Teun Schröder
28 november 2024, 09:00

Levenswerk van overleden 'serial uitvinder' wordt voortgezet: unieke recyclingtechniek moet vuist maken tegen fossiel plastic

Het klinkt als een recept voor een meeslepend ondernemersverhaal: een inmiddels overleden uitvinder die zijn tijd ver vooruit bleek en in de jaren 90 in zijn garage een unieke recyclingtechniek ontwikkelde. Twee oud-klasgenoten die elkaar na 30 jaar weer tegenkomen en een bedrijf beginnen. En een samenwerking met levensmiddelengigant Unilever die ervoor moet zorgen dat straks duizenden tonnen plastic gerecycled gaan worden. Het verhaal van OBBOTEC heeft het allemaal.

Obbotec oprichters Hoofd technologie Diederik Jaspers (l) en Wouter van Neerbos, directeur van OBBOTEC (r). | Credits: OBBOTEC

Change Inc. wordt uitgenodigd bij Plant One in de Botlek, het Rotterdamse industriegebied ten westen van de Oude Maas. Het is naast Chemelot in Geleen de enige plek in Nederland waar het start-ups en scale-ups vergunningstechnisch is toegestaan om pilotfabrieken te testen in het speelveld van de petrochemie. Langs reusachtige installaties, dampende schoorstenen en meerdere toegangspoortjes worden we door een grote fabriekshal geleid langs verschillende bedrijven actief in recycling en petrochemie. Zo ook langs het in oktober failliet verklaarde Ioniqa, waar het logischerwijs op dit moment somber stil is. Stil is het allerminst in het gedeelte van de fabriekshal waar OBBOTEC gevestigd is. Een team van operators is al de hele week in de weer met het uitvoeren van tests met een fonkelnieuwe installatie die nog het meest doet denken aan een gigantisch kerkorgel. Het doel: van oude chipszakken, shampooflessen en andere kunststofverpakkingen weer nieuw schoon plastic maken.

Leonardo Da Vinci

Het verhaal van OBBOTEC begint ergens in de garage van Obbo Hazewinkel, zegt Diederik Jaspers, hoofd technologie van het bedrijf. “Obbo was een serial uitvinder, een soort Leonardo da Vinci”, zegt Jaspers. “Hij bedacht een techniek om het mestprobleem te verhelpen, ontwikkelde technologie voor het maken van brandstof uit afval en is de bedenker van de dissolutie recyclingtechniek waar we nu op voortbouwen.” Jaspers liep in zijn onderzoekers jaren mee met Hazewinkel. “Hij was de meester, ik de gezel.”

Helaas overleed Obbo Hazewinkel in 2014 en zag hij geen van zijn innovaties volledig tot wasdom komen. Zijn ideeën belandden op de plank. Maar in de jaren die volgden kreeg de circulaire economie steeds meer aandacht en werd de behoefte naar innovatie groter. Daarom besloten zoon Sander Hazewinkel, samen met Diederik Jaspers en Wouter van Neerbos – die elkaar nog kenden van de middelbare school – in 2018 Obbo’s ideeën af te stoffen en naar de markt te brengen. OBBOTEC was geboren.

In deze installatie kan OBBOTEC al enkele honderden kilo’s afgedankt kunststof verwerken. | Credit: OBBOTEC

Technologie

OBBOTECs technologie, genaamd SPEX (Selective Plastic Extraction), richt zich op het recyclen van verschillende combinaties plasticstromen, zoals HDPE, LDPE en PP. Daarvoor maakt het gebruik van een techniek gebaseerd op dissolutie, oftewel het oplossen en onder druk zuiveren van plastics met een speciaal oplosmiddel. “Het mooie aan onze technologie is dat we verschillende polyolefinen uit een afvalstroom kunnen halen, ook uit afvalstromen die bestaan uit gemixte plastics en aluminium”, legt Wouter van Neerbos, directeur van OBBOTEC, uit. “Met ons oplosmiddel halen we alle additieven tot op moleculair niveau uit het plastic afval, zoals brandvertragers, geur- en kleurstoffen.”
Vervolgens scheidt OBBOTEC het oplosmiddel weer van de opgeloste kunststof. Met reeds bestaande technieken kunnen van de gezuiverde polymeren weer plastic pellets gemaakt worden. Tijdens dit proces vindt nagenoeg geen verlies van materiaal plaats. “Wat overblijft zijn witte, geurloze plastic vlokken die net zo schoon zijn als virgin plastics.”

