Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
12 september 2025, 15:29

Is halvering voedselverspilling in 2030 nog haalbaar? 'We moeten het aanpakken bij de bron'

Supermarkten plakken kortingsstickers op producten die niet lang houdbaar zijn, het Voedingscentrum geeft talloze tips om voedselverspilling te voorkomen en startups redden groenten en fruit van de afvalbak. Toch liggen we niet op koers om onze voedselverspilling in 2030 te halveren ten opzichte van 2015. Hoe komen we er wel?

Groenten in de container Smaakvolle groenten moet soms de container in omdat ze een andere vorm hebben dan de inkoper vraagt. | Credits: Getty Images

In 2023 verspilden we in Nederland 17 procent minder voedsel dan in 2015, bleek vorige week uit de Monitor Voedselverspilling van Wageningen Universiteit & Research (WUR). Daarmee liggen we niet op koers voor Sustainable Development Goal 12.3 van de VN: een halvering van de voedselverspilling in 2030.

Dat realiseert ook Toine Timmermans, directeur van stichting Samen Tegen Voedselverspilling en programmamanager duurzame voedselketens bij de WUR, zich. ‘Als we op dit tempo doorgaan, komen we misschien op 30 procent over vijf jaar. Het moet veel sneller.’

Retail loopt voorop in reductie voedselverspilling

Voor oplossingen kijkt Timmermans liever verder dan de jaarlijks gepubliceerde Monitor Voedselverspilling. Die is er met name om de EU een globaal beeld te geven, weet hij. In Nederland zijn er per sector specifieke cijfers beschikbaar, die bovendien vaak recenter zijn. Samen Tegen Voedselverspilling verzamelt deze cijfers en publiceert een deel ervan. Timmermans: ‘Sommige sectoren willen dat nog niet.’

Uit de cijfers per sector blijkt bijvoorbeeld dat supermarkten het goed doen: die verspilden in 2024 liefst 33 procent minder voedsel ten opzichte van de eerste meting in 2018. Retail is daarmee de sector met de sterkste daling van voedselverspilling. Supermarkten zijn onder meer actief bezig met dynamisch afprijzen en kleinere portiegroottes. En qua planning en voorraadbeheer gaan ze meer op online retailers lijken, die gemiddeld minder voedsel verspillen door onder meer kleinere voorraden en een selecter assortiment.

Omvang voedselresten (in kiloton) in Nederland in 2023

Omvang voedselresten (in kiloton) in Nederland in 2023. | Credits: Monitor Voedselverspilling 2009 – 2023

Voedselverspilling aan het begin van de keten

Aan het begin van de keten gaat de reductie minder hard. In de akkerbouw wordt bijvoorbeeld voedsel verspild door strikte kwaliteitseisen, afwijzing op basis van uiterlijke kenmerken en logistieke hindernissen. En binnen de visserij is voedselverspilling vooral het gevolg van bijvangst. Dat baart Timmermans zorgen. ‘Het lastige is: niet alle spelers in het begin van de keten rapporteren over hun voedselverspilling. Terwijl we weten dat juist rapportage een belangrijke trigger is om voedselverspilling te reduceren.’

Daarbij is de afstand tussen de boer en de consument groot. Timmermans: ‘Consumenten verwachten van supermarkten dat ze iets tegen voedselverspilling doen. Aan het begin van de keten wordt die verwachting veel minder gevoeld. Hoewel het uiteindelijk om een samenwerking in de hele keten gaat. Als boeren bijvoorbeeld iets met hun reststromen willen doen, hebben ze ook iemand nodig die dat in de markt zet. Retail is de enige sector die iets met zulke grote volumes kan. ‘

Met reststromen kun je eigenlijk altijd wel iets doen. Denk aan Falafvals falafel van geredde groenten en Instocks bier van gered brood. Kleine volumes restproducten kunnen dan ook eigenlijk altijd wel worden opgekocht, weet Timmermans. ‘Kijk naar No Waste Army. Zij kopen duizenden kilo’s groenten en fruit op en verwerken dat in houdbare producten voor hun abonnees. Daarmee laten ze zien dat er een groep consumenten is die een eerlijke prijs voor voedsel wil betalen. Maar wat zij opkopen is slechts een klein deel van het totale volume verspild eten.’

Reststromen verwerken op grote schaal

En dus zullen er structurele oplossingen moeten worden gezocht, op grotere schaal. Stichting Samen Tegen Voedselverspilling werkt daarom samen met grote ketenpartijen die miljoen kilo’s per jaar redden voor in hun eigen producten. ‘Zoals Lidl, dat een vast partnerschap aan is gegaan met Food Fellows. En voor reststromen brood hebben ze Kipster als partner. Door te werken met vaste leveranciers kun je gemakkelijker grote volumes creëren. Schaal is één van de belangrijkste succesfactoren als het gaat om voedselverspilling structureel aanpakken.’

