Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
12 augustus 2025, 14:15

Is decentrale waterzuivering de oplossing voor het aanstaande drinkwatertekort?

Steeds meer bedrijven leveren compacte installaties die afvalwater zuiveren. Niet op een plek ver weg, maar gewoon in je huis of in de wijk. Maakt decentrale waterzuivering de onzekere toekomst van ons water rooskleuriger?

drinkwater Als we een drinkwatertekort in 2030 willen voorkomen, moet er ruim 100 miljoen kuub drinkwater per jaar extra beschikbaar komen. | Credits: Getty Images

Het drinkwaterverbruik van bedrijven blijft stijgen, en de kwaliteit van ons grond- en oppervlaktewater (daar waar het drinkwater vandaan komt) staat sterk onder druk. Drinkwaterschaarste wordt steeds urgenter. ‘Zoals we nu omgaan met water, kunnen we niet doorgaan’, stelt Roberta Hofman, specialist water treatment & resource recovery bij KWR Water Research Institute en associate lector water aan de Hogeschool Utrecht. En dus, vindt de onderzoeker, ‘moeten we proberen de watercyclus korter te maken en water voor bepaalde doeleinden opnieuw te gebruiken.’

Momenteel wordt afvalwater in Nederland in 313 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) gezuiverd. Vervolgens wordt het veilig in grote wateren geloosd. Alle rwzi’s worden beheerd door 21 waterschappen. Dat is al best gedecentraliseerd, zou je denken.

Toch moet afvalwater soms alsnog over lange afstanden vervoerd worden. Dat kan efficiënter, denken sommige bedrijven. Zij pleiten voor gedecentraliseerde waterzuivering op wijk-, gebouw- of zelfs huisniveau. Decentrale waterzuivering wordt als een duurzamer alternatief gepresenteerd. Maar is het dat ook echt?

Drinkwater besparen met decentrale waterzuivering

De energie die het afvoeren en centraal zuiveren van water kost, is het probleem niet, stelt Hofman. ‘Water afvoeren naar een rwzi kost over het algemeen heel weinig energie. In de meeste steden en hoger gelegen delen van Nederland is er vrijvervalriolering. Het riool loopt een klein beetje naar beneden, zodat er niet gepompt hoeft te worden.’

Drukriolering, een systeem van pompen dat nodig is als er geen vrij verval is, kost wel meer energie. Dat geldt ook voor het zuiveren. Gerekend per huishouden is het energiegebruik in de waterketen echter beperkt.

Maar het antwoord is ingewikkelder dan dat. Decentrale zuivering draait niet alleen om het zuiveren van afvalwater, maar biedt ook mogelijkheden om het gezuiverde water deels te hergebruiken. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken om de wc door te spoelen of je tuin te sproeien. Dat zou het gebruik van drinkwater drastisch kunnen doen afnemen: één van de speerpunten van de recent gepresenteerde Europese Water resilience strategy.

Decentrale waterzuivering in Serooskerke

Afvalwater van Camping Olmenveld in Serooskerke wordt na zuivering opgeslagen in een groot bassin en gebruikt als zoetwaterbron voor besproeiing voor de omliggende agrariërs en gemeente. | Credits: PureBlue

Gezuiverd water is geen drinkwater

Decentrale waterzuivering kan dus zeker voordelen hebben. Maar dan moet je het wel veilig doen, benadrukken experts. Decentraal gezuiverd water is bijvoorbeeld niet voor alle toepassingen geschikt.

Decentraal water zuiveren om er opnieuw drinkwater van te maken acht Hofman niet realistisch. Aan drinkwater worden namelijk hoge eisen gesteld en het water moet regelmatig worden getest op ziekmakers. Dat is ook de reden dat men over de zogenoemde Watermaker op Forteiland Pampus weliswaar zegt dat er drinkbaar water uit komt, maar dat het geen drinkwater mag heten. Ook douchewater moet officieel aan de eisen voor drinkwater voldoen.

De veiligheid heeft ook te maken met de schaal waarop je decentrale waterzuivering aanpakt. Hofman heeft zo haar twijfels bij waterzuivering per huishouden. Ze verwijst naar Oosterwold, een woongebied tussen Almere en Zeewolde waar initiatiefnemers samen hun eigen buurt of buurtschap mogen vormgeven. Daar werden bewoners in het verleden verplicht hun eigen afvalwater te zuiveren met een zogenoemde IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater). Huizen en boerderijen in landelijke gebieden zonder riool doen dat altijd al.

