Jeroen de Boer
17 juni 2025, 12:18

Lagere CO2-uitstoot levert Nederland economische klimaatbonus op: 'groene productiviteit' neemt toe

Onder economen wordt regelmatig geklaagd over de stagnerende groei van de arbeidsproductiviteit in Nederland. Uit een nieuwe studie blijkt nu dat het beeld kantelt, als je rekening houdt met de toekomstige klimaatschade van CO2-emissies. Neem je dit effect mee, dan wordt Nederland beter in het creëren van economische waarde die gepaard gaat met een lage CO2-uitstoot en dus minder toekomstige klimaatschade.

groene groei De Nederlandse economie is productiever dan gedacht bij het vergroenen van de welvaart. | Credits: Getty Images

Nederland heeft een probleem met de stagnatie van de groei van de arbeidsproductiviteit. Die mantra is al een aantal jaar te horen onder economen en wordt ondersteund door analyses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zo meldde het statistiekbureau onlangs dat de gemiddelde groei van de arbeidsproductiviteit in de afgelopen tien jaar slechts 0,2 procent per jaar bedroeg.

In 2023 en 2024 was zelfs sprake van een lichte daling van de arbeidsproductiviteit. Waarom dat een probleem is? Daarvoor moet je kijken naar factoren die zorgen voor economische groei. In traditionele economische modellen wordt economische groei verklaard door drie factoren: de inzet van arbeid, kapitaal en technologische innovatie. Dat laatste zorgt voor productiviteitsgroei, waarbij het idee is dat je met slimmere combinaties van arbeid en kapitaal meer kunt produceren.

Als hoogontwikkelde economie valt er voor Nederland slechts beperkte groei te realiseren door de inzet van extra kapitaal (machines, fabrieken). Veel kapitaalinvesteringen zijn per saldo vervangingsinvesteringen.

Wat de inzet van meer arbeid betreft, dus extra werkuren, zet de vergrijzing druk op het deel van de bevolking dat de komende decennia beschikbaar is voor betaald werk. Daarmee worden we voor economische groei afhankelijker van innovatie en dus groei van de productiviteit.

Stagnatie arbeidsproductiviteit in Nederland?

Op basis van de klassieke manier waarop economen productiviteitsgroei meten, scoort Nederland de afgelopen jaren niet al te best. Vanuit klimaatperspectief valt daar alleen flink wat op aan te merken, zo stellen economen Maarten de Ridder en Lukasz Rachel in een artikel dat dinsdag verscheen in economenblad ESB.

Klimaatschade heeft naar verwachting aanzienlijke gevolgen voor toekomstige economische groei, onder meer vanwege de gevolgen van het vaker voorkomen van extreem weer zoals extreme droogte, hitte en overstromingen. Je kunt op basis hiervan stellen dat een economie die zeer CO2-intensief produceert, toekomstige economische groei remt en omgekeerd.

Risico klimaatschade meenemen in economisch groeimodel

De Ridder en Rachel hebben de negatieve invloed van klimaatschade in een alternatief economisch model gekwantificeerd door een economische bonus-malus in te voeren gebaseerd op de CO2-uitstoot van een economie. Daarbij wordt gesteld dat een ton aan CO2-uitstoot gemiddeld genomen de netto contante waarde van toekomstige economische activiteit met 1.250 euro verlaagt.

In het model van de twee economen komt dit effect terug in de productiviteitsmetingen, waarbij hogere CO2-emissies leiden tot een lagere voor emissies gecorrigeerde totale factorproductiviteit (tfpe). Het omgekeerde geldt ook.

Toegepast op de Nederlandse economie levert dit opvallende resultaten op. In de onderstaande tabel uit het artikel in ESB vertegenwoordigt de oranje lijn (tfp, total factor productivity) de klassieke meting van de arbeidsproductiviteit. De blauwe lijn (tfpe) is de voor emissies gecorrigeerde productiviteit.

 

bron: ESB

 

Te zien is dat tot ongeveer 2014 zowel de klassieke maatstaf voor arbeidsproductiviteit als de voor emissies gecorrigeerde maatstaf een dalende trend laten zien. Vanaf dat jaar begint de voor emissies gecorrigeerde productiviteit echter sterk te stijgen, in tegenstelling tot de klassieke meting van de productiviteit.

