Deze gastbijdrage werd geschreven door Dhanush Dinesh, chief climate catalyst bij Clim-Eat en Ivo Demmers, executive director bij Netherlands Food Partnership
Overheden geven wereldwijd 650 miljard dollar per jaar uit aan landbouwsubsidies. Toch stijgen koffie- en cacaoprijzen naar recordhoogtes, mislukken oogsten vaker door klimaatverandering en staan voedselsystemen onder druk. Het probleem: subsidies maken de verkeerde praktijken winstgevend, waardoor bodems degraderen en voedselsystemen dreigen in te storten. Ook Nederland zal dat voelen.
Slechts 15 procent van die 650 miljard gaat naar behoud van natuur, biodiversiteit en gezonde leefomgevingen. Volgens de VN-organisatie FAO financiert het grootste deel juist schadelijke praktijken: overmatig gebruik van kunstmest die bodems uitput, monoculturen die biodiversiteit vernietigen en landbouw die water verspilt. Bodemdegradatie kost Afrika alleen al 68 miljard dollar per jaar. De huidige financiële prikkels houden deze status quo in stand. Bewezen duurzame innovaties zoals gewasrotatie en boslandbouw kunnen niet opschalen, omdat ze financieel niet kunnen concurreren met traditionele landbouw. Zolang subsidies verkeerde keuzes belonen, blijven goede ideeën op de plank liggen.

Dhanush Dinesh, chief climate catalyst bij Clim-Eat
Verhoogde urgentie in Afrika
Ook in Nederland zien we dit patroon. Al jaren wordt geroepen om de stikstofcrisis aan te pakken, maar grote stappen blijven uit. Zolang de financiële prikkels niet veranderen, blijft het aantrekkelijker om vast te houden aan de bekende weg. Boeren die wél natuurinclusief willen produceren, zijn daarvan de dupe.
Terwijl Nederland vastloopt, experimenteren Zambia, Tanzania, Malawi en Kenia met fundamenteel andere benaderingen van landbouwsubsidies. Niet omdat het daar eenvoudiger is, maar omdat de urgentie groter is, zowel vanwege klimaatverandering als om onafhankelijk te worden van schulden bij de Wereldbank en IMF. In Malawi verdwijnt door bodemuitputting jaarlijks 29 ton vruchtbare grond per hectare, tien keer het wereldgemiddelde. Om dit aan te pakken experimenteert het land met gesubsidieerde duurzame bodemgezondheidspakketten voor boeren, die voor de overheid ongeveer de helft goedkoper zijn dan traditionele kunstmest.
Compensatie en innovatie
Ook betalingen voor ecosysteemdiensten bieden perspectief. Boeren ontvangen compensatie voor innovaties die bijdragen aan gezonde bodems en het vasthouden van water, soms in geld, soms als digitale coupon die ze kunnen gebruiken voor het aanschaffen van meststoffen voor het volgende seizoen. Dit zijn geen vrijblijvende pilots, maar serieuze experimenten met het herschikken van miljarden aan subsidies die duurzaamheid bevorderen in plaats van schadelijke praktijken in stand houden. Boeren rapporteren hogere opbrengsten, gezondere bodems en overheden zien lagere kosten. De resultaten zijn duidelijk: bodems die beter reageren op meststoffen, veerkrachtiger zijn tegen droogte en voedzamere gewassen leveren.
Die aanpak is direct relevant voor Nederland. Mondiale voedselzekerheid is Nederlandse voedselzekerheid. Als we niets doen, leiden uitgeputte bodems en mislukte oogsten tot hogere prijzen en schaarste, zoals nu bij koffie en cacao. Ook import van avocado’s of diepvriesgroenten uit Kenia komt onder druk te staan. Samen met extreme weersomstandigheden door klimaatverandering neemt voedselonzekerheid toe, vooral voor armere mensen in lage- en middeninkomenslanden, wat weer bijdraagt aan meer instabiliteit, conflicten en migratie.
Subsidies herschikken

Ivo Demmers, executive director bij Netherlands Food Partnership
De oplossing ligt niet in meer nieuwe ideeën, maar in financiering. Goede innovaties blijven op de plank liggen zolang schadelijke vormen van landbouw winstgevender zijn dan landbouw die bijdraagt aan bodemherstel en waterbeheer. Maar financieringsstromen zijn geen natuurwet. Door subsidies te herschikken naar klimaatintelligente praktijken, creëren onder andere Kenia, Malawi, Tanzania en Zambia markten voor innovaties die voedselzekerheid voor de lange termijn waarborgen en een opwaartse prijsspiraal voorkomen.
Het is aan de nieuwe coalitie in de Tweede Kamer om te investeren in ontwikkelingssamenwerking die de juiste financiële prikkels stimuleert. De Nederlandse voedseleconomie en het halen van de klimaatdoelen hangen daarvan af. In aanloop naar de klimaattop COP30 organiseerden Brazilië en Nederland vorige week een conferentie, waarvan de uitkomsten worden meegenomen naar de top. Het is cruciaal dat Nederland zich inzet om de herschikking van subsidies te versnellen.
Voedselzekerheid vraagt niet om meer geld, maar om beter geld: subsidies die gezonde voedselsystemen belonen in plaats van degradatie te financieren.



