Wilke Wittebrood
15 mei 2025, 12:00

Invesdor wil meer kapitaal bij duurzame bedrijven krijgen: ‘Er is geld genoeg’

Impact-investeringsbedrijf Oneplanetcrowd ging anderhalf jaar geleden op in het in Nederland nog onbekende Invesdor. Aan Ellen Hensbergen, managing director Benelux, om het merk hier op de kaart te zetten in een tijd waar duurzame bedrijven onder druk staan. ‘Tegenover de faillissementen van VanMoof en Cargoroo staan genoeg succesverhalen.’

Ellen Hensbergen Invesdor Pluimveehouder Kipster en de circulaire sinaasappelschillenverwerker PeelPioneers haalden recent miljoenen op via Invesdor. | Credits: Peelpioneers, Invesdor

Vroeger zat ze in de hypotheken, nu staat Ellen Hensbergen aan het roer van impact-investeringsplatform Invesdor Benelux. Een naam die misschien niet direct een belletje doet rinkelen, maar dat doet die van Invesdor’s voorganger ongetwijfeld wel. Tot november 2023 opereerde het platform in ons land onder de naam Oneplanetcrowd, daarna ging het op in zijn Europese branchegenoot.

Oneplanetcrowd was bij de oprichting in 2012 een van de eerste crowdfundingplatforms van Nederland en groeide uit tot de grootste speler in duurzame campagnes. Talloze bekende startups en scaleups haalden geld via het platform op, waaronder VanMoof, Yoni en Snappcar.

Meer in de wereld

De nieuwe managing director – Hensbergen zit er nu een jaar – gaf voor ze overstapte naar Invesdor leiding aan Munt Hypotheken. Bij haar komst een scaleup met een hypotheekportefeuille van ongeveer 10 miljard euro, bij haar vertrek goed voor het drievoudige daarvan.

“Voor mijn gevoel was ik uitgebouwd”, zegt ze. “Ik dacht: misschien moet ik eens kijken wat er nog meer in de wereld is.”

Via een vriendin die een female only-angel netwerk heeft opgezet, Epic Angels, gaat ze investeren in vrouwelijke founders in Azië en Oceanië. Specifieker: in vrouwelijke founders met impact-ondernemingen. Een van de startups waarin ze geld steekt, heeft in samenwerking met lokale huisartsen en ziekenhuizen bijvoorbeeld een gedeelde apotheek opgezet waarmee mensen binnen een paar uur toegang tot de juiste medicijnen kunnen krijgen – hier vanzelfsprekend, daar zeker niet altijd.

Het laat haar niet meer los. “Omdat je het effect direct ziet”, zegt ze. “Zulke bedrijven helpen groeien, daar wilde ik in Nederland ook meer mee doen.”

Afscheid van bekende naam

Met de fusie met Oneplanetcrowd zet Invesdor in diezelfde periode de stap naar de Benelux. Voor Maarten de Jong, een van de oprichters en managing director van Oneplanetcrowd, is dat het moment om af te treden. Wel blijft hij betrokken als aandeelhouder, net als co-founders Coenraad de Vries en Laura Roosenboom.

Via via hoort Hensbergen dat het bedrijf een opvolger zoekt. Daar moet ik zijn, denkt ze. Een impact-investeerder waar ze precies datgene mag doen wat ze bij Munt zo leuk vond: het bedrijf op de kaart zetten en uitbouwen. Want het is nogal wat om afscheid van een bekende naam te nemen en er een nieuw merk voor in de plaats te zetten.

Wat alvast helpt, is dat er niet is gesleuteld aan de duurzame focus. Integendeel, zegt Hensbergen. “Een belangrijke reden voor de fusie is dat Invesdor juist meer wilde doen op het gebied van impact, wat voorheen niet echt een focuspunt was.”

Kipster en PeelPioneers

Op dat vlak is een grote sprong gemaakt; inmiddels levert 80 procent van de Europese bedrijven die geld ophalen via Invesdor, met hun product of dienst een directe bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, de Sustainable Development Goals (SDG’s).

Voorbeelden zijn de innovatieve pluimveehouder Kipster en de circulaire sinaasappelschillenverwerker PeelPioneers, die recent miljoenen ophaalden voor verdere uitbreiding. De overige 20 procent hoeft zich (nog) niet aan de SDG’s te committeren om op het platform toegelaten te worden, maar wordt wel getoetst op het eigen ESG-beleid.

