Redactie Change Inc. 24 januari 2025, 08:00

Van chocolademaker naar aanjager van duurzame transitie: hoe Tony's de sector meetrekt

Van de energietransitie tot de eiwittransitie: we zitten midden in de overgang naar een duurzamere wereld. Dat vraagt om een nieuw soort leiderschap, zien ze bij Nyenrode Business Universiteit. “Veel organisaties hebben last van tunnelvisie. Om echt te kunnen innoveren, moeten leiders hun blik verruimen.”

Tonys chocolonely chocolade open chain 1200x675 Tony Chocolonely repen

In de transitie naar een duurzame wereld spelen organisaties een grote rol. Al zijn ze slechts één van de vele spelers, benadrukt Nicolas Chevrollier, wetenschapper en universitair hoofddocent bij Nyenrode. “Je hebt te maken met veel andere partijen, zoals overheden en financiële instanties. Het is een groot en complex speelveld, en organisaties kunnen alleen samen met anderen daarin verandering op gang brengen.”

Het gros van de managers en directeuren is daarentegen vooral bezig met de eigen bedrijfsvoering, valt hem op. “Deelnemers bij Nyenrode hebben het vaak over mijn organisatie, mijn organisatie en mijn organisatie. Het is een soort tunnelvisie en dat is jammer. Om echt te veranderen, moeten leiders hun blik verruimen.”

Systeemdenken

Systeemdenken is volgens Chevrollier het antwoord. “Het is een skill die we veel meer nodig hebben. Voor leiders is dat niet eenvoudig: zij werken graag met concrete plannen die ze liever vandaag dan morgen uitvoeren. Systeemdenken vraagt juist om uitzoomen en het grotere plaatje bekijken: de hele sector of de hele keten. De focus verschuift van een specifieke organisatie naar veel meer partijen.”

Ook zijn collega Marjolein Baghuis pleit voor systeemdenken. “Als je het hele systeem overziet, wordt de omvang van een bepaalde opdracht duidelijk. Het wordt helder dat één organisatie het niet alleen kan. Het inzicht dat samenwerken met concullega’s, ngo’s en kennisinstellingen noodzakelijk is, komt dan vanzelf. Binnen organisaties vereist dat een bepaalde mate van kwetsbaarheid en bescheidenheid. Het is een andere houding dan uitstralen dat je het allemaal wel weet en niemand nodig hebt.”

Grondstoffen uit China

Veel leiders zijn juist gewend aan competitiedrang. Chevrollier stelt dat bedrijven soms juist beter af zijn als ze samenwerken, zoals bij de energietransitie. “Het merendeel van de benodigde materialen komt uit China. Voor kleine ondernemers en grote bedrijven kan het slim zijn om een coöperatie op te zetten en die grondstoffen gezamenlijk uit China te halen. Je neemt dan meer af, waarschijnlijk tegen een betere prijs. Zo’n dergelijke samenwerking is nu totaal niet aan de hand. Ieder bedrijf koopt afzonderlijk in. Het is ieder voor zich. De competitiedrang wint het nog te vaak van de wens om samen te werken. Op sommige vlakken is dat prima. In sommige situaties is het verstandiger om juist wel de samenwerking op te zoeken.”

Tony’s Chocolonely

Tony’s Chocolonely, een bedrijf waar Baghuis veel mee samen heeft gewerkt, heeft een andere aanpak. “Zij maken al jaren werk van chocolade zonder uitbuiting en kopen op eigen wijze cacao in. Waar ze eerder concurreerden met andere chocolademakers, delen ze nu hun werkwijze in de hoop dat meer partijen in de markt op dezelfde manier gaan inkopen. Met Tony’s Open Chain maken ze de benodigde informatie voor andere bedrijven beschikbaar. De bedoeling is om de hele chocoladesector te verbeteren. Het gaat langzaam, maar het begin is er. Inmiddels werkt bijvoorbeeld Albert Heijn via Tony’s Open Chain voor al zijn huismerk chocoladelabels.”

Persoonlijke drive van leiders

Hoe komt het dat de ene organisatie veel sneller verduurzaamt dan de ander? Het heeft te maken met de leider, menen de docenten van Nyenrode. Chevrollier: “De persoonlijke drive wordt vaak onderschat. Bij opleidingen voor managers staan businessmodellen en strategieën centraal, de analytische ontwikkeling. Maar echte verandering gebeurt niet in het hoofd. Dat gebeurt op basis van gevoel.”

Baghuis beaamt dat. “De persoonlijke ontwikkeling wordt nogal eens vergeten, terwijl het zo’n belangrijke drijfveer kan zijn. Ik heb het gezien bij een technisch MKB-bedrijf. Daar werd de directeur en grootaandeelhouder geraakt door een boek dat hij kreeg van zijn zus, Doughnut Economics van Kate Raworth. Dat bracht een diepe verandering teweeg. Na het lezen van dat boek kon hij nooit meer op een andere manier naar zijn bedrijf kijken. Hij wilde het voortaan anders doen en het managementteam daarin meekrijgen. Als leiders geraakt worden, kan dat een motor zijn voor verandering.”

“Een boek kan zeker sterke drijfveren oproepen”, zegt Chevrollier. “Een andere manier is door te zien. Ik ben eens met 25 directeuren naar Chamonix in de Alpen gegaan. Daar, in de bergen, keken we naar een smeltende gletsjer. De impact van klimaatverandering werd heel concreet. Dat beeld neem je vervolgens mee het klaslokaal in. De houding van bestuurders verandert direct.”