Maar het experiment in Flevoland pakte anders uit dan verwacht. Het meeste gezuiverde afvalwater voldeed niet aan de wettelijke normen om het in de natuur te mogen gebruiken. Het college van burgemeester en wethouders oordeelde bovendien dat de gemeente haar zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater verzaakte. De gemeente Almere besloot in 2022 toch een rioolstelsel aan te leggen in de wijk.

Aan de andere kant zijn er ook successen. Zoals het Nederlandse Hydraloop, wier waterrecyclingsysteem voor woningen en gebouwen meermaals in de prijzen viel. Het won onder meer een prestigieuze VN-award. Het apparaat laat huishoudens naar eigen zeggen 25 tot 45 procent minder kraanwater gebruiken en wordt wereldwijd gebruikt.

Decentrale waterzuivering per wijk

Het lastige aan waterzuivering in huis is dat het moeilijk te controleren is, vindt Hofman. ‘Leveranciers kunnen best een goede zuiveringsinstallatie bouwen, maar daarna komt de menselijke factor in beeld. Inwoners vinden onderhoud te duur of vergeten het simpelweg. En als je je huis verkoopt, weet de koper dan wat er nodig is?’ Er worden ook regelmatig installaties verkeerd aangesloten. Dan gebruiken mensen het gezuiverde water bijvoorbeeld onbedoeld als drinkwater. Als het in het drinkwaternet wordt gepompt, kan dat zelfs voor de hele wijk gelden.

Daarbij komt dat voor het maken van een zuiveringsinstallatie per woning wel erg veel materiaal nodig is, waardoor het niet duurzaam is. Decentrale waterzuivering per wijk of bedrijvencluster lijkt dan ook een realistischere optie.

Een grote speler in dat veld is het Zeeuwse PureBlue. Hun biologische afvalwaterzuivering maakt gebruikt van bacteriën die verontreinigende stoffen uit het water halen. In de fases daarna worden kleine luchtbelletjes toegevoegd om het slib van het schone water te scheiden. Tot slot worden micro-verontreinigen als medicijnresten uit het water gehaald met behulp van ozon. Ongeveer 40 procent van het water dat uit de machine komt kan hergebruikt worden voor landbouw, industrie en enkele huishoudelijke toepassingen. De rest gaat de natuur in.

De waterzuivering van PureBlue

De technologie van PureBlue is oorspronkelijk ontwikkeld voor waterzuivering op cruiseschepen. | Credits: PureBlue

Geconcentreerdere afvalstromen

Angelo de Mul, ceo van PureBlue, is naar eigen zeggen ‘heel blij dat we gezond kunnen leven dankzij centrale waterzuivering’. Het was dan ook niet per se zijn idee om er een alternatief voor te bedenken. PureBlue heeft zijn roots in de scheepvaart. ‘Op riviercruiseschepen was een grote behoefte aan een compacte manier om water te zuiveren voordat het in de rivier werd geloosd. Wij hebben toen een installatie ontwikkeld, vrij van geur en geluid en met een kleine CO2-footprint. Later zijn we pas gaan kijken hoe we die kennis verder konden inzetten.’

De manier van zuiveren die PureBlue hanteert, bleek ook geschikt voor hotels, vakantieparken, ziekenhuizen, stadswijken en ga zo maar door. ‘Je zou denken dat het vervangen van één rwzi door meerdere installaties veel duurder is. Maar als je centrale en decentrale waterzuivering vergelijkt op gebieden als operationele kosten, investeringskosten en broeikasgasemissies, zie je dat een decentrale aanpak juist efficiënter is’, aldus De Mul.

‘Dat komt onder meer doordat het water bij de bron geconcentreerder is. Hoe verder weg je het zuivert, hoe meer grond- en regenwater erbij zit. Dat moet ook allemaal door die grote machines heen. Geconcentreerdere stromen zuiveren kost minder tijd en energie, en stoot minder CO2 uit. Onze machines zijn bovendien tig keer kleiner.’ Dat is het voordeel van hun roots in de scheepvaart, denkt de ceo: ‘We móesten wel nadenken over de compactheid. We concurreerden immers met een luxe kamer die veel kon opleveren.’

