John van Schagen
22 mei 2025, 12:00

Kees Klomp: 'We leven niet in de markt, we leven op aarde'

Terwijl politici discussiëren over klimaatdoelen, waarschuwt Kees Klomp dat de echte crisis fundamenteler is. In zijn nieuwe boek Ecoliberalisme pleit hij voor een radicale herstart van ons economisch denken. Niet de wereld moet veranderen, maar ons wereldbeeld. “Ons huidige systeem maakt geen onderscheid tussen wat mensen écht nodig hebben en wat ze denken nodig te hebben. Maar dat verschil is cruciaal.”

Kees Klomp "Ons huidige systeem maakt geen onderscheid tussen wat mensen écht nodig hebben en wat ze denken nodig te hebben."

De economie zoals we die kennen – gericht op winst, groei en efficiëntie – loopt op zijn laatste benen. Dat is de centrale boodschap van Kees Klomp, één van de bekendere denkers over duurzaamheid in Nederland. Alles wijst er volgens hem op dat we afstevenen op een economische meltdown, ergens in de tweede helft van deze eeuw. “Dit is onder meer het gevolg van klimaatverandering. De schade door extreme weersomstandigheden, verstoorde handelsketens en stijgende gezondheidskosten stapelt zich op”, aldus Klomp.

Krimp als nieuwe realiteit

“We hebben een economie gebouwd op de aanname dat er altijd méér komt. Meer productie, meer consumptie en meer winst. De basis achter die groei is een stabiel klimaat en gezonde ecosystemen. Als die wegvallen, dan keldert het hele bouwwerk.” Volgens hem zijn veel economen en beleidsmakers zich hier onvoldoende van bewust. Ze blijven rekenen met groeiscenario’s, terwijl de echte vraag volgens Klomp zou moeten zijn: wat als krimp de nieuwe realiteit wordt?” Voor zijn Duurzame Troonrede in 2024 dook hij in een reeks met datasets over de toekomst. Wat hij daar zag, stemde hem behoorlijk somber. “Uit onderzoek blijkt dat het wereldwijde bruto binnenlands product tussen 2050 en 2100 met 30 tot 50 procent kan dalen. We kunnen een paar jaar krimp aan, maar decennialange afname breekt het systeem. Er is nu al zes keer meer schuld dan geld in omloop. Als structurele groei uitblijft, valt dat kaartenhuis uiteindelijk onvermijdelijk om.”

Van recycling naar herbezinning

Klomp is dan ook uitgesproken kritisch over het huidige duurzaamheidsdenken, dat volgens hem vaak niet verder komt dan symptoombestrijding. “We vervangen olie door zon en wind, maar laten het onderliggende systeem ongemoeid. We blijven dezelfde producten maken, dezelfde patronen volgen, dezelfde groei najagen en denken dat het dan vanzelf goed komt. Maar dat is een illusie. We moeten terug naar de basisvraag: hoe willen we leven, produceren en consumeren? Dat vraagt om een ander verhaal.”

Ecoliberalisme

Dat nieuwe verhaal noemt hij ecoliberalisme, een herinterpretatie van het klassieke liberalisme, waarin vrijheid en gelijkwaardigheid centraal staan. En dan niet alleen voor mensen, maar voor álle levensvormen. Eén van de concrete aanbevelingen die Klomp doet is de invoering van rechten voor de natuur. Deze wereldwijd groeiende beweging stelt dat niet alleen mensen, maar ook natuurentiteiten zoals rivieren, bossen en ecosystemen juridische rechten moeten krijgen. In Nieuw-Zeeland gebeurde dat in 2017 al, met de Whanganui-rivier. Vertegenwoordigers mogen namens de rivier optreden in rechtszaken. Ook in Colombia erkende het Hooggerechtshof het Amazonegebied als juridisch subject, met het recht op bescherming en herstel. Hiermee verschuift de kijk op natuur van eigendom naar medebewoner en dat is een cruciale stap richting een werkelijk duurzame samenleving. “We leven namelijk niet in de markt, we leven op aarde”, aldus Klomp.