Nicolas Chevrollier en Marjolein Baghuis van Nyenrode Business Universiteit. | Credit: Neyenrode

Urgentie zorgt voor samenwerking

Langdurige afspraken en contracten kunnen verduurzaming vertragen, zegt Chevrollier. “Soms lopen contracten nog jaren door. Bedrijven zijn dan niet flexibel en zitten als het ware vast in een systeem. Grote organisaties veranderen vaak langzaam. Dat komt vaak niet door angst, maar uit gewoonte.”

“Tot het vastloopt”, meent Baghuis. “Dat zie je nu met de elektrificatie in het bedrijfsleven. Op veel plekken is het lastig om nog een aansluiting te krijgen. Ineens zie je samenwerkingen ontstaan. Overigens is dat vaak tussen buren en niet tussen directe concurrenten. In havengebieden en bedrijventerreinen wordt gekeken hoe de stroomvoorziening beter kan worden ingericht, waardoor aansluitingen ineens wel mogelijk zijn. De urgentie is groter dan de angst.”

“In die zin is een crisis een goede katalysator”, vervolgt Chevrollier. “Het kan verandering in een versnelling brengen. Toen de oorlog in Oekraïne begon, schoten de energieprijzen omhoog. We voelden het in onze portemonnee en kwamen in actie. Bedrijven kunnen gebruikmaken van zo’n situatie en de juiste bondgenoten kunnen daarbij helpen.”

Combineer systeemdenken met persoonlijke missie

De twee docenten zijn het erover eens: systeemdenken kan leiders helpen om duurzame verandering teweeg te brengen. Hetzelfde geldt voor het persoonlijke aspect. “Verandering is zowel zeer systeemgericht als enorm persoonlijk. Eigenlijk moeten managers omhoog naar het systeem en naar binnen voor hun eigen, persoonlijke drijfveren”, vat Baghuis samen. “Die twee moeten worden toegevoegd aan het klassieke leiderschap dat zich richt op de organisatie.”

Systeemdenken is voor deelnemers vaak makkelijker dan de persoonlijke connectie, ziet ze. “Tijdens een programma vindt iedereen het fantastisch om het systeem te analyseren en erachter te komen in welke fase hun bedrijf zich bevindt. Als ik de groep vervolgens het landgoed van Nyenrode op stuur om na te denken over hun persoonlijke missie en waarom ze doen wat ze doen, vinden mensen dat onwennig. Ze verwachten niet om bij een business universiteit in stilte te wandelen en op persoonlijk niveau bezig te zijn.”

Chevrollier herkent dat. “Toen ik met dat directieteam naar de Alpen ging, heerste er initieel een gevoel van ongemak. Het voelde onveilig en niet als iets wat een businessgroep zou moeten doen. Drie dagen later wilden ze niet meer van de berg af, zo waardevol vonden de deelnemers de ervaring en de onderlinge gesprekken. Mensen in het management worden constant getraind op analytisch denken, vaak in de scope van het bedrijf. Dat moeten we als het ware afleren.”

Bij Nyenrode Business Universiteit leren leiders via opleidingen en ontwikkelprogramma’s hoe ze systeemdenken kunnen inzetten om duurzame verandering te versnellen. Samenwerkingen aangaan, complexe ketens overzien en tegelijkertijd werken vanuit een persoonlijke missie, om zo echt impact te maken.

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Nyenrode. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Een week vol stikstof: ‘Zijn in een juridisch moeras terechtgekomen’

Het stikstofprobleem staat weer op scherp, onder andere door een uitspraak die de Raad van State vorig jaar op 18 december deed. Door een nieuwe interpretatie van de stikstofregels zijn veel vergunningen die sinds 2020 zijn verleend ineens ongeldig. Dit treft niet alleen boeren, maar ook bouwprojecten, industrie en infrastructuur. Deze week maakte het kabinet bekend een speciale ministeriële commissie op te tuigen die zich over de zaak gaat buigen. Intern salderen mag toch niet De hoogste bestuursrechter heeft bepaald dat het zogeheten ‘intern salderen’ toch vergunningplichtig is. Intern salderen houdt in dat een bedrijf aanpassingen doet of uitbreidt binnen de bestaande vergunde stikstofruimte. Een voorbeeld: een boer heeft een vergunning voor een stal die 13 kilo ammoniak uitstoot. Door gebruik te maken van een emissiearm systeem, kan de boer een nieuwe stal bouwen die twee keer zoveel dieren kan huisvesten, maar slechts 6 kilo ammoniak uitstoot. Hierdoor blijft de totale stikstofuitstoot binnen de vergunde ruimte, ondanks de uitbreiding. Sinds 2020 kon een uitbreiding als deze zonder nieuwe vergunning, maar door de recente uitspraak moet nu wel een vergunning voor worden aangevraagd. De uitspraak geldt met terugwerkende kracht, wat betekent dat ondernemers die sinds 2020 zulke aanpassingen hebben gedaan, nu alsnog een vergunning moeten aanvragen. Ze krijgen hier vijf jaar de tijd voor, tot 2030. Maar inmiddels zijn de eisen voor nieuwe vergunningen aangescherpt. Bedrijven mogen alleen intern salderen als ze kunnen aantonen dat die stikstofruimte niet nodig is voor natuurherstel. Aangezien de natuur er slecht aan toe is, wordt dat lastig om aan te tonen. De vrees is een volledige vergunningsstop. ‘Volgende lading onzekerheid’ Hans Haarsