André Oerlemans
06 mei 2025, 15:20

Je huis als batterij gebruiken: geen dure thuisbatterij meer nodig

Overtollige zonnestroom of andere goedkope groene energie kun je ook opslaan in de muren en vloeren van je huis. Of in een warmwatervat. Dat vermindert netcongestie en maakt de aanschaf van een thuisbatterij overbodig, stelt warmtepompproducent Weheat. Zo gebruik je je huis als batterij.

Weheat Weheat gebruikt de warmtepomp om energie op te slaan in woningen. | Credits: Weheat

Het systeem bestaat uit een warmtepomp met propaangas als koelmiddel en slimme software die alles aanstuurt. Daarnaast komt de warmtepomp standaard met een boilervat van 200 of 300 liter, die fungeert als een blauwe batterij. De software kijkt onder meer naar de weersverwachting, de stroomprijzen, de thermische capaciteit van het huis en de tijden dat de bewoners thuis zijn. Als de panelen overdag veel zonnestroom opwekken of als de prijs van elektriciteit op zonnige dagen met veel wind laag of zelfs negatief is, kan de warmtepomp extra warmte opwekken en die energie opslaan in het watervat of in de woning. Daarvoor worden sensoren in vloeren en muren geplaatst.

Het principe is zowel in de winter als in de zomer toepasbaar. In de zomer kan het apparaat op die momenten extra koelen. De temperatuur in huis wordt dan maximaal 2 graden warmer of 5 tot 8 graden kouder. ’s Avonds geven de muren en de vloeren die warmte of koelte weer geleidelijk af. Als het watervat wordt opgewarmd, hoeft de warmtepomp ’s avonds – als de stroomprijzen hoger zijn – minder water te verwarmen voor douchen of koken.

Simpele batterij

Weheat heeft berekend dat op deze manier in de vloeren en muren van een rijtjeshuis 18 tot 48 kilowattuur aan thermische energie opgeslagen kan worden. In het warmwatervat nog eens 8 (200 liter) tot 12 (300 liter) kilowattuur. Dat is vergelijkbaar met een grote thuisbatterij, die daardoor overbodig wordt. “Warmte gratis in je eigen huis parkeren is de simpelste batterij die er is”, stellen oprichters Liselotte Graas en Martijn van de Ven.

Zij waren studiegenoten werktuigbouwkunde aan de TU Eindhoven en richtten Weheat in 2021 op. In maart dit jaar wonnen ze met hun snelgroeiende scale-up de Nationale Ondernemersprijs 2025. Het bedrijf heeft via tweehonderd installateurs al duizenden duurzame warmtepompen geleverd en wil de grootste leverancier van Europa worden.

Corporaties

Weheat heeft het systeem met succes in de praktijk getest bij woningen. Bij een jaren 50-woning in Weert kon het systeem 56 kilowattuur aan thermische energie opslaan. Zo kon de betonnen vloer acht uur lang 26 kilowattuur opslaan. De muren en plafonds zelfs 10 kilowattuur voor twee of drie dagen. Door het slim aansturen van de warmtepomp verbruikte de woning 29 procent minder stroom uit het net, werd 300 procent meer eigen zonnestroom gebruikt en bespaarden de bewoner 270 euro op zijn energierekening.

Verder werkt het bedrijf samen met woningbouwcorporaties die voor 2030 een deel van hun bezit moeten verduurzamen
door 675.000 huurwoningen te isoleren en 450.000 woningen aardgasvrij te maken. Via algoritmes berekent het bedrijf wat voor impact dit systeem kan hebben op hun huurwoningen.

Lerende software

Weheat zet zijn warmtepomp dus zo in dat het apparaat zowel kan verwarmen, koelen als opslaan. “Of vloeren en muren nu van beton of hout zijn, het principe blijft hetzelfde. Ze absorberen allebei warmte tijdens de dag die later weer wordt afgegeven”, zegt Van de Ven.

