André Oerlemans
05 oktober 2022, 14:00

Interface eerste CO2-neutrale vloerenfabrikant ter wereld

Interface leverde al klimaatneutrale tapijttegels en vloeren. Nu mag de internationale vloerenfabrikant zich ook een CO2-neutrale onderneming noemen.

Step this Way Ebony Step in Time Jet Ashlar Walk the Aisle Carbon Monolithic web c960x960 De tapijttegels van Interface waren al klimaatneutraal. Nu is het hele bedrijf gecertificeerd | Credits: Interface

Dat betekent dat alles wat het bedrijf doet – van productie tot transport, van lunches in de kantine tot reizen, van nieuwe gebouwen en machines tot wat klanten uiteindelijk met de tapijttegels doen – CO2-neutraal is. Interface heeft hiervoor de internationaal erkende certificatie op basis van de PAS 2060-norm van het British Standards Institution (BSI) gekregen. Het bedrijf wordt vanaf nu jaarlijks opnieuw gecertificeerd. “We zijn de eerste vloerenfabrikant ter wereld die deze stap zet en die deze strenge certificering heeft behaald”, zegt Janneke Leenaars | Credit: Interface, duurzaamheidsmanager bij Interface. “Het is weer een stap in onze reis, naar ons doel om in 2040 een CO2-negatieve onderneming te worden.” Dan houdt Interface met alle bedrijfsactiviteiten meer CO2 vast dan het uitstoot en levert het bedrijf zo een bijdrage aan de wereldwijde net-zero doelstelling die nodig is om klimaatverandering af te remmen.

​Meten en reduceren

Het van oorsprong Amerikaanse Interface heeft tegenwoordig zes productielocaties op vier continenten, wereldwijd 3600 werknemers en een jaaromzet van 1,2 miljard dollar. Een grote tapijttegelfabriek staat in het Nederlandse Scherpenzeel. Sinds de start in 1994 is het bedrijf al bezig zijn milieu-impact te verminderen. Deze eeuw toonde Interface zich koploper op het gebied van duurzaamheid. Het bedrijf hanteert daarbij het principe van meten en reduceren.

Gerecyclede en biobased grondstoffen

De grondstoffen die een fabrikant als Interface gebruikt voor vloertegels zorgen voor de meeste CO2-uitstoot, zo’n 42 procent van de gehele keten. Vroeger was dat bijvoorbeeld nylon, waarvoor fossiele grondstoffen nodig zijn en waar bij de productie veel CO2 wordt uitgestoten. Nu is dat vervangen door gerecyclede grondstoffen voor het garen. In de tapijttegels die Interface in Scherpenzeel maakt voor de Europese markt zit gemiddeld 88 procent aan gerecycled of biobased materiaal. Nog maar een klein deel komt uit nieuwe fossiele grondstoffen. Op dat vlak wordt de meeste klimaatimpact gemaakt. “Dat doet niemand ons na”, zegt Leenaars.

Minder CO2 per vierkante meter

De CO2-impact van de producten wordt nauwkeurig
bijgehouden. Sinds 1996 is de uitstoot van tapijttegels met 76 procent gedaald naar een wereldwijd gemiddelde van 4,8 kilo CO2 per vierkante meter. Voor de rubbertegels van Nora – dat in 2018 werd overgenomen – is die uitstoot in drie jaar tijd met 21 procent gedaald tot 8,5 kilo per vierkante meter. Voor de vinyltegels (LVT) – sinds 2017 onderdeel van het portfolio – is sinds 2019 een reductie van 24 procent behaald. Die productie stoot nu gemiddeld 9,1 kilo CO2 per vierkante meter uit in de hele keten. Wat er aan CO2-uitstoot overblijft, compenseert Interface met het kopen van onafhankelijk gecertificeerde CO2-credits van projecten voor herbebossing of hernieuwbare energie. Op die manier maakt de fabrikant al zijn producten CO2-neutraal over de hele levenscyclus.

Janneke Leenaars | Credit: Interface

Moeilijkste route gekozen

Het bedrijf neemt dus ook de verantwoordelijkheid voor de fase bij de klant, de zogeheten scope 3. Daar valt het transport, het schoonmaken en het weggooien onder. Interface hamert daarbij op goed onderhoud, langer gebruik en het hergebruik van afgedankte tapijttegels. “We hebben eigenlijk de moeilijkste route gekozen door eerst naar de CO2-impact van onze producten te kijken en deze te verlagen. Door te werken aan het gebruik van minder grondstoffen, en meer gerecycled en biobased materiaal. We hebben dus niet het laaghangende fruit geplukt, maar meteen de grootste kluif aangepakt. En wat we niet konden reduceren dat neutraliseren we”, zegt Leenaars.

