Erika van Zinderen Bakker 20 juni 2023, 11:00

Technisch dienstverlener Equans ontwijkt netcongestie met eigen modulaire oplossing

Netcongestie is een groeiend probleem, waar veel bedrijven tegenaan lopen. Zo ook technisch dienstverlener Equans. Toen het bedrijf een vestiging moest verhuizen naar een nieuw pand in netcongestiegebied, lukte het toch het nieuwe pad te voorzien van de benodigde stroom. Uitgebreide analyses en slimme oplossingen zijn de sleutel tot succes.

PHOTO 2023 06 15 08 42 18 5 Toen Equans van Zaandam naar Westzaan ging verhuizen, kwam het bedrijf voor een grote uitdaging te staan. | Credits: Equans

In 2020 kreeg Equans te horen dat het moest vertrekken uit zijn Zaandamse vestiging. Op de locatie, waar het bedrijf al sinds de jaren zeventig was gehuisvest, had de gemeente nieuwbouw gepland. Voor Equans niet direct een probleem, want het pand voldeed toch al niet meer aan alle eisen. Tijd voor verbetering dus.

Van 50 naar 1.000 kilowatt

Dat werd een grote uitdaging. Equans vond een nieuw pand in Westzaan, waar het een aansluiting kon krijgen met een vermogen van 50 kilowatt. Fors minder dan de 630 kilowatt die ze bij de oude vestiging gewend was en helemaal vergeleken met wat ze op het oog had: 1.000 kilowatt. Bas Smit is projectmanager voor de nieuwbouw van het pand en verantwoordelijk voor de verhuizing van de oude naar de nieuwe locatie. “We wilden naar een gasloos pand en alleen nog maar verwarmen met warmtepompen”, vertelt hij. “Dé voorwaarde voor onze verhuizing was om die 1.000 kilowatt te krijgen.”

PowerBooster

Daar kwam Equans’ PowerBooster goed van pas. Een eigen modulaire oplossing die de dienstverlener als generieke oplossing inzet voor andere bedrijven. Richard Beekhuis, specialist netcongestie bij Equans, legt uit: “De PowerBooster is een maatoplossing voor bedrijven. Elk bedrijf is anders, maar met deze oplossing volgen wij wel altijd hetzelfde recept. Daaruit komt voor elk bedrijf een andere maatoplossing.” Wat houdt het in? De PowerBooster is een combinatie van oplossingen, zoals slimme benutting van het net door een non-firm ATO contract met de netbeheerder (zie kader), zelf duurzame energie opwekken, een accu voor energieoverschotten en energietekorten of gebruik van waterstof of biogas.

Niet al deze oplossingen zijn altijd nodig. Het is maar net wat een passende oplossing is. Alle factoren en variabelen worden bekeken en gewogen, zodat elke klant uiteindelijk tot een resultaat komt dat goed past bij zijn bedrijf. “Wij hebben ook ons optimum opgezocht”, vertelt Beekhuis. “Hoe krijg je toch dat gewenste vermogen met zo weinig mogelijk middelen? Dat begint bij een analyse en meting op verschillende plekken. Wat heb je echt nodig? Hoe vaak en wanneer komen er pieken voor en hoe lang duren die? Voor ons nieuwe pand hebben we een complete inventarisatie en optimalisatie gemaakt. Onze werkzaamheden zijn planbaar, dus daar kunnen we rekening mee houden.”

Recht op transport

In Nederland heeft een aangeslotene altijd recht op zijn gecontracteerde transportcapaciteit, onafhankelijk van het tijdstip of de situatie op het net. Netbeheerders houden daar rekening mee bij het uitgeven van nieuwe transportrechten. Het kan daardoor voorkomen dat er in een congestiegebied voor een nieuwe aansluiting geen transportcapaciteit gecontracteerd kan worden, terwijl er bijvoorbeeld ’s nachts nog voldoende ruimte op het net is. Bij een variabel recht op transport kan de netbeheerder de vrije ruimte op het net opvullen door een aangeslotene toch op bepaalde tijden transportcapaciteit toe te kennen.

Een dergelijk variabel transportrecht kan het bijvoorbeeld ook voor batterijopslag mogelijk maken actief te worden in een congestiegebied en daarmee de netbeheerder te helpen de congestie te beperken.

