Redactie Change Inc. 20 november 2025, 14:00

Internationale landbouwsubsidies bedreigen de Nederlandse voedselzekerheid

Slechts 15 procent van de wereldwijde landbouwsubsidies gaat naar natuurbehoud en gezonde bodems terwijl de rest schadelijke praktijken financiert. Zo blijven duurzame innovaties op de plank liggen omdat ze financieel niet kunnen concurreren. Alleen een herschikking van subsidies kan dit patroon doorbreken, betogen Dhanush Dinesh van Clim-Eat en Ivo Demmers van Netherlands Food Partnership.

GettyImages-2058503672 (1) Hoog tijd om de subsidies voor landbouw te herschikken, betogen deze experts. | Credits: Getty Images

Deze gastbijdrage werd geschreven door Dhanush Dinesh, chief climate catalyst bij Clim-Eat en Ivo Demmers, executive director bij Netherlands Food Partnership

Overheden geven wereldwijd 650 miljard dollar per jaar uit aan landbouwsubsidies. Toch stijgen koffie- en cacaoprijzen naar recordhoogtes, mislukken oogsten vaker door klimaatverandering en staan voedselsystemen onder druk. Het probleem: subsidies maken de verkeerde praktijken winstgevend, waardoor bodems degraderen en voedselsystemen dreigen in te storten. Ook Nederland zal dat voelen.

Slechts 15 procent van die 650 miljard gaat naar behoud van natuur, biodiversiteit en gezonde leefomgevingen. Volgens de VN-organisatie FAO financiert het grootste deel juist schadelijke praktijken: overmatig gebruik van kunstmest die bodems uitput, monoculturen die biodiversiteit vernietigen en landbouw die water verspilt. Bodemdegradatie kost Afrika alleen al 68 miljard dollar per jaar. De huidige financiële prikkels houden deze status quo in stand. Bewezen duurzame innovaties zoals gewasrotatie en boslandbouw kunnen niet opschalen, omdat ze financieel niet kunnen concurreren met traditionele landbouw. Zolang subsidies verkeerde keuzes belonen, blijven goede ideeën op de plank liggen.

Dhanush Dinesh, chief climate catalyst bij Clim-Eat

Verhoogde urgentie in Afrika

Ook in Nederland zien we dit patroon. Al jaren wordt geroepen om de stikstofcrisis aan te pakken, maar grote stappen blijven uit. Zolang de financiële prikkels niet veranderen, blijft het aantrekkelijker om vast te houden aan de bekende weg. Boeren die wél natuurinclusief willen produceren, zijn daarvan de dupe.

Terwijl Nederland vastloopt, experimenteren Zambia, Tanzania, Malawi en Kenia met fundamenteel andere benaderingen van landbouwsubsidies. Niet omdat het daar eenvoudiger is, maar omdat de urgentie groter is, zowel vanwege klimaatverandering als om onafhankelijk te worden van schulden bij de Wereldbank en IMF. In Malawi verdwijnt door bodemuitputting jaarlijks 29 ton vruchtbare grond per hectare, tien keer het wereldgemiddelde. Om dit aan te pakken experimenteert het land met gesubsidieerde duurzame bodemgezondheidspakketten voor boeren, die voor de overheid ongeveer de helft goedkoper zijn dan traditionele kunstmest.

Compensatie en innovatie

Ook betalingen voor ecosysteemdiensten bieden perspectief. Boeren ontvangen compensatie voor innovaties die bijdragen aan gezonde bodems en het vasthouden van water, soms in geld, soms als digitale coupon die ze kunnen gebruiken voor het aanschaffen van meststoffen voor het volgende seizoen. Dit zijn geen vrijblijvende pilots, maar serieuze experimenten met het herschikken van miljarden aan subsidies die duurzaamheid bevorderen in plaats van schadelijke praktijken in stand houden. Boeren rapporteren hogere opbrengsten, gezondere bodems en overheden zien lagere kosten. De resultaten zijn duidelijk: bodems die beter reageren op meststoffen, veerkrachtiger zijn tegen droogte en voedzamere gewassen leveren.