Daling CO2-uitstoot Nederland: groene innovatie

De Ridder en Rachel wijzen erop dat de Nederlandse CO2-emissies vanaf 2014 sterk zijn gaan dalen. Nederland wordt volgens de economen de laatste jaren steeds beter in het produceren van ‘groene’ economische waarde. ‘Nu de klimaatuitdaging steeds duidelijker op het netvlies van beleidsmakers staat, is tpfe een manier om te laten zien dat het vermogen van de Nederlandse economie om te innoveren en efficiëntie te verhogen niet is afgenomen.’

Onderliggend is wel sprake van een verschuiving in de manier waarop de baten van een daling van CO2-emissies worden gerealiseerd, aldus de auteurs. ‘Productiviteitsgroei draagt op dit moment minder bij aan het verhogen van de levensstandaard, maar draagt wel degelijk bij aan het vergroenen van de economie.’

Relatie tussen CO2-uitstoot en klimaatschade

Een vraag die je hierbij kunt stellen is hoe het zit met de CO2-impact van geïmporteerde producten, als Nederlanders bijvoorbeeld spullen kopen met een hoge CO2-voetafdruk bij Chinese webshops. Hierbij gaat het om het ‘outscourcen’ van CO2-uitstoot door producten buiten de landsgrenzen te laten produceren. Dit fenomeen is volgens de Ridder en Lukasz zeker relevant, maar heeft per saldo een relatief klein effect.

Een andere kanttekening die je bij het onderzoek kunt plaatsen, betreft de aanname dat een lagere CO2-uitstoot op nationaal niveau direct vertaald kan worden naar een verbetering van de voor emissies gecorrigeerde productiviteit op nationaal niveau.

Het achterliggende idee is dat toekomstige klimaatschade wordt vermeden met lagere emissies. Het probleem met klimaatverandering en klimaatschade is alleen dat er geen direct verband is tussen waar broeikasgassen worden uitgestoten en waar klimaatverandering voor economische schade zorgt.

Anders gezegd: als Nederland CO2-emissies reduceert, kan de economie nog steeds te maken krijgen met aanzienlijke klimaatschade, als er elders in de wereld veel broeikasgassen worden uitgestoten.

Dit laat onverlet dat het verfrissend is als economen klassieke groeimodellen ter discussie stellen en de risico’s van toekomstige klimaatschade meenemen in economische statistieken.

Lees ook:

