Romy de Weert 25 mei 2023, 09:25

Mannen en vrouwen worden pas in 2086 gelijk beloond: hoe dichten we sneller de loonkloof?

Met het huidige tempo zullen mannen en vrouwen in Europa pas in 2086 gelijk worden beloond, berekende Bloomberg. “Dat is een enorm probleem”, zegt Jude Bernard, adviseur duurzaamheid bij ERM. “Vooral omdat het niet zo serieus wordt genomen als zou moeten.”

Adobe Stock 440299419 Vrouwen op de arbeidsmarkt in de Europese Unie verdienen gemiddeld 12,7 procent minder dan mannen. | Credits: Adobe Stock

Dat mannen en vrouwen pas over 63 jaar gelijk beloond zullen worden in het huidige tempo, verbaast Bernard niet. De lonen tussen man en vrouw liggen volgens hem enorm ver uit elkaar en de vooruitgang om de kloof te dichten gaat traag. Zo verdienen vrouwen op de arbeidsmarkt in de Europese Unie gemiddeld 12,7 procent minder dan mannen. In Nederland is dat verschil nog groter. Daar verdienen vrouwen gemiddeld 13,5 procent minder dan mannen.

De loonkloof: wat is het en waarom is het een probleem?

De loonkloof is een groot probleem, ziet Bernard. Met een achtergrond in filosofie en duurzaamheid werkt hij als adviseur bij ERM. Hij houdt zich bezig met duurzaamheidsvraagstukken binnen bedrijven, vooral door sociale duurzaamheid in cijfers te vatten. En dat is precies een van de grootste obstakels met de loonkloof. “De loonkloof is het gemiddelde verschil in uurloon tussen man en vrouw, of andere geslachten. De man is nog steeds de dominante subgroep die hoger wordt betaald dan andere groepen.”

“Het is een probleem omdat de motivatie van werknemers over het algemeen zal afnemen”, vervolgt Bernard. “Niet alleen binnen een personeelsbestand, maar ook in de samenleving wanneer mensen niet gewaardeerd worden.” Wanneer de loonkloof is opgelost, of in ieder geval meer in balans is, lost het een aantal problemen op. “Mensen krijgen meer motivatie en zijn meer betrokken bij hun werk. Het is een zaak van algemeen welzijn en geluk.”

Europese regelgeving moet loonkloof vlak trekken

Eind maart nam de Europese Commissie een nieuwe wet aan om de loonkloof te dichten. “Het wordt dus gelukkig steeds serieuzer genomen”, ziet Bernard. Lidstaten in de Europese Unie hebben drie jaar de tijd om lokale wetten hierover op te maken. Daarna hebben bedrijven na die datum nog twee jaar de tijd om te voldoen aan die wetten. “We kijken naar een tijdlijn van vijf jaar, wat naar mijn mening een beetje traag is.”

Bernard moedigt bedrijven aan om nu al te beginnen, juist in een krappe arbeidsmarkt waarin personeel steeds meer waarde hecht aan duurzaamheid en diversiteit. “Als je nu al begint met meten, heb je over vijf jaar hele concrete cijfers.”

Meten is weten – maar daar blijft het niet bij

Divers personeel zorgt voor een hogere productiviteit en betrokkenheid. Bovendien zorgt het voor een lager verloop. “Toch kan het moeilijk zijn als bedrijf om te bepalen welke stappen je kunt nemen”, zegt Bernard.

Meten is de eerste stap, ziet Bernard. “Want dat helpt je het probleem begrijpen.” Daarbij is het volgens hem belangrijk dat bedrijven gebruik maken van de niet-gecorrigeerde meetmethode. Dat wil zeggen dat er puur wordt gekeken naar het uurloon van mannen en vrouwen. Leeftijd, werkervaring en scholing zijn in de meetmethode niet belangrijk. “Wanneer je dat allemaal wel meeneemt in de berekening, is de kans groot dat de cijfers toch op ongelijkheid zijn gebaseerd.”

Bernard: “Vervolgens moet je als bedrijf de diepte in gaan om te zien waar het probleem eigenlijk ligt”. Is het bijvoorbeeld een algemene trend om mannen in een bedrijf meer te betalen? Of krijgen vrouwen en niet genoeg mogelijkheden voor promoties? Er zijn tal van aanleidingen om verder onderzoek naar te doen, ziet Bernard.

Concrete stappen

Naast het meten van salarissen, kunnen bedrijven concreet al twee dingen doen. “Bedrijven zouden, indien mogelijk, bij het opstellen van een vacature een salarisindicatie kunnen aangeven. Bepaal wat het laagste en hoogste salaris voor de functie is. Dat stelt vrouwen in staat om beter te onderhandelen.”

Daarnaast signaleert Bernard een trend die gekanteld moet worden. “Een potentiële kandidaat kun je, zodra bedrijven moeten voldoen aan de loonkloofwetgeving, niet langer vragen om het eerdere salaris. En dat is buitengewoon belangrijk, want als vrouwen bij vorige bedrijven systematisch minder betaald krijgen, kunnen hun toekomstige werkgevers hier ook niet meer op inspelen. Ze zullen het gewoon moeten doen met wat ze weten en wat ze wordt aangeboden. Werkgevers kunnen dit al toepassen om de loonkloof binnen hun bedrijf te dichten.”