Ook Albert Heijn heeft een programma met als doel voedselverlies te halveren bij hun vaste leveranciers van verse groenten en fruit in Nederland. Timmermans: ‘Inmiddels hebben ze meer dan vijftig producten geïntroduceerd op basis van reststromen. Zo hebben ze inmiddels meer dan vijf miljoen kilo gered en kunnen ze gemakkelijk hun footprint verlagen, doordat ze minder grondstoffen nodig hebben.’

Voedselverspilling kost wereldwijd zo'n 1,4 miljard hectare land

Voedselverspilling kost wereldwijd zo’n 1,4 miljard hectare land. | Credits: Stichting Samen Tegen Voedselverspilling

Ceel Elemans, sectorspecialist food bij ING, erkent het belang van samenwerking in de keten. Hij weet: ‘Voedselverspilling reduceren doe je niet alleen. Toch probeert iedereen nu zelf het wiel uit te vinden. Veel beter kunnen bedrijven met toeleveranciers en afnemers aan tafel gaan om samen tot oplossingen te komen.’

Als het om verduurzaming gaat is ook de Autoriteit Consument & Markt (ACM) relatief soepel in het accepteren van samenwerkingen. ACM-bestuursvoorzitter Martijn Snoep stelde eerder: ‘Bedrijven mogen samenwerken om duurzame doelen te halen. De Mededingingswet biedt die ruimte ook.’ Overeenkomsten met negatieve effecten op de concurrentie zouden moeten worden toegestaan als de effecten worden gecompenseerd door milieuvoordelen voor de gehele samenleving, vindt hij.

Elemans is positief over de initiatieven die er al plaatsvinden. ‘In duurzaamheidsverslagen van voedingsbedrijven kom ik steeds vaker concrete doelen tegen om de voedselverspilling aan te pakken. Dat gaat beslist helpen om het huidige trage tempo in de reductie van voedselverspilling te versnellen.’

Voedselverspilling aanpakken bij de bron

Een ander deel van de oplossing ligt in het aanpakken bij de bron. Timmermans: ‘Vorig jaar is er zo’n 10 procent aardappels te veel gepoot. De productie is goed, maar de vraag valt tegen. Nu gaat een flink deel van het overschot in de vrije markt naar veevoer. Door klimaatverandering zal het vaker gebeuren dat we te veel of juist te weinig produceren.’

En dus moet het systeem wendbaarder worden. ‘Uiteindelijk gaat het er niet om hoeveel boeren we kunnen helpen als er een probleem is met de afzet’, vervolgt Timmermans. ‘Het gaat erom dat we het systeem van overproductie aanpakken. Alleen nog maar produceren waarvan we zeker weten dat we het gaan gebruiken. Ook aan die knop moet je durven draaien. Dan blijft er ook weer meer land over voor zaken als natuur en biodiversiteit.’

Regels voor voedselveiligheid belemmeren reductie

Dat vergt in sommige gevallen ook een aanpassing van de wet- en regelgeving in Europa. Er zijn bijvoorbeeld lang houdbare producten waar verplicht een THT-datum op moet staan, al is dat eigenlijk niet nodig. Daardoor worden die producten onnodig weggegooid.

Of denk aan verpakkingen. ‘Je zou producten langer houdbaar kunnen maken met natuurlijke coating in plaats van plastic’, legt Timmermans uit. ‘Maar dat mag simpelweg niet in Europa. In de VS wel. In andere delen van de wereld zie je innovaties die wij hier nog niet kunnen toepassen. Europa loopt voorop in voedselveiligheid, maar dat heeft ook nadelen.’

Ook consument moet minder verspillen

Toch kan de productieketen voedselverspilling niet geheel zelf oplossen. Want ook de consument is met ruim een derde van alle verspilling in ons land een grote weggooier. Gemiddeld dumpen Nederlanders jaarlijks 33,4 kilo per persoon aan vast voedsel in de kliko. Dat komt deels door een gebrek aan bewustzijn van eigen gedrag, legt Timmermans uit. ’80 procent van de consumenten denkt minder te verspillen dan anderen. Dat klopt natuurlijk niet.’

De daling van de voedselverspilling door consumenten lijkt de afgelopen jaren te stagneren. We moeten dan ook veel meer op de consument focussen om voedselverspilling aan te pakken, vindt Elemans. ‘Er zijn veel initiatieven tegen voedselverspilling. Maar uiteindelijk is het het makkelijkst om na te gaan: wat leg ik in mijn winkelmandje en is dat niet te veel?’