Lees hier meer over het verduurzamen van vloeren door Interface

Hele keten CO2-neutraal

Interface focust op de hele keten van zijn producten en grondstoffen. Door gebruik te maken van nieuwe, innovatieve grondstoffen die CO2 vasthouden, of door duurzamere productiemethoden, is de uitstoot nog verder gereduceerd. Om als bedrijf in zijn geheel CO2-neutraal te worden, heeft het ook het ‘laatste restje’ uitstoot onder de loep genomen. Dan gaat het onder andere over de gebouwen, machines, reizen van personeel en de elektrische vrachtwagens voor transport op het eigen terrein. Die uitstoot is gecompenseerd door extra credits in bos- en groene energieprojecten te kopen.

Halvering in 2030

Ondertussen gaat Interface weer verder met reduceren van broeikasgassen. In 2030 moet de aan grondstoffen gerelateerde uitstoot nog een keer gehalveerd zijn. Ook voor de eigen activiteiten – scope 1 en 2 – worden nieuwe stappen gezet. “Maar onze inkoop vormt het grootste deel van onze CO2-impact. Op scope 1 en 2 hebben we ook een reductiedoel van 50 procent, maar dat stelt bij ons niets meer voor omdat we wereldwijd al 75 procent hernieuwbare energie gebruiken. Scope 1 en 2 vormen daardoor nog maar 3 procent van onze totale uitstoot van broeikasgas. Het uiteindelijke doel van alles is dat we geen CO2-credits meer nodig hebben”, aldus Leenaars.

Lees hier meer over de CO2-reductie van bedrijven in scope 3

CO2-negatief in 2040

Laurel Hurd, CEO van Interface, is trots op het behaalde resultaat: “Nu is alles wat we doen, elk aspect van onze bedrijfsvoering CO2-neutraal”, zegt ze. “Interface heeft nu, voor zover we weten, tapijttegels met de laagste CO2-voetafdruk op de markt. Wat overblijft aan emissies neutraliseren we, totdat dit niet meer nodig is.”

Om rond 2040 een CO2-negatieve onderneming te zijn, moet het bedrijf meer CO2-opslag realiseren dan er wordt uitgestoten, zonder gebruik van compensaties. Op weg daarnaartoe gaat Interface verder met het transformeren van de eigen activiteiten en materialen en werkt het samen met leveranciers om de CO2-voetafdruk van de grondstoffen (Scope 3) verder terug te dringen.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Vleesvervangers Enough stillen wereldwijde honger naar eiwitten