De innovatie van het gebruik als batterij zit vooral in de software. “Die regelt alles automatisch. Daar hoeven mensen niets aan te doen. Wij leren gaandeweg van je huis, bijvoorbeeld hoeveel energie je kunt opslaan” zegt Graas.

De software ziet het volgens de twee ook als een hybride warmtepomp, waarbij een cv-ketel af en toe moet bijspringen, dankzij de bespaarde energie niet langer nodig is. “Dan kunnen mensen helemaal van het gas af”, stellen ze.

Liselotte Graas en Martijn van de Ven wonnen met Weheat in maart de Nationale Ondernemersprijs 2025. | Credit: Weheat

Anticiperen

Volgens Van de Ven zijn veel thermostaten en andere regelapparatuur in woningen nog gebaseerd op de oude cv-installatie. Die zorgen dat de woning op een bepaalde temperatuur is bij het opstaan of thuiskomen. Dat kan ook anders. “Je kunt daar eerder op anticiperen. Als je ’s ochtends warme voeten wilt hebben, kun je om 6.00 uur de verwarming aanzetten. Maar het kan ook een paar uur eerder, waarna de warmtepomp slechts een klein beetje hoeft bij te verwarmen”, zegt hij.

Geen thuisbatterij nodig

Een ander voordeel is dat mensen meer eigen zonnestroom kunnen gebruiken nu de salderingsregeling in 2027 stopt. Ook neemt de terugverdientijd van hun warmtepomp af, volgens berekeningen van Weheat met anderhalf jaar. Volgens het bedrijf is deze manier van energieopslag niet alleen goedkoper dan de aanschaf van een thuisbatterij – die kost al gauw 750 tot 1000 euro per kilowattuur opslagcapaciteit – , het voorkomt ook netcongestie. Nu slaan thuisbatterijen overdag overtollige stroom op als de prijzen laag zijn en leveren die ’s avonds voor een deel terug als de prijzen hoog zijn. Daar is het verdienmodel op gebaseerd, maar hierdoor neemt de netcongestie
op die momenten toe. Van de Ven: “Als je kijkt naar de thermische energie die je nodig hebt voor je huis, dan is het niet nodig of rendabel om een elektrische accu tussen je zonnepanelen en je warmtepomp te zetten. Laat de warmtepomp gewoon zijn werk doen.”

Lees ook:

Afgedankte accu’s? Deze start-up repareert er 90.000 per jaar: ‘Kan klanten miljoenen besparen’