Steward ownership

Het geven van rechten aan de natuur is één van de tien concrete aanbevelingen die Klomp doet. Verder pleit hij onder meer voor het democratiseren van productiemiddelen. Dit zou het alternatief moeten zijn voor het huidige model waarin eigendom geconcentreerd is bij aandeelhouders of de staat. “Iedereen die betrokken is bij een onderneming, van medewerker tot producent, wordt dan mede-eigenaar en krijgt een mate van zeggenschap. Dat kan door middel van een coöperatie, maar ook via steward ownership. Hierbij dient winst om het doel van de organisatie te versterken, niet om externe investeerders te belonen.” Een voorbeeld is BrewDog, een Schotse brouwerij met tienduizenden mede-eigenaren. In Nederland kijken we dan al snel naar Tony’s Chocolonely. Dat bedrijf zet in op ketenverantwoordelijkheid en gedeeld eigenaarschap via een missiegedrevenstructuur.

Kleine stappen, groot verschil

In zijn boek beschrijft Klomp tien bewegingen die al bijdragen aan deze omslag. Van regeneratieve landbouw en de commons-beweging tot sociaal ondernemerschap. “Je zou het door alle politieke en geopolitieke ontwikkelingen bijna vergeten, maar de onderstroom is duidelijk aan het groeien. Steeds meer mensen beseffen dat dit systeem niet meer voor hen werkt en dus gaan ze anders handelen. Volgens Klomp hoeven we dan ook niet te wachten op revoluties of grote politieke omwentelingen. “Een systeem bestaat alleen maar omdat wij het samen overeind houden. Als wij besluiten om het anders te doen, anders te denken, te kiezen en te consumeren, dan verandert het vanzelf.”

Behoefte en begeerte

Een opvallend punt in het boek is Klomps analyse van de drijfveren achter onze economie. Hij schat dat zo’n 65 procent van de economische activiteit in Nederland draait om begeerte. Spullen en diensten die we niet echt nodig hebben, maar wél willen. “Ons huidige systeem maakt geen onderscheid tussen wat mensen écht nodig hebben en wat ze denken nodig te hebben. Maar dat verschil is cruciaal. De wereld is namelijk groot genoeg voor onze needs, maar niet voor onze wants.” Neem bijvoorbeeld voedsel, onderdak en veiligheid. Dit zijn aspecten die mensen écht nodig hebben en de aarde kan ze ons leveren. “Maar dat geldt niet voor onze eindeloze verlangens naar méér, nieuwer of luxer. Ons huidige economische systeem is vooral gericht op het aanjagen van begeerte, die zogeheten wants. Dat leidt tot overconsumptie en uitputting van grondstoffen. Omdat er nauwelijks rem zit op begeerte, blijft de druk op ecosystemen en sociale structuren toenemen.”

Volgens Klomp zit de sleutel tot verandering dus niet alleen in beleid of techniek, maar vooral in bewustzijn. “Als we weer gaan leven vanuit behoefte in plaats van begeerte, komt er vanzelf ruimte voor een economie die de aarde niet uitput, maar versterkt.”

Lees ook:

Wereld gaat aan de groene waterstof: Nederland en Duitsland kickstarten de globale markt