Een deel van het geheim van OBBOTEC zit in de samenstelling van het chemische oplosmiddel, dat het bedrijf keer op keer kan gebruiken. De rest van de magie zit in het timen van het verwarmen, filtreren en verkoelen van de feedstock. Dat gebeurt in het complexe buizenstelsel zichtbaar aan de voorkant van de proeffabriek, aangestuurd door software die het bedrijf ontwikkelde. De dissolutietechnologie van OBBOTEC zit naar eigen zeggen tussen dat van mechanische en chemische recycling in. Maar in tegenstelling tot mechanische recycling resulteert dissolutie in veel hogere kwaliteit materiaal, terwijl het veel minder energie-intensief is en een hogere opbrengst geeft dan chemische recycling. Van Neerbos: “We hebben een LCA (Life Cycle Assessment, red.) naar onze techniek laten uitvoeren door CE Delft. Door de hoge opbrengst en hoge kwaliteit die we realiseren, komen we aanzienlijk beter uit de bus dan mechanische of chemische recycling.”

Samenwerking met Unilever

Maar alleen een kansrijke technologie maakt nog geen renderend bedrijf. Het bouwen van grote installaties kost miljoenen en OBBOTEC heeft de garantie nodig dat het gerecyclede plastic een afzetmarkt vindt. Daarvoor rekent het bedrijf onder andere op levensmiddelengigant Unilever. Unilever is nauw betrokken bij de ontwikkeling van OBBOTEC en zit samen met het bedrijf in het project Rotterdam Circulair. Waar OBBOTEC de SPEX-technologie heeft kunnen testen en verbeteren, leverde Unilever verpakkingen om de pilots mee uit te kunnen voeren, kennis over gedetailleerde kwaliteits- en juridische eisen, en introducties in het brede netwerk van grondstoffen en verpakkingen.

Op een event waar werd gesproken over het Europese Plastic Pact, raakte Van Neerbos aan de praat met Thor Tummers van Unilever. “Het event was een consultancy paradise”, herinnert Tummers. “Heel veel praten, weinig doen. Na mijn kennismaking met Wouter hebben we eigenlijk vrij snel verkend hoe we samen konden optrekken. Dat is toch een beetje de Rotterdamse mentaliteit.”

Food grade

Die samenwerking met Unilever richt zich op twee kanten van het recyclingproces: enerzijds op het verwerken van complexe plastic verpakkingen via de SPEX-technologie, en anderzijds het toepassen van hoogwaardig gerecycled materiaal in nieuwe verpakkingen. Hierbij zou een grote mijlpaal worden bereikt als het gerecycled materiaal van OBBOTEC toegepast mag worden in nieuwe voedselverpakkingen. OBBOTEC mag namelijk een hogere prijs vraag voor gerecycled kunststof dat geschikt is voor voedselverpakkingen. Dat type plastic is nu schaars. Op die manier kan het bedrijf concurreren met virgin materiaal.

Maar door huidige wet- en regelgeving mag het recyclaat vooralsnog niet gebruikt worden in verpakkingen voor voedingsmiddelen. Verpakkingen voor voedingsmiddelen worden nu gemaakt van virgin plastic of van materiaal afkomstig uit chemische recycling. Maar OBBOTEC claimt dat hun recyclaat zelfs schoner is dan virgin plastic, omdat het materiaal tot op moleculair niveau ook van de verontreinigingen wordt ontdaan die soms in aardolie zitten.

Juridisch niet technisch

“De lat ligt hoog voor nieuwe technieken als die van ons”, zegt Van Neerbos. “De uitdaging om food grade verpakkingen te maken van gerecycled materiaal is meer juridisch, dan technisch van aard.” Tegelijkertijd zien Van Neerbos en Tummers dat het beleid langzaamaan de goede kant op beweegt. Tummers: “We zijn met de ministeries van Infrastructuur & Waterstaat en Volksgezondheid, Welzijn & Sport in gesprek om de Europese regels en procedures aan te passen. En we zien ook dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit nauw betrokken is om verbeteringen voor te stellen. Normaal gesproken duurt zo’n traject zeven jaar. Wij willen dat in vier jaar doen. En ook partijen als Mars en PepsiCo zijn aangehaakt in het FlexForward-project met de Wageningen Universiteit. Voor ons zijn deze ontwikkelingen niet exclusief. Wij zijn erbij gebaat als concurrenten dit ook een goed idee vinden, zodat de schaal veel groter kan worden.”

Andere faillissementen

OBBOTEC zit ondertussen in een markt die het de afgelopen maanden zwaar te verduren heeft. Na Umincorp in januari en TRH Recycling in juli, is in oktober ook Ioniqa – die een testlocatie heeft in Plant One – omgevallen. De reden: goedkoop virgin plastic uit het buitenland en uitblijvend beleid. Van Neerbos maakt wel gelijk duidelijk dat de faillissementen van andere plastic recyclers niet een-op-een met elkaar vergelijkbaar zijn. “Maar de dreiging van goedkoop fossiel plastic uit China gaat niet weg”, zegt hij. “En op het moment dat er nieuwe fabrieken komen die met een enorme capaciteit plastic uit fossiele grondstoffen gaan maken wordt niemand blij. Het mooie is juist dat wij die fossiele route kunnen vermijden, en dat hoogwaardig recyclaat schaars is. Maar de businesscase moet wel uitkomen.”

