Hannah van der Korput
21 november 2024, 10:45

Lovechock wil voorloper zijn in een bewustere chocoladeconsumptie

The Belgian Chocolate Group heeft merken als The Belgian en Koetjesreep onder zich. Twee jaar geleden is daar het Nederlandse Lovechock aan toegevoegd, dat plantaardige chocolade maakt. Daarmee stapt de Belgische chocoladegigant af van zijn bekende recept.

Lovechock Lovechock koopt de cacao rechtstreeks van lokale boerencoöperaties en betaalt een eerlijke prijs. | Credits: Lovechock

Adriaan Hoogmartens werkt al jaren voor de holding boven The Belgian Chocolate Group en leidt Lovechock sinds de overname. “De wens om naast traditionele ook plantaardige chocolade te verkopen, bestond al langer. In de praktijk blijkt het echter lastig om vegan chocolade aan de man te brengen vanuit een regulier chocolademerk. Toen Lovechock te koop kwam, was dat een mooie kans. Ondanks de overname is het nog altijd een eigen merk met een eigen DNA. Ook de missie is onveranderd: liefde voor jou, liefde voor de cacaoboeren en liefde voor de planeet.”

Plantaardig

Lovechock is een plantaardig chocolademerk. Het produceerde uitsluitend pure-chocoladerepen, wat melk overbodig maakte. “Het cacaopercentage lag altijd hoog. Langzaam maar zeker voegen we ook steeds meer melkachtige smaken aan het assortiment toe. We willen namelijk ook repen aanbieden die vergelijkbaar zijn met melkchocolade. Die maken we door ingrediënten zoals rijstmelk te gebruiken.”

Biologisch

De biologische component vindt Hoogmartens minstens even belangrijk. “Bij de cacaoteelt worden veel pesticiden gebruikt. We kiezen bewust voor biologisch. De boeren met wie we werken, zijn allemaal biologisch gecertificeerd. We kennen ze persoonlijk en werken via direct trade. Dat houdt in dat we de rechtstreeks van lokale boerencoöperaties kopen en een eerlijke prijs betalen. Wat ons als merk ook anders maakt, is dat we geen cacaobonen afnemen, maar cacaomassa. Die massa ontstaat nadat de cacaobonen zijn geroosterd en van hun schil zijn ontdaan. Het is een soort dikke pasta. Die importeren we om vervolgens chocolade van te maken. In het land van origine heeft er dus al een verwerking plaatsgevonden. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de lokale economie.”

Omdat Lovechock een biologisch merk is, ligt het vooral in biologische winkels en speciaalzaken. “Denk aan een Bioplanet of Holland & Barrett. Langzaam maar zeker staan de reguliere supermarkten open voor de producten die voornamelijk voor de specifieke bio markt werden geproduceerd. Inmiddels hebben we ook een volledige nieuwe lijn chocoladerepen ontwikkeld voor de reguliere supermarkten.”

Uitbreiden

De wens is om het aantal verkooppunten flink uit te breiden. Al vragen die andere afzetkanalen ook om een ander soort chocolade. “De smaakervaring is anders in het biologische dan in het reguliere retailkanaal. In biologische winkels is onze rauwe chocolade met grove stukken in trek. In de normale retail vallen gemalen repen juist in de smaak. Daar spelen we dan ook op in met nieuwe varianten en smaken”, aldus Hoogmartens.

De uitbreidingsplannen reiken tot buiten de landsgrenzen. Lovechock is verkrijgbaar in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Spanje. Hier zou Hoogmartens Amerikaanse en Aziatische landen aan willen toevoegen.

Blijven innoveren

De basis van elke chocoladereep is plantaardig en biologisch, maar volgens de manager is daarbinnen volop ruimte voor innovatie. “We proberen bijvoorbeeld minder verwerkte suikers te gebruiken. Momenteel onderzoeken we of we de pulp van de cacaoboon kunnen inzetten als zoetstof. Dan gebruiken we een natuurlijk product én gebruiken we meer van de cacaoboon.”

Verpakkingen zijn een ander doorlopend project. “We verpakken niet met plastic en aluminium, maar met volledig biologisch afbreekbare materialen. Dat doen we al sinds 2011, maar we blijven scherp op onze manier van verpakken en onderzoeken nieuwe technieken en duurzamere materialen.”

“Ook met smaken proberen we on trend te zijn”, vervolgt hij. “Op dit moment is pistache enorm in trek. Daar ontwikkelen we op dit moment een vegan chocoladevariant omheen. Als merk willen we inspringen op datgene dat er in de markt gebeurt. Onze repen zijn het bewijs dat vegan chocolade superlekker is en van dit moment. We willen een voorloper zijn in een bewustere chocoladeconsumptie.”