Die aanpak is direct relevant voor Nederland. Mondiale voedselzekerheid is Nederlandse voedselzekerheid. Als we niets doen, leiden uitgeputte bodems en mislukte oogsten tot hogere prijzen en schaarste, zoals nu bij koffie en cacao. Ook import van avocado’s of diepvriesgroenten uit Kenia komt onder druk te staan. Samen met extreme weersomstandigheden door klimaatverandering neemt voedselonzekerheid toe, vooral voor armere mensen in lage- en middeninkomenslanden, wat weer bijdraagt aan meer instabiliteit, conflicten en migratie.

Subsidies herschikken

Ivo Demmers, executive director bij Netherlands Food Partnership

De oplossing ligt niet in meer nieuwe ideeën, maar in financiering. Goede innovaties blijven op de plank liggen zolang schadelijke vormen van landbouw winstgevender zijn dan landbouw die bijdraagt aan bodemherstel en waterbeheer. Maar financieringsstromen zijn geen natuurwet. Door subsidies te herschikken naar klimaatintelligente praktijken, creëren onder andere Kenia, Malawi, Tanzania en Zambia markten voor innovaties die voedselzekerheid voor de lange termijn waarborgen en een opwaartse prijsspiraal voorkomen.

Het is aan de nieuwe coalitie in de Tweede Kamer om te investeren in ontwikkelingssamenwerking die de juiste financiële prikkels stimuleert. De Nederlandse voedseleconomie en het halen van de klimaatdoelen hangen daarvan af. In aanloop naar de klimaattop COP30 organiseerden Brazilië en Nederland vorige week een conferentie, waarvan de uitkomsten worden meegenomen naar de top. Het is cruciaal dat Nederland zich inzet om de herschikking van subsidies te versnellen.

Voedselzekerheid vraagt niet om meer geld, maar om beter geld: subsidies die gezonde voedselsystemen belonen in plaats van degradatie te financieren.

Lees ook:

