Sabine Sluijters 29 september 2021, 15:14

Is dit het antwoord op een overvol elektriciteitsnet?

De vraag naar elektriciteit groeit explosief dankzij de energietransitie. Ook het aanbod van duurzame stroom neemt rap toe. Op veel plekken in Nederland is te weinig ruimte op het net om alle stroom te transporteren. Steeds meer ondernemers kiezen ervoor om zelfvoorzienend te worden door hun eigen energie op te wekken. Zoals bij Schiphol waar Joulz samen met Intospace bouwt aan een virtual power grid. “Het zijn dit soort technische oplossingen die het mogelijk maken dat we de klimaatdoelstellingen halen.”

Virtual Power Grid 11 klein "Het zijn de pragmatische, technische oplossingen die de energietransitie daadwerkelijk mogelijk maken" | Credits: Gaby Jongenelen

Bij Schiphol Trade Park in Hoofddorp is het een komen en gaan van graafmachines en bouwvoertuigen. Hier bouwen vastgoedontwikkelaar Intospace en energie-infrastructuurspecialist Joulz aan een distributiecentrum dat zichzelf van energie zal voorzien. Het pand van 55.000 vierkante meter zal geen stroom afnemen van het elektriciteitsnet. Het krijgt alleen een aansluiting om stroom terug te leveren. En dat is nodig, want de jaarproductie van het gebouw waar zo’n 22.000 zonnepanelen op komen, is 7,6 megawattuur. En dat is meer dan het distributiecentrum zelf nodig heeft.

Dat het pand voorlopig geen afnamecapaciteit krijgt, is noodgedwongen. “De vastgoedontwikkeling stokt vanwege netcongestie”, zegt Mike Sterkenburg, manager infradiensten bij Joulz. “We krijgen steeds meer aanvragen van projectontwikkelaars voor gebieden die economisch en qua infrastructuur heel interessant zijn, maar die geen aansluiting kunnen krijgen op het net.” Vooral rond Amsterdam en in de rest van Noord- Holland zijn de problemen groot. “Hier zijn veel datacenters neergezet. Die slurpen energie. In deze gebieden kan de komende vijf jaar geen extra aansluiting meer gedaan worden.”

Overbelast

Vanwege de grootschalige elektrificatie van ons energieverbruik zal dit de komende jaren alleen maar zal toenemen. De verwachting is dat rond 2030 vijftig procent van het elektriciteitsnetwerk overbelast is. “Je krijgt steeds meer elektrisch vervoer en warmtepompen. En in landelijke gebieden en aan de randen van steden wordt steeds meer zonne- en windenergie opgewekt. Terwijl in die streken het elektriciteitsnet juist dun is omdat de vraag naar stroom daar altijd laag was. Dat zijn de fundamentele veranderingen die het elektriciteitsnet onder druk zetten”, zegt Michiel van Schravendijk. Vanuit zijn rol als business developer stond Van Schravendijk aan de wieg van de virtual power grid oplossing van Joulz. “De stappen die de netbeheerders moeten zetten om dat bij te benen, zijn zo groot, dat is qua geld, kennis en mensen niet te doen.”

Daardoor ontstaat er een run op netaansluitingen. “Het is nu: wie het eerst komt, het eerst maalt. En als het op is, is het op. In veel gevallen komen projectontwikkelaars er pas laat achter”, zegt Van Schravendijk. “Dan hebben ze een stuk grond op een fantastische plek maar zonder stroom.” En tijd om te wachten tot het net verzwaard is, hebben deze ondernemers ook niet. “E-commerce heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen”, zegt Sterkenburg. “Als ze wachten, zijn ze de positie in de markt en dus het momentum kwijt.”

Virtual power grid

Joulz, zelf tot 2019 onderdeel van netbeheerder Stedin, bedacht daarom een oplossing: Een virtual power grid, wat zoveel inhoudt dat de energievoorziening zo geregeld is dat aansluiting op het elektriciteitsnet helemaal niet nodig is. Dat is een complexe operatie – zowel technisch als financieel. Maar dat merkt alleen Joulz. “We zorgen dat voor de bedrijven die uiteindelijk het pand gaan gebruiken, het zo normaal mogelijk is. Want die willen gewoon stroom”, zegt Van Schravendijk.

Essentieel daarbij is natuurlijk de leveringszekerheid. “Je wil niet hebben dat je met flikkerende lichten zit omdat de stroomvoorziening hapert.” Ook de kwaliteit van de elektriciteit moet goed zijn. “Elektronica zoals robots die het sorteerwerk doen, kunnen slecht tegen fluctuaties in de spanning.” Joulz ontwierp daarvoor het complete energiesysteem. Uiteindelijk haalt de virtual power grid van Joulz 99,99 procent leveringsbetrouwbaarheid. Dat is een betrouwbaarheid die heel dicht in de buurt komt van wat je op het publieke net krijgt.”

Opwek en consumptie in balans

Daarvoor neemt Joulz alles over. “We ontwerpen het geheel en zijn verantwoordelijk voor het hele energiesysteem. We leveren de duurzame stroom en zorgen voor een spreiding over de dag met behulp van batterijen. En voor een donkere decemberweek hebben we een gasgenerator achter de hand”, zegt Van Schravendijk. Een algoritme houdt de vraag en het aanbod van de stroom constant in balans.