Bron: ACM

Accu

Het resultaat mag er zijn. Het pand, mét warmtepompen, is vorige maand opgeleverd. Smit is tevreden: “We hebben 1.900 zonnepanelen op het dak. Die hebben een vermogen van 550 kilowattpiek en verzorgen dus al een groot deel van de vermogensvraag. Daarnaast hebben we een accu neergezet met een vermogen van 300 kilowatt en 558 kilowattuur. Daarmee vangen we precies de pieken in de vraag op, bijvoorbeeld als er een wolk voor de zon komt of wanneer er een machine wordt opgestart.”

Op het nieuwe pand van Equans in Westzaan liggen 1.900 zonnepanelen op het dak. | Credit: Equans

Ontdekking

Tijdens het hele proces van voorbereiding en verhuizen deed Smit ook nog een verrassende ontdekking. “Door te kijken waar precies het grote probleem zit en samen met de netbeheerder te onderzoeken hoe we dat konden oplossen, kwamen we erachter dat de netcongestie niet op de nieuwe locatie zelf is, maar op het onderstation. En dat is toevallig hetzelfde onderstation als voor de oude locatie. Daardoor konden we uiteindelijk ons oude contract meenemen naar onze nieuwe plek.”

Samenspel

Nog even terug naar de PowerBooster. Want wat is dat nu precies? Beekhuis legt uit: “Het is het aanstuurconcept. De PowerBooster zit opgesloten in de aanstuurstrategie van het totaal. Die strategie is het continu meten en regelen. Regelen doen wij met de accu. Dat is dus een van de apparaten binnen de oplossing. Maar het gaat juist om het samenspel: de manier waarop je meet, waarop je omgaat met je zonnepanelen, hoe je goede afspraken maakt met de netbeheerder et cetera. Daarmee helpen we onze klanten, maar in dit geval dus ook onszelf.”

“Uiteindelijk gaat het altijd om het vinden van een optimum. Een bedrijf dat alleen verwarming nodig heeft, heeft niet zo veel zonnepanelen nodig. Voor een bedrijf met een grote koelvraag is dat juist wel een oplossing. Ook het neerzetten van een accu is niet altijd een oplossing. We kijken altijd samen met onze klanten hoe ze een investering kunnen doen waarmee ze voor langere termijn door kunnen zonder hoofdpijn. We kijken dus wat past. Het moet niet te groot zijn en niet te klein, en precies doen wat nodig is. Zonder goede analyse is alles wat je neerzet een gok.”

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.

Meer lezen over netcongestie?

