In 2023 verspilden we in Nederland 17 procent minder voedsel dan in 2015, bleek vorige week uit de Monitor Voedselverspilling van Wageningen Universiteit & Research (WUR). Daarmee liggen we niet op koers voor Sustainable Development Goal 12.3 van de VN: een halvering van de voedselverspilling in 2030.
Dat realiseert ook Toine Timmermans, directeur van stichting Samen Tegen Voedselverspilling en programmamanager duurzame voedselketens bij de WUR, zich. ‘Als we op dit tempo doorgaan, komen we misschien op 30 procent over vijf jaar. Het moet veel sneller.’
Retail loopt voorop in reductie voedselverspilling
Voor oplossingen kijkt Timmermans liever verder dan de jaarlijks gepubliceerde Monitor Voedselverspilling. Die is er met name om de EU een globaal beeld te geven, weet hij. In Nederland zijn er per sector specifieke cijfers beschikbaar, die bovendien vaak recenter zijn. Samen Tegen Voedselverspilling verzamelt deze cijfers en publiceert een deel ervan. Timmermans: ‘Sommige sectoren willen dat nog niet.’
Uit de cijfers per sector blijkt bijvoorbeeld dat supermarkten het goed doen: die verspilden in 2024 liefst 33 procent minder voedsel ten opzichte van de eerste meting in 2018. Retail is daarmee de sector met de sterkste daling van voedselverspilling. Supermarkten zijn onder meer actief bezig met dynamisch afprijzen en kleinere portiegroottes. En qua planning en voorraadbeheer gaan ze meer op online retailers lijken, die gemiddeld minder voedsel verspillen door onder meer kleinere voorraden en een selecter assortiment.

Omvang voedselresten (in kiloton) in Nederland in 2023. | Credits: Monitor Voedselverspilling 2009 – 2023
Voedselverspilling aan het begin van de keten
Aan het begin van de keten gaat de reductie minder hard. In de akkerbouw wordt bijvoorbeeld voedsel verspild door strikte kwaliteitseisen, afwijzing op basis van uiterlijke kenmerken en logistieke hindernissen. En binnen de visserij is voedselverspilling vooral het gevolg van bijvangst. Dat baart Timmermans zorgen. ‘Het lastige is: niet alle spelers in het begin van de keten rapporteren over hun voedselverspilling. Terwijl we weten dat juist rapportage een belangrijke trigger is om voedselverspilling te reduceren.’
Daarbij is de afstand tussen de boer en de consument groot. Timmermans: ‘Consumenten verwachten van supermarkten dat ze iets tegen voedselverspilling doen. Aan het begin van de keten wordt die verwachting veel minder gevoeld. Hoewel het uiteindelijk om een samenwerking in de hele keten gaat. Als boeren bijvoorbeeld iets met hun reststromen willen doen, hebben ze ook iemand nodig die dat in de markt zet. Retail is de enige sector die iets met zulke grote volumes kan. ‘
Met reststromen kun je eigenlijk altijd wel iets doen. Denk aan Falafvals falafel van geredde groenten en Instocks bier van gered brood. Kleine volumes restproducten kunnen dan ook eigenlijk altijd wel worden opgekocht, weet Timmermans. ‘Kijk naar No Waste Army. Zij kopen duizenden kilo’s groenten en fruit op en verwerken dat in houdbare producten voor hun abonnees. Daarmee laten ze zien dat er een groep consumenten is die een eerlijke prijs voor voedsel wil betalen. Maar wat zij opkopen is slechts een klein deel van het totale volume verspild eten.’
Reststromen verwerken op grote schaal
En dus zullen er structurele oplossingen moeten worden gezocht, op grotere schaal. Stichting Samen Tegen Voedselverspilling werkt daarom samen met grote ketenpartijen die miljoen kilo’s per jaar redden voor in hun eigen producten. ‘Zoals Lidl, dat een vast partnerschap aan is gegaan met Food Fellows. En voor reststromen brood hebben ze Kipster als partner. Door te werken met vaste leveranciers kun je gemakkelijker grote volumes creëren. Schaal is één van de belangrijkste succesfactoren als het gaat om voedselverspilling structureel aanpakken.’
Ook Albert Heijn heeft een programma met als doel voedselverlies te halveren bij hun vaste leveranciers van verse groenten en fruit in Nederland. Timmermans: ‘Inmiddels hebben ze meer dan vijftig producten geïntroduceerd op basis van reststromen. Zo hebben ze inmiddels meer dan vijf miljoen kilo gered en kunnen ze gemakkelijk hun footprint verlagen, doordat ze minder grondstoffen nodig hebben.’

Voedselverspilling kost wereldwijd zo’n 1,4 miljard hectare land. | Credits: Stichting Samen Tegen Voedselverspilling
Ceel Elemans, sectorspecialist food bij ING, erkent het belang van samenwerking in de keten. Hij weet: ‘Voedselverspilling reduceren doe je niet alleen. Toch probeert iedereen nu zelf het wiel uit te vinden. Veel beter kunnen bedrijven met toeleveranciers en afnemers aan tafel gaan om samen tot oplossingen te komen.’
Als het om verduurzaming gaat is ook de Autoriteit Consument & Markt (ACM) relatief soepel in het accepteren van samenwerkingen. ACM-bestuursvoorzitter Martijn Snoep stelde eerder: ‘Bedrijven mogen samenwerken om duurzame doelen te halen. De Mededingingswet biedt die ruimte ook.’ Overeenkomsten met negatieve effecten op de concurrentie zouden moeten worden toegestaan als de effecten worden gecompenseerd door milieuvoordelen voor de gehele samenleving, vindt hij.
Elemans is positief over de initiatieven die er al plaatsvinden. ‘In duurzaamheidsverslagen van voedingsbedrijven kom ik steeds vaker concrete doelen tegen om de voedselverspilling aan te pakken. Dat gaat beslist helpen om het huidige trage tempo in de reductie van voedselverspilling te versnellen.’
Voedselverspilling aanpakken bij de bron
Een ander deel van de oplossing ligt in het aanpakken bij de bron. Timmermans: ‘Vorig jaar is er zo’n 10 procent aardappels te veel gepoot. De productie is goed, maar de vraag valt tegen. Nu gaat een flink deel van het overschot in de vrije markt naar veevoer. Door klimaatverandering zal het vaker gebeuren dat we te veel of juist te weinig produceren.’
En dus moet het systeem wendbaarder worden. ‘Uiteindelijk gaat het er niet om hoeveel boeren we kunnen helpen als er een probleem is met de afzet’, vervolgt Timmermans. ‘Het gaat erom dat we het systeem van overproductie aanpakken. Alleen nog maar produceren waarvan we zeker weten dat we het gaan gebruiken. Ook aan die knop moet je durven draaien. Dan blijft er ook weer meer land over voor zaken als natuur en biodiversiteit.’
Regels voor voedselveiligheid belemmeren reductie
Dat vergt in sommige gevallen ook een aanpassing van de wet- en regelgeving in Europa. Er zijn bijvoorbeeld lang houdbare producten waar verplicht een THT-datum op moet staan, al is dat eigenlijk niet nodig. Daardoor worden die producten onnodig weggegooid.
Of denk aan verpakkingen. ‘Je zou producten langer houdbaar kunnen maken met natuurlijke coating in plaats van plastic’, legt Timmermans uit. ‘Maar dat mag simpelweg niet in Europa. In de VS wel. In andere delen van de wereld zie je innovaties die wij hier nog niet kunnen toepassen. Europa loopt voorop in voedselveiligheid, maar dat heeft ook nadelen.’
Ook consument moet minder verspillen
Toch kan de productieketen voedselverspilling niet geheel zelf oplossen. Want ook de consument is met ruim een derde van alle verspilling in ons land een grote weggooier. Gemiddeld dumpen Nederlanders jaarlijks 33,4 kilo per persoon aan vast voedsel in de kliko. Dat komt deels door een gebrek aan bewustzijn van eigen gedrag, legt Timmermans uit. ’80 procent van de consumenten denkt minder te verspillen dan anderen. Dat klopt natuurlijk niet.’
De daling van de voedselverspilling door consumenten lijkt de afgelopen jaren te stagneren. We moeten dan ook veel meer op de consument focussen om voedselverspilling aan te pakken, vindt Elemans. ‘Er zijn veel initiatieven tegen voedselverspilling. Maar uiteindelijk is het het makkelijkst om na te gaan: wat leg ik in mijn winkelmandje en is dat niet te veel?’
Elemans ziet dan ook voor zich dat supermarkten bijvoorbeeld meer informatie verstrekken over hoe je brood zo lang mogelijk bewaart (in de vriezer) en wat je met oud brood kunt doen (muffins bakken of paneermeel maken). ‘En ze kunnen de consument kritisch vragen: heb je dit echt nodig?’ Willen retailers dat wel, als dat betekent dat ze minder verkopen? Ja, denkt Elemans: ‘Want uiteindelijk moeten ze ook betalen voor de verwerking van hun eigen overgebleven producten.’
We moeten alle zeilen bijzetten voor gedragsverandering bij de consument, stelt de foodspecialist. ‘Dat is niet makkelijk, maar die kunnen we wel aanjagen. Bijvoorbeeld door campagnes in de media en vaker een Verspillingsvrije Week.’