Elemans ziet dan ook voor zich dat supermarkten bijvoorbeeld meer informatie verstrekken over hoe je brood zo lang mogelijk bewaart (in de vriezer) en wat je met oud brood kunt doen (muffins bakken of paneermeel maken). ‘En ze kunnen de consument kritisch vragen: heb je dit echt nodig?’ Willen retailers dat wel, als dat betekent dat ze minder verkopen? Ja, denkt Elemans: ‘Want uiteindelijk moeten ze ook betalen voor de verwerking van hun eigen overgebleven producten.’

We moeten alle zeilen bijzetten voor gedragsverandering bij de consument, stelt de foodspecialist. ‘Dat is niet makkelijk, maar die kunnen we wel aanjagen. Bijvoorbeeld door campagnes in de media en vaker een Verspillingsvrije Week.’

Lees ook:

Oscar Circulair gaat voor de afvalvrije binnenstad

In veel Nederlandse steden rijden dagelijks verschillende vuilniswagens achter elkaar dezelfde straat in. De ene wagen haalt het oud papier op, een andere het gft en een uurtje later komt er een vrachtwagen voor het restafval. Het resultaat? Volle wegen en veel uitstoot. 'Het was voor mij een enorme frustratie om te zien hoe we met elkaar zo'n inefficiënt systeem hebben ingericht, waarin meerdere vrachtwagens nodig zijn om op één adres het afval op te halen', zegt Remco Wagemakers, medeoprichter van Oscar Circulair. 'Wat we nu doen, is simpelweg niet houdbaar.'Het probleem dat hij schetst, gaat echter verder dan logistiek. Wagemakers wijst op de grondstoffentekorten die de komende decennia gaan ontstaan. 'Ons huidige lineaire model van maken, gebruiken en weggooien loopt vast. Toch zijn we nog veel te weinig bezig met het verkleinen van de afvalstroom. Het liefst zou ik zien dat we steeds minder afval ophalen. Dat klinkt misschien gek voor iemand die in deze sector werkt, maar dat is precies waar het om draait.' De oplossing van Oscar Circulair Oscar Circulair wil deze uitdagingen fundamenteel anders aanpakken. Het bedrijf werkt gebiedsgericht in steden, met kleine inzamelpunten dicht bij bewoners en bedrijven. Afval en grondstoffen worden daar gescheiden opgehaald en op slimme momenten vervoerd. Dit gaat om onder meer glas en papier, maar ook om afvalstromen als koffiedik, afgedankte elektronica, piepschuim en houten pallets. 'We zijn een afval- en grondstofinzamelaar die de wereld van de afvalmarkt aan het opschudden is', legt Wagemakers uit. 'Minder logistieke bewegingen, minder druk op de binnenstad en dat allemaal op een sociaal verantwoorde manier.'Het bedrijf maakt hierbij gebruik van elektrische voertuigen, buurtteams en samenwerkingen met lokale ondernemers. Het doel: fijnmazige inzameling, maar dan zonder de nadelen. Zo wordt het afval bijvoorbeeld binnen opgehaald, waardoor grote containers niet steeds naar de straat hoeven. En ook dat komt de leefbaarheid ten goede. 'We willen bovendien weer het sociaal weefsel in de stad herstellen', zegt Wagemakers. 'Daarom werken we samen met bewoners en bedrijven in de buurt. Je ziet dat mensen meer betrokken raken bij hun omgeving als ze direct merken dat hun afvalstromen slimmer en schoner worden opgehaald.' Afval ophalen als abonnement De data geven hem gelijk. Dankzij de slimme inzameling van Oscar Circulair daalt het restafvalpercentage bij ondernemers van gemiddeld 60 procent naar ongeveer 30 procent. In stedelijke gebieden bespaart het bedrijf jaarlijks zo’n 1.000 vervuilende ritten van traditionele afvalwagens. Door de inzet van elektrische busjes en het recyclen van grondstoffen wordt in die periode zo'n 634 ton CO2 bespaard. Dat staat gelijk aan 80 rondjes om de wereld met de auto. Lang geen verkeerde cijfers voor een bedrijf dat zo'n zes jaar geleden begon als een kleinschalig initiatief. Gestaag groeide Oscar Circulair sindsdien door. Na wijken in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht werd onlangs een vestiging geopend in de Haagse wijk Binckhorst. Dit industrieterrein is de thuishaven voor veel impactondernemers. Oscar Circulair heeft zo'n twintig van de bedrijven in dit gebied verzameld in een nieuw Haags Afvalcollectief, zodat zij hun afval voortaan op een duurzame manier laten inzamelen. 'We zijn echt een oplossing voor binnenstedelijke gebieden', zegt Wagemakers. 