Teun Schröder
26 juni 2024, 15:10

Zo wapenen we ons tegen extreme hitte in steden: 5 oplossingen

Het is weer warm! Eindelijk, zullen veel mensen denken. Hoewel we even op temperaturen boven de 25 graden hebben moeten wachten, is de kans groot dat we ze in de toekomst steeds vaker gaan zien. Met name in steden kan hitte een probleem zijn, met allerlei gezondheidsrisico’s als gevolg. Hoe koelen we de boel weer af? Vijf innovaties op een rij:

Getty Images 171581826 Hoe zorgen we dat onze steden aangenaam blijven als het straks steeds warmer wordt? | Credits: Getty Images

Ultrawitte verf op daken

Een van de mogelijkheden om steden te verkoelen is het wit verven van daken. Onderzoekers van de Universiteit van Californië ontwikkelden een speciaal soort ultrawitte verf die bijna 100 procent van het zonlicht reflecteert. De verf reflecteert niet alleen zichtbaar licht (en voorkomt op die manier dat energie wordt omgezet in warmte) maar ook de warmtestraling van de zon; het infrarode deel van zonlicht. Dit licht is niet waarneembaar met de ogen, maar wel te voelen op de huid. De onderzoekers hopen dat deze verf een alternatief kan bieden voor het groeiende gebruik van airconditioners.

Kameleonverf

We blijven even in de categorie verf. Want voor degenen die niks met wit hebben, is er ook een alternatief. De verf van deze wetenschappers uit China verandert namelijk van kleur als het warmer wordt. En dat heeft niet alleen een esthetisch doel. Het nadeel van ‘gewone’ ultrawitte verf is namelijk dat deze ook zonlicht weerkaatst in de winter, waardoor de kachel juist harder aan moet. De ‘kameleoncoating’ van deze wetenschappers begint donkergrijs, maar wordt steeds witter naarmate de temperatuur oploopt. De onderzoekers schatten dat hun verf jaarlijks 20 procent verwarmings- en koelingsenergie bespaart.

Reflecterende dakpannen

Wetenschappers uit Hong Kong houden wel weer vast aan de kleur wit, maar richten zich niet op verf, maar op dakpannen. Het nadeel van verf is namelijk dat zowel de weerkaatsende eigenschappen als de laag zelf verweren, bijvoorbeeld door het weer. De onderzoekers uit Hong Kong maakten hun dakpan van aluminium. Dit materiaal is beter bestand tegen weersomstandigheden en verweert niet door UV-straling. De onderzoekers claimen dat hun dakpannen gemakkelijk op grote schaal geproduceerd kunnen worden. En als wit voor sommige huizen te saai is, kan het materiaal zelfs in andere kleuren en patronen worden geproduceerd door extra lagen toe te voegen.

Bomen redden levens

Het mag voor velen geen verrassing meer zijn dat bomen, struiken en gras steden verkoelen. Maar volgens dit onderzoek kan meer groen in steden zelfs jaarlijks duizenden sterfgevallen voorkomen. In 93 Europese steden (zoals Londen en Barcelona) stierven er in 2015 ongeveer 6.700 mensen vroegtijdig door hitte, concludeerden onderzoekers van het Barcelona Institute for Global Health. Door bomen te planten kan dat aantal flink omlaag, stellen de onderzoekers. Van de onderzochte steden ligt gemiddeld zo’n 15 procent van de oppervlakte in de schaduw van bladerdak. Als het lukt om dit percentage op krikken naar 30 procent, dan kan het jaarlijkse aantal doden door hittestress met 40 procent dalen.

Koeljas met ventilator

Mocht je nu niet kunnen wachten op de commerciële verkoop van ultrawitte verf of is je gemeente traag in het planten van meer groen, dan moet je misschien zelf het heft in handen nemen. In de categorie raar maar waar: de jas met ventilator. Toegegeven, helemaal nieuw is dit niet. In Japan dragen bouwvakkers soms al dit soort jassen als ze moeten werken in extreme hitte. Maar Japanse modemerken willen dit concept ook naar de gewone burger brengen. Waarom een jas met ventilatoren dragen als je ook kledingstukken uit kunt doen met warm weer? Volgens de onderzoekers en ontwerpers van de kledingstukken kan een jas bescherming bieden tegen een hitteberoerte. Bovendien blijft je lichaam koel doordat de jas de koelte kan vasthouden. De overige mitsen en maren aan massaproductie van deze van batterijen voorziene jassen, laten we maar even voor wat het is.