Invesdor heeft die 20 procent simpelweg nodig, zegt Hensbergen; het platform kan het zich nog niet veroorloven om bedrijven zonder duurzame focus uit te sluiten. Waarmee niet is gezegd dat alles en iedereen maar wordt toegelaten, integendeel. “Slechts 5 procent van de aanmeldingen komt door de ballotage.”

Tientallen platforms minder

Vier jaar geleden is nieuwe Europese wetgeving van kracht geworden waarmee het voor ondernemers makkelijker is geworden om geld op te halen. Tegelijkertijd zijn ook de eisen voor crowdfundingplatforms aangescherpt, onder meer op het gebied van IT en governance.

Voor Oneplanetcrowd was dat een belangrijke reden om bij een grotere speler aan te haken, zei medeoprichter De Jong tegen MT/Sprout. Alleen waren de extra kosten die het bedrijf daarvoor moest maken, niet op te brengen.

Sinds de nieuwe regels van kracht zijn, heeft er volgens Hensbergen een consolidatieslag plaatsgevonden. “Van de vijftig à zestig platforms die in Nederland actief waren, zijn er vijftien overgebleven.”

Voor bedrijven die via crowdfunding geld willen ophalen is er dus een stuk minder te kiezen, en Invesdor wil ook niet op voorhand kandidaten uitsluiten. Ook omdat investeerders in de andere markten waar het bedrijf actief is – Duitsland, Oostenrijk en Scandinavië – het bedrijf nu pas als impact-investeerder leren kennen.

Hinkt Invesdor daarmee niet op twee gedachten? Hensbergen vindt van niet. “Impact maak je niet alleen met een product of dienst. Hoe het bedrijf is ingericht en wordt bestuurd, is minstens zo belangrijk. Als we groeibedrijven tegenkomen die zich niet direct bezighouden met de duurzame ontwikkelingsdoelen, maar bijvoorbeeld wel goed bezig zijn op het gebied van diversiteit en inclusie of het verlagen van hun eigen CO2-uitstoot – ja, dan willen we beleggers ook de optie bieden om daarin te investeren.”

Op de Europese kapitaalmarkt

Invesdor is in 2012 opgericht in Finland en internationaal gegroeid door fusies. In 2021 ging het crowdfundingplatform samen met het Duitse Kapilendo en het Oostenrijkse Finnest en ontstond de Invesdor Group. Twee jaar later kwam ook Oneplanetcrowd onder die paraplu. Naast Helsinki heeft de groep kantoren in Berlijn, Amsterdam en Wenen. “We opereren pan-Europees”, zegt Hensbergen. “Als Nederlander kun je in een Fins bedrijf investeren, zonder dat je een bankrekening hoeft te openen in Finland, en andersom.”

Investeerders kunnen instappen vanaf 250 euro per campagne. Gemiddeld leggen ze 3000 tot 3500 euro in, maar er zijn ook beleggers met portefeuilles van 1 miljoen euro of hoger. Vorig jaar werd op die manier voor 55 miljoen aan investeringen opgehaald in heel Europa; de groep splitst de cijfers niet per markt uit.

Voor bedrijven hanteert Invesdor een commissie per campagne. Die varieert, afhankelijk van factoren als de bedrijfsgrootte en complexiteit van het traject, maar komt in grote lijnen uit op 5 tot 7 procent. Het platform is ‘op weg’ om winstgevend te worden, naar verwachting gebeurt dat dit jaar. Hensbergen: “Vorig jaar hebben we break-even gedraaid.”

Aandelen, leningen en subsidies

In totaal ging er tot nu toe ruim een half miljard euro door het platform – waarvan ruim 150 miljoen via aandelenuitgiften, ruim 300 miljoen euro via leningen en obligaties, en de rest via overheidssubsidies. Invesdor zit namelijk ook in burgerparticipatie-projecten, voor veel overheden en ontwikkelaars een belangrijk criterium om duurzame energieprojecten van de grond te krijgen.

Zo staken inwoners van Friesland vorig jaar via het platform 27 miljoen euro in de bouw van een nieuw windpark in het IJsselmeer, Windpark Fryslân – bijna drie keer zoveel als het streefbedrag van 10 miljoen euro.

