Hannah van der Korput
07 mei 2025, 10:08

Internationale klimaatafspraken maken kost tijd, maar ‘die luxe hebben we niet’

Na meer dan tien jaar onderhandelen werd de mondiale scheepvaart het onlangs eens over een set klimaatafspraken. Dat tijdsintensieve proces is een probleem, zegt universitair docent David Rossati. “Volgens wetenschappers naderen we een kantelpunt waarbij hele ecosystemen in elkaar vallen.”

Getty Images 2186499580 “Los van alle gebreken, hebben we zoiets als de COP nodig”, meent David Rossati, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. | Credits: Getty Images

Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Dat vraagt om internationale afspraken om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Die verdragen sluiten zichzelf niet: vaak gaat er een lang proces aan vooraf. Zo nam het recent gesloten akkoord van de International Maritime Organisation, de VN-organisatie van de scheepvaart, ruim tien jaar in beslag. COP16 ging afgelopen november de boeken in als de langste biodiversiteitstop ooit en leidde alsnog niet tot concrete afspraken. Er moest een hervatting in Rome aan te pas komen om de landen in te laten stemmen met een financieringsplan voor de natuur.

Tijd

Tijd is een vereiste voor mondiale klimaatafspraken, weet David Rossati. Hij is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en gespecialiseerd in klimaatrecht en internationale verdragen. “Het kost veel tijd om verschillende landen samen te brengen. Vervolgens komt zo’n overleg vaak langzaam op gang en laat de uitkomst even op zich wachten. Dat is problematisch. Uit de wetenschap weten we dat de opwarming van de aarde nog sneller gaat dan eerder werd gedacht. Ondertussen gaat de staat van de natuur en biodiversiteit verder achteruit. Volgens wetenschappers naderen we een kantelpunt waarbij hele ecosystemen in elkaar vallen. Oftewel: de luxe van tijd is er niet meer. Er is veel sneller actie nodig.”

Toch hebben landen en internationale organisaties veel moeite om het proces te versnellen. Dat werd duidelijk tijdens de biodiversiteitstop COP16, waar lidstaten actieplannen moesten indienen om de natuur te beschermen. Slechts 44 van de in totaal 196 landen hadden dit daadwerkelijk gedaan. “Op die manier wordt iets waar grote haast bij is, namelijk het beschermen van de natuur, afgeremd. Hoewel alle alarmbellen rinkelen, mist er een gevoel van urgentie.”

Voor de lidstaten had het niet of later indienen van de plannen geen consequenties. Dat kan een bewuste keuze zijn. “Consequenties, zoals boetes, kunnen er ook voor zorgen dat landen niet eens in zo’n verdrag stappen. In die zin kunnen strengere en bindende maatregelen leiden tot een ongewenst resultaat.”

Transparantie

Rossati is van mening dat internationale verdragen kunnen leiden tot meer transparantie. “Met de jaren heb ik de informatievoorziening zien verbeteren. Inmiddels is er veel accurate data beschikbaar, vaak openbaar. Of het nu gaat om hittegolven of een lijst met bedreigde diersoorten: de gegevens zijn er. Dat is belangrijk, want op die manier is inzichtelijk wat er op verschillende vlakken gebeurt en wat landen al doen. Voor de monitoring is dat belangrijk, maar ook voor lidstaten onderling. Zij kijken vaak toch ook naar elkaar. Ze willen een bijdrage leveren, maar alleen als andere staten dat ook doen.”

Waar milieuverdragen traag tot stand komen, verandert de wereldorde snel. “Sommige landen hebben het gevoel dat de bestaande mondiale afspraken niet meer in hun voordeel werken. Amerika is daar met de handelstarieven een voorbeeld van. Dat is een aanzienlijke verschuiving, weg van de regels van de Wereldhandelsorganisatie. Het feit dat president Trump uit het Klimaatakkoord van Parijs stapt, laat zien dat hij geen vertrouwen heeft in het akkoord en het achterliggende doel. Tegelijkertijd stoot het land enorm veel broeikasgassen uit. Nu Amerika geen onderdeel meer is van het Parijsakkoord, zijn ze niet meer verplicht om te rapporteren. Dat maakt dat we steeds minder van de VS weten over wat ze doen en wat ze uitstoten. Dit kan voor grote vervuilers een manier zijn om business as usual voort te zetten. In mijn onderzoek omschrijf ik meer vertragingstactieken, zoals het bevorderen van koolstofmarkten.”