Steeds meer boeren oogsten huizen van het land

‘Hier groeien huizen’, staat er straks op steeds meer borden langs de Nederlandse akkers. Bij de BouwBoeren worden dit jaar al huizen van het land geoogst. Op zes plaatsen rond Utrecht en in de West-Betuwe hebben ze dit voorjaar 25 hectare vezelrijke gewassen ingezaaid. In het najaar wordt 250.000 tot 300.000 kilo aan biobased materiaal geoogst. Met de opbrengst van elke hectare kan één woning worden gebouwd. Dit jaar dus 25 woningen. Volgend jaar willen de BouwBoeren opschalen naar 95 hectare en in 2025 naar 300 hectare. Alternatief verdienmodel voor boeren BouwBoeren is een initiatief van de broers Luc en Wout de Wit. Luc is al vijftien jaar circulair projectontwikkelaar, Wout al twintig jaar biobased architect. De duurzame bouwmaterialen die ze nodig hadden, moesten ze steeds uit het buitenland halen. Het platform wil die grondstoffen uit de eigen regio halen en tegelijkertijd boeren een alternatief verdienmodel bieden. In 2021 zijn de broers gestart en later sloot ook Patrick Willemse zich aan. Dit jaar is de eerste proefoogst. “Nederland heeft 1,8 miljoen hectare landbouwgrond. Als we daarvan 5 procent inzetten voor de biobased teelt, dan hebben we al 100.000 woningen te pakken”, zegt Luc de Wit. Eerste bouwpanelen uit eigen verwerkingsfabriek Om die gewassen meteen te verwerken, hebben de BouwBoeren een mobiele fabriek gebouwd: de BioBased Factory. “Dit soort verwerkingscapaciteit was er nog niet. Deze machine hebben we zelf ontwikkeld en die gaat de gewassen omzetten in halffabricaten. In september moet ie draaien”, zegt Luc de Wit. De laatste schakel is om die halffabricaten te verwerken in producten die de bouw daadwerkelijk kan gebruiken. Daar hebben ze anderhalf jaar aan gewerkt. Tijdens vastgoedbeurs Provada presenteerden de BouwBoeren hun eerste producten: prefab, biobased, demontabele panelen voor de houtskeletbouw. Die worden op de bouwplaats vol geblazen met vezels en daarna gebruikt voor vloeren en gevels van woningen. “TNO en Wageningen University & Research (WUR) hebben er al testen mee gedaan. Eind dit jaar starten we de productie voor de markt”, zegt Wout de Wit.De BouwBoeren hebben een Biobased Factory die van de gewassen halffabricaten voor bouwmaterialen maakt.Boeren en bouwers samenbrengen En wie gaat er dan bouwen met die materialen? Daar kan het nieuwe platform WeGrow een belangrijke rol in spelen. Dat is een initiatief van projectontwikkelaar Ballast Nedam, ondernemerscollectief LTO Bedrijven, duurzaam bouwadviesbureau Merosh en kennisplatform SWP, met Rabobank als founding partner. Ook WeGrow presenteerde zich op de Provada. Doel van het platform is om boeren die gewassen voor de bouw willen telen, samen te brengen met bouwers die biobased willen bouwen. Onder meer door kennis te delen via bedrijfsbezoeken, podcasts, congressen, netwerkbijeenkomsten en dagelijkse content via de website en social media. “Er zijn al heel veel initiatieven in de markt, zonder dat we het weten. Wij willen als platform al die goede voorbeelden laten zien en daarmee een versnelling organiseren in de transitie van de bouwsector”, zegt CEO Onno Dwars van Ballast Nedam Development. Hennep voor isolatie Een van die goede voorbeelden is het akkerbouwbedrijf van de gebroeders Van Kuiken uit Wierum. Zij hebben in mei 40 hectare vezelhennep ingezaaid en hebben een lokale samenwerking gesloten met bouwbedrijf Dijkstra Draisma. Die gaat de vezelhennep gebruiken om 200 woningen duurzaam te isoleren.De Gebroeders Van Kuiken verbouwen isolatiemateriaal voor bouwbedrijf Dijkstra Draisma.Bouwsector in tijdnood Door biobased te bouwen wordt CO2 uit de lucht opgeslagen in de gewassen en daarna voor langere tijd in de gebouwen. Volgens Dwars loopt de bouwsector over enkele jaren tegen een CO2-lockdown aan, net als nu tegen een stikstoflockdown. Om de afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs na te komen en de aarde niet verder dan 1,5 graad te laten opwarmen, mag de bouwsector nog 15 megaton CO2-uitstoten. Dat gebeurt nu met name via de cement- en betonproductie. “Dat betekent dat we praktisch gezien misschien tot 2028 hebben om door te bouwen op de manier zoals we nu doen. We hebben dus geen tijd. Binnen tien jaar moeten we het voor elkaar hebben en biobased bouwen”, stelt Dwars. Omdat bouwprojecten over langere tijd worden uitgesmeerd, zou de sector volgens hem daar nu al massaal mee moeten beginnen. Niet wachten op Nederlandse boer Maar als Ballast Nedam biobased gaat bouwen, loopt de ontwikkelaar tegen allerlei problemen aan, met name op het gebied van regelgeving en vergunningen. Ook