De eerste jaren was het ophalen van financiering een dráma, blikt Prins Doornekamp terug. Hij is oprichter en CEO van de Amersfoortse start-up Nowos, een specialist in het onderhoud en de reparatie van lithium-ionbatterijen. “Een cursus leren omgaan met teleurstellingen. Daarvoor ben ik ruimschoots geslaagd.”Hij vertelt het inmiddels lachend, en met reden. Vorige week werd bekend dat Nowos 6 miljoen euro heeft opgehaald bij Impact Venture Fund Shift4Good, een impact-risicokapitaalfonds gevestigd in Parijs en Singapore. Ook de Nederlandse investeerders Fair Capital Impact Fund en Goeie Grutten Impact Fonds haakten aan. En daar blijft het niet bij: er zit nog een ronde van 3 miljoen euro in de pijplijn.“Je hebt twee soorten investeerders”, zegt Doornekamp. “Degenen met een financiële achtergrond en de ondernemende types. Onze investeerders zijn van het laatste soort. De eerste jaren zochten we vooral in de eerste hoek. Daar vingen we doorlopend bot, we hebben wel dertig pitches gehad. De financiële types willen marktrapporten, zekerheden. Die zijn er voor een circulaire start-up met een nieuw businessmodel niet.” Onnodig afgedankt Elektrische (brom)fietsen en scooters, elektrisch aangedreven bouwmaterieel, Birò’s en golfkarretjes, medische apparatuur en drones – overal zitten accu’s in, inclusief een groeiend aantal apparaten en voertuigen die voorheen op fossiele brandstof draaiden. Die accu’s gaan ook weleens kapot. Doornekamp loopt al vijfentwintig jaar rond in de industrie en ziet: in dat geval worden ze eerder weggegooid dan gerepareerd.Hoewel die batterijen vervolgens worden gerecycled, stoort het gemak waarmee we ze afdanken hem toch. “Omdat het helemaal niet nodig is. In 80 procent van de gevallen zijn kapotte accu’s prima te herstellen. Dat dat bijna niet gebeurt, heeft ook een beetje te maken met de mentaliteit van de industrie. Reparatie wordt bijna gezien als een fout erkennen.”Dat er wel behoefte aan was, ontdekte Doornekamp toen hij Nowos in 2019 oprichtte, aanvankelijk als bedrijf in batterijrecycling voor zakelijke klanten. Na een voorbereiding van een jaar werd de start-up in januari 2020 operationeel, een paar weken voordat de coronapandemie losbarstte en de wereld op slot ging.De crisis gaf Nowos de wind in de rug. Want de verkoop van elektrische fietsen piekte, thuisbezorging nam een vlucht – en ondertussen klaagden e-bikeverkopers en bezorgdiensten ook dat ze kapotte accu’s niet konden vervangen, omdat de aanvoer uit China grotendeels stil was komen te liggen.“Onze eerste klant was Ebike4Delivery, een leverancier van bezorgfietsen”, vertelt Doornekamp. “Zij hadden een flinke voorraad oude accu’s liggen. In plaats van die te recyclen, stelden we voor om ze te repareren. Ik heb vijf batterijen meegenomen naar ons hoofdkantoor in Amsterdam – daar zaten we toen nog, veel meer dan een hok met twee bureaus was het niet. Daar ben ik met die batterijen aan de slag gegaan.” Van lood naar lithium Doornekamp weet er wel raad mee; hij is van huis uit engineer en gespecialiseerd in digitale elektronica. Hij begint zijn carrière met het ontwikkelen van chips voor Philips en leidt de R&D-afdeling van GTN Systems, een bedrijf in gebouwbeheersystemen (inmiddels onderdeel van de TBI Groep). Vervolgens start hij zijn eigen ingenieursbureau, met klanten als Airbus en NXP.In zijn vrije tijd sleutelt hij in het schuurtje in zijn achtertuin aan een lichtere batterij voor zijn enduromotor; geen lood- maar een lithium-ijzerfosfaataccu, met succes. Hij besluit zijn vinding in de markt zetten onder de naam Super B. In 2010 opent hij samen met investeerder Kees Koolen een eigen batterijfabriek. Super B zal uitgroeien tot het fundament onder Koolens duurzame energieconglomeraat, Koolen Industries. In 2017 verkoopt Doornekamp zijn belang in Super B aan het concern.