomp afschaffen om budgettaire redenen.’
Als u vooruit kijkt naar 2030, welke zaken wilt u dan gerealiseerd hebben?
‘Dan wil ik met Techniek Nederland hebben bijgedragen aan de oplossing van netcongestie. Hopelijk hebben we de instroom van nieuwe medewerkers minstens op het huidige peil weten te houden, maar door aantrekkelijker onderwijs hoop ik een plusje te kunnen bereiken. We gaan ook proberen de instroom beter vast te houden, want in de huidige concurrerende arbeidsmarkt is de uitstroom te groot. Tot slot hoop ik dat we een goed evenwicht tussen urgentie en uitvoering kunnen vinden. De energietransitie moet snel, maar niet iedereen kan op dezelfde dag een warmtepomp krijgen. We zitten in een transitie, dat betekent ook dat we de tijd moeten nemen om te veranderen. Om de uitvoering behapbaar te houden, is een samenspel nodig met overheden, netbeheerders, bouwbedrijven en de industrie. Daarbij zijn de technieksector en Techniek Nederland onmisbaar.’
Lees ook:
- Shampoo, verf en plastics maken zonder aardolie? Deze ondernemers zien kans voor groene methanol uit afval
- Fairphone wil nieuwe markt aanboren met rebranding: ‘Alleen duurzaamheid is geen reden om een telefoon te kopen’
- Hoe Bever en Hotel Jakarta miljoenen inlegzolen en slippers van kurk eindeloos laten recyclen




