André Oerlemans
03 juli 2025, 10:00

Kleine kernreactor op gesmolten zout en radioactief afval over vijf jaar gebouwd, belooft Thorizon

De kleine, gesmolten zoutreactor van het Nederlandse Thorizon wordt alom gezien als de missing link in de energietransitie. De eeuwige vraag blijft: wanneer wordt deze SMR daadwerkelijk gebouwd? Over vijf jaar, beloofde ceo Kiki Lauwers tijdens het Upstream festival in Rotterdam.

Ceo Kiki Lauwers (rechts) bevestigde tijdens Upstream dat de Thorizon One in 2030 gebouwd gaat worden Ceo Kiki Lauwers (rechts) bevestigde tijdens Upstream dat de Thorizon One in 2030 gebouwd gaat worden | Credits: Upstream

SMR staat voor Small Modular Reactor. Die kan gemiddeld 300 megawattuur aan stroom opwekken, genoeg voor 300.000 tot 600.000 huishoudens. En dat zonder CO2 uit te stoten. Modulair betekent dat de afzonderlijke reactoronderdelen als bouwstenen in elkaar gezet kunnen worden. Of dat meerdere SMR’s aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Op dit moment gebruiken alleen China en Rusland ze, maar andere landen zijn er volop mee bezig. ‘De reactoren die nu ontwikkeld worden kunnen heel Europa de komende veertig jaar van energie voorzien. En dat tegen concurrerende tarieven’, stelt Lauwers, die met Thorizon aan een eigen SMR werkt. Dat kernreactoren en kernenergie vaak als onveilig worden gezien is volgens haar een grote misvatting. ‘Dit is een van de meest veilige sectoren in de wereld’, zegt ze.

Start bouw Thorizon One in 2030

De SMR van Thorizon is volgens het bedrijf veilig, slim en circulair. Hij gebruikt geen uranium maar gesmolten zout. Als brandstof én koelmiddel. In het reactorvat zitten cartridges met zout en radioactief afval, zoals splijtstof, in combinatie met het veelvoorkomende metaal thorium. Een belangrijke taak van de kernreactor is dan ook het recyclen van nucleaire afvalstromen, want die bevatten nog veel energie. De reactor opereert onder lage druk, zodat radioactieve materialen zich niet kunnen verspreiden. Als de temperatuur in de reactor te hoog wordt, remt hij zelf de splijtingsreactie af. De SMR van Thorizon heeft meerdere toepassingen. Hij kan 250 megawatt industriële warmte produceren of 100 megawatt elektriciteit, genoeg voor 250.000 huishoudens.

De vraag die lang onbeantwoord bleef was wanneer Thorizon met de bouw van de eerste SMR, de Thorizon One, zou beginnen. Eerder dit jaar hintte Lauwers al op 2030. Dat bevestigde ze nogmaals tijdens het Upstream festival. ‘We starten de bouw in 2030. Dat is een heel ambitieus doel, want we hebben nog heel veel te doen’, stelt ze.

Nu moeten kerncentrales nog op grote afstand van bedrijventerreinen en woonwijken staan, vanwege de veiligheidszone. Voor SMR’s hoeft dat volgens Lauwers niet te gelden. ‘We kunnen ze bij kerncentrales bouwen die al een vergunning hebben, maar eigenlijk willen we dichter bij de industrie bouwen. Daarvoor is verandering van regels nodig’, zegt ze.

Omslag naar brede steun voor kernenergie

Volgens Lauwers zien steeds meer landen in dat kernenergie een relatief schone bron van energie kan zijn. ‘Het beeld is aan het veranderen. De laatste achttien maanden heeft elk land een transitie doorgemaakt. Frankrijk, België, Italië, Denemarken, Spanje. Zelfs Duitsland en de Scandinavische landen steunen nu kernenergie’, zegt ze.

Ook het Nederlandse kabinet zet de komende jaren in op kernenergie. Nu windturbines en zonnepanelen de belangrijkste energiebronnen worden, zijn kerncentrales een relatief schone en betrouwbare aanvulling. Ze kunnen een zogeheten basislast aan stroom leveren die niet afhankelijk is van het weer. Het kabinet wil graag twee nieuwe kerncentrales bouwen bij Borsele of op de Maasvlakte en onderzoekt op verzoek van de Tweede Kamer of het na 2040 nog twee nieuwe kan bouwen. Het probleem is alleen dat de bouw van de twee nieuwe kerncentrales tussen de 20 en 30 miljard euro kost en ze op zijn vroegst in 2035 klaar zijn.

Een impressie van de gesmolten zoutreactor en het complex waar Thorizon de SMR wil gaan bouwen.

Een impressie van de gesmolten zoutreactor en het complex waar Thorizon de SMR wil gaan bouwen.