Effectiviteit

Ook aan de onderhandelingstafel houden de verschillende landen elkaar in de gaten. Dat kan ten koste gaan van de effectiviteit, ziet de universitair docent. “Elke staat heeft zijn eigen belangen, ambities en budgetten. Dat zie je terug in de verdragen: die zijn altijd een compromis. Het ene land wil meer actie dan het andere land en ook de industrie lobbyt voor de eigen standpunten. Milieuorganisaties en NGO’s doen hetzelfde. Daardoor wordt er wel eens getwijfeld aan de effectiviteit van internationale verdragen en conferenties zoals de COP.”

Klimaattop in Belém, Brazilië

Die twijfels heeft hij zelf niet. “Los van alle gebreken, hebben we zoiets als de COP nodig. Is de COP effectief als we kijken naar wat klimaatwetenschappers zeggen? Het antwoord is nee. Er gebeurt te weinig. Tegelijkertijd biedt de COP een tijd en een plek om het over klimaatverandering en de gevolgen ervan te hebben. Dat is belangrijk. In wettelijk opzicht kan de COP misschien niet veel doen, maar het heeft wel degelijk een functie. Het is het grootste diplomatische evenement van het jaar. Wereldleiders, regeringen, gemeenschappen van eilandstaten, NGO’s en het bedrijfsleven komen er samen. De media doet er verslag van en het klimaatprobleem komt hoog op de agenda te staan. Die aandacht is essentieel, want de opwarming van de aarde is de grootste bedreiging die er is.”

Later dit jaar vindt de COP30 plaats in Brazilië. “We gaan zien hoe die verloopt”, besluit Rossati.

Lees ook:

