Hannah van der Korput
23 april 2025, 12:17

Klimaatverandering is geen ver-van-mijn-bed-show: ‘Het heeft nu al invloed op huizenprijzen’

Op de krappe, Nederlandse woningmarkt mag je van geluk spreken als je een huis weet te bemachtigen. Veel eigenaren denken vervolgens niet na over welke impact klimaatverandering heeft op hun woning. Dat zou wel moeten, zegt journalist Christel Don. Ze schreef er een boek over.

Christel Don In haar boek Klimaatgetto's beschrijft Don hoe klimaatverandering onze huizen binnendringt en welke acties er nodig zijn. | Credits: Keke Keukelaar / Getty Images

Don verhuisde van Amsterdam naar het hoger gelegen Zutphen. De keuze viel op een huis 9 meter boven zeeniveau. “Niet dat de Randstad snel onder water loopt, maar ik wilde een toekomstbestendige investering doen. Voor mij voelde het logisch om hoger te gaan wonen.”

Tegelijkertijd zag ze dat haar omgeving er niet mee bezig was. “Een vriend van me kocht een huis in Marken, buitendijks. Het feit dat zijn huis niet beschermd is tegen hoog water of overstromingen, daar had hij niet bij stilgestaan. Genoeg mensen sluiten hoge hypotheken af voor authentieke panden in een historisch centrum, zonder goed na te denken over de staat van de veelal houten funderingspalen. Dat verbaast me, want klimaatverandering heeft al effect op de huizenprijzen.”

Klimaatgetto’s

Ze schreef er het boek Klimaatgetto’s over. Daarin beschrijft ze hoe klimaatverandering onze huizen binnendringt en welke acties er nodig zijn. De titel verwijst naar gebieden die door klimaatrampen in waarde afnemen. “Wanneer een wijk wordt getroffen door een overstroming, storm of natuurbrand, kan er gaandeweg een tweedeling ontstaan. Enerzijds is er een groep mensen die kan verhuizen of het huis klimaatbestendiger kan maken. Anderzijds zijn er mensen die zich dat niet kunnen permitteren. Als mensen verhuizen, komt hun woning voor minder geld op de markt. Het wordt gekocht door mensen met een kleinere portemonnee. Door die neerwaartse spiraal kunnen gaandeweg klimaatgetto’s ontstaan. De inwoners komen vast te zitten in risicovolle omstandigheden, omdat ze zich niets beters kunnen veroorloven.”

Voor Nederland is het een heftige term, erkent Don. “In Indonesië en Amerika bestaan klimaatgetto’s al. In Nederland niet, maar de eerste signalen worden zichtbaar.” Ze wijst naar Rotterdam Bloemhof, waar veel huizen geen diepe paalfundering hebben. “Door versnelde bodemdaling zakken die steeds verder weg, met scheuren in de gevels en schimmel op de muren als gevolg. De herstelwerkzaamheden zijn kostbaar en lang niet iedereen kan dat betalen. Een ander voorbeeld is Enschede, waar recentelijk zesenzestig huurhuizen onbewoonbaar zijn verklaard na een extreme hoosbui. Het is nog maar de vraag of de andere woningen in de wijk wel behouden kunnen blijven. Een gebied wordt niet van de een op andere dag een klimaatgetto, maar ook hier zie je signalen dat bewoners vast kunnen komen te zitten.”

Van wateroverlast tot hittestress

Klimaatverandering is op verschillende manieren merkbaar. In het boek beschrijft Don de overstromingen in Valkenburg, appartementen in Nijmegen waar het in de zomer bloedheet wordt en gebieden rond de Veluwe met een verhoogd risico op natuurbosbranden. “Ik wil maar zeggen: er komt veel op ons af. We kunnen onze koppen in het zand steken, maar we kunnen er ook naar handelen. Laten we het laatste doen. Het is fijn als je weet welke maatregelen je kan nemen voor je eigen huis. Ik ga bijvoorbeeld zonwering installeren voor alle ramen aan de zuidkant. Dat gaat een paar duizend euro kosten, maar met meer hittegolven in het vooruitzicht is het nodig.”

Maar met alleen individuele maatregelen redden we het niet, benadrukt ze. Beter is het om actie te ondernemen op collectief niveau. “Dat gebeurt al. In het boek noem ik Jelle Feenstra, die met zijn buren een pomp heeft geïnstalleerd om het grondwater hoog te houden. Daardoor blijven de houten palen waar hun huizen op zijn gebouwd goed geconserveerd. In plaats van dat iedere bewoner 65.000 euro betaalt om zijn eigen woning te redden, kostte deze gezamenlijke oplossing maar 800 euro. Van dit soort initiatieven kunnen anderen in een soortgelijke situatie leren.”

Klimaatschappen

Ze pleit dan ook voor zogenoemde klimaatschappen: eenzelfde soort idee als waterschappen, maar dan voor klimaatverandering. “Het is mijn wens dat er over een paar jaar overal in Nederland zulke klimaatschappen zijn, geïnitieerd door burgers. Zij kunnen net als Jelle aan de slag met maatregelen om te kunnen leven met water, hitte, droogte en vuur in een bepaald gebied.”