Minister Hermans geeft subsidie

De ontwikkeling van kleinere SMR’s kan sneller en goedkoper dan van grote kerncentrales. Die kunnen daardoor in het tijdelijke gat springen, beseft het kabinet, die hiervoor in maart 2024 een speciaal SMR-programma startte. ‘Het is niet of-of, maar en-en’, zegt Lauwers. ‘We hebben grote centrales nodig voor de baseload aan stroom. Maar om netcongestie op te lossen en aan de vraag van de industrie naar stroom en warmte te voldoen, hebben we kleinere centrales nodig.’

In haar Kamerbrief eerder dit jaar meldt inmiddels demissionair minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei dat Nederland snel van dit soort kleine reactoren wil bouwen en hiervoor 2,5 miljoen euro beschikbaar stelt. De resultaten van simulaties worden na de zomer bekend. Die moeten uitwijzen hoe de SMR’s gebouwd kunnen worden en hoe ze ingepast kunnen worden in het nationale energiesysteem. Hiervoor gaat Nederland samenwerken met andere Europese landen.

In haar recente Kamerbrief van 16 juni kondigt Hermans vanaf 2028 een nieuwe subsidieronde van 8,5 miljoen aan. Bovenop die eerste 2,5 miljoen komt er 7,5 miljoen euro subsidie beschikbaar voor onderzoek naar een goede oplossing of verwerking van radioactief afval. Ook daarin spelen SMR’s een rol. Bedrijven en kennisinstituten kunnen begin volgend jaar al aanvragen doen voor de SMR-subsidie.

Moeilijk om investeerders te vinden

Thorizon werkt ook samen met andere landen en regeringen. Zo kreeg het bedrijf vorig jaar 10 miljoen euro subsidie van de Franse overheid, onder meer voor de verdere ontwikkeling van zijn SMR. In Nederland haalde de startup begin dit jaar een 20 miljoen euro aan subsidie op: 16 miljoen euro van Invest-NL en Invest-EU en 4 miljoen euro van de provincie Noord-Brabant, VDL en Demcon, de twee bedrijven waarmee het bedrijf de SMR gaat bouwen. Van het geld kan Thorizon prototypes bouwen en vergunningstrajecten doorlopen.

Die trajecten duren volgens Lauwers heel lang. Verder is de financiering lastig. ‘Omdat nucleaire technologie heel kapitaalintensief is, is het moeilijk om investeerders te vinden. Ook omdat nog steeds een derde tot een kwart van de investeerders nucleair uitsluiten’, zegt ze. ‘Wij worden sinds het begin gesteund door Invest-NL. Zij hebben een cruciale rol gespeeld in het aantrekken van andere investeerders.’

Alle drempels op de weg kunnen Lauwers niet tegenhouden. ‘Ik werk graag met ingenieurs om moeilijke puzzels op te lossen. Samen zijn we op een queeste om iets veranderen.’

Lees ook:

Hoe gaat beautygigant Beiersdorf zijn klimaatdoelen halen?