Bij die veiling koopt het Duitse handelsbedrijf Hintco als onafhankelijke tussenpartij groene waterstof in bij producenten. Die verkoopt het aan bedrijven en partijen in de industrie-, transport- en energiesector in beide landen. Nederland en Duitsland staan ieder voor 300 miljoen euro garant voor eventuele prijsverschillen tussen in- en verkoop. Zo wordt de patstelling doorbroken waarbij er nauwelijks groene waterstof wordt geproduceerd omdat er geen vraag naar is, terwijl de vraag klein is, omdat er geen groene waterstof wordt geproduceerd. Kick-start “Hiermee kickstarten we de wereldwijde waterstofmarkt”, zegt minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei, die de veiling opende tijdens de World Hydrogen Summit & Exhibition 2025 in Ahoy in Rotterdam. “Waterstof is een van de belangrijke pijlers voor de energietransitie, maar we moeten bespreken hoe we daarmee verder komen”, stelde ze. “We moeten van pilots naar pijpleidingen. Van doelen op papier naar echte infrastructuur.” Koppositie pakken Om groene waterstof ook echt een belangrijke rol te geven in het energiesysteem, is het volgens haar noodzakelijk dat landen de politieke wil tonen om daar beleid voor te maken. Net zoals Nederland vijf jaar geleden zijn nationaal waterstofprogramma lanceerde, met diverse projecten, die variëren van de bouw van een 1.200 kilometer lang nationaal waterstofnetwerk, tot de bouw van de Europa’s grootste groene waterstoffabriek in de Rotterdamse haven door Shell of de opslag van waterstof in oude zoutcavernes. Daarvan zijn diverse projecten vertraagd of afgeschaald, onder meer door hoge kosten. “Realisme heeft het eerdere optimisme vervangen, maar onze toewijding blijft sterk”, stelt Hermans. “Nederland wil niet alleen in de race blijven, maar wil de koppositie pakken.”Waterstof belangrijkste energiebron Waterstof wordt nu vooral gebruikt in de chemische industrie en voor de productie van kunstmest. Dat is de grijze variant, die uit aardgas wordt gemaakt. Daarbij komt veel CO2 vrij. Groene waterstof wordt gemaakt uit water door elektrolysers, die op wind- en zonne-energie werken. Bij verbranding komt alleen waterdamp vrij. De komende jaren wordt dat de belangrijkste energiebron, voorspellen experts. Zowel om stroom mee op te wekken of op te slaan als voor industriële processen en transport. Als er genoeg van wordt geproduceerd kan de chemische- en kunstmestindustrie overschakelen op groene waterstof, kan er groen staal mee gemaakt worden, kunnen er energiecentrales stroom mee opwekken en kunnen er auto’s, trucks, bussen, schepen, treinen en zelfs vliegtuigen op rijden varen of vliegen.Import noodzakelijk Nederland, maar ook andere Europese landen kunnen nooit zoveel groene waterstof produceren als ze nodig hebben. Import is onvermijdelijk. Daarom is volgens Hermans internationale samenwerking belangrijk met landen die de schone brandstof op grote schaal kunnen produceren. Nederland werkt al samen met waterstof-producerende landen als Oman, Namibië, Canada, Australië, Chili, Spanje en vele anderen. Met de H2 Global-veiling gaan Nederland en Duitsland nog een stapje verder, door zich garant te stellen bij in- en verkoop tussen producenten en gebruikers. Tijdens de World Hydrogen Summit & Exhibition in Ahoy kondigden diverse landen grote investeringen in groene waterstof aan Markt creëren De eerste H2Global veiling vorig jaar zomer was nog een proefversie ter waarde van 400 miljoen euro. Die werd gefinancierd door de Duitse overheid. Bij de tweede ronde hebben Duitsland en Nederland hun krachten gebundeld en gaat het om 2,5 tot wel 3 miljard euro aan waarde. Hintco sluit tienjarige contracten af met producenten en kortlopende contracten vanaf een jaar met bedrijven en andere partijen die de waterstof afnemen. Op basis daarvan kunnen zowel producenten als bedrijven met vaste prijzen hun businessmodellen doorrekenen en definitieve investeringsbesluiten nemen. “Zo creëren we een markt, die verder kan opschalen”, zegt CEO Timo Bollerhey van Hintco. “We kopen de waterstof waarschijnlijk voor een hogere prijs in dan waarvoor we het aan de markt verkopen. Dat is waar de Duitse en Nederlandse regering instappen door de prijsverschillen te compenseren.” Eerste levering in 2028 H2Global bestaat uit een wereldwijde en vier regionale veilingen (Afrika, Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Azië). De bieder met de laagste prijs krijgt het contract. De groene waterstof kan ook verkocht en aangeleverd worden in de vorm van groene ammoniak of -methanol. Dat is makkelijker omdat pure waterstof onder hoge druk en lage temperatuur vervoerd moet worden. De eerste leveranties moeten vanaf 2028 gaan plaatsvinden. Nu alle informatie over de veiling is gepubliceerd, kunnen producenten zich de komende weken aanmelden. Daarna wordt er onderhandeld over prijs en volumes en kunnen ze een bod uitbrengen. Ergens tussen het tweede of vierde kwartaal volgend jaar zouden de eerste contracten getekend moeten worden. Bollerhey: “Het idee is om een reële en haalbare businesscase te creëren, al duurt het langer en is het niet zo makkelijk als iedereen dacht. Met deze langetermijncontracten kunnen producenten naar hun bank of investeerders om deze hele transitie te financieren.” Lees ook:Nederland nu letterlijk op de kaart als waterstofland Nieuwe technologie maakt grootschalige productie van goedkope, groene waterstof mogelijk Nieuwsupdate: Waterstofplannen genoeg maar productie blijft beperkt en 750 miljoen extra voor Nationaal Warmtefonds Brazilië gaat goedkoopste groene waterstof ter wereld maken en Rotterdam brengt het Europa binnen