“De investeerder en rvc wilden een richting op die ik niet zag zitten”, zegt hij. “Ze wilden in samenwerking met Lithium Werks een grote batterijcampus in Twente oprichten en dat ging me te snel. De organisatie was er niet klaar voor, we hadden de mensen niet. Dat is ook wel gebleken, want die campus is er nooit gekomen. Dan kun je twee dingen doen: je verzetten, of uitstappen en iets gaan doen waar je je wel prettig bij voelt.” Toestemming van burgemeester Dat brengt hem uiteindelijk naar het kantoor met die twee bureaus in Amsterdam, waar hij een kleine week met de kapotte accu’s van Ebike4Delivery loopt te stoeien. Hij krijgt ze weer aan de praat. “Ik heb alle stappen van dat proces in Excel genoteerd, zodat ik het ook aan anderen zou kunnen overdragen. Onze reparateurs maken gebruik van een speciale tool, een soort repair-app. Die ziet er nog steeds grotendeels zo uit als mijn Excel-sheet destijds.”Doornekamp ziet kansen en pakt direct door. Naast Nederland opent Nowos datzelfde jaar nog een reparatiefabriek bij het Franse Lyon. “Frankrijk was aantrekkelijk omdat de regeldruk daar minder hoog is”, vertelt hij. “Al hebben we inmiddels ontdekt dat je ook te weinig regels kunt hebben. In Lyon had de burgemeester uiteindelijk de beslissende stem, dat was voor ons als Nederlanders natuurlijk heel raar.”Het is een van de grote nadelen van opereren in onontgonnen gebied. “Overheden zijn vaak nog niet zo ver als wij. Daarom zijn we uiteindelijk ook van Amsterdam naar Amersfoort verhuisd. Na anderhalf jaar hadden we de benodigde milieuvergunningen en goedkeuring van de brandweer nog niet binnen, terwijl het in Amersfoort binnen zes weken geregeld was. Daar leren wij ook weer van.” Nowos heeft nu drie reparatiehubs. Dat moeten er in 2030 dertien zijn, binnen en buiten Europa. Swapfiets-CEO aan boord De andere uitdaging: gebrek aan financiering. Het duurt drie jaar voor Nowos via Rabobank en het Nationaal Groeifonds een ‘cruciale’ investering weet binnen te slepen. “Tot die tijd hebben we ervoor gekozen om zo hard mogelijk te groeien met de middelen die we hadden: een convertible loan agreement en eigen geld, uit de verkoop van Super B”, zegt Doornekamp. “Maar we zijn een paar jaar langs de rand gegaan. Wat overigens vrij normaal is voor een start-up.”Met de nieuwe reparatiefabriek in Amersfoort en de kapitaalinjectie van de Rabobank en het Nationaal Groeifonds weet Nowos de productie in 2024 te verdubbelen. De omzet stijgt van 2,6 miljoen naar 5 miljoen euro, dat jaar is het bedrijf voor het eerst ook winstgevend.Dat het Nowos menens is, wordt begin 2024 nog eens extra onderstreept met de benoeming van Steven Uitentuis als operationeel directeur. De medeoprichter en voormalig CEO van Swapfiets moet de uitbreiding in goede banen gaan leiden.Niet de minste naam, dus stellen we in eerste instantie een dubbelinterview voor – om er vervolgens achter te komen dat Uitentuis zijn vleugels alweer heeft uitgeslagen. Benjamin Guerpillon, voormalig regiodirecteur van deelvervoerbedrijf Tier (inmiddels onderdeel van Dott, red.) heeft het stokje overgenomen.De Swapfiets-founder zat er als interimmer, zegt Doornekamp. “Het was van meet af aan duidelijk dat de benoeming tijdelijk zou zijn. Steven is een ondernemer, die is na een jaar op zoek gegaan naar een volgend avontuur. Voor hem was dit een tussenstation, een kijkje in de batterijen-business.” Wel e-bikes, geen EV’s Nowos richt zich uitsluitend op zakelijke klanten. Dat zijn er nu ongeveer 200 in heel Europa, waaronder Nederlandse partijen als Swapfiets, Dott, Felyx en Qwic, het Zweedse Voi en het Franse Fifteen, en Dance, dat in Duitsland en Frankrijk actief is.Veel deelmobiliteit en een groeiend aantal partijen in elektrisch bouwmaterieel, medische