Lees ook:

Changemaker Erik Does (Ekoplaza): ‘Biologisch eten duurder? Niet als je de toekomstige kosten meeneemt’

Is het imago van biologisch de afgelopen jaren veranderd? “Biologisch wordt steeds meer als een deel van de oplossing gezien. Dat is positief, al is de oorzaak verre van positief. Het wordt namelijk steeds duidelijker wat er gebeurt wanneer er veel chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. De roep om alternatieven wordt luider.” Bij Ekoplaza gaan de principiële keuzes altijd voor het commerciële belang, staat op de website. Is dat soms niet lastig? “Nee, dat is niet lastig. Bij Ekoplaza hebben we een missie, we hebben een visie en we hebben waarden. Daarbinnen hebben we een economisch model gebouwd dat werkt. In dat model zorgen we niet voor de maximale aandeelhouderswaarde. Het is wel een aandeelhouderswaarde waarbij we continuïteit realiseren. In die zin denk ik dat het kan. Sterker nog: we bewijzen dat het kan. We kunnen die keuzes maken waar we achter staan en continuïteit realiseren op economisch vlak. De structuur laat het toe om naar de lange termijn te kijken. We worden niet door aandeelhouders gepusht om meer dividend uit te betalen of om meer winst te maken. Daardoor kunnen we keuzes maken die niet meteen renderen. Dat is belangrijk, want juist door onze keuzes zijn we succesvol. Al gaan die soms ten koste van de omzet.” Bij Unilever gebeurde onlangs het tegenovergestelde. Daar werden de duurzaamheidsambities juist teruggeschroefd om meer winst en dus aandeelhouderswaarde te creëren. “Klopt, en ik ben bang dat meer organisaties zullen volgen. Ik vrees dat Unilever voor een aantal vergelijkbare bedrijven een negatief voorbeeld zal zijn. Zelf ben ik van mening dat er veel meer is dan winst uitgedrukt in euro’s. Winst in geld betekent vaak een verlies voor andere elementen.” Een principiële keuze is dat alle producten luchtvracht-vrij zijn. Hoe werkt dat bij verse voedingsmiddelen die van ver weg moeten komen, neem avocado’s? “Die komen per boot. Dat duurt een stuk langer, dat staat vast. Het transport per boot is redelijk eenvoudig te realiseren. De vervolgstap is om de productie te verplaatsen, zodat we een lokaler aanbod realiseren. Daarvoor zijn we veel in overleg met telers. Recentelijk hebben we de graansoort spelt naar Nederland gehaald. Met een teler en een pletterij die de producten verpakt, zet je dan zo’n systeem op. Dat scheelt voedselkilometers en je haalt ook een stukje werkgelegenheid hierheen. Ik denk dat lokaal de toekomst is. Als Nederland exporteren we ons helemaal dol. In toenemende mate moeten we ervoor zorgen dat we in ons kleine landje producten voor onszelf produceren. Dus niet produceren om te exporteren, maar om hier op te eten.” Ekoplaza, zelf een familiebedrijf, werkt veel samen met andere familiebedrijven. Zo worden de nadelen van grootschaligheid voorkomen, stond in een column van jouw hand. Op welke nadelen doel je? “Het inkopen van producten op de wereldmarkt voor de laagste prijs werkt anonimiteit in de hand. Vaak is onduidelijk hoe en door wie een product wordt gemaakt. Het kan ertoe leiden dat je elkaar niet meer als mens behandelt. Dat moeten we echt niet willen. We moeten meer gaan voor kwaliteit. Als we met partijen werken van een soortgelijke schaalgrootte, dan kunnen we samen afspraken maken en voor kwaliteit op maat gaan. Daarmee krijgen we een stukje controle terug.” Er zijn best wat mensen die Ekoplaza als duur bestempelen. Wat zou je tegen hen zeggen? “Als je niet met de seizoenen mee-eet en niet goed naar de inhoud kijkt, dan denk ik dat dat klopt. Aan de andere kant liggen er in de supermarkten genoeg A-merken die niet eens biologisch, maar toch duurder zijn. Dat heeft vooral te maken met marketing en reclame. Wanneer