Hebben zulke projecten, flauw gezegd, de wind nu nog wel mee? Door de hoge rente, de inflatie en materiaaltekorten is er momenteel weinig animo om grote windparken te bouwen. Partijen als Eneco, Vattenfall, Engie en Ørsted vinden de bouw te risicovol. Daarnaast hebben ook duurzame startups en scaleups het moeilijk. In de solar- en (plastic) recyclingindustrie vielen het afgelopen jaar harde klappen, e-mobiliteit en deelmobiliteit staan onder druk.

Daar kan Hensbergen over meepraten: twee van de spraakmakendste faillissementen van de afgelopen tijd – VanMoof en Cargoroo – zijn portfoliobedrijven van Invesdor.

“Prachtige bedrijven”, zegt ze. “Maar de markt voor e-mobility is in Nederland best wel vol. Dat maakt het moeilijker om te concurreren, bovendien hadden ze allebei een businessmodel dat erg uitdagend was. Alle bedrijven doorlopen bij ons een strikte due diligence – zowel op financieel en juridisch gebied als op impact. Maar het blijven verdienmodellen die zichzelf nog moeten bewijzen, het risico is altijd hoger. We adviseren beleggers ook altijd om hun investeringen te spreiden.”

Niet alleen financieel rendement

VanMoof was voor 5,1 miljoen euro via Invesdor gefund en Cargoroo voor 1,1 miljoen euro. Hebben investeerders iets van die inleg teruggezien? Daar kan Hensbergen kort over zijn: nee. “In beide gevallen ging het om aandeleninvesteringen en in tegenstelling tot obligaties zit daar geen onderpand op. Het enige dat wij in zulke situaties kunnen doen, is daar tijdig en zo transparant mogelijk over communiceren. Natuurlijk zijn beleggers dan soms teleurgesteld, en terecht. Maar we zien ook: het gaat ze niet puur om financieel rendement. Ze investeren ook om deze bedrijven een kans te geven.”

Duurzame bedrijven verstikken in Nederland. Dat schreef Michel Scholte, directeur en medeoprichter van True Price en Impact Institute, naar aanleiding van het faillissement van Cargaroo op MT/Sprout.

Volgens Hensbergen is het niet zo zwart-wit. “Ik ken genoeg voorbeelden van impactbedrijven die heel succesvol zijn”, zegt ze. “Zoals Fairphone, dat inmiddels een exit-regeling heeft getroffen met de aandeelhouders die zeven jaar geleden via Oneplanetcrowd zijn ingestapt. We hebben een default rate van 1,2 procent, dat wil zeggen dat slechts 1,2 procent van leningen via ons platform niet afbetaald wordt. Dat is hartstikke laag.”

Recordbedrag op spaarrekeningen

Neemt niet weg dat er meer geld naar deze duurzame bedrijven zou kunnen vloeien dan momenteel gebeurt. Een deel van het recordbedrag van 600,5 miljard euro dat momenteel stilstaat op Nederlandse betaal- en spaarrekeningen, bijvoorbeeld, of de 1600 miljard euro die in pensioenfondsen zit. “Er is zoveel geld”, zegt Hensbergen. ‘”De vraag is: hoe kan je dat het beste investeren? Dat moeten we veel beter organiseren met elkaar.”

Invesdor pakt een specifiek stuk van de markt: het platform steunt bedrijven die nog niet volwassen genoeg zijn of om allerlei redenen maatwerk nodig hebben voor een krediet bij de bank, maar de subsidies en investeringen van business angels ontgroeid zijn. Het moment dat een product marktklaar en schaalbaar is, kortom. Dat blijkt ook uit de grootte van de tickets, die zelden onder een miljoen euro uitkomen.

“De voornaamste reden dat we een aanvraag afwijzen, is dat bedrijven te vroeg bij ons aankloppen”, zegt Hensbergen. “Zo’n partij proberen we dan aan een VC of angel te koppelen, maar dat zou veel beter vanuit een overkoepelend ecosysteem kunnen worden geregeld. Zodat een bedrijf per levensfase met een passende financier kan worden gematcht. Menno Snel, de voormalig staatssecretaris van Financiën, is bezig met een speciale ‘financieringshub’ voor mkb-bedrijven die niet bij de bank terecht kunnen. Zoiets zou natuurlijk voor een veel bredere groep ondernemers beschikbaar moeten komen.”