Het Verenigd Koninkrijk ging Europa voor

In het Verenigd Koninkrijk is het al zes jaar verplicht voor werkgevers om het verschil in uurloon tussen man en vrouw te meten. Het verschil is hier iets groter geworden. Van 11,9 procent in 2017/2018 is het verschil vorig jaar gestegen tot 12,2 procent, schreef de Financial Times eerder. Dit is niet het resultaat waar degenen die aandrongen op de meldingsplicht op hoopten.

“Alleen meten is dus niet genoeg”, zegt Bernard. “Je moet actie eisen, en dat staat ook in het nieuwe plan van de Europese Unie. Zodra het van kracht gaat, zullen bedrijven een vaste strategie moeten hebben om de kloof te verkleinen als deze meer dan vijf procent is. Dat is een hele tastbare vereiste.”

Meer lezen over sociale duurzaamheid?

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.

Nieuwe tool stelt telers in staat grote duurzaamheidsslagen te maken

De weg naar een CO2-neutrale tuinbouwsector is complex en gaat verder dan alleen duurzame energiebronnen. Hiervoor zijn ook grote veranderingen in productieprocessen, organisatie en strategische besluiten nodig. Telers zijn vaak innovatieve pioniers en vooruitstrevende klimaatondernemers. Bovendien kunnen zij zorgen voor stabiliteit in ons energienetwerk.Overheidsmaatregelen dwingen transparantie ketens af De noodzaak om duurzaamheid in de gehele bedrijfsvoering toe te passen, wordt steeds groter. En het blijft niet alleen bij het verduurzamen van het productieproces, maar ook ketenverantwoordelijkheid. Dit wordt deels gevoed door wet- en regelgeving. Over twee jaar is ook in Nederland de eerste stap naar een CO2-heffing een feit, blijkt uit de voorjaarsbesluitvorming van het kabinet over aanvullende klimaatmaatregelen. Telers moeten duurzaamheidsinformatie in de toekomst helder kunnen rapporteren, inclusief informatie over de toeleveranciers. Positieve druk vanuit investeerders Voor financiële instellingen is er al vanaf 2020 een verplichting om te rapporteren over de klimaatimpact van hun financieringen en beleggingen (het Klimaatcommitment). Al die verplichtingen hebben een positieve bijkomstigheid. Veel telers zien een verband tussen duurzaamheid en financieren. Want goede verdienmodellen en de positieve aantrekkingskracht van duurzame investeringenzorgen uiteindelijk voor concurrentievoordelen. En niet alleen de overheid en investeerders vragen naar de CO2-impact van een product, ook de consument.Consument vraagt naar footprint Consumenten zijn steeds bewuster bezig met duurzaamheid. Uit recent onderzoek (Global Sustainability Study 2022) blijkt dat 75 procent van de respondenten hun koopgedrag het afgelopen jaar ten minste in bescheiden mate hebben veranderd om duurzamer te zijn. Een deel van de consumenten is zich steeds bewuster van zijn footprint; van de impact op het milieu en klimaat, maar ook van de impact op de eigen gezondheid. Om de footprint goed inzichtelijk te maken, zijn een optimale samenwerking en afstemming in de gehele keten nodig. Horti Footprint Chain Program In de tuinbouwsector worden er goede stappen gezet. Zo is er voor bedrijven in deze sector het Horti Footprint Chain Program, waarbij ketenpartners zich collectief inzetten om de gehele sector te verduurzamen en de totale footprint te verkleinen. Een gemakkelijke duurzame stap: bereken je footprint Een complex vraagstuk begint altijd met inzicht. Daarom zocht het agriculture-team van Vattenfall Grootzakelijk ruim tweeënhalf jaar geleden de samenwerking op met Greenhouse Sustainability. Met Greenhouse Sustainability als duurzame partner helpt het agri-team (glas)tuinders om inzicht te krijgen in de CO2-impact van de verschillende onderdelen van hun bedrijf. Door de gebruiksvriendelijke online tool Footprint4All van Greenhouse Sustainability kunnen tuinders gemakkelijk hun gegevens invoeren, zoals energieverbruik, zakelijk vervoer, watergebruik en afval. Na de berekening worden de CO2-hotspots getoond in een online dashboard. Zo kunnen tuinders gemakkelijk bepalen welke zaken ze in moeten zetten om hun CO2-footprint omlaag te brengen. 'Gerichte keuzes' Henri Potze, directeur Greenhouse Sustainability over de Footprint4All tool: “Bedrijven die nu al aan de slag zijn gegaan met onze tool, geven aan dat ze blij zijn met het concrete inzicht dat er uitkomt. Onze tool helpt bij het maken van gerichte keuzes en is een extra motivatie om stappen te zetten richting een duurzamere bedrijfsvoering”. Het delen van je footprint met ketenpartners straalt transparantie en bewustzijn uit. Je kunt hier als bedrijf mee laten zien dat je stappen zet om te verduurzamen.Aan de slag met Footprint4All Ook direct starten met het inzichtelijk maken van je CO2-uitstoot? Neem dan vrijblijvend contact op met Vattenfall en vraag naar de mogelijkheden van de Footprint4All tool van partner Greenhouse Sustainability. Meer informatie en aanvragen via Vattenfall.Lees ook:Hoe Intratuin netcongestie omzeilt met een groene batterijHoge gasprijs lokt glastuinders naar warmtenet WestlandEnergiebesparing van kantoren: wat kan een vastgoedondernemer verwachten van de handhaving?