moet het bedrijf veel biobased grondstoffen over de grens kopen, omdat ze in Nederland nog niet beschikbaar zijn. Met name in Duitsland en Oostenrijk telen boeren veel meer biobased grondstoffen voor de bouw. Dwars: “Wij kopen gewoon waar het beschikbaar is. Als het niet in Nederland beschikbaar is, dan gaan we de grens over. Wij kunnen niet wachten op de Nederlandse boeren. Dan lopen we vast.”Op wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade in Almere was een compleet huis te zien dat is gebouwd van honderd natuurlijke bouwmaterialen: The Exploded View Beyond Building.Verdienmodel voor de boer Is biobased teelt een interessant verdienmodel voor boeren? Krijgen ze daarvoor een eerlijke prijs of worden ze weer tot de laatste cent uitgeknepen? Tot nu is er weinig interesse. “Als er van onze 30.000 leden honderd mee bezig zijn is dat veel. Wij zijn al blij als er tientallen aanhaken voor pilotprojecten”, zegt Lars Hillewaere, business developer carbon farming bij boerencollectief LTO Bedrijven. Toch hebben boeren geen oogkleppen op. Uit een recent onderzoek van LTO blijkt dat 50 procent van de boerenbedrijven over vijf jaar denkt over te stappen naar de teelt van biobased grondstoffen. De gangbare landbouw staat onder druk wegens stikstof, met name in de veehouderij. Ook leeft de helft van de boeren onder de armoedegrens. De teelt van vezelrijke gewassen voor de bouw is natuurvriendelijk, heeft een lage CO2-uitstoot, vergt relatief weinig arbeid, mest, water en bestrijdingsmiddelen, kan op niet productieve gronden plaatsvinden en is bestand tegen extreme regen en droogte. “Het is goed voor het verdienmodel van de agrariër, want hij heeft er minder werk en minder kosten aan”, zegt Hillewaere. Kip en ei Momenteel hebben boeren volgens hem nog niet genoeg zekerheid om ermee te beginnen. “Er is een kip-en-ei-probleem in de ketenvorming”, zegt Hillewaere. “Boeren willen het wel produceren, maar willen zeker weten dat ze afzet hebben voor een goede prijs. Aan de andere kant willen bouwbedrijven zekerheid over de grondstoffentoevoer als ze hiermee gaan bouwen. Als ze allebei naar elkaar kijken, gebeurt er niets. Iemand moet die handschoen opnemen.” Dat is volgens hem een van de taken van WeGrow. Want kansen zijn er genoeg. “Wij zien dat de vraag naar die grondstoffen sneller groeit dan het aanbod. Daarom zullen de prijzen de komende jaren flink gaan stijgen over de hele wereld.” Alles recyclen is niet genoeg Waarom zou de vastgoedsector hier instappen? Omdat Nederland in 2025 een circulaire economie moet zijn. Om CO2-neutraal te worden en tegelijkertijd 100.000 woningen per jaar te kunnen bouwen, stelt adviesbureau Merosch. “Een enorme opgave waarvan soms de schrik je om het hart slaat, maar we kunnen een heel eind komen”, zegt directeur Ronald Schilt. “Een van de belangrijkste componenten in dit verhaal is het materiaal. Hoe krijgen we die milieubelasting naar beneden? We kunnen alles maximaal recyclen, maar zelfs als we alle gebouwen en vastgoed dat we hebben opnieuw inzetten voor nieuw vastgoed, komen we nog 80 procent van onze grondstoffen tekort. Gaan we dan milieuvervuilende grondstoffen met een enorm CO2-spoor inzetten of gaan we voor circulaire biobased materialen? Dat biedt dus kansen voor de vastgoedmarkt.”De stand van Achmea op de Provada was geheel gebouwd van biobased materialenMeer beleggen in biobased vastgoed Het aantal soorten biobased materialen dat bouwers kunnen gebruiken is schier eindeloos. Achmea Real Estate liet tijdens de Provada drie dagen lang leveranciers van dit soort materialen een pitch houden. Van stenen uit leem en hennep tot plaatmateriaal en panelen uit schimmels, zeewier, riet, groente- en tuinafval. Van tapijttegels en vloeren van afval en hennep tot isolatiemateriaal van kurk. Dat zat allemaal verwerkt in de stand van Achmea. Die was volledig biobased, op wat gehuurd meubilair na. “We willen de hele keten stimuleren om meer biobased te gaan bouwen. Wij willen meer beleggen in biobased vastgoed en onze klanten ook, maar dan moet dat er wel zijn”, vertelt woordvoerder Erik van der Struijs. Zelf investeert Achmea Real Estate in twee projecten waar (deels) biobased gebouwd wordt: One MilkyWay in Den Haag en de Roosenboom in Roosendaal. Voor dat laatste project werd tijdens de beurs het contract getekend. Lees ook: Kabinet trekt 200 miljoen uit voor biobased materialenBiobased ketens tussen boer en bouwer? De BBB ziet er wel brood in, mits gestuurd door de marktDeze ongebakken baksteen van koeienmest is sterker, goedkoper én duurzamerChange Inc. Roundtable: hoe boeren en bouwers samen kunnen verduurzamen