apparatuur, energieopslagsystemen, robotica en drones. Alleen in de auto-industrie is het bedrijf niet actief. Bewust, zegt Doornekamp. “Het gaat altijd over de EV-sector, maar die is slechts goed voor 30 procent van de accumarkt. Bovendien houden zij alles liever in eigen hand.”Naast Amersfoort en Lyon bedient Nowos zijn klanten sinds 2022 vanuit een reparatiefabriek in het Verenigd Koninkrijk, een samenwerking met partner County Batteries. Daar werken nu zeventig mensen. Met het verse groeigeld op zak gaat het bedrijf zijn netwerk van hubs uitbreiden: dit jaar opent er een hub in Polen, volgend jaar staat Duitsland op de planning.“We willen dichter bij onze klanten zitten”, licht Doornekamp toe. “Anders doen we de milieuwinst van reparatie met het transport alsnog teniet. Nu moeten accu’s soms honderden kilometers reizen. Het doel is om binnen een straal van 100 kilometer te komen.”Tegen 2030 wil het bedrijf dertien reparatiehubs hebben, waarvan twee buiten Europa. Nowos kijkt onder meer naar Azië. De startup heeft al klanten in China, waaronder elektrische voertuigproducent NIU en Segway-Ninebot en batterijmaker Phylion. Handwerk, geen lopende bandwerk Hoe kreeg Nowos als onbekende speler voet tussen de deur bij die bedrijven – in een sector waar reparatie bovendien niet bepaald hoog op de agenda staat? ‘Ten eerste kunnen fabrikanten het zelf niet’, zegt Doornekamp. “Een accu reparen is iets heel anders dan er een produceren. Dat is lopende bandwerk, dit is handwerk.”Elektrische fietsfabrikant Stella was voor het faillissement een van Nowos’ eerste grote klanten. “Voor die pitch hebben we een simpele berekening gemaakt”, vertelt hij. “Stella krijgt jaarlijks een x aantal kapotte accu’s retour. Daarvan gaat bovendien ongeveer 2 procent binnen de garantie defect. Stel dat je die batterijen niet vervangt, maar repareert. Wij proberen de kosten van reparatie onder de helft van de kostprijs van een nieuwe accu te houden. Dan is het voor ons rendabel en voor de fabrikant een aantrekkelijk alternatief.”Voor die prijs kan Nowos ruim 80 procent van de kapotte accu’s oplappen. Doornekamp: “En dat wordt alleen maar meer, want delen van het proces zijn inmiddels geautomatiseerd en we hebben tools ontwikkeld om reparaties sneller uit te voeren. Voor zo’n fabrikant betekent dat een besparing van miljoenen. Je begrijpt, dat zijn geen lange discussies.” Stof vangen in schuurtjes Het afgelopen jaar repareerde Nowos 310.000 kilo aan batterijen, 90.000 accu’s in totaal. Dat is ongeveer evenveel als Stichting Open, de organisatie die in Nederland verantwoordelijk is voor de verwerking van afgedankte elektronische apparaten, jaarlijks aan afgedankte fietsaccu’s inzamelt (2023).“En dan te bedenken dat maar een kwart van die fietsbatterijen naar de milieustraat wordt gebracht”, zegt Doornekamp. “De rest ligt stof te vangen in schuurtjes. Dat probleem is veel groter dan fietsaccu’s alleen, want de wereld gaat alleen maar verder elektrificeren.”Na de verkoop van Super B nam de ondernemer zich voor: hij wilde iets gaan doen wat ertoe deed. “Met Super B zat de uitdaging in het ontwikkelen van een echt goede accu. Dat was ook mooi, maar dit gaat verder – nu kunnen we een rol spelen in het aanjagen van de circulaire economie. Reparatie is nu nog onderbelicht, maar als de Right to repair-wet vanaf 2027 in de Europese Unie wordt uitgerold gaat die rol alleen maar belangrijker worden. Ik heb het gevoel dat ik dit gewoon moet doen.”Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout. MT/Sprout is onderdeel van MT MediaGroep, net als Change Inc. Lees ook:Circulaire zonnepanelen uit Nederland: gaat Solarge het overleven? Industrie kan energiekosten flink drukken dankzij thermische warmteopslag Golfenergie maakt comeback: Symphony Wave Power staat klaar voor de doorbraak