Sang-Ah Yoo 24 juli 2024, 08:00

Naar netto nul uitstoot in 2040: hoe denkt Vattenfall die énorme klus te klaren?

In 2030 is de CO2-uitstoot met 64 procent teruggedrongen. In 2040 is er nog een klein beetje CO2-uitstoot wat gecompenseerd wordt. Ambitieuze plannen bij energiebedrijf Vattenfall. Hoe gaan ze die klus klaren? En wat betekent dat voor hun zakelijke klanten? We vragen het Frank Meens, Head of Commercial Operations voor de zakelijke markt.

Vattenfall wind hollandse kust zuid 2022 7200 Klein Op de Noordzee heeft Vattenfall een van de grootste windparken op zee geopend: Hollandse Kust Zuid. | Credits: Vattenfall

“Ondernemers krijgen vandaag de dag een heleboel uitdagingen voor hun kiezen. Corona had een grote impact, ondernemers zagen grondstof-en energieprijzen stijgen door de oorlog in Oekraïne. Daarnaast willen en móeten we met zijn allen van de fossiele brandstof af. We hebben daartoe afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord van Parijs. Binnen Vattenfall hebben we grote groene ambities. Zo willen we over zes jaar 64 procent minder CO2 uitstoten, en op netto nul uitkomen in 2040 ten opzichte van basisjaar 2017. We verwachten dat er dan nog een beetje CO2-uitstoot overblijft. Dat gaat om emissies die nodig zijn om van het gas af te komen, bijvoorbeeld door de productie en transport van grondstoffen voor windmolens.”

“Duidelijke cijfers, maar het in kaart brengen van de uitstoot en het stap voor stap terugdringen ervan is een enórme klus. Het complexe is namelijk dat het om twee zaken gaat. Enerzijds draait het om onze eigen CO2-uitstoot, door onze energie-opwek of de inkoop van producten die door onze leveranciers moeten worden vervoerd. Maar de meeste uitstoot – zo’n 64 procent – vindt plaats bij het energieverbruik van onze klanten.”

Drijvend zonnepark

“In Nederland telt Vattenfall 1,9 miljoen afnemers, van wie 20.000 grootzakelijke klanten. Denk aan bedrijven in de vastgoedsector, industrie, transport en opslag en de agribusiness waaraan we gas en elektriciteit leveren. Of meer specifiek: woningcorporaties, tuincentra, papierfabrikanten, datacenters. En ook bedrijven met een zeer intensief productieproces, in de petrochemische sector bijvoorbeeld of in de aardolieraffinage. Veel bedrijven zijn al zelf actief bezig met verduurzaming. Onze rol is om ze, als ze dat niet zijn, bewust te maken van de praktische gevolgen van het Klimaatakkoord, en om oplossingen aan te dragen voor de verduurzaming van het bedrijf.”

Hernieuwbare energie

“De basis voor verduurzaming is allereerst energie uit hernieuwbare bronnen. Daarvoor bouwen we wind- en zonneparken. De elektriciteit die zo wordt opgewekt, leveren we aan onze klanten. Op de Noordzee is onlangs een van de grootste windparken op zee geopend, Hollandse Kust Zuid. Ook verkregen we onlangs de vergunning om in IJmuiden windpark Zeevonk (IJmuiden Ver Bèta) te bouwen, waarmee we 2 gigawatt (goed voor circa 2 miljoen huishoudens, red.) aan extra capaciteit kunnen toevoegen. Daar komt een drijvend zonnepark bij van 50 megawatt. En we gaan daar ook nog een elektrolyser bouwen, die een groot deel van de elektriciteit van ons windpark gaat omzetten in groene waterstof. Die brandstof is met name bedoeld voor de verduurzaming van de industrie en transport. Dat zijn heel belangrijke stappen die we zo zetten”

Minder gasverbruik

“Naast elektriciteit uit hernieuwbare bronnen is elektrificeren een belangrijke weg naar minder CO2-uitstoot. Bedrijven kunnen grote stappen zetten in het verminderen van hun gasverbruik, door bijvoorbeeld warmtepompen en e-boilers te installeren, die werken op elektriciteit. Ook breiden we onze warmtenetten uit – ook wel bekend als stadsverwarming – en onze warmte- en koudeopslag. Dat is een duurzame methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem, waarmee je kassen of gebouwen kunt koelen of verwarmen.” Dit alles draagt eraan bij dat wij en onze klanten minder gas hoeven te gebruiken in de bedrijfsvoering.

