John van Schagen
19 mei 2025, 08:30

Lossen we de waterschaarste op met gedrag, een hogere prijs of technologie?

Nederlanders gebruiken teveel drinkwater. Nog steeds, want van echte besparingen komt vooralsnog weinig terecht, stelt de Algemene Rekenkamer in een nieuw verschenen rapport. Kunnen we een watercrisis afwentelen? En zo ja, zit die oplossing dan vooral in technologie, een hogere prijs of ons gedrag?

Hydraloop Het systeem van Hydraloop hergebruikt water je dat je doorspoelt. | Credits: Hydraloop

De druk op ons drinkwatersysteem neemt toe. In 2023 verbruikten Nederlanders maar liefst 1.094 miljard liter drinkwater. Dat is veel te veel, waarschuwt de Algemene Rekenkamer in het nieuwe rapport ‘Drinkwater onder druk’. Het verbruik door huishoudens daalde de laatste jaren weliswaar iets, maar lang niet genoeg. Het gevolg? Bedrijven die geen aansluiting krijgen en drinkwaterbedrijven die worstelen met hun voorraden.

Afvalwater thuis gezuiverd

En daar komt nu de recente droogte bij. Waar de regen vorig jaar nog met bakken uit de hemel kwam, is het sinds februari opvallend droog. Het neerslagtekort – dat is het verschil tussen wat er valt en wat er verdampt – loopt daardoor flink op, inmiddels al meer dan 90 millimeter. Tel al deze aspecten bij elkaar op en je hebt de perfecte cocktail voor een dreigende watercrisis. Dat is dan ook precies waar de Algemene Rekenkamer voor waarschuwt in het rapport dat afgelopen week naar buiten kwam.

Arthur Valkieser las daarin de bevestiging van zijn jarenlange missie. De oplossing voor de waterschaarste moeten we volgens hem zoeken in slim hergebruik. “We spoelen nog steeds onze wc’s door met drinkwater, dat is toch van de zotte?” Valkieser ontwikkelde de Hydraloop waterrecycler, een apparaat dat zich qua vorm het beste laat vergelijken met een compacte koelkast. Het systeem wordt aangesloten op de afvoer van douches, baden, wasmachines, badkamerwastafels en airco’s. Zo wordt afvalwater gezuiverd, waarna het opnieuw gebruikt kan worden, voor het doorspoelen van het toilet, de was of het irrigeren van de tuin bijvoorbeeld.

Verplicht waterrecycling

“Regenwateropvang wordt vaak gepresenteerd als dé oplossing, maar die tanks staan in droge periodes vaker leeg dan vol”, aldus Valkieser. Hij is uitgesproken over de hype rondom regenwateropvang. Niet alleen omdat het volgens hem minder effectief is, maar ook omdat het bijdraagt aan andere problemen. “Eerst onttrek je het water aan de natuur, terwijl het grondwaterpeil in Nederland al te laag is. Daarna loos je het via het riool, wat de infrastructuur extra belast. Grijswaterrecycling daarentegen is circulair én infrastructuurvriendelijk.” Daarmee doelt Valkieser uiteraard op zijn eigen Hydraloop. Het apparaat bespaart tussen 25 en 45 procent drinkwater per huishouden en verlaagt daarmee de druk op het riool en de drinkwatervoorziening. Bovendien is er geen afhankelijkheid van regen.

Drinkwaterdoelen

Het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing uit 2024 moet ervoor zorgen dat Nederland ook in de toekomst genoeg schoon drinkwater heeft. Het plan bevat doelen en maatregelen voor zowel huishoudens als bedrijven:

Doelen voor 2035:

  • Terugdringen drinkwaterverbruik van 128 naar 100 liter per persoon per dag
  • 20 procent minder verbruik bij grootverbruikers (ten opzichte van 2016–2019)
  • Verminder laagwaardig gebruik van drinkwater (zoals toiletspoeling)

Maatregelen:

  • Campagnes en waterbesparende technieken
  • Waterscans en benchmarks voor bedrijven
  • Waterbewust bouwen stimuleren in nieuwbouw en renovatie

“Ons grijswatersysteem werkt juist altijd, weer of geen weer. Een recente simulatie heeft dat verschil nog eens laten zien. In een rijtjeshuis met een regenwatertank werd slechts 12 procent bespaard op drinkwater, omdat de tank 80 dagen leeg stond. In diezelfde periode bespaarde onze Hydraloop 35 procent, dat is drie keer zoveel.” Verplicht waterrecycling bij elk nieuwbouwproject en stimuleer het in bestaande woningen met subsidies. Als het aan Valkieser ligt, maakt de overheid daar snel werk van. “De normeringen bestaan, de systemen zijn getest. Alle voorwaarden zijn er, behalve goed beleid.” Mede als gevolg hiervan komt de vraag naar zijn product nu vooral nog uit het buitenland.