Van lab naar badkamer: hoe enzymen je shampoofles groener maken

1. Wat is het verschil tussen ‘recyclebaar’ en ‘gerecycled’ materiaal? Een verpakking die recyclebaar is, betekent simpelweg dat het technisch mogelijk is om het materiaal opnieuw te verwerken. Of dat ook gebeurt, is een tweede. Gerecycled materiaal daarentegen is daadwerkelijk afkomstig uit een eerdere gebruikscyclus, bijvoorbeeld een oude PET-fles die is verwerkt tot een nieuwe shampooverpakking. Voor een circulaire economie is vooral dat laatste van belang. Want alleen als gebruikte grondstoffen de basis kunnen vormen voor nieuwe producten, sluit je de keten echt.Een leuk weetje: de shampooflessen van L’Oréal bestaan al voor 100 procent uit gerecycled materiaal. Daarmee is het bedrijf goed op weg, al is er nog wel werk aan de winkel. Voor 2030 is het namelijk de doelstelling om voor alle verpakkingen 50 procent minimaal minder virgin plastic te gebruiken dan in 2019. 2. Wat doet L’Oréal om die kringloop te sluiten? L’Oréal werkt met een speciale analysetool waarmee verpakkingen worden beoordeeld op hun impact. Dat gaat van productie tot afvalfase. Hierbij kijkt het bedrijf niet alleen naar milieubelasting, maar ook naar verpakkingsintensiteit. Met andere woorden: hoe kun je minder materiaal gebruiken voor hetzelfde product? Zo is de verpakking van Elvive-shampoo bijvoorbeeld helemaal opnieuw ontworpen, met 20 procent minder plastic.Ook introduceerde L’Oréal al speciale navulverpakkingen die tot 60 procent minder plastic bevatten. Dat er in deze verpakkingen geen dunne laagjes plastic op elkaar zijn geplakt, maakt dat ze veel beter te recyclen zijn. Ook parfums en huidverzorging krijgen trouwens steeds vaker een hervulbaar jasje. Bij parfumflacons scheelt dit zo tot 60 procent glas en metaal. Zo breidt L’Oréal het refill-concept stap voor stap verder uit.Daarnaast is er de samenwerking met het Franse biotechbedrijf Carbios om PET-plastic oneindig recyclebaar te maken. Dankzij een revolutionaire enzymatische technologie kunnen PET-flessen worden afgebroken tot hun oorspronkelijke bouwstenen en opnieuw gebruikt worden. Revolutionaire enzymatische technologie gebruikt slimme, natuurlijke eiwitten om processen sneller, efficiënter en duurzamer te maken dan met traditionele chemie. Nota bene zonder kwaliteitsverlies. In 2021 produceerde L'Oréal de eerste cosmetische fles van 100 procent enzymatisch gerecycled plastic. Voor deze doorbraak ontvingen de bedrijven in 2023 de prestigieuze Pioneer Award. De samenwerking past binnen L'Oréals ambitie om al haar verpakkingen tegen 2030 duurzaam te maken. 3. Wat maakt het sluiten van de keten zo lastig? Eén mondiaal systeem voor afvalinzameling en recycling bestaat nog niet. Ieder land kent z'n eigen regels en vaak zijn er zelfs verschillen op gemeenteniveau. België heeft bijvoorbeeld een centraal geregelde structuur, via Fost Plus. In Nederland daarentegen zijn gemeenten zélf verantwoordelijk voor deze stroom. Veel dorpsgemeenten kiezen er bijvoorbeeld voor om plastic apart in te zamelen, maar in steden gebeurt dat nauwelijks. Bedrijven krijgen daarom moeilijk grip op wat er uiteindelijk met hun verpakking gebeurt. Ook de wetgeving helpt niet altijd even goed mee. Gerecycled plastic wordt in sommige landen wettelijk nog steeds als afval gezien. Dat betekent dat het transport ervan over landsgrenzen aan strenge eisen moet voldoen of zelfs helemaal verboden is. Zelfs als een bedrijf als L’Oréal in land A gerecycled PET produceert, mag dat niet zomaar gebruikt worden in land B. Dit belemmert het opschalen van duurzame verpakkingen. Ook de strenge eisen voor productveiligheid zijn een uitdaging. Cosmetica moet voldoen aan hoge veiligheidsnormen, omdat het nu eenmaal gaat om producten die direct in contact komen met de huid. Gerecycled plastic moet dus geurloos, kleurstabiel én chemisch zuiver zijn. Dat beperkt het aanbod. 4. Wat betekent de circulaire omschakeling voor de hele keten? De overstap naar gerecycled materiaal raakt iedereen. Van producenten tot retailers en consumenten. Zo moeten producenten investeren in nieuwe grondstoffen en technologieën. Retailers moeten ruimte maken voor navulstations en alternatieve verpakkingen. En de consument? Die moet wennen aan producten die er een tikkeltje anders uitzien. Een navulzak in plaats van een klassieke shampoofles bijvoorbeeld, zoals L’Oréal die inmiddels bij Etos en Kruidvat aanbiedt. Het bedrijf werkt daarom nauw samen met leveranciers, recyclers en transporteurs om iedere schakel mee te krijgen in deze verandering. 5. Snapt de consument eigenlijk wat duurzaam is? En wat niet? Lang niet altijd. Recyclebaar betekent bijvoorbeeld niet dat een verpakking ook gerecycled is, iets wat wel vaak wordt gedacht. Die verwarring zorgt ervoor dat consumenten zich soms duurzamer voelen dan ze in werkelijkheid zijn. L’Oréal probeert dat te doorbreken met heldere communicatie op verpakkingen, simpele instructies en de inzet van influencers en social media. Ook 'nudgen' wordt ingezet, subtiele aanmoedigingen die duurzame keuzes vanzelfsprekender maken. Een concreet voorbeeld is het Eco-Score label dat waarschijnlijk in de tweede helft van 2025 wordt gelanceerd. Die kun je vergelijken met energielabels voor apparaten en laten zien hoe duurzaam een cosmetisch product is. Factoren als CO2-uitstoot, watergebruik en biodiversiteit spelen daarin mee. Mensen kiezen namelijk eerder voor een product met een hoge Eco-Score als die informatie eenvoudig zichtbaar en begrijpelijk is. 6. Wat is er nodig voor een écht circulaire beautyketen? Doorzettingsvermogen, innovatie én samenwerking. Nieuwe technologieën ontwikkelen zich snel, zoals de inzet van enzymatische recycling waarmee plastic eindeloos herbruikbaar wordt. Maar er zijn ook structurele hobbels. Denk aan versnipperde regelgeving, beperkte beschikbaarheid van grondstoffen en consumentengedrag dat niet altijd meebeweegt. Toch groeit het besef dat schoonheid verder gaat dan de spiegel. Want in een duurzame toekomst is het niet alleen belangrijk wat je smeert, maar vooral hoe het product tot stand komt.Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner L’Oréal. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.