“Daarmee hebben die grote groene ambities ook gevolgen voor onze zakelijke klanten. Als bedrijf moet je eigenlijk accepteren dat het leveren van gas steeds minder wordt en dat je op termijn, of eigenlijk nu al, moet kijken naar alternatieven. Ondernemers zullen bewuster na gaan denken over de keuzes die ze maken en waarin ze investeren. CO2-reductie is voor bedrijven ook gewoon een business case: loont het om investeringen te doen in zonnepanelen, in batterijen of e-boilers? Mijn antwoord zou dan altijd zijn: ja! Je kunt er als bedrijf niet meer omheen, en duurzaamheid is ook een factor waar klanten je op beoordelen. Energie was voorheen ook een thema dat hoorde bij de inkoper of duurzaamheidsmanager. Nu is het een dossier op de directietafel. Energie is strategischer geworden, door alle factoren waar je als bedrijf rekening mee moet houden.”

Overbelast elektriciteitsnet

“Als we het hebben over uitdagingen, dan is netcongestie soms wel een bittere pil. Want de technologie om de switch te maken van gas naar elektriciteit is er. Alleen die capaciteit op het net krijgen, dat is in een flink aantal gebieden lastig. Netbeheerders en de overheid zitten niet stil om die capaciteit te vergroten, maar het kan bijten in de duurzame ambities van onze klanten om grote stappen te zetten.”

“Zo wilde Intratuin een nieuw distributiecentrum in gebruik nemen dat volledig was geëlektrificeerd en waarvoor ook veel koeling nodig was. Helaas kregen ze niet de gewenste capaciteit op het elektriciteitsnet bij de netbeheerder. Wij hebben toen een batterij helpen installeren die het tuincentrum, bij voldoende capaciteit, heeft kunnen volladen, om zo de elektriciteit op een ander moment weer te kunnen gebruiken. Bij Holbox, een fabrikant van kartonnen displays, zijn we de mogelijkheid aan het bekijken om de zonne-energie van hun 3.000 zonnepanelen op te slaan in batterijen. Voor onze klanten willen we een sparringpartner zijn om de transitie naar het gebruik van minder fossiele brandstoffen te maken.”

Niet achterom kijken

“Het mooie is: ik merk dat onze groene ambities creativiteit stuwt. Je moet elkaar vinden als energiebedrijf, netbeheerder, overheid en onderneming. Door alle sectoren heen zie je samenwerking en integratie. Niemand kijkt meer achterom. Als het om verduurzaming gaat, wil iedereen naar voren, naar hetzelfde punt. Soms gaat de één sneller dan de ander, maar belangrijk is om elkaars hand te blijven vasthouden onderweg. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat gebeurt.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Vattenfall. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Klimaatadaptatie bij boerenbedrijven: van zilt Zeeland tot nat Flevoland