Drinkwater spotgoedkoop

Feit is in ieder geval dat prijsprikkels de afgelopen jaren weinig hebben uitgehaald. Drinkwaterbedrijven schroefden hun tarieven weliswaar iets op, maar het effect daarvan blijkt vooralsnog nihil. Een paar euro extra per maand motiveert mensen blijkbaar niet om hun gedrag echt te veranderen. In Nederland betaal je gemiddeld tussen de 1,50 en 2,25 euro per 1.000 liter drinkwater. Voor een huishouden van twee tot drie personen komt dat neer op zo’n 150 tot 250 euro per jaar, afhankelijk van de regio en het waterbedrijf.

Progressief België

Waarom drinkwater hier zo opvallend goedkoop is? Dat komt deels doordat publieke waterbedrijven zonder winstoogmerk opereren. Bovendien is er relatief veel zoet water beschikbaar en beschikken we over een leidingnet dat efficiënt is aangelegd en goed wordt onderhouden. Daardoor behoren de drinkwaterkosten tot de laagste van Europa. Maar juist die lage prijs vormt nu een uitdaging in de strijd tegen verspilling. In België pakken ze dit anders aan. Daar geldt een progressief drinkwatertarief. Hoe meer je verbruikt, hoe hoger de prijs. Er is een laag basistarief en kom je boven een bepaalde hoeveelheid, dan betaal je een zogenoemd comforttarief. De teller gaat dan echt lopen.

Bewustwording

In het rapport van de Algemene Rekenkamer valt ook te lezen dat huishoudens pas merkbaar minder water gaan verbruiken als de drinkwaterprijzen fors stijgen. Toch is daar in de politiek weinig draagvlak voor, onder meer vanwege zorgen over betaalbaarheid voor lagere inkomens. Ook het onderzoeksteam achter een eerdere studie van Witteveen+Bos en PwC, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kwam tot de conclusie dat prijsprikkels als los instrument weinig zoden aan de dijk zetten. Volgens de onderzoekers zijn vooral aanvullende maatregelen nodig, zoals meer bewustwording.

Drinkwater té vanzelfsprekend

Maar welke boodschap is hierbij effectief? Gedragswetenschapper Reint Jan Renes van de Hogeschool van Amsterdam, bekend van campagnes rond klimaatgedrag, heeft daar wel een antwoord op. Duurzaam watergebruik vraagt volgens hem om een heel andere aanpak dan de overstap van fossiele naar elektrische energie. “Water is zó vanzelfsprekend geworden dat we er nauwelijks bij stilstaan. We worden nooit aangesproken op ons watergedrag, omdat het systeem is ingericht op overvloed. Er komt altijd water uit de kraan. Het is goedkoop, betrouwbaar en zonder beperkingen. We voelen de schaarste simpelweg nog niet en onze omgeving corrigeert ons er ook niet op. Dat is bij andere thema’s, zoals vleesconsumptie, heel anders.”

Directe prikkels

Wat dan wel werkt? Volgens Renes moet de overheid af van vrijblijvendheid en duidelijker beleid voeren. “Maak een basishoeveelheid water goedkoop en goed beschikbaar. Maar wie meer gebruikt, gaat daar fors voor betalen. Zo doen ze dat in veel andere landen ook.” Daarbij wijst hij op het belang van feedback. “Mensen moeten direct merken wanneer ze te veel verbruiken. Vroeger draaide mijn moeder gewoon de keukenkraan open als ik te lang douchte en dan werd het water koud. Ze kon letterlijk iets doen. Nu ontbreekt dat soort directe prikkels. Zonder duidelijke grenzen, feedback en financiële prikkels blijft waterverbruik een blinde vlek in duurzaam gedrag.”