Daar is ze zelf al mee begonnen. “Ik woon in een woonproject van vijftig huizen. Binnenkort gaan we kijken wat de grootste risico’s in onze buurt zijn en hoe we ons daarop gaan voorbereiden. Wat kunnen we zelf doen, hoeveel geld gaat het kosten en hebben we daar partners zoals de gemeente bij nodig?”

Volgens Don speelt sociale cohesie een grote rol in zo’n project. “Bij klimaatadaptatie gaat het al snel over technische maatregelen, terwijl samenwerken en elkaar kennen minstens zo belangrijk is. Als een hittegolf drie weken duurt, bij wie gaan we dan langs en wie komt er andersom even bij mij kijken? In het woonproject wonen best wat ouderen. Wanneer het te warm wordt om naar de winkel te gaan, voor wie moeten we dan boodschappen doen? Als daar geen plan voor is, is de kans klein dat je elkaar helpt op het moment dat een klimaatramp zich voordoet.”

Eigen belang

Natuurlijk neemt de overheid ook maatregelen. Die zorgt ervoor dat de dijken worden onderhouden, stelt eisen op voor de bouw en heeft een Nationaal Hitteplan. “Dat pleit ons niet vrij. Mensen moeten zelf ook aan de slag. Het is bovendien in ons eigen belang, want klimaatrisico’s krijgen steeds meer effect op de huizenprijzen en onze levens. De groep Nederlanders die daarover kan meepraten wordt steeds groter. We hebben al last van klimaatverandering en kunnen niet enkel op de overheid blijven leunen.”

Kans

Het boek moet dan ook een gespreksstarter zijn. “Ik hoop dat het de dialoog op gang brengt. Dat we het er met elkaar over hebben, bijvoorbeeld in klimaatschappen. In Valkenburg gebeurt dat al. Daar houdt een hoogwaterwacht van burgers sinds de overstromingen in 2021 de waterpeilen in de gaten. Dit soort bewonersinitiatieven zichtbaarheid geven, zodat anderen ervan kunnen leren, is een mooie taak voor lokale overheden. Binnenkort lanceren we dan ook de eerste klimaatschappen in Valkenburg, gesteund door burgemeester Daan Prevoo.”

“Klimaatverandering wordt vaak gezien als een gevaar, iets dat ons bedreigt”, vervolgt Don. “Maar het kan ook iets zijn wat ons verbindt. Samen met klimaatrisico’s aan de slag gaan kan ervoor zorgen dat we elkaar beter leren kennen en weten wie er in onze straat woont. Ik zie het dus vooral als kans op meer verbinding met elkaar.”

Lees ook:

Is deze stuifmeelvervanger goed nieuws voor de bij (en mens)?

Bijen en hommels halen hun voedsel uit nectar en stuifmeel van bloemen. Terwijl ze eten, brengen ze het stuifmeel van de ene bloem over naar de andere bloem. Daardoor produceren planten vruchten en groeien er appels, peren, paprika’s en noten. Dat we al die gewassen kunnen eten, is dus te danken aan de bestuivers.Maar het gaat al lange tijd niet goed met de bij. Door verstedelijking en de grootschalige landbouw met bijkomende bestrijdingsmiddelen is het voor bestuivers steeds lastiger om aan voldoende voedsel te komen. Een nieuwe voedselbron is dan ook welkom. Stuifmeelvervanger Die is in de maak, en wel door het Vlaamse agrotechbedrijf Apix Biosciences. Samen met universiteiten in Newcastle, Pretoria en Jerusalem werkt het aan een heuse stuifmeelvervanger. Daarin zit onder andere isofucosterol verwerkt, een essentiële voedingsstof voor bijen dat ook van nature in stuifmeel zit. De ontwikkeling van de bijenvoeding nam tien jaar in beslag. Het onderzoek is inmiddels gepubliceerd. Testen in Amerika Het middel werd in Amerikaanse bosbessen- en zonnebloemvelden getest. Die staan bekend om hun slechte stuifmeelkwaliteit voor bijen. Drie bijenkolonies werden in de gaten gehouden: de een nuttigde de nieuwe voedselbron van Apix, de ander kreeg standaard commercieel voer dat nu al op de markt beschikbaar is en weer een groep bijen kreeg niets extra's. Bij de groep die de nieuwe stuifmeelvervanger kreeg, nam de overlevingskans en de koloniegroei flink toe in vergelijking met de andere bijengroepen. De markt op in 2026 Het middel moet volgend jaar op de Amerikaanse markt komen. Daar wordt momenteel geld voor ingezameld. “We zijn ervan overtuigd dat het product een positief effect zal hebben op imkers en telers zodra het in de VS te koop is. De verwachting is dat dat medio 2026 zal gebeuren”, aldus Patrick Pilkington, CEO van de Amerikaanse tak van Apix. Lees ook:Opmerkelijk: de bijensterfte te lijf met data, verwarming en robotsZuid-Holland heeft er 30 bijensoorten bij Bijen hebben het moeilijk, maar we kunnen ze helpen