Hidde Middelweerd 22 november 2022, 10:30

Iedereen wil een warmtepomp, maar wie gaat ze installeren?

De energietransitie heeft een probleem: een groot gebrek aan kennis en kunde. Dat is nu al te merken in de installatiesector. Steeds meer huishoudens willen namelijk een warmtepompsysteem maar professionals die ze kunnen installeren, zijn steeds moeilijker te vinden. Mark Vellinga, commercieel directeur bij Remeha: “Als we daar niets aan doen, loopt de energietransitie geheid vertraging op.”

Elga Ace AVENTA II low res grey De hybride warmtepomp van Remeha (de Elga Ace) is bijzonder gewild in Nederland. | Credits: Remeha

De Nederlandse installatiemarkt wordt al tientallen jaren gedomineerd door één belangrijk product: de cv-ketel. Maar dat gaat veranderen. In het klimaatakkoord staat namelijk dat er voor 2030 in 1,3 miljoen huishoudens een (hybride) warmtepompsysteem moet staan. En uiteindelijk moeten álle 7,2 miljoen woningen in Nederland overstappen op een duurzamer verwarmingssysteem.

Van product naar systeem

Een gigantische opgave, zegt Vellinga, zeker ook voor de installatiesector: “We gaan van één product dat de sector heel goed kent naar een systeem dat het minder goed kent, bestaande uit meerdere onderdelen zoals een buitenunit en boilervat. De installaties worden dus complexer en het kost meer tijd om ze te installeren. Een professional installeert tot wel vier cv-ketels op een dag. Voor de installatie van een warmtepompsysteem heb je twee mensen nodig, die zeker een volle dag (en soms zelfs twee dagen) bezig zijn.”

Dat is een probleem, vervolgt hij: “We installeren momenteel zo’n 420.000 cv-ketels per jaar. Daar hebben we voldoende installatiecapaciteit voor. Maar die capaciteit schiet ruimschoots tekort als Nederland straks massaal overstapt op warmtepompsystemen.”

Vertraging van de energietransitie

Het is wat dat betreft een geluk bij een ongeluk dat we nog niet massaal over kúnnen op (hybride) warmtepompen. Zo moet het elektriciteitsnet daarop voorbereid worden en is de beschikbaarheid van warmtepompproducenten nog lang niet hoog genoeg om aan de snelgroeiende vraag te voldoen. Ondanks dat is de bottleneck in de installatiesector nu al zichtbaar. “De grote installateurs zitten eigenlijk gewoon vol”, aldus Vellinga. “Sterker nog, zij moeten hun bestaande klanten actief overhalen om nu al over te stappen op een (hybride) warmtepomp, zodat ze straks niet alle klanten in één keer hoeven te bedienen en in de knel komen.”

Kleinere installatiebedrijven hebben nog wel wat capaciteit beschikbaar, merkt Vellinga, maar dat is niet voldoende. “Er is nog zoveel werk te verzetten. Als we ons daar niet goed op voorbereiden, loopt de energietransitie geheid vertraging op. Iedereen moet een bijdrage leveren aan het aanpakken van dit probleem, van bedrijven en brancheverenigingen tot overheden.”

Mark Vellinga

Slimmer installeren

Gelukkig zijn er wel degelijk oplossingsroutes die zoden aan de dijk
kunnen zetten. Vellinga ziet drie belangrijke pijlers: kortere
installatietijden, meer arbeidskrachten en slimmer onderhoud. De
oplossingen binnen de eerste pijler zitten voor een groot deel aan de
product-kant. “Kunnen we producten op een slimmere manier ontwerpen,
zodat ze gemakkelijker en sneller geïnstalleerd kunnen worden? Ik
verwacht dat daar veel potentie zit”, aldus Vellinga.

Remeha zet de eerste stappen in die richting al. Zo beschikt de Eria
Tower Ace S, een all-electric lucht-water warmtepomp, over een
geïntegreerd boilervat van 190 liter. Dat snijdt al in de
installatietijd, omdat die niet apart geïnstalleerd hoeft te worden.
Daarnaast beschikt de warmtepomp over een prefab installatieframe, waar
de warmtepomp gemakkelijk opgeschoven kan worden. “Dat stelt je (als
ploeg van twee) in staat om de taken te scheiden. Degene die de
vloerverwarming installeert, kan het installatieframe ook meepakken,
terwijl de andere installateur de warmtepomp gebruiksklaar maakt. Daar
bespaar je tijd mee en het stelt je in staat om meerdere warmtepompen
per dag te installeren (mits je in ploegen werkt).”

“Met dat soort slimmigheden hopen we er aan de product-kant voor te
zorgen dat de installatietijd fors omlaag kan”, aldus Vellinga.