Als je dicht bij de bron zuivert, zit ook de energie nog in het water, vertelt De Mul. Neem het warme water uit je douche. Na afvoer uit je huis is dat water nog zo’n 28 graden Celsius. ‘Transporteer je dat door een koude grond naar een rwzi, dan verdwijnt de warmte. Met een decentrale zuiveringsinstallatie kun je de warmte nog terugwinnen uit het water.’

Vooral geschikt voor nieuwe wijken

Het is niet de bedoeling van PureBlue om te concurreren met bestaande rwzi’s. Vooral voor nieuwe wijken, waarvan er de komende decennia veel zullen worden gebouwd, is decentrale waterzuivering een goede oplossing. ‘We kunnen nu wel enorme nieuwe rwzi’s inrichten, maar misschien blijken die later te groot – en daarmee inefficiënt – of te klein te zijn. Het is veel logischer om per x duizend inwoners een kleinere installatie te plaatsen. Dat gaat ook nog eens sneller en de kosten voor de aanleg van het riool zijn lager.’

Gemeenten en andere klanten van het bedrijf betalen naast aanschafkosten ook servicekosten. Daarmee wil het bedrijf het onderhoud waar Hofman zich zorgen over maakte, op zich nemen. Volgens De Mul zijn er al ‘enkele gemeenten’ geïnteresseerd in hun product. ‘Ik verwacht dat we tegen het einde van het jaar grote stappen hebben gezet.’

Lees ook:

Kosten van CO2 uit de lucht filteren kunnen de komende 5 jaar halveren, maar het moet nog harder gaan