Zoals veel bedrijven is Beiersdorf in transitie. Het merk aan het eind van 2025 de uitstoot van broeikasgassen met 30 procent verminderen ten opzichte van 2018. Een ambitieus doel, zegt duurzaamheidsexpert Dorle Bahr. 'Voor scope 1 en 2 is dit doel vroegtijdig behaald. Voor scope 3 hopen we dat eind 2025 te behalen. Omdat het de goede kant op gaat, hebben we onze doelen aangescherpt. We streven ernaar om in 2032 de uitstoot van scope 1, 2 en 3 met 70 procent te verminderen ten opzichte van 2018. Dit zijn science based targets, dus in lijn om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden.'Wat bedoelen we met scope 1, 2 en 3?Onder scope 1 valt de uitstoot die direct is toe te schrijven aan een bedrijf. Denk aan alles wat nodig is om kantoren te laten draaien en het productieproces van de verzorgingsartikelen. Scope 2 omvat alle uitstoot door de inkoop van energie, zoals elektriciteit en warmte. Al het andere valt onder scope 3. Oftewel: de keten. Hierbij kun je denken aan winnen van ingrediënten en het gebruik van de crèmes en deodoranten door de consument.Ommezwaai Voordat het doelen stelde, deed het bedrijf eerst uitgebreid marktonderzoek. ‘Dat is noodzakelijk. Op die manier weten we zeker dat hetgeen we willen bereiken haalbaar is. Als het gaat om de elektrificatie van de fabrieken, dan brengen we het landschap van hernieuwbare energie en de verwachte ontwikkelingen in kaart. Dat de doelen haalbaar zijn, betekent overigens niet dat ze makkelijk te bereiken zijn. Het zijn geen kleine productaanpassingen die we doen. We nemen het hele bedrijfsproces onder de loep. Het is echt een ommezwaai, een enorme operatie. Het gaat van energieverbruik tot materiaalgebruik en verpakkingen.’ Wereldwijde operatie Die operatie strekt zich uit over de hele wereld, aangezien de merken van Beiersdorf in meer dan tweehonderd landen worden verkocht. Hoe gaat het om met de nationale en internationale wetgeving die op het bedrijf afkomt? ‘Dat is een hele uitdaging’, meent Bahr. ‘Aan de ene kant zorgt wetgeving voor een gelijk speelveld. Het helpt niet alleen ons om te veranderen, maar duwt een hele industrie een bepaalde kant op. Het wordt lastig wanneer nationale wetgeving verschilt van bijvoorbeeld Europese richtlijnen. In zulke gevallen moeten we goed kijken naar de nuances en die op de juiste manier implementeren. Neem de CSRD: die reportage maken we op internationaal niveau, niet voor ieder land apart. Als we voor bepaalde markten aan extra verplichtingen moeten voldoen, voegen we die benodigde informatie toe.’ CSRD Voor de CSRD zijn de voorbereidingen in volle gang. ‘We zijn vorig jaar begonnen. Het goede nieuws is dat we dankzij eerdere rapportages al over best veel informatie beschikken. In die zin hebben we al redelijk wat voorwerk gedaan. Thema’s zoals landgebruik en microplastics zijn niet nieuw: daar hebben we in het verleden al uitgebreid over gepubliceerd. Maar zoiets als een uitgebreide biodiversiteitsstrategie is er nog niet. Dat betekent niet dat we niets aan biodiversiteit doen, maar alle informatie is nog niet op één plek beschikbaar. Dat moeten we intern ophalen, verzamelen en structureren. Daar hebben we dus nog wat te doen.’ Tonnen CO2 per jaar besparen Om de duurzaamheidsdoelen te halen, gaat het productassortiment op de schop. Dat geldt ook voor iconische Nivea-producten die al jaren bestaan. Dat is best lastig, zegt directeur Benelux Karin de Koning. ‘Een product moet duurzamer worden, terwijl de vertrouwde ervaring voor de consument hetzelfde moet blijven. Nivea Soft is daar een goed voorbeeld van. De formule is recent aangepast, wat leidt tot 40 procent minder uitstoot.’ Die uitstoot wordt vermeld in CO2-equivalent (CO2e). Deze eenheid geeft de totale uitstoot weer van alle broeikasgassen die de atmosfeer verwarmen, denk aan CO2 en methaan. ‘Omdat dit product wereldwijd wordt verkocht, zorgt dit voor een besparing van 8.000 ton CO2e per jaar. Dat is enorm. De formule is nu vegan en bevat voor 95 procent ingrediënten van natuurlijke oorsprong.’Ook aan de deodorant van alle merken wordt gesleuteld. ‘Wanneer we een relaunch doen, kijken we altijd naar manieren om de CO2e-uitstoot terug te dringen. In het geval van de deodoranten is dat goed gelukt. Doordat we de verpakking hebben aangepast en gebruikmaken van minstens 50 procent gerecycled aluminium, is de uitstoot met 58 procent afgenomen. Op jaarbasis scheelt dat 30.000 ton CO2e.’[caption id="" align="alignnone" width="2560"] Aan de deodorant van alle merken wordt gesleuteld. | Credit: Beiersdorf[/caption]Plastic Ook wil de beautygigant het plasticverbruik aanpakken. Eind 2025 is het doel dat 100% van onze verpakkingen hervulbaar, herbruikbaar of recyclebaar zijn. De Koning: ‘we zitten nu op 83% ontworpen voor recycling en 79% wereldwijd recyclebaar’. Voor fossiel plastic is het een grotere uitdaging omdat de manier van werken verandert, is er andere apparatuur nodig voor de productie-installatie. Op die apparatuur is het nog even wachten, aangezien de levertijd wat vertraging heeft opgelopen. Daarnaast is onze volumegroei hoger dan verwacht, en meer producten betekent ook meer plastic. Door deze redenen duurt het naar verwachting één jaar langer voordat we dit doel zullen behalen.’ Microplastic Een veelbesproken plastic in de beautybranche zijn microplastics. Het merk NIVEA belooft dat alle polymeren in de Europese formules aan het eind van 2025 biologisch afbreekbaar zullen zijn. Dit houdt in dat de plasticmoleculen op natuurlijke wijze worden afgebroken door schimmels en bacteriën. Is dat haalbaar? Bahr heeft er vertrouwen in. ‘Het is een lastige opgave waar we hard aan werken. Het vraagt om een andere samenstelling van de producten. Onze mensen van research en development zoeken naar de oplossing. Het doel voor 2025 staat nog steeds. Overigens zijn we met Eucerin en NIVEA sinds 2021 microplasticvrij. Wat dat betreft lopen we voorop in de industrie. Dat willen we ook als het gaat om biologische afbreekbare polymeren.’Overigens verwijst Bahr naar de definitie van microplastics omschreven door het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). Diverse partijen, zoals de Plastic Soup Foundation, vinden deze definitie echter te beperkt. ECHA heeft namelijk niet alle synthetische polymeren onder de gebruikte definitie van ‘microplastics’ geschaard. Plasticdeeltjes kleiner dan 0,1 micrometer worden bijvoorbeeld uitgesloten. Navulbare verpakkingen Het aandeel plastic kan ook worden teruggeschroefd met navulbare verpakkingen. Deze worden steeds meer geïntroduceerd. “De navulverpakkingen gaan goed. Met schapkaartjes willen we uitleggen waarom we deze refills op de markt brengen en wat de milieuvoordelen zijn. Educatie naar de klant toe is belangrijk en daar ligt een rol voor ons. Als ‘s werelds grootste huidverzorgingsbedrijf hebben we een verantwoordelijkheid. Het is aan ons om de consument van informatie te voorzien”, meent De Koning.[caption id="" align="alignnone" width="1600"] Dorle Bahr (l) en Karin de Koning (r) werken aan de verduurzaming van Beiersdorf. | Credit: Beiersdorf[/caption] ScorecardIn het verlengde daarvan werkt Beiersdorf samen met zeventig andere partijen aan een zogenoemde scorecard. Deze wordt later dit jaar bij de eerste producten geïntroduceerd en geleidelijk uitgerold. Volgens Bahr is het label met de naam Eco Beauty Consortium vergelijkbaar met de Nutri-Score. Het moet consumenten helpen in de zoektocht naar duurzamere verzorgingsproducten zoals body lotions en zonnebrand. ‘Duurzaamheid is een lastig onderwerp. Het gaat niet alleen om verpakkingen, maar ook over veel andere thema’s zoals energie, waterverbruik en ingrediënten. De verzorgingsproducten worden onderworpen aan een lifecycle assessment, waarna ze een bepaald label krijgen. Een navulbare verpakking zal dan hoger scoren dan een wegwerpverpakking, waardoor mensen hopelijk de duurzamere keuze maken.’ Waterverbruik Ook het waterverbruik wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Voor de merken NIVEA, Labello, Hansaplast, La Prairie en Eucerin moet het waterverbruik per geproduceerd product 25 procent omlaag ten opzichte van 2018. ‘Hiervoor werken productielocaties overal ter wereld nauw met elkaar samen. We kijken waar we minder water kunnen gebruiken en vooral waar we het kunnen hergebruiken. Dat betekent dat water bestemd voor het productieproces een herbestemming krijgt als reinigingswater voor de schoonmaak. Zulke oplossingen implementeren we in iedere fabriek. De resultaten die we boeken, stemmen hoopvol’, aldus Bahr. Meerwaarde Beiersdorf hoopt dat consumenten uiteindelijk ook de meerwaarde van de duurzaamheidsslagen zien. ‘We kunnen niet wachten totdat consumenten veranderen. Met ons productvolume en wereldwijde impact moeten we het voortouw nemen en de consument meenemen op onze reis. Dat is hoe ik erin sta.’Haar collega De Koning sluit zich daarbij aan. ‘Er zijn veel mooie start-ups die de beautybranche beter willen maken. Ik word daar heel blij van. Maar als je écht impact wil maken, dan moet je bij de grote namen zijn. Wat wij doen, op grote schaal, maakt het verschil. Die verantwoordelijkheid voelen we bij Beiersdorf.’ Samenwerken Al kan de beautygigant het zeker niet alleen. ‘We moeten het echt samen doen. Gelukkig gebeurt dat ook steeds meer’, zegt De Koning. ‘Als het gaat om logistiek, werken we nauw samen met AS Watson. Dat is het moederbedrijf van Kruidvat. De vrachtwagens die onze producten naar de winkels brengen rijden op biobrandstoffen. We zorgen ervoor dat alle pallets volledig gevuld naar de winkels gaan en we stapelen twee pallets op elkaar. Door deze maatregelen besparen we samen een aanzienlijke CO2e-uitstoot. Ik zou dit soort samenwerking graag met ál onze partners opzetten. Uiteindelijk moeten we allemaal verduurzamen. We hebben allemaal hetzelfde doel. Laten we elkaar dan vooral opzoeken en ondersteunen.’ Lees ook:Zo eindigen reststromen van tomaten in huidverzorgingsproducten Voor voedselgigant Nestlé is verduurzamen ook in het eigen belang Changemaker Ellyne Bierman (Reflower): ‘Verse bloemen blijven tien dagen mooi, kunstbloemen tien jaar’