Geen f-gassen certificaat nodig

Ook bij de tweede pijler, het vinden en vrijspelen van meer
installatiepersoneel, kan aan de product-kant winst geboekt worden. In
2023 brengt Remeha bijvoorbeeld de Elga Ace (de populaire hybride
warmtepomp van het bedrijf) als monoblock op de markt. Alle
warmtepomptechniek zit dan in het buitendeel. Binnenshuis hoeft enkel
nog een regelaar geïnstalleerd te worden.

Dit brengt een belangrijk voordeel met zich mee.
Installateurs en monteurs moeten namelijk over een certificaat
beschikken om split-warmtepompen te mogen installeren. Er zitten
namelijk zogeheten F-gassen in warmtepompen en die kunnen schadelijk
zijn. Maar omdat het koelcircuit bij de Elga Ace Monoblock in de
buitenunit zit, hebben monteurs geen certificaat nodig. Met andere
woorden: de groep professionals die de hybride warmtepomp mag
installeren, wordt een stuk groter.

Meer installatieprofessionals

Maar dat is niet genoeg om het personeelsprobleem op te lossen,
benadrukt Vellinga. Er is meer nodig. Bijvoorbeeld op het gebied van
onderwijs. Zo vorm het huidige lesmateriaal op scholen een probleem,
zegt Vellinga. “Studenten moeten oefenen met up-to-date producten en
technieken, waar ze tijdens hun loopbaan mee in aanraking zullen komen.
Zo simpel is het. Maar dat is nog lang niet overal zo”, zegt hij. “Daar
ligt zonder meer een taak voor bedrijven zoals Remeha. Wij werken
bijvoorbeeld samen met ROC Amsterdam en dragen er zorg voor dat de
installaties van de toekomst (zoals warmtepompen) daar staan. Zulke
samenwerkingen willen we ook optuigen met andere scholen, maar wij (en
andere bedrijven) kunnen het niet alleen. Het is zeker ook een taak van
de overheid om te investeren in goed lesmateriaal.”

En de overheid heeft nog een taak, die misschien nog wel belangrijker
is, zegt hij. “Om dit probleem op te lossen, hebben we simpelweg meer
installatieprofessionals nodig. Ik zie een positieve trend, van zowel
zij-instromers als jonge instromers, maar we hebben meer mensen nodig
die voor het vak kiezen. De overheid mag wat mij betreft best wat
daadkrachtiger zijn in het sturen daarop”, aldus Vellinga. “Denk
bijvoorbeeld aan studiebeurzen of andere stimulansen, zodat jongeren
eerder voor het installatie-vak kiezen. Als ze er eenmaal mee in
aanraking komen, merken ze vanzelf hoe leuk en divers de
installatiesector kan zijn. En aan werk hebben ze de aankomende decennia
in ieder geval geen gebrek.”

Tekst gaat verder onder het kader.

Jeugd Educatie Fonds

Remeha is al jarenlang partner van het Jeugd Educatie Fonds, een stichting die de ontwikkelingskansen vergroot van kinderen die opgroeien in armoede. Mede dankzij de financiële steun van Remeha maken kinderen al op jonge leeftijd kennis met techniekonderwijs. In de nabije toekomst wil Remeha ook fabrieksbezoeken organiseren, zodat kinderen een kijkje achter de schermen kunnen nemen.

Certificaten behalen

Nog een uitdaging die Vellinga ziet, zijn de voorbereidingen die installateurs zelf moeten treffen als het gaat om kennis en kunde. Individuele installateurs moeten bijvoorbeeld over een f-gassen certificaat (BRL100) beschikken om split-warmtepompen te mogen installeren. Dat gaat om een relatief korte cursus van een aantal weken, maar het slagingspercentage is zeker geen honderd procent.

De echte uitdaging zit hem echter in het certificaat dat installatiebedrijven moeten hebben (de BRL200), zegt Vellinga: “Dat traject is een stuk intensiever én kostbaarder. Maar welwillendheid om die te behalen is er zeker. Installateurs snappen dat dit eraan komt en dat ze erop in moeten spelen.”

Van reactief naar proactief onderhoud

De derde pijler die het arbeidsprobleem in de energietransitie deels kan oplossen, is de inzet op slimmer onderhoud. In een notendop: alle installaties moeten zo snel mogelijk slim en connected
zijn. Op die manier kunnen installateurs namelijk de omschakeling maken van reactief naar proactief onderhoud en dat scheelt ontzettend veel tijd. “Vergelijk het met de apk-keuring voor auto’s. Die verkleint de kans dat je langs de weg komt te staan met echte defecten”, aldus Vellinga. “Iets vergelijkbaars is ook mogelijk in de installatiesector. Door data te verzamelen over de installatie en daarop in te spelen, kunnen we echte defecten voorkomen. Zo dringen we onderhoudstijden terug en houden installateurs veel meer tijd over.”