Deze fabriek gaat koraal kweken dat klimaatverandering aankan

Mariene bioloog Daniëlle Geschiere van Wageningen Universiteit & Research (WUR) begint binnenkort met haar doctoraal-onderzoek bij de stichting. Binnen vier jaar moet dat leiden tot koraalsoorten die de hogere watertemperaturen kunnen verdragen. Die hoge temperaturen zorgen nu voor massale verbleking. ‘Maar dat koraal is natuurlijk niet voor altijd hittebestendig’, zegt medeoprichter Maarten van Aalst van Branch Foundation. ‘Als de zee straks 42 graden warm is, gaan we het ook niet meer redden. Met deze technieken kunnen we voor de komende vijftien tot dertig jaar verder. Zo geven we onszelf een langere periode om het tij te keren. Het koraal hittebestendig maken is niet de uiteindelijke oplossing. Je moet het probleem bij de kern aanpakken en ervoor zorgen dat de opwarming stopt. Dat duurt helaas lang en is moeilijk.’ Fabrieken vervangen duikers Van Aalst en zijn medeoprichter Maarten van der Kuijl begonnen de stichting nadat ze een half jaar lang vrijwilligerswerk hadden gedaan bij de Branch Coral Foundation op Curaçao. Daar kweken duikers op de zeebodem gezonde stukjes koraal aan onderwaterbuizen, om ze daarna uit te zetten in het aangetaste rif. Dat is erg arbeidsintensief en vaak sterft het nieuw uitgezette koraal alsnog na een extreme hittegolf. Daarom wil de Branch Foundation op grote schaal, in geautomatiseerde fabrieken, nieuw koraal gaan kweken. In 2026 starten de oprichters daarvoor samenwerkingen en pilotprojecten in Kenia en Curaçao. Binnen vijf jaar wil de stichting wereldwijd tien fabrieken bouwen. Daar moeten hele voetbalvelden per week aan nieuw, hittebestendig koraal worden gekweekt en uitgeplant in de zee. ‘Dat moet leiden tot systemen die complete riffen kunnen herstellen’, zegt Van Aalst. Automatisering nodig voor schaalvergroting De eerste koraalfabriek staat in Breda, gewoon op een industrieterrein. Het koraal wordt daar gekweekt op stempeltjes in drie waterbakken. Daarin kunnen zaken als temperatuur, licht, waterkwaliteit en voeding perfect gereguleerd worden en alle waardes en data verzameld en gemeten worden. In twee aquaria gebeurt dat nog handmatig, een ander systeem is al volledig geautomatiseerd. Er zwemmen vissen in die overmatige algen opeten en met hun poep het koraal voeden.De nieuwe fabrieken moeten zeker twee tot drie keer zo groot worden. ‘Hier kijken we voornamelijk welke werkzaamheden veel tijd en moeite kosten en welke we dus kunnen automatiseren om ons systeem zo efficiënt mogelijk te maken. Daar hebben we al heel veel stappen in gemaakt’, zegt Van Aalst. ‘De meeste ngo’s met wie we willen samenwerken of aan wie we willen verkopen zoeken methodes om op grote schaal koraal te kweken met zo min mogelijk kosten.’ Kantelpunt voor koraalsterfte bereikt Wereldwijd dreigen koraalriffen te sterven en te verbleken door klimaatverandering.  Volgens het Global Tipping Points Report 2025 is het kantelpunt van 1,2 graden opwarming van de aarde bereikt en is al meer dan 80 procent van de koraalriffen verbleekt door opwarmend zeewater. Eerder dit jaar kwam het International Coral Reef Initiative (ICRI) tot min of meer dezelfde conclusie: dit jaar leed 84 procent van al het koraal in de wereld aan verbleking door hittestress. Volgens de onderzoekers is er maar één oplossing: terug naar een maximale opwarming van 1 graad. Dat is gezien de huidige uitstootniveaus van CO2 onmogelijk. Hooguit is 2 graden opwarming nog haalbaar. Kijk hier naar een video waarin wetenschappers uitleggen hoe het verbleken van koraalriffen een kantelpunt heeft bereikt:https://www.youtube.com/watch?v=k__Lu5UhIoI Australische ontdekking aan basis hittebestendig koraal Hoe kweek je hittebestendig koraal? Dat is een stuk eenvoudiger sinds Australische onderzoekers in 2020 een grote ontdekking deden. Om die te begrijpen moet je eerst weten waaruit koraal is opgebouwd. Koraal bestaat uit kleine diertjes (poliepen) die een gemeenschappelijk kalkskelet vormen. In die poliepen leven kleine algen. Die zorgen voor de kleur en leveren voedsel via fotosynthese.Als het koraal hittestress krijgt door opwarmend water, dan vertrekt het algje. Daardoor verdwijnt de kleur en het voedsel, verbleekt het koraal en sterft het diertje. Eerst probeerden wetenschappers het hele koraal hittebestendig te maken, maar de Australiërs ontdekten dat het diertje beter tegen de hitte kan dan het algje. Als je dus alleen de alg hittebestendig maakt, trekt die het koraal weer in of blijft die zitten.