Lees ook:

Groeiende interesse in energieopslag te danken aan rooskleuriger verdienmodel

Energieopslag is een van de hoofdingrediënten van een fossielvrij energiesysteem. In zo’n systeem wekken duurzame energiebronnen, zoals wind- en zonneparken, groene stroom op. Wanneer de wind hard waait of de zon fel schijnt, zal dat aanbod meer zijn dan in Nederland aan energie wordt verbruikt. Het is slim om dat overschot op te slaan voor later gebruik, bijvoorbeeld in lithium-ion-batterijen, zoutbatterijen of thermische opslag. Er zijn namelijk ook momenten waar hernieuwbare bronnen minder opwekken, en dan hebben we die opgeslagen energie hard nodig. Er zijn dan – idealiter – geen fossiele bronnen meer die het gat kunnen opvullen. Opmars Goed nieuws: de uitrol van zulke energieopslagsystemen zit in de lift, ziet branchevereniging Energy Storage NL. In samenwerking met onderzoeksbureau Ecorys voerde Energy Storage een studie uit onder tweehonderd ontwikkelaars, financiers en netbeheerders. Die herkenden zich in het beeld dat de energieopslagsector bezig is aan een opmars. Dit zou met name komen doordat het verdienmodel van energieopslag steeds rooskleuriger wordt. Ontwikkelaars verdienen geld met hun opslagsystemen door relatief goedkope energie op te slaan en die later tegen een hogere prijs te verkopen. Als het verschil tussen die prijzen toeneemt, neemt ook de winst van ontwikkelaars toe. Dat is precies wat Energy Storage NL de afgelopen jaren heeft zien gebeuren. In de periode 2010-2019 was de bandbreedte tussen de honderd goedkoopste en duurste uren ongeveer 500 euro per megawattuur energie. In 2022 was dat verschil opgelopen tot 1.700 euro en in 2023 zelfs tot 1.900 euro. Positief beeld Ontwikkelaars tonen daarom steeds meer interesse in het bouwen van energieopslagsystemen. Momenteel staat er in Nederland 0,8 gigawatt aan elektrische energieopslagcapaciteit opgesteld (voornamelijk lithium-ion-batterijen). Verwacht wordt dat die capaciteit gaat oplopen tot 11,8 gigawatt in 2027. Bij andere vormen van opslag, bijvoorbeeld thermische en chemische oplossingen, wordt voorspeld dat de capaciteit zal groeien van een huidige 1,9 gigawatt naar 10,5 gigawatt in 2027. Hoewel de vooruitzichten voorzichtig positief zijn, zien de deelnemers aan het onderzoek ook struikelblokken. De Europese Commissie heeft Nederland aangemerkt als vruchtbaar land voor het uitrollen van energieopslag, met als reden dat er door ontwikkelaars potentieel veel geld te verdienen valt. Maar diezelfde ontwikkelaars vinden dat passend nationaal beleid vanuit de overheid uitblijft, wat de aantrekkelijkheid van projecten dempt. Ook geeft Energy Storage NL aan dat Nederland op het gebied van energieopslag geen kartrekker is binnen Europa, maar eerder een ‘middenmoter’. Nederland moet zijn meerdere erkennen in de landen Portugal, Spanje en Duitsland, die een gunstiger klimaat zouden scheppen voor de ontwikkelaars van energieopslag. Het advies van Energy Storage NL aan het kabinet is dan ook: ontwikkel een meerjarenplan voor de jaren 2030 en 2050 dat een hoopvol perspectief biedt voor ontwikkelaars. Onafhankelijker Experts zijn het erover eens dat we opslagtechnieken, met name batterijen, meer op het eigen continent moeten gaan produceren. Meer dan 70 procent van alle batterijen komt op dit moment namelijk uit China. Nederland wil onafhankelijker worden van China en de eigen productie opkrikken. Het Nederlandse bedrijf Giga Storage zet daar al enige tijd op in. Giga Storage bouwt al jaren grote batterijsystemen met dierennamen in Nederland, en werkt momenteel aan de grootste batterij van Europa. De ‘Leopard’ heeft een vermogen van 300 megawatt en kan 1.200 megawattuur stroom opslaan. Genoeg om 7 procent van Nederland van elektriciteit te voorzien. Kosten: 450 miljoen euro. “We hopen eventjes de grootste te mogen zijn”, zei CEO Ruud Nijs eerder. “In België zijn we al twee keer zo groot aan het bouwen en onze collega’s zijn ook al bezig met grotere batterijen.” Een belangrijk detail: met alleen batterijen gaan we er niet komen, meent Floris Uleman, onderzoeker flexibiliteit en opslag bij TNO. “Helaas kunnen we met opslag voor een paar uur niet alle verschillen tussen vraag en aanbod van energie in balans brengen. Daar hebben we ook andere technieken voor nodig, bijvoorbeeld warmte- en thermische opslag”, zegt hij. Maar ook alternatieven buiten het domein van opslag zijn volgens Uleman belangrijk. Bijvoorbeeld het sturen van vraag en aanbod, het importeren en exporteren van stroom, het omzetten van stroom naar waterstof of het slim aan- en uitzetten van wind- en zonneparken. Voor een diepgravende analyse over de rol van batterijen in het Nederlandse energiesysteem: lees dit artikel. Lees ook: De nachtmerrie van Northvolt: hoe de Europese batterijendroom aan diggelen is geslagenOpmerkelijk: 3D-geprinte betonnen bollen als energieopslag voor wind op zeeDeze batterijen gaan lithium-ion vervangen, maar de vraag is wanneer