Je huis als batterij gebruiken: geen dure thuisbatterij meer nodig

Het systeem bestaat uit een warmtepomp met propaangas als koelmiddel en slimme software die alles aanstuurt. Daarnaast komt de warmtepomp standaard met een boilervat van 200 of 300 liter, die fungeert als een blauwe batterij. De software kijkt onder meer naar de weersverwachting, de stroomprijzen, de thermische capaciteit van het huis en de tijden dat de bewoners thuis zijn. Als de panelen overdag veel zonnestroom opwekken of als de prijs van elektriciteit op zonnige dagen met veel wind laag of zelfs negatief is, kan de warmtepomp extra warmte opwekken en die energie opslaan in het watervat of in de woning. Daarvoor worden sensoren in vloeren en muren geplaatst.Het principe is zowel in de winter als in de zomer toepasbaar. In de zomer kan het apparaat op die momenten extra koelen. De temperatuur in huis wordt dan maximaal 2 graden warmer of 5 tot 8 graden kouder. ’s Avonds geven de muren en de vloeren die warmte of koelte weer geleidelijk af. Als het watervat wordt opgewarmd, hoeft de warmtepomp ’s avonds - als de stroomprijzen hoger zijn - minder water te verwarmen voor douchen of koken. Simpele batterij Weheat heeft berekend dat op deze manier in de vloeren en muren van een rijtjeshuis 18 tot 48 kilowattuur aan thermische energie opgeslagen kan worden. In het warmwatervat nog eens 8 (200 liter) tot 12 (300 liter) kilowattuur. Dat is vergelijkbaar met een grote thuisbatterij, die daardoor overbodig wordt. “Warmte gratis in je eigen huis parkeren is de simpelste batterij die er is”, stellen oprichters Liselotte Graas en Martijn van de Ven.Zij waren studiegenoten werktuigbouwkunde aan de TU Eindhoven en richtten Weheat in 2021 op. In maart dit jaar wonnen ze met hun snelgroeiende scale-up de Nationale Ondernemersprijs 2025. Het bedrijf heeft via tweehonderd installateurs al duizenden duurzame warmtepompen geleverd en wil de grootste leverancier van Europa worden. Corporaties Weheat heeft het systeem met succes in de praktijk getest bij woningen. Bij een jaren 50-woning in Weert kon het systeem 56 kilowattuur aan thermische energie opslaan. Zo kon de betonnen vloer acht uur lang 26 kilowattuur opslaan. De muren en plafonds zelfs 10 kilowattuur voor twee of drie dagen. Door het slim aansturen van de warmtepomp verbruikte de woning 29 procent minder stroom uit het net, werd 300 procent meer eigen zonnestroom gebruikt en bespaarden de bewoner 270 euro op zijn energierekening.Verder werkt het bedrijf samen met woningbouwcorporaties die voor 2030 een deel van hun bezit moeten verduurzamen door 675.000 huurwoningen te isoleren en 450.000 woningen aardgasvrij te maken. Via algoritmes berekent het bedrijf wat voor impact dit systeem kan hebben op hun huurwoningen. Lerende software Weheat zet zijn warmtepomp dus zo in dat het apparaat zowel kan verwarmen, koelen als opslaan. “Of vloeren en muren nu van beton of hout zijn, het principe blijft hetzelfde. Ze absorberen allebei warmte tijdens de dag die later weer wordt afgegeven”, zegt Van de Ven.De innovatie van het gebruik als batterij zit vooral in de software. “Die regelt alles automatisch. Daar hoeven mensen niets aan te doen. Wij leren gaandeweg van je huis, bijvoorbeeld hoeveel energie je kunt opslaan” zegt Graas.De software ziet het volgens de twee ook als een hybride warmtepomp, waarbij een cv-ketel af en toe moet bijspringen, dankzij de bespaarde energie niet langer nodig is. “Dan kunnen mensen helemaal van het gas af”, stellen ze. Liselotte Graas en Martijn van de Ven wonnen met Weheat in maart de Nationale Ondernemersprijs 2025. Anticiperen Volgens Van de Ven zijn veel thermostaten en andere regelapparatuur in woningen nog gebaseerd op de oude cv-installatie. Die zorgen dat de woning op een bepaalde temperatuur is bij het opstaan of thuiskomen. Dat kan ook anders. “Je kunt daar eerder op anticiperen. Als je ’s ochtends warme voeten wilt hebben, kun je om 6.00 uur de verwarming aanzetten. Maar het kan ook een paar uur eerder, waarna de warmtepomp slechts een klein beetje hoeft bij te verwarmen”, zegt hij. Geen thuisbatterij nodig Een ander voordeel is dat mensen meer eigen zonnestroom kunnen gebruiken nu de salderingsregeling in 2027 stopt. Ook neemt de terugverdientijd van hun warmtepomp af, volgens berekeningen van Weheat met anderhalf jaar. Volgens het bedrijf is deze manier van energieopslag niet alleen goedkoper dan de aanschaf van een thuisbatterij - die kost al gauw 750 tot 1000 euro per kilowattuur opslagcapaciteit - , het voorkomt ook netcongestie. Nu slaan thuisbatterijen overdag overtollige stroom op als de prijzen laag zijn en leveren die ’s avonds voor een deel terug als de prijzen hoog zijn. Daar is het verdienmodel op gebaseerd, maar hierdoor neemt de netcongestie op die momenten toe. Van de Ven: “Als je kijkt naar de thermische energie die je nodig hebt voor je huis, dan is het niet nodig of rendabel om een elektrische accu tussen je zonnepanelen en je warmtepomp te zetten. Laat de warmtepomp gewoon zijn werk doen.” Lees ook:Blauwe batterij maakt zonnestroom net zoveel waard als aardgas Batterijopslag in Nederland verdriedubbeld: eigenaren zonnepanelen kopen massaal thuisbatterijen Zonnestroom niets waard? Wel als je die als ‘prosument’ zelf gebruikt of opslaat Barst de thuisbatterij-bubbel in 2025? ‘Elke groeimarkt trekt cowboys aan’