‘Je hebt een paar soorten alg op heel veel soorten koraal. Dus als je de alg hittebestendig maakt, kun je heel veel soorten koraal ook hittebestendig maken. Dat is in Australië getest en daar wordt hier verder onderzoek naar gedaan bij Caribische koralen’, legt Van Aalst uit.[caption id="attachment_169290" align="alignnone" width="900"] Maarten van Aalst bij de kweeksystemen voor koraal in de fabriek van Branch Foundation in Breda. Credits: André Oerlemans[/caption] Ark van Noah voor koraalsoorten Voor dat onderzoek is een tweede ontdekking belangrijk. Namelijk dat als hittebestendige koraaldiertjes zich voortplanten, de larve ook hittebestendig is. In die larve vermenigvuldigt zich dan weer de hittebestendige alg. Zo wordt het hele koraal hittebestendig en groeit het resistente koraal exponentieel. ‘Zo kun je echt hele riffen herstellen', zegt Van Aalst.Het onderzoeksysteem in de fabriek ziet er anders uit dan het kweeksysteem. Dat aquarium bestaat uit aparte, kleine bakjes waarin onderzoeken plaatsvinden. Bijvoorbeeld door de temperatuur te verhogen en het koraal te laten verbleken. De algen die hittebestendig zijn en temperatuurstijging overleven, worden verder gekweekt. Er wordt dus niets aan het dna veranderd.Het hittebestendig koraal zal als eerste getest worden in Kenia en Curaçao. In Kenia werkt Branch Foundation samen met REEFolution, ontstaan vanuit de WUR. In dat Afrikaanse land is in een rif tijdens een recente hittegolf bijna al het koraal doodgegaan. Van de nog levende koraalsoorten willen de onderzoekers er veertien uit het water halen om op te slaan, als een soort Ark van Noah. De WUR is daar al mee bezig. ‘We willen het dna behouden en in onze systemen voortplanten en hittebestendig maken. Zo kunnen we de biodiversiteit in Kenia behouden’, zegt Van Aalst.Tijdens de pilot op Curaçao wil de stichting hetzelfde doen. Ook daar moeten soorten beschermd worden en moet het dna in een databank bewaard blijven. Ook het Caribisch koraal dreigt namelijk te verdwijnen. ‘Het water is daar vervuild en wordt alleen maar warmer. Ze moeten nu echt actie ondernemen’, zegt Van Aalst. Robots planten koraal Hoe krijg je al die voetbalvelden vol nieuwe, hittebestendige koraaltjes op de juiste plek? Daar zijn duikers voor nodig, maar het liefst zo weinig mogelijk, want dat zou het weer duur en arbeidsintensief maken. Van Aalst: ‘Die duizenden koraaltjes die zo’n fabriek produceert moeten we op een efficiënte manier uitplanten. We weten dat dit een struikelblok gaat worden. Dat is een zorg voor later, al hebben we al manieren in gedachten.’Hij denkt onder meer aan het met robots volplanten van structuren met koraal en die op de zeebodem neerzetten. ‘Over de hele wereld zijn veel wetenschappers met dit onderwerp bezig. We zien steeds nieuwe onderzoeken en nieuwe innovaties uitkomen. We hoeven hiervoor dus niet zelf het wiel opnieuw uit te vinden’, zegt hij. Mariene biologen als vrijwilliger De stichting streek in de zomer van 2024 neer in Breda en in januari dit jaar produceerde de organisatie het eerste koraal. Allemaal gefinancierd door donateurs. De stichting werkt samen met de WUR, onder meer met onderzoeker Ronald Osinga, die dode koraalriffen probeert te herstellen. In Breda lopen ongeveer vier vaste krachten en zeven vrijwilligers rond, van wie enkelen van de WUR. ‘Daar zitten afgestudeerde mariene biologen bij. Eentje is zelfs afgestudeerd in het seksueel voortplanten van koraal. Dat deze slimme mensen bij ons vrijwilliger willen worden, geeft wel aan dat er potentie in zit’, zegt Van Aalst.De stichting kijkt nu al naar een groter pand. ‘Er lopen hier stagiaires en vrijwilligers, onze pilot wordt groter en er start binnenkort een onderzoek. Dat is allemaal heel veel op een kleine locatie’, zegt hij. Lees ook:Koraalriffen in gevaar, maar let ook op de positieve kantelpunten voor klimaat Steeds meer koraalriffen in gevaar: deze initiatieven proberen het tij te keren In Breda wordt straks in een fabriek koraal gekweekt om wereldwijd stervende riffen te redden Wereldwijd koraalriffen redden met een 3D-printer