Toekomstplannen

Aan ambitie geen gebrek in ieder geval. De fabriek in Rotterdam is op dit moment in staat om afvalbatches van 100 tot 200 kilo binnen enkele uren op te werken tot schoon materiaal. Uiteindelijk hoopt OBBOTEC al in 2027 een locatie te openen die jaarlijks 25 kiloton per jaar kan verwerken. Van Neerbos: “Hiervoor is betrokkenheid van Verpact (de organisatie verantwoordelijk voor de inzameling en recycling van verpakkingen, red.) van belang, om geschikte materialen beschikbaar te maken bij de ontwikkeling en opschaling van onze technologie.”

Na 2027 wil OBBOTEC door heel Europa soortgelijke fabrieken bouwen. Waar deze fabrieken komen te staan is nog niet bekend. Maar in de buurt van een fabrikant van verpakkingen zou een logische keuze zijn, zegt Van Neerbos. “Zodat er letterlijk een afgedankte shampoofles aan de ene kant naar binnen gaat, en er een nieuwe, volledig gerecyclede variant aan de achterkant uitkomt.”

Lees ook:

Zonneraam TNO wekt kwart meer stroom op door weerkaatsing licht via jaloezieën

Het nieuwe zonneraam heet ZIEZO, wat een afkorting is voor Zonwering Inclusief Elektriciteitsopwekkend Zonneraam. In het raam zitten dubbelzijdige kristallijne silicium zonnecellen en daarachter ingebouwde jaloezieën. Wanneer de jaloezieën naar beneden zijn, weerkaatsen ze het zonlicht en krijgen de zonnecellen aan de achterkant meer licht. Volgens TNO is het raam het eerste in zijn soort. “Het is ook commercieel interessant omdat dit concept, voor zover wij weten, nog niet op de markt beschikbaar is”, zegt zonne-energie expert Roland Valckenborg van het kennisinstituut. Meer zonne-energie nodig Nederland is weliswaar wereldkampioen zonne-energie, we moeten nog veel meer zonnepanelen plaatsen om de klimaatdoelen van Parijs te halen en af te kunnen stappen van fossiele brandstoffen. Dat kan door meer zonnepanelen op onbenutte daken van huizen en gebouwen te leggen, maar ook in gevels en ramen te verwerken. Of bijvoorbeeld door panelen te integreren in geluidsschermen en spoordijken, of drijvende zonneparken te installeren op ongebruikte waterpartijen en op zee, bij offshore windparken. Maar ook door het plaatsen van verticale dubbelzijdige panelen en het ontwikkelen van innovatieve panelen met een hoger rendement met nieuwe materialen, zoals perovskiet. Integratie in gebouwen TNO is op allerlei manieren bezig met deze innovaties. Zo is het kennisinstituut al heel ver met de ontwikkeling van lichtgewicht zonnecellen die op een folie of film geprint kunnen worden. Daarvoor moet in Eindhoven een fabriek komen. In dit rijtje past ook zeker het zonneraam. Daarmee wil TNO de markt voor zogeheten gebouw-geïntegreerde zonnetechnologieën (BIPV) stimuleren. Lagere voetafdruk Volgens Valckenborg kunnen de zonneramen de CO2-voetafdruk van een gebouw met minstens 20 procent verminderen. Het raam kent drie standen, afhankelijk van de jaloezieën. Als die naar beneden zijn, fungeren ze als een reflector, weerkaatsen ze het zonlicht en wordt er meer energie opgewekt. Met dicht of half open jaloezieën kunnen het licht en de temperatuur binnen geregeld worden op warme of juist koude dagen.Dit schema laat zien hoe het zonneraam met jaloezieën werktTesten Het afgelopen jaar zijn twaalf kleine versies van het raam getest bij de outdoor research faciliteit SolarBEAT in Eindhoven. Zes volledige ramen zijn geïnstalleerd en getest in het Experience Center van Pilkington in Enschede. Uit onderzoek blijkt dat het raam op zonnige dagen zorgt voor 25 procent meer groene stroom opbrengts dan een raam met enkelzijdige zonnecellen. Over het hele jaar genomen is dat 12 procent. Kijk hier hoe TNO het zonneraam test bij Solarbeat:Lees ook:Wereldrecord: zonnecel met meer dan 30 procent rendementLukt het Brabant om met een eigen zonnecelfabriek China te verslaan?Groot, circulair en lichtgewicht zonnedak van Nederlandse makelij wordt geïnstalleerd in GenkProfessor Wim Sinke: 'Tien keer zoveel zonne-energie is mogelijk'