Het verhaal van Kumasi is trouwe Change Inc.-lezers bekend. Tijdens de opnames van een documentaire over de cacaoproductie in West-Afrika zag RTL-journalist Lars Gierveld met eigen ogen de armoede onder boeren. Toen hij een groep boeren in Ghana filmde, nabij de stad Kumasi, proefde Gierveld het sap uit de cacaovrucht. De smaak verraste hem: een mix van lychee, mango en limoen, maar dan net even anders. Zo kreeg hij een wild idee: wat als we iets met dit sap kunnen doen?
Fast forward naar nu. Vanaf september dit jaar levert een fonkelnieuwe sapfabriek in Ivoorkust jaarlijks 30.000 liter aan de eerste grote afnemer, het Ivoriaanse juicemerk Ivorio. Daarmee profiteren straks 5.000 cacaoboeren van een extra inkomstenstroom door een product te leveren dat ze toch al verbouwen. En volgend jaar wil Kumasi de productie opschalen naar 300.000 liter.
Dat de keuze uiteindelijk op Ivoorkust is gevallen en niet op Ghana is strategisch, vertelt medeoprichter Linda Klunder. Zij vertrok in 2023 voor twee jaar naar Ivoorkust om samen met verschillende partners de nieuwe fabriek op te zetten. ‘Ghana bood de eerste inspiratie, maar de markt daar is complex en sterk politiek gereguleerd. Dat maakt het als nieuwkomer lastig. Ivoorkust is ook sterk gereguleerd, maar daar hebben we betere contacten. En onze plannen voor lokale verwerking sloten goed aan bij de ambities van de overheid.
Fianciering van de Chocolonely Foundation
De fabriek is een samenwerking tussen Kumasi en cacaohandelaar ETG/Beyond Beans. Die laatste kent het netwerk van cacaotelers en zorgt ervoor dat boeren de juiste training krijgen.
Ook voor de Chocolonely Foundation, die jaarlijks 1 procent van de opbrengst van Tony’s Chocolonely ontvangt, is cacao natuurlijk geen vreemde markt. De stichting droeg bij aan de investering die Kumasi nodig had. ‘Als stichting hebben we de luxepositie om te investeren in projecten en bedrijven die de status quo in de cacaoketen veranderen’, zegt Anna Laven, voorzitter van de Foundation. ‘Voor ons is het voor het eerst dat we in een sociale onderneming financieren waar grote commerciële partners bij betrokken zijn. Daar zijn we kritisch op. Maar het voorstel van Kumasi voldeed aan de voorwaarden: het doel dient lokale gemeenschappen in Ghana en Ivoorkust en verhoogt inkomens van boeren families die ook aan Tony’s leveren, op een radicaal andere manier.’

Het vruchtvlees van de cacaovrucht kan gebruikt worden om frisdrank mee te maken | Credits: Kumasi
Logistiek is 90 procent van het succes
De weg naar de fabriek was niet zonder obstakels. Het vinden van de juiste partners, financiering en vooral de logistiek vroegen doorzettingsvermogen. ‘Je kunt nog zo’n mooi businessplan hebben, maar in de praktijk loopt het altijd anders. Zeker als de infrastructuur en cultuur niet zijn zoals je gewend bent,’ vertelt Klunder. ‘De eerste keer dat we met een grote groep boeren zouden persen, kwam er niemand opdagen. Bleek er een begrafenis te zijn in het dorp. Dan kun je je hele Excel-planning weggooien en opnieuw beginnen. Flexibiliteit is essentieel.’
Volgens Klunder is logistiek 90 procent van het succes. Het netwerk van de duizenden cacaoboeren waar Kumasi mee werkt is sterk gefragmenteerd, deels omdat zij vaak op kleine percelen van gemiddeld 2 tot 3 hectare werken. Er is dus een groot netwerk nodig om voldoende sap te verzamelen. ‘Wat we doen is technisch gezien niet het allermoeilijkst. Maar het verzamelen van sap bij duizenden boeren is door de slechte infrastructuur, zoals modderige wegen, wél een enorme uitdaging.’
Productie opschroeven
De komende periode wil Kumasi de productie van de fabriek verder opschroeven. En dan moet het bedrijf nieuwe markten aanboren. Klunder: ‘Boeren en cacaosap zijn er genoeg. Nu willen we laten zien wat de mogelijkheden van het sap nog meer zijn.’ Naast frisdrank zijn er volgens haar namelijk tal van toepassingen, bijvoorbeeld als smaakmaker in chocoladevullingen, zuivel, ijs en cocktails. Kumasi onderzoekt ook nuttige toepassingen voor bijvoorbeeld de schil van de cacaovrucht. Een deel van de afgedankte schillen wordt nu al verwerkt tot vloeren.
‘Uiteindelijk willen we onze afzet 50/50 verdelen tussen export en lokale consumptie’, vervolgt Klunder. ‘Cacao is traditioneel op de export gericht, maar juices worden in West-Afrika juist heel veel gedronken. Lokale consumenten begrijpen sap meteen, het sluit aan bij bestaande gewoontes. In Europa moet je nog uitleggen dat cacaosap geen chocolademelk is.’
Sap van de cashewnoot
‘Kumasi is sterk in het creëren van een afzetmarkt’, stelt Chocolonely Foundation-voorzitter Laven. ‘Het is heel knap dat ze een lokale speler hebben gevonden die al zulke grote hoeveelheden sap kan afnemen. Als je de vraagkant niet op orde hebt, wordt het nooit wat. Inmiddels heeft Kumasi met een aansprekend product laten zien dat het kan. Daar zitten ook voor de Chocolonely Foundation waardevolle lessen in. In de toekomst willen we vaker dit soort innovatieve projecten steunen.’
Als het aan Klunder ligt worden de afvalstromen van nog veel meer tropische delicatessen opgewaardeerd. ‘Er zijn nog zoveel voedselketens waar onbenutte kansen zijn. Neem cashew. De noot (wederom in feite een zaadje, red.) is slechts 10 procent van het geheel. De rest is een vrucht: de cashewappel. Wat kunnen we daarmee doen? Kumasi kan het startpunt zijn van de toegang tot nog veel meer producten.’