Wageningen University & Research onderzocht op verschillende locaties in Nederland hoe agrariërs het beste met klimaatverandering kunnen omgaan. “Klimaatverandering zorgt voor een verschuiving in temperatuur en veranderende neerslagpatronen, dat heeft impact op de toekomst van boeren”, zegt onderzoeker Emma Knol. “Iedere regio kampt met andere effecten. Boeren die telen op zandgrond hebben sneller te maken met negatieve gevolgen van droogte. Zandgrond houdt water niet goed vast door de grove structuur van het zand. Boeren die telen op kleigrond hebben juist sneller last bij te veel water.” De Peel In het oosten en het zuiden van Nederland werken boeren veelal op zandgrond. De grond houdt weinig water en voedingsstoffen vast. Wordt de akker niet beregend in periode van droogte, dan gaat de oogst verloren. Aangezien dit door klimaatverandering steeds vaker voorkomt, is dat een risico. “Verschillende partijen concurreren om zoet water. Water wordt niet alleen gebruikt als drinkwater, maar is ook belangrijk voor de industrie, natuur en landbouw”, legt Marc Kroonen uit. Hij experimenteert met gewassen en teeltsystemen om te ondervinden of deze met minder water voldoende productie opleveren. “We beregenen op maat en gebruiken peilgestuurde drainage voor een goede infiltratie en afvoer van regenwater tijdens natte perioden: een systeem waarmee je het grondwater peilt en daarmee kiest om meer of minder water vast te houden. Zo kun je ook beter water infiltreren en langer vasthouden voor droge perioden.” Ook worden gewassen verbouwd die beter tegen droogte kunnen, zoals de graansoort sorghum. Veenkoloniën De beschikbaarheid van zoet water is ook een uitdaging in de Veenkoloniën, een streek in het oosten van Groningen en Twente. Brenda Timmerman is werkzaam in het gebied. “Boerderijen liggen op dalgrond. Dit is een zandgrond die vrijkomt wanneer een laag veen is afgegraven. De grond bestaat uit hoger gelegen droge zandkoppen en lager gelegen nattere stukken. Het hoogteverschil binnen de langgerekte percelen wordt steeds groter door het proces van veenoxidatie: het veen dat aan de buitenlucht is blootgesteld, breekt langzaam af. De bodem klinkt uiteindelijk in. Dit proces gaat sneller als het warm is. Natte delen worden natter en droge delen nog droger.” Wateraanvoer is lastig, al kan de grond water vasthouden. Daarvoor kun je een laaggelegen deel van het perceel van de boerderij gebruiken als buffer. Bij veel regenval kun je de hoogte van de waterstand in de sloot sturen via een dammetje en het water afvoeren naar de buffer. Timmerman: “We bekijken hoe we het water naar de droge gedeeltes krijgen. En we onderzoeken hoe we zo’n nat stuk land toch nog kunnen gebruiken. We denken bijvoorbeeld aan de teelt van lisdodde. Dit gewas kun je gebruiken als biobased bouwmateriaal: natuurlijke materialen dus. Boeren doen daar nu vaak nog niets mee omdat ze nog te veel vragen hebben over de afzet van producten en wat het oplevert.” Flevoland In Flevoland is niet een gebrek, maar een teveel aan water het probleem. Daar kan de kleigrond regenwater bij hevige buien niet snel genoeg opnemen. De bovenste kleideeltjes slaan kapot, en de toplaag wordt dichtgesmeerd met kleinere gronddeeltjes. “De verwachting is dat door klimaatverandering bodems langer nat blijven in de herfst en winter”, zegt onderzoeker Derk van Balen. “Als boeren hier met zware machines overheen rijden, is er kans op verdichting van de bodem. Zo kunnen planten minder diep wortelen. In droge zomers is dat zeer nadelig.” Robotisering en lichtere machines kunnen een oplossing zijn. “Zo is er veel belangstelling voor robottrekkers. Ook kun je kijken naar gewassen met een korte groeiperiode die geschikt zijn om eerder in het seizoen te oogsten.” Dat brengt volgens Van Balen wel uitdagingen met zich mee, omdat je ook te maken hebt met bedrijven die de producten verwerken. “Het vroeg oogsten en tijdelijk opslaan van suikerbieten is gunstig voor de bodemkwaliteit, maar vaak ongunstig voor de kwaliteit van suikerbieten.” Zeeland In Zeeland hebben agrariërs dan weer te maken met verzilting van de bodem. De zomers worden droger, waardoor zout water meer het binnenland indringt. Het krijgt meer 'ruimte' omdat het zoete water wordt gebruikt voor drinkwater, industrie, landbouw of verdampt. Zout water komt als kwelwater omhoog en bereikt het grond- en oppervlaktewater, waardoor de bodem minder vruchtbaar wordt. Mede door verzilting is het aantal Zeeuwse akkers waar uien wordt geteeld bijna gehalveerd. De uienteelt verschuift nu naar het oosten. Wageningse onderzoekers werken ondertussen aan een oplossing. Lees ook: 100 jaar oude tarwesoorten kunnen de volgende generaties voedenOnkruid wiedende robots helpen boeren van de gifspuit afWaar is het verstandig om te bouwen? Spoiler: niet in de KrimpenerwaardDuurzamere kweekvis en klimaatbestendige aardappelen komen samen in Texelse proeftuin