Het ontwikkelen en besturen van zo’n virtual power grid kost veel geld. “Hoeveel dat is, hangt af van de omvang en complexiteit van het energiesysteem dat nodig is”, zegt Sterkenburg. “Maar het gaat hier om grote bedragen.” Joulz investeert dat en verdient het terug met de levering van de stroom.

Duurzame en pragmatische oplossingen

Hoewel een deel van de energievoorziening met behulp van gasgeneratoren gaat, is een virtual power grid een duurzame oplossing, vindt Van Schravendijk. Want het stelt ondernemers is staat om hun bedrijfsvoering te verduurzamen, ook al is er geen ruimte om terug te leveren aan het net. Ook kan in plaats van aardgas gekozen worden voor bijvoorbeeld groen gas. Bovendien is het een tijdelijke oplossing, zegt Van Schravendijk. “Zodra het net verzwaard is halen wij de fossiele generatoren weg, maar wat blijft staan is de duurzame opwek. Daarmee maken we dus niet alleen op korte termijn impact door het congestieprobleem op te lossen, maar werken ook mee aan de energietransitie op de lange termijn.”

“Over de energietransitie worden veel mooie visies geschreven”, vult Sterkenburg aan. “Maar het zijn de pragmatische, technische oplossingen die het daadwerkelijk mogelijk maken dat de klimaatdoelstellingen gerealiseerd worden.”

Hoe weet je zeker of de vis die je koopt echt duurzaam is?

Ieder jaar houden de oprichters van de duurzame viskeurmerken MSC (voor wild gevangen vis) en ASC (voor kweekvis) de Bewuste Visweek. De week is vooral bedoeld om voor meer bewustwording te zorgen bij de consument. Want als die vaker kiest voor duurzaam en verantwoord gevangen vis, verbeteren de visbestanden en herstelt de onderwaterwereld zich, zo stelt het keurmerk. Maar het keurmerk was het afgelopen jaar niet onomstreden. In de Netflix-documentaire Seaspiracy wordt gezegd dat het MSC-keurmerk niet geloofwaardig is, omdat de criteria voor de vissers erg vaag zijn. Maar de eisen om het keurmerk te mogen dragen zijn streng en samen met wetenschappers, NGO's, visserijen en visproducenten bedacht, stelt MSC. De visser - en alle andere stappen in de keten van de gecertificeerde vis - worden vervolgens regelmatig gecontroleerd door onafhankelijke onderzoekers. In Nederland is 70 procent van de vis, schelp- en schaaldieren in de supermarkten gecertificeerd, en het is te herkennen aan het keurmerk op de verpakking. Dompel vis onder in een citroenbad om verspilling tegen te gaan, stellen Zweedse onderzoekers. Lees hier waarom dat werkt. De kabeljauw houdt van kou Sommige vissoorten verliezen hun certificaat, omdat niet kan worden gegarandeerd dat er niet overbevist wordt. Zo verloor de makreel uit Nederlandse wateren recent nog het label, en Nederlandse kabeljauw en zeebaars voldoen er al langer niet aan. Gecertificeerde kabeljauw komt voortaan uit IJsland. Dat heeft twee redenen: door opwarming is de Noordzee nu te warm voor de kabeljauw, waardoor er veel naar het noorden trekken. En daar kan de populatie dan ook beter op peil worden gehouden, omdat er meer van zijn. Hidde van Kersen, directeur van MSC Nederland, merkt dat de consument zich steeds vaker afvraagt wat er nu precies op zijn bord ligt, en waar het vandaan komt. Helemaal sinds documentaire Seaspiracy op Netflix verscheen, komen er ook bij de Nederlandse tak van het keurmerk meer vragen binnen. “Hoewel de documentaire tendentieus was, stelt de consument meer vragen over vis. Dat juich ik alleen maar toe." Volgens de directeur zaten er veel valse claims in de documentaire. "Maar overbevissing, slecht beheer, slecht toezicht en slechte arbeidsomstandigheden, dat komt zeker voor in de visserij. Het is goed dat de film consumenten triggert daarover na te denken.” Duurzame vis: bestaat dat wel? Volgens Van Kersen is het niet waar dat het keurmerk niet onafhankelijk is, zoals in Seaspiracy wordt gesuggereerd. “We zijn twintig jaar geleden opgericht door Unilever, maar dat wil niet zeggen dat we daar nog steeds aan gelieerd zijn. Unilever was destijds de grootste inkoper van vis ter wereld, en liep er tegenaan dat overheden hun visbestanden niet goed beheren. Dus hebben ze dit keurmerk opgericht, samen met het WNF. Het was al meteen apart gezet in een stichting. Dat deden ze ook bij palmolie, het RSPO-keurmerk, uit lacune omdat overheden dat niet zelf doen." Hoewel het keurmerk al veel in de Nederlandse supermarkten aanwezig is, is slechts 6 procent van de horeca gecertificeerd en 1 procent van de viszaken. Hoe kan dat zo weinig zijn? “We zijn begonnen bij de grootste volumes, dat zijn de supermarkten”, zegt Van Kersen. “Nu dat percentage zo hoog is, verleggen we onze blik naar de viswinkels en de horeca. Dat aandeel zal de komende jaren groeien.” Maar, het is volgens Van Kersen ook heel belangrijk dat ook daar de consument vraagt of de vis duurzaam is gevangen. "Want als er meer vraag naar is, willen meer vissers gecertificeerd worden en houden we de oceanen beter in stand."