Het duurt helaas wel nog even voordat deze oplossing beschikbaar is. Vellinga verwacht dat het over ongeveer twee jaar een rol van waarde kan gaan spelen. Partners van Remeha in Spanje en het Verenigd Koninkrijk draaien er wel al pilots mee. “Daar kijken wij mee en ondertussen bereiden we ons voor om dit op grote schaal uit te rollen. Nieuwe Remeha-producten worden voortaan bijvoorbeeld standaard uitgerust met wifi.”

Arbeidsprobleem oplossen

Genoeg te doen dus, om het arbeidsprobleem in de energietransitie op te lossen. Maar volgens Vellinga moet het goedkomen. “Zolang we dit probleem niet uit het oog verliezen, ons blijven focussen op de oplossingsroutes en de overheid er ook een tandje bijzet, heb ik er vertrouwen in”, zegt hij. “Een gemiddelde installateur installeert nu (in duo’s) vier of vijf warmtepompsystemen per week. Maar als we er in slagen om de installatietijd terug te dringen én meer tijd vrij te spelen met slimmer onderhoud, til je dat zo naar negen of tien systemen per week. En misschien wel meer. Daar liggen ontzettend veel kansen.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Ode aan de Hollandse wol: "We ontdekken nog steeds nieuwe toepassingen”

“Jaarlijks anderhalf miljoen kilo dus”, zegt Janne de Hoop, één van de oprichters van het Hollands Wol Collectief. “Als je dat in gewicht voorstelt is het al veel. Eigenlijk zouden we eens moeten visualiseren hoeveel vrachtwagens vol zo’n hoeveelheid betekent.” Zo’n anderhalf jaar geleden startte De Hoop samen met compagnon Mirthe Snoek, beiden opgeleid als productontwerpers aan de TU Delft, het Hollands Wol Collectief. Het doel: op grote schaal wol inkopen van Nederlandse schapenhouders en dit verwerken tot halffabricaten waar creatieve ontwerpers en ontwikkelaars mee aan de slag kunnen. Kennis en kunde verzamelen “De provincie Zuid-Holland had een wedstrijd uitgezet waarin mensen hun ideeën voor het stimuleren van het gebruik van wol konden pitchen”, zegt De Hoop. “Daar kwamen verschillende ideeën op af. Wij concludeerden eigenlijk dat de kern van de oplossing aan de gehele tafel zat. Voor een wolketen heb je schaalgrootte nodig en alle kennis van verwerking en toepassingen die je maar kunt vinden. Toen hebben we het wedstrijdelement van tafel gegooid en is Hollands Wol Collectief ontstaan.” Lees ook: ’s Werelds eerste duurzame gin komt van Utrechtse bodem en is gemaakt van 2.500 kilo restfruit Veelzijdige eigenschappen Nederlandse wol is van nature wat stug en kriebelig, waardoor de voorkeur van de consument uitgaat naar het zachte Merino-wol uit landen als Nieuw-Zeeland en Australië. “Maar wol uit Nederland is een prachtig product”, zegt De Hoop. “De wol wordt gewassen in Europa; er zijn nog maar een paar fabrieken over die dit doen. Vervolgens maken we van de gewassen wol in Nederland vilt. Vilt is de basis voor tal van producten, zoals wandafwerking, meubilair en akoestische panelen. In de toekomst willen we daar nog veel meer wolproducten aan toevoegen. Het interessante is dat we nog steeds aan het ontdekken zijn wat alle toepassingen kunnen zijn.”"Vervolgens maken we van de gewassen wol in Nederland vilt."Wolwarenhuis Volgens De Hoop zijn we enigszins verleerd wat we allemaal met wol kunnen doen en wat er voor nodig is om het goed te verwerken. Maar daar komt wat haar betreft snel verandering in. Recent verwerkte het collectief de eerste 10.000 kilo wol en zijn de eerste batches halffabricaten verkocht. “Het mooiste zou zijn als we een eigen wolwarenhuis met verwerkingsfabriek in Nederland kunnen opzetten. Dat is wel iets waar we volgend jaar naar willen kijken.” Lees ook: Suikerbieten, aardappelen en cichorei: de veelzijdige krachtpatsers in de biobased economie Iedere wol is anders Ondertussen mag de consument wat Hollands Wol Collectief betreft ook wat meer wennen aan wol. De Hoop: “We garanderen dat we alle wol die we inkopen ook gebruiken. Dit heeft als gevolg dat er kleurverschil zit in de batches vilt die we maken. Of er kan soms nog een stukje stro inzitten. Iedere rol is daardoor anders. Wij hopen dat de consument ook went aan dat idee. Gelukkig krijgen we terug van interieurontwerpers dat ze dat juist hartstikke mooi vinden.” Op de Dutch Design Week werd er in ieder geval enthousiast op de stand van Hollands Wol Collectief gereageerd. De Hoop: “Velen hebben wel iets met wol. Mensen houden schapen of hebben familieleden die breien. Iedereen wordt er enthousiast van.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.