'In het buitengebied kun je prima één of twee keer per week met een grote wagen langskomen. In de stad werkt dat simpelweg niet meer.'Het verdienmodel is opvallend eenvoudig. Klanten betalen een abonnement voor de logistieke dienst, los van de hoeveelheid afval die wordt opgehaald. Daardoor is Oscar Circulair niet afhankelijk van een groeiende afvalstroom, iets dat Wagemaker een verkeerde prikkel noemt. Hij verwacht dat zijn bedrijf binnen vijf jaar in tientallen binnensteden actief zal zijn. 'Op dertig, veertig, misschien wel vijftig plaatsen maar liefst. In onze groeimodellen is dat zeker realistisch.' Zijn persoonlijke drijfveer Waar komt die drive eigenlijk vandaan? Voor Wagemakers is het deels idealisme, deels ondernemerschap. 'Ik ben - wat je noemt - een pragmatisch idealistische ondernemer. Al mijn hele leven heb ik belangstelling gehad voor maatschappelijke onderwerpen. Tien jaar geleden zag ik in de afval- en grondstoffenmarkt een probleem dat alleen maar groter zou worden. Daar besloot ik mijn tanden in te bijten.'Dat deed hij eerst jarenlang als consultant en inmiddels dus als impactondernemer. 'Ik wil niet alleen maar tegen andere mensen zeggen hoe ze het moeten doen, maar vooral ook zelf het verschil maken', aldus Wagemakers. Wat zijn ambitie verder drijft, is ook het sociale aspect van het bedrijf. Veel van zijn medewerkers hadden hiervoor moeite om aan een baan te komen. 'We moeten ons blijven realiseren dat er altijd mensen nodig zijn die dit werk uitvoeren. Je kunt nog zoveel digitaliseren en automatiseren, iemand moet het afval uiteindelijk ophalen. En als we een fijne samenleving willen blijven, hebben we meer sociaal weefsel en verbinding nodig.' ImpactFest: van project naar schaal Op 30 oktober is Oscar Circulair één van de partijen op ImpactFest in Den Haag, een groot evenement waar bedrijven en organisaties samenkomen die maatschappelijke impact maken. Voor Wagemakers is de boodschap van deze dag essentieel. 'Het is enorm belangrijk, omdat we nog geen gezamenlijk gedragen visie hebben over wat circulariteit precies inhoudt en hoe we de cirkel echt sluiten. Er zijn ontzettend veel mooie initiatieven, maar we hebben meer samenwerking nodig om die verder op te schalen. Alleen dan kunnen ze op de lange termijn impact blijven maken. Een evenement als ImpactFest faciliteert dat.'Overigens krijgt Wagemakers nog meer support. Zo is er bijvoorbeeld financiële hulp van Stichting DOEN. Zij geven subsidies aan initiatieven die werken aan een groene, sociale en creatieve samenleving. Zo kunnen die de volgende stap zetten in hun ontwikkeling. En dat is hard nodig, zegt Wagemakers. Hij ziet veel van dit projecten die blijven hangen in de fase van pilot of ‘leuk initiatief’. 'Dat is waardevol, maar niet genoeg', vertelt hij. 'De samenleving is gebaat bij impactprojecten die doorschalen en toekomstbestendig worden. Dáár ligt voor onze sector de echte uitdaging.' Andere circulaire initiatieven Den Haag staat met 225 missiegedreven ondernemers al tien jaar bekend als dé impactstad van Nederland. Missiegedreven ondernemers geven prioriteit aan het maken van een positieve impact op de wereld, zelfs boven het schrijven van winstcijfers. Andere voorbeelden van impactbedrijven in de Haagse regio zijn Droppie en Packback. Bij Droppie kunnen klanten schoon en netjes gescheiden afval via een app aanmelden en vervolgens langsbrengen in de winkel. Ze krijgen daar meteen cash voor terug. Packback wil de single-use verpakkingsberg aanpakken. Daarvoor levert het herbruikbare bekers en verpakkingen die via een automaat weer worden ingenomen. ImpactCity helpt dit soort ondernemers een handje, met het vinden van kapitaal, kantoorruimte en nieuwe markten onder meer. Het is een initiatief van de gemeente Den Haag, voor startups en scale‑ups die zowel economisch als maatschappelijk willen groeienLees ook:Ondernemer Johan Faes wil verpakkingen radicaal anders aanpakken: 'Niet meer betalen voor dozen, maar voor gebruik' Opmerkelijk: nieuwe verpakkingen van gerecycled frituurvet Geen piepschuim, maar paddenstoelen: deze ondernemer maakt verpakkingen van mycelium