De eerste stap daarvoor is de nieuwe fabriek die het bedrijf in Zeeland heeft gebouwd, op het terrein van agro- en voedselgigant Cargill in Sas van Gent. “We starten in november met de eerste productie. Vanaf december is de eerste Abunda klaar voor verkoop. Daar verheugen we ons op. We denken dat we hiermee echt impact kunnen maken”, zegt Darius Blaszyk, directeur Technology & Capital Projects van Enough. Één aarde moet genoeg zijn Net als de Schotse grondleggers die het bedrijf in 2015 in Glasgow begonnen, ziet hij een wereld met steeds meer problemen op het gebied van voedselvoorziening, klimaat en energie. De wereldbevolking neemt toe en daarmee ook de vraag naar eiwitten. In 2050 zijn naar verwachting 10 miljard monden te voeden. Qua eiwitten gebeurt dat nu nog vooral met vlees. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN is veehouderij echter verantwoordelijk voor 14,5 procent van alle uitstoot van broeikasgassen in de wereld. Voor de productie van een kilo rundvlees is 15.000 liter water nodig. In 2050 zijn hiervoor in theorie drie aardes nodig. Enough wil eiwitten duurzamer maken door ze uit schimmels te halen. “Wij zijn ervan overtuigd dat één aarde genoeg zou moeten zijn. Daar komt onze naam Enough vandaan”, zegt Blaszyk. “Wij denken dat wij een oplossing kunnen bieden.” Lees hier meer over de noodzaak van minder vlees eten Duizenden jaren oud proces Nu al zijn er veel vegetarische en vegan producten op de markt. Abunda is volgens Blaszyk te vergelijken met grondstoffen voor een merk als Quorn, dat qua textuur ook veel lijkt op vlees. Enough heeft echter bestaande technieken doorontwikkeld en efficiënter gemaakt. De samenwerking met bedrijven als Cargill is daarbij essentieel. De glucose uit de tarwe die de buurman produceert, gaat nu rechtstreeks naar de fabriek van Enough. Die gebruikt die natuurlijke suikers om schimmels (mycoproteïne) te fermenteren. Fermentatie is een eenvoudig proces dat al duizenden jaren wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor het maken van bier, tofu of zuurdesembrood. De organismen in de fabriek verdubbelen zich elke zes tot acht uur en produceren op die manier relatief grote hoeveelheden eiwit, vol essentiële aminozuren, zink en ijzer. Dat vormt de grondstof voor vleesvervangers. Het restproduct gaat weer terug naar de bio-ethanol-fabriek van Cargill, die er alcohol van maakt. “Zo kunnen we zero waste produceren. Er gaat niets verloren. Dat is de toekomst van de industrie”, denkt Blaszyk. Lees hier meer over de productie van plantaardige gewassen voor eiwitten in NederlandAbunda moet de wereld van plantaardige eiwitten gaan voorzienUitbreiden op andere locaties Enough begon in 2015 met een eigen laboratorium en een pilotfabriek en deed testen in Gent. De nieuwe fabriek kost zo’n 50 miljoen euro. Daarvoor kreeg het bedrijf 17 miljoen euro Europese subsidie voor innovaties. Zo kon Enough de volgende stap zetten: productie op industriële schaal. Cargill bood vervolgens een braakliggend grasveld op zijn terrein aan en meldde zich meteen als klant. In de nieuwe fabriek werken nu 25 mensen. Blaszyk: “De eerste lijn kan 10.000 ton eiwitten per jaar produceren. De fabriek is modulair gebouwd zodat we kunnen uitbreiden naar 60.000 ton per jaar. Onze ambitie is om in 2032 1 miljoen ton te produceren. Dat kan omdat ons proces heel makkelijk te kopiëren is op andere locaties. Onze fabrieken kunnen bij elke bioraffinaderij staan en onze organismen kunnen overal op groeien. Alles waar zetmeel of glucose in zit kunnen we gebruiken.” Minder water en CO2-uitstoot Zelf heeft Enough uitgerekend dat overstappen op plantaardige eiwitten zoals Abunda een forse bijdrage kan leveren aan het terugdringen van overbevissing of de klimaatschade van veeteelt. De productie van een miljoen ton mycoproteïne is vergelijkbaar met de eiwitten van 5 miljoen koeien en 1,25 miljard kippen. Vervanging kan voor een CO2-reductrie van 5 miljoen ton zorgen. Voor elke ton Abunda wordt 97 procent minder water gebruikt dan voor de productie van rundvlees en wordt 82 procent minder koolstof uitgestoten. Ook gebruiken de schimmels 97 procent minder voer dan rundvlees en 80 procent minder voer dan kippen. Dat leidt uiteindelijk tot een 97 procent lagere CO2-uitstoot in vergelijking met de productie van rundvlees en een 80 procent lagere CO2-uitstoot dan de productie van kip. Lees hier hoe vegan bitterballen een half miljoen CO2 kunnen besparenBekende merken gebruiken Abunda al in hun vleesvervangersVegetarische Slager Enough heeft al klanten als Vivera, de Vegetarische Slager en Unilever, die plantaardige vleesvervangers van zijn eiwitten maken. Als de nieuwe fabriek draait, hoopt Blaszyk dat ze nog meer Abunda gaan afnemen. “Je gaat in de toekomst veel meer plantaardige producten op de markt krijgen”, zegt hij. “Dat hoeven niet per se een-op-een vleesvervangers te zijn. Vijf jaar geleden at ik ook alleen maar vlees, maar nu ben ik vegetariër. De maatschappij verandert heel snel. Daar gaan wij met ons product op inspelen”, aldus Blaszyk. Lees hier meer over vegan producten die door Change Inc. worden getest en beoordeeldJaarevent Groene Chemie met gamechangers Het platform Groene Chemie, Nieuwe Economie (GCNE) wil de duurzame transitie in de maakchemie versnellen. Het doel is een groene chemie met innovatieve technologieën, zonder fossiele brandstoffen en zonder CO2-uitstoot. In 2025 wil het platform al grote hoeveelheden ruwe olie kunnen vervangen door gerecyclede en biobased grondstoffen en op grote schaal groene elektriciteit gebruiken voor chemische processen. Daarvoor zijn nieuwe, innovatieve en baanbrekende technologieën nodig. Rond het jaarevent op 11 oktober, van 14.00 tot 17.00 uur bij de Kas in Woerden, interviewt Change Inc. diverse voorlopers, ‘gamechangers’ die deze doelen dichterbij brengen. Lees hier meer over het vergroenen van de chemische industrieDe nieuwe fabriek van Enough op het terrein van CargillSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.