De mens heeft de afgelopen tweehonderd jaar meer dan 2.000 miljard ton CO2 uitgestoten, waarvan een flink deel in de atmosfeer is blijven hangen. Dit is de basis van het zogenoemde versterkte broeikaseffect dat zorgt voor de relatief snelle opwarming van de aarde. Om dat proces te keren zal er flink wat CO2 uit de atmosfeer moeten worden gehaald.Het filteren van CO2 uit de lucht lukt al op bescheiden schaal. De grote uitdaging ligt bij het kosteneffectief opschalen van dit proces. Direct air capture Direct air capture (DAC) haalt regelmatig het nieuws met tot de verbeelding sprekende projecten, zoals de luchtstofzuigers van startup Climeworks in IJsland, of door berichten over wetenschappelijke doorbraken met nieuwe supermaterialen die CO2 kunnen absorberen. Maar het is nog altijd een open vraag of het filteren van CO2 uit de lucht snel genoeg kan opschalen om een significante bijdrage te leveren aan het beperken van negatieve gevolgen van CO2-uitstoot.Kosten spelen hierbij een cruciale rol. Het goede nieuws is dat volgens recente schattingen flinke kostendalingen worden verwacht in de komende vijf jaar. Maar gezien de hoge absolute kostenniveaus voor het uit de lucht filteren van CO2 – die kunnen oplopen tot meer dan 1.000 dollar per ton afgevangen CO2 – zijn nieuwe technologische doorbraken hard nodig om DAC echt tractie te geven. Waarom CO2 uit de lucht filteren? Wereldwijd wordt er jaarlijks zo'n 40 miljard ton CO2 uitgestoten als gevolg van menselijk activiteiten. Om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot pakweg 2 graden Celsius boven het pre-industriële tijdperk moet de jaarlijkse CO2-uitstoot fors omlaag. Dat kan door minder fossiele brandstoffen te verbruiken. Aanvullend daarop helpt het ook om CO2 die al in de atmosfeer zit, er weer uit te halen.Bedrijven als het Nederlandse Carbyon stellen dat DAC-installaties in eerste instantie vooral een nuttige rol kunnen vervullen in het CO2-neutraal maken van sectoren die nog geen goede alternatieven hebben voor fossiele brandstoffen. Zo is kerosine voor langeafstandsvluchten vanwege de hoge energiedichtheid en het relatief lage gewicht vooralsnog lastig vervangbaar.De meeste kerosine wordt gemaakt op basis van ruwe olie en zorgt bij verbranding voor nieuwe CO2-uitstoot. Als alternatief kun je vliegtuigbrandstof ook op synthetische basis maken, met CO2 die eerst uit de lucht is gefilterd. Dat biedt de mogelijkheid om een gesloten cyclus creëren. Hoewel vliegtuigen dus wel CO2 blijven uitstoten, komt er bij het verbranden van synthetische vliegtuigbrandstof netto geen CO2 in de atmosfeer, omdat de CO2 eerder al is afgevangen.Op de langere termijn kan het filteren van CO2 uit de atmosfeer ook een bijdrage leveren aan het verlagen van de concentratie van CO2 in de atmosfeer, zodat het versterkte broeikaseffect wordt afgeremd. Opschalen DAC is een enorme uitdaging Er zijn momenteel iets minder dan 30 projecten voor direct air capture operationeel in de wereld. Die halen volgens gegevens van het Internationaal Energieagentschap (IEA) bij elkaar minder dan 50.000 ton CO2 uit de atmosfeer op jaarbasis. Dat is extreem weinig, als je kijkt naar de rol van DAC in scenario's om de netto-uitstoot van CO2 in 2050 naar nul te brengen.Volgens net Net Zero Emissions-scenario van de IEA moeten DAC-installaties tegen 2030 per jaar tegen de 80 miljoen ton CO2 uit de lucht filteren en vervolgens opschalen naar zo'n 600 miljoen ton CO2 in 2050. Daar zijn we nog mijlenver van verwijderd.Onderstaande grafiek van de IEA spreekt wat dit betreft boekdelen. In de meest rechtse balk voor het jaar 2030 weerspiegelt het dunne, lichtgroene vlak projecten die in een vergevorderd stadium van ontwikkeling zijn. Het donkergroene vlak betreft projecten die nog in de conceptfase zijn en onderworpen worden aan haalbaarheidstudies. Deze projecten zouden dus in theorie al over vijf jaar operationeel moeten zijn. Het gele vlak geeft het gat weer met de scenario's die in lijn zijn met netto nul CO2-uitstoot in 2050.  Technologische uitdagingen voor CO2 filteren uit de lucht Het opschalen van DAC is technologisch uitdagend, mede omdat er in een liter lucht relatief weinig CO2-deeltjes zitten. Het gros ervan bestaat uit stikstof en zuurstof, slechts 0,042 procent is CO2. Je moet dus grote hoeveelheden lucht door CO2-filters jagen om significante hoeveelheden van het broeikasgas uit de atmosfeer te filteren.Dat brengt uitdagingen mee voor het energieverbruik van installaties voor DAC. Om het hele proces effectief te maken moet je beschikken over duurzame energiebronnen om te voorkomen dat het energieverbruik van DAC te veel nieuwe CO2-uitstoot veroorzaakt. Van belang is verder dat de chemische stoffen die worden gebruikt in membranen om CO2 te filteren zo efficiënt mogelijk werken.Aangezien de huidige installaties voor direct air capture vrij kleinschalig zijn en in verhouding weinig CO2 uit de atmosfeer filteren, zijn de kosten per ton CO2 relatief hoog. De eerder genoemde kosten van tegen de 1.000 dollar per ton voor direct air capture zijn bijvoorbeeld veel hoger dan de kosten van projecten waarbij CO2 wordt afgevangen bij fabrieken en wordt opgeslagen in lege gasvelden. Dat heeft mede te maken met de hogere concentratie van CO2 in industriële installaties, waardoor de geschatte kosten van carbon capture and storage (CCS) in Europa op gemiddeld 150 euro per ton liggen. Halvering kosten DAC in 2030 is pas het begin Als bestaande technieken voor direct air capture op grotere schaal worden ingezet, zijn er flinke eenmalige investeringen nodig, maar kunnen de kosten per ton gefilterde CO2 wel flink dalen. Uit een deze week verschenen rapport van onderzoeksbureau Bloomberg NEF blijkt dat de gemiddelde kosten voor DAC binnen vijf jaar kunnen halveren tot iets minder dan 500 dollar per ton.De grote uitdaging zit in de volgende stappen. Om echte versnelling in gang te zetten moeten de kosten van DAC nog flink verder zakken, richting de 100 dollar per ton. Volgens de analyse van Bloomberg NEF is het twijfelachtig of dat in de komende decennia al gaat lukken.De Nederlandse startup Carbyon is optimistischer en denkt dat een kostendaling richting de 50 euro per ton CO2 haalbaar is. Voorlopig is het vooral wachten op nieuwe doorbraken die een dergelijke kostendaling echt handen en voeten kunnen geven. Lees ook:10 vragen over Direct Air Capture: het verwijderen van CO2 uit de lucht Wereldprimeur: Nederlandse bedrijven halen CO2 uit de lucht met behulp van windenergie Deep Sky Labs wordt 's werelds eerste proeftuin voor directe afvang van CO2 uit de atmosfeer