Lees ook:

Veelbelovende batterij van Elestor voor langdurige stroomopslag vindt snel weg naar industrie

Na jaren van ontwikkelen en testen bleek de bromide in de batterij toch niet zo makkelijk veilig en stabiel te krijgen. Met ijzer lukt dat wel. “Ons doel is nooit geweest om per se een waterstofbromide-batterij op de markt te brengen, maar om langdurige energieopslag tegen de laagst mogelijk kosten beschikbaar te maken voor de markt. Dus hebben we ook naar een andere chemie gekeken. Door de overstap van broom naar ijzer kunnen we de batterij sneller op de markt brengen”, zegt CEO Hylke van Bennekom van Elestor. Hij is sinds 2021 bij het bedrijf betrokken als COO en aandeelhouder. Een jaar later haalde de start-up 30 miljoen euro aan investeringen op en werd een scale-up. Eind vorig jaar nam Van Bennekom het stokje over van CEO Guido Dalessi. Dunkelflaute overbruggen Als straks driekwart van alle Nederlandse elektriciteit wordt opgewekt door wind- en zonneparken wordt Dunkelflaute een probleem. Dat is een periode dat het donker is en niet waait, zoals afgelopen winter. Omdat kolencentrales dicht gaan, kunnen die straks niet meer bijspringen. Dat zouden volgens netbeheerder Tennet gascentrales moeten doen, bijvoorbeeld op groene waterstof. Eerder onderzoek van Elestor liet zien dat deze periodes doorgaans maximaal 130 uur duren. Die periodes kunnen ook overbrugd worden door energieopslag in batterijen. Niet in de huidige generatie lithium-ion batterijen, want die kunnen elektriciteit slechts 2 tot 6 uur opslaan. Langer is niet rendabel. En langdurige opslag met lithium-ijzerfosfaat (LFP) heeft dan weer als nadeel dat lithium voor veel milieuvervuiling zorgt. Beter is het om die energie langdurig op te slaan (LDES). Dat kan in zogeheten flowbatterijen, dus in tanks met vloeistoffen. Goedkoper uitbreiden Het principe van flowbatterijen is simpel. De energie wordt opgeslagen in de vloeistof in de tanks “Daardoor is de capaciteit, de kilowatturen, onafhankelijk uit te breiden van het vermogen, het aantal kilowatts. Het enige wat je nodig hebt om meer capaciteit te krijgen, zijn meer tanks en meer vloeistof”, legt Van Bennekom uit. “De meeste kosten van een batterij - de capex – zitten in het vermogen en dat hoef je dan niet op te schalen. Bij een lithium-ion of traditionele batterij is dat wel aan elkaar gekoppeld, waardoor je het geheel moet kopiëren als je langer wilt laden of ontladen met hetzelfde vermogen. Daardoor wordt de totale batterij twee keer zo duur. Bij onze batterijen schaal je alleen de vloeistof op en dat is nou net het spotgoedkope element van de batterij.” Elektrolyser en brandstofcel Elestor zette tot nu toe steeds in op een flowbatterij op basis van waterstofbromide. Broom is goedkoop, ruim voorradig en kan zelfs uit zeewater worden gewonnen. Het systeem bestaat uit twee tanks, eentje met waterstof en eentje met waterstofbromide, maar straks dus met vloeibaar ijzersulfaat. Daartussen zit een membraan waar een chemische reactie plaatsvindt. Als er elektrische spanning op de batterij wordt gezet, splitst de vloeistof zich in waterstof en vloeibaar ijzersulfaat (voorheen bromide). Die worden in aparte tanks opgevangen. Bij het ontladen worden waterstof en ijzersulfaat weer samengevoegd, waarbij elektriciteit vrijkomt. Daarna kan het proces opnieuw beginnen.Bij het laden van de batterij wordt waterstof gemaakt en bij het ontladen wordt die waterstof weer omgezet in elektriciteit. “Dus bij het laden is de batterij een soort elektrolyser en bij het ontladen is het een brandstofcel”, zegt Van Bennekom. “Maar dat gebeurt dus allebei in één apparaat.” Elestor heeft de nieuwe technologie de afgelopen tijd met succes getest Heilige graal Hoewel Elestor overstapt op waterstof-ijzer is de focus