Lees ook:

Industrie klaar om schoon ijzerpoeder van RIFT te gebruiken als energiebron: voor 3 miljard aan contracten op stapel

Na jaren van testen en verbeteren en nog eens testen en verbeteren is het bijna zover. RIFT kan zijn ijzerpoedertechnologie gaan verkopen aan de industrie. Diverse bedrijven hebben al een intentieovereenkomst met de start-up gesloten. De eerste commerciële contracten zullen naar verwachting deze zomer getekend worden. Dan kan de uitrol naar de markt beginnen. “Die contracten hebben een totale waarde van 3 miljard euro”, zegt CEO en medeoprichter Mark Verhagen. “Dat is een flink bedrag, maar we praten slechts over een fractie van de industrie. Het is echt een gigantische markt.” 1 Gigaton minder CO2-uitstoot RIFT staat voor Renewable Iron Fuel Technology. De start-up is een spin-off van een studententeam van de TU Eindhoven en zag in 2020 het licht. Inmiddels werken er ruim zestig mensen. Doel is de industrie te verduurzamen door de verbranding van ijzerpoeder als schoon alternatief voor olie en gas op de markt te brengen. Die industrie is nu verantwoordelijk voor een derde van de wereldwijde CO2-uitstoot en daarmee een grote veroorzaker van klimaatverandering. Bij het verbranden van ijzerpoeder wordt geen directe CO2 uitgestoten, zodat de technologie in potentie 1 gigaton aan CO2-uitstoot kan besparen in 2050. Dat is zeven keer de huidige uitstoot van Nederland. Circulair systeem Het systeem van RIFT bestaat uit twee installaties. De eerste is de brandstoffabriek waar het ijzerpoeder wordt gemaakt. Dat wordt verbrand in een andere installatie, de boiler. De vlamtemperatuur is 2.000 graden Celsius en de temperatuur van de geproduceerde industriële warmte kan oplopen tot circa 1.000 graden, afhankelijk van de toepassing. Van het roest dat daar overblijft, wordt in de eerste fabriek opnieuw ijzerpoeder gemaakt, met behulp van waterstof. Zo is de cirkel rond. Nieuw ingekocht RIFT koopt zijn eerste hoeveelheid ijzerpoeder nieuw in. Voor die grondstof is er een grote, bestaande markt. Producenten verhitten oud ijzer in een elektrische oven, die draait op groene stroom. De hete metalen die dan ontstaan worden onder hoge druk bespoten met water, waardoor er kleine druppeltjes ontstaan. Eenmaal afgekoeld vormen die ijzerpoeder. “Dit wordt in de wereld op grote schaal geproduceerd, dus dat kopen we in. Daarna gaan we het circulair gebruiken”, stelt Verhagen. Abonnement op ijzerpoeder De demo-installatie van de brandstoffabriek staat nu in Arnhem. Die van de eerste boiler staat in Helmond. Daar levert RIFT energie aan het warmtenet van Ennatuurlijk, waar 6.500 huishoudens op zijn aangesloten. In het businessmodel van RIFT is het de bedoeling dat bedrijven straks zelf een boilersysteem voor ijzerpoeder aanschaffen. Dat komt naast hun huidige systemen te staan, die als back-up blijven fungeren. Vervolgens sluiten ze met RIFT een abonnement voor vijftien jaar af voor de levering van ijzerbrandstof. Dat wordt via een truck aangevoerd en gelost in een silo. Na verbranding gaat het roest terug naar de brandstoffabriek van RIFT om weer tot ijzerpoeder te worden verwerkt. Bill Gates RIFT wordt financieel gesteund door de EU via een OPZuid-subsidie en door verschillende investeringsfondsen en partners, waarvan het Breakthrough Energy Fellows-programma van Bill Gates in 2022 een van de meest opvallende was. Ook Gates denkt dat de baanbrekende ijzerbrandstoftechnologie grote impact kan hebben op de verduurzaming van de industrie. De start-up is een van de vijftien bedrijven in de wereld die uitgekozen is voor dit programma. "Van dat geld hebben we twee jaar geleden ons eerste industriële prototype kunnen bouwen. Die hebben we getest en daarna ook weer afgebroken. In plaats daarvan hebben we weer nieuwe systemen gebouwd, zoals onze eerste pilotinstallatie”, zegt Verhagen. CEO Mark Verhagen demonstreert aan toenmalig minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat hoe ijzerpoeder omgezet wordt in energie Industrieel gebruik Met die installaties zijn voortdurend testen gedaan en is steeds een verbeterslag gemaakt. Doel is om met dezelfde hoeveelheid ijzerpoeder steeds meer energie te produceren en bij de productie van dat ijzerpoeder steeds minder waterstof per kilo te gebruiken. De testen moesten ervoor zorgen dat er steeds minder fouten optraden tijdens het proces. Nu draait de installatie foutloos. “Bij dat testen ging er nogal eens wat mis, maar nu zetten de operators ’s avonds de installatie uit omdat ze naar huis moeten. Dat kun je het echt industrieel gaan gebruiken”, stelt Verhagen. Naar de markt In september vorig jaar haalde RIFT bij een nieuwe investeringsronde 11 miljoen euro aan groeikapitaal op van een groep investeerders en aandeelhouders, zoals Invest-NL en pensioenfonds PGGM. Met name die bijdrage noemt de CEO bijzonder. Ook het pensioenfonds gelooft namelijk dat ijzerbrandstoftechnologie industriële processen CO2-vrij kan maken. Verder is het een goede energiebron voor warmtenetten. Met die kapitaalinjectie kon RIFT demo-installaties bouwen, laatste testen afronden en de eerste commerciële contracten met bedrijven gaan opstellen. Concrete projecten Daarom komt het doel binnen bereik. Toch zal het volgens Verhagen nog even duren voordat alle installaties zijn opgeleverd. “Een brandstoffabriek bouw je niet in een half jaar”, zegt hij. “De fabrieken bij de projecten die we nu realiseren zullen pas in 2028 of in 2029 operationeel zijn. Maar het wordt nu wel echt concreet.”Kijk hier hoe Mark Verhagen het doel van RIFT uitlegt:https://www.youtube.com/watch?v=9cfuLhwi0JU&list=PLrGSxvqPTxT2CaSLJ9AFXyGDurA9KGsSd&index=8 Onhaalbaar RIFT ziet zijn technologie als dé oplossing voor industrieën die moeilijk van olie en gas kunnen afstappen. Verhagen is al sinds zijn afstuderen bezig met haalbaarheidsstudies naar decarbonisatie van industriële warmte. In eerste instantie focuste hij op verduurzaming via waterstof en elektrificatie. Verhagen: “Ik heb toen heel veel haalbaarheidsstudies gedaan voor allerlei bedrijven, maar 95 procent kwam uit op rood licht. Toen dacht ik: hoe gaan we dit ooit voor elkaar krijgen?” Goedkope waterstof Want elektrificatie stokt vaak door netcongestie of gebrek aan voldoende stroom. Ook de productie van groene waterstof komt maar moeizaam van de grond. Vooral de distributie via gasleidingen stuit op problemen. Het ijzerpoeder van RIFT is eenvoudig te produceren en kan gemakkelijk en goedkoop over grote afstanden getransporteerd worden. Een brandstoffabriek kan meerdere boilers bevoorraden. In Nederland, in andere Europese landen, maar ook in de VS, Canada of Noord-Afrika. Ter plekke wil RIFT goedkope waterstofbronnen gebruiken bij de productie van ijzerpoeder. In Noord-Europa kan dat groene waterstof zijn, die met waterkracht wordt gemaakt. In Europa en Noord-Amerika focust het bedrijf op blauwe waterstof, gemaakt van aardgas, maar met afvang en opslag van CO2. Maar ook op witte waterstof, die gewoon in de bodem te vinden is en waarvan grote hoeveelheden zijn gevonden in Frankrijk. In Afrika is groene waterstof gemaakt met zonne-energie een optie. Happiness Ondertussen volgen de mensen van Bill Gates’ Breakthrough Energy Fellows-programma de ontwikkeling van RIFT. Eens in de zoveel tijd komen alle geselecteerde bedrijven samen op een centrale locatie. Verhagen komt de miljardair en weldoener dan persoonlijk tegen. “Hij vindt onze technologie interessant, anders waren we ook niet geselecteerd”, zegt hij. “Hij ziet dat we een gigantisch probleem moeten oplossen en als er resultaten worden geboekt dan zie ik bij hem en bij de rest van zijn team de happiness.” Lees ook:Worden boeren dankzij ijzerpoeder de nieuwe energieleveranciers? Bill Gates investeert in Nederlandse warmtebatterij en ijzerpoeder Helmond krijgt CO2-vrije warmte dankzij verbranding ijzerpoeder Brabant investeert in ijzerpoeder als energiedrager