er veelvuldig geadverteerd wordt, ben je eerder bereid om wat meer te betalen dan voor een product dat je minder goed kent, maar wat kwalitatief technisch wel beter is. Ik wil maar zeggen: duur is relatief. De vraag is ook: is biologisch wel zo duur? Als je het vandaag afrekent misschien wel. Neem je de toekomstige kosten mee, is het zeer de vraag. Dan zijn biologische producten een logische keuze met respect voor de komende generatie. Ik las laatst dat er 25 miljard euro nodig is om ons drinkwater schoon te krijgen. Ook de beschikbaarheid van zoet water is in het geding, dus dat bedrag zal waarschijnlijk verder oplopen. Dat zijn kosten die je zonder chemische spuit grotendeels niet zou hebben. Dat is pijnlijk. Zo zijn er meer elementen die niet worden meegenomen in de huidige productprijs, maar die we op den duur moeten betalen. Stikstof, CO2-opslag, verzuring van de bodem: het zijn allemaal zaken die niet goed geregeld zijn in de gangbare landbouw. Inmiddels kunnen we niet meer wegkijken voor de gevolgen. Veranderen is lastig, maar het moet echt anders.” Zijn er nog andere uitdagingen waar je tegenaan loopt? “Het veranderende klimaat is een enorme uitdaging voor onze voedselkwaliteit. Het desbetreffende ministerie is onlangs omgedoopt naar voedselzekerheid. Om eerlijk te zijn word ik een beetje bang van dat woord. Als we van kwaliteit naar zekerheid gaan, begin ik te vermoeden dat dat met gif geregeld moet worden. Dan is er namelijk meer controle over de opbrengst. Dat vind ik een enge verwachting. Ik hoop dat mijn interpretatie volledig onjuist is, maar het feit dat we niet meer gaan voor kwaliteit baart mij zorgen. We zien meer bewijzen dat chemische bestrijdingsmiddelen leiden tot de ziekte van Parkinson. Ook kanker en Alzheimer worden ermee in verband gebracht. Dat zijn allemaal zaken waar we last van gaan krijgen. Door het probleem steeds verder vooruit te schuiven, komen we niet tot een oplossing. Dat vind ik verontrustend, helemaal voor de komende generatie.” Laten we afsluiten met een positieve noot. Waar zie je dat je impact maakt? “Op dit moment groeit het bedrijf in de Benelux. Met de problemen van nu worden we steeds relevanter. Het is duidelijk waar Ekoplaza voor staat. We blijven te allen tijde trouw aan onze missie en visie. Dat een toenemend aantal consumenten dat waardeert, is fijn. Ook zetten we stappen met ons plasticvrije systeem Wisselwaar. Daarmee verkopen we biologische producten in navulbare statiegeldpotten. Dat scheelt weer plastic, wat ook een groot dilemma is. Binnen Ekoplaza worden zo meerdere wereldproblemen aangepakt. Onze nieuwe campagne heet ‘Principieel voor een betere wereld (en niet een beetje)’ en wil zeggen dat we diverse keuzes maken en daar vol overgave mee aan de slag gaan. Het voorbeeld van Unilever vind ik vrij dramatisch. Er komt een nieuwe CEO die zegt: we gaan het anders doen, minder duurzaam dan we beloofd hebben. Of duurzaamheidsresultaten worden gemeten met een systeem waarbij de prestatie niet wordt verbeterd, maar de uitkomst mooi naar voren komt. Dat is heel jammer. Bij Ekoplaza maken we bepaalde keuzes en daar blijven we bij, ook in tijden van bijvoorbeeld inflatie. Dat maakt het merk duidelijk. Doelen bijstellen doen we niet. Ik zou me daar als CEO niet prettig bij voelen.” Andere Changemakers: Changemaker Evelyn Brakema (Groene Zorg Alliantie): ‘Groot deel van Nederland kent de relatie tussen klimaatverandering en gezondheid niet’ Changemaker Christian de Jong (Bever): ‘Het succes van onze duurzame initiatieven gaat verder dan alleen het financiële aspect’Changemaker Vincent van der Holst redt broeken en mensenlevens: ‘Toen ik met het idee kwam, zag ik iedereen met hun ogen rollen’De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.