op waterstofbromide niet weg. Van Bennekom: “Waterstofbromide blijft voor ons de heilige graal. De energiedichtheid en de vermogensdichtheid zijn erg hoog. Dat geeft voordelen. Alleen is het nadeel dat bromide heel makkelijk overal mee reageert. Dat zorgt ervoor dat je in je systeem heel veel additionele veiligheidsvoorzieningen en complexe materialen moet toepassen om de batterij stabiel en veilig te krijgen. Hoewel we met deze technologie meerdere wereldrecords - bijvoorbeeld in grootste vermogensdichtheid, energiedichtheid en langst bewezen levensduur - hebben gevestigd, zien we dat het opschalen van de technologie tegen beperkingen aanloopt. Ook liepen we tegen transport- en vergunningsproblemen voor hele grote volumes aan.” Nog goedkoper Daarom zocht Elestor een alternatief en kwam uit bij waterstof-ijzer. Dat heeft een iets lagere energie- en vermogensdichtheid, maar in ruil daarvoor is de veiligheid en de toepasbaarheid groter. Bijkomend voordeel is dat de elektrolyt van waterstofijzer (het zuur waardoor de elektronen stromen) nog goedkoper is dan bij waterstofbromide. Zelfs een factor vijftig tot zestig goedkoper dan bij een vanadium flowbatterij, de meest bekende flowbatterij die momenteel op de markt is. “Daarnaast is waterstof-ijzer nog breder beschikbaar dan waterstofbromide. Daardoor is de batterij nog minder afhankelijk van waar je bent en van geografische en geopolitieke gevoeligheden", stelt Van Bennekom. Industriële schaal De vraag is wanneer de flowbatterij van Elestor daadwerkelijk op de markt komt. Tot nu toe heeft het bedrijf een tiental systemen geleverd, maar allemaal als pilotprojecten. Deze zomer wordt de eerste grote pilot op industriële schaal in gebruik genomen. Dat zou in eerste instantie een waterstofbromide batterij worden, maar het wordt nu een waterstof-ijzer variant. Die heeft een maximaal vermogen van 500 kilowatt en een maximale capaciteit van 3 megawattuur en moet zes uur lang energie gaan opslaan. “Meer hebben we niet nodig om met dit systeem aan te tonen dat de technologie op industriële schaal werkt”, zegt Van Bennekom. De flowbatterij van Elestor is zeer geschikt om langdurig wind- en zonne-energie op te slaan om periodes van Dunkelflaute te overbruggen Over paar jaar op de markt Over anderhalf of twee jaar bouwt Elestor een nog grotere industriële batterij om aan te tonen dat deze technologie grote hoeveelheden groene stroom voor langere tijd kan opslaan. Vanaf 2027 of 2028 wil het bedrijf gestandaardiseerde systemen voor commerciële partijen op de markt brengen. Windmolens niet meer uitzetten Een logische toepassing zou bijvoorbeeld kunnen zijn om de batterij te koppelen aan een wind- of zonnepark, in combinatie met een fabriek of een datacenter. Dat wordt volgens van Bennekom pas commercieel rendabel als de vraag naar opslag langer wordt dan de huidige 2 tot 6 uur. Dat gebeurt pas als de rol van fossiele brandstoffen - die nu de basishoeveelheid aan stroom opwekken - wordt overgenomen door batterijen voor langdurige energieopslag. “Pas dan kun je je totale systeem uitbalanceren met zon en wind”, zegt hij. “Nu zie je soms het merendeel van de windmolens langs de snelweg stilstaan, omdat het net het niet aankan. Als je LDES op de juiste manier inzet in het elektriciteitsnet dan kunnen die windmolens gewoon doordraaien. Je slaat die stroom op en levert die later terug. Maar dat vergt wel een andere energie-infrastructuur.” Lees ook:'Nederlandse batterij voor 130 uur maakt gascentrales op waterstof overbodig' Arnhems bedrijf komt met spotgoedkope batterij voor grootschalige en langdurige opslag Je huis als batterij gebruiken: geen dure thuisbatterij meer nodig Nieuwe batterij laadt elektrische auto op in minder dan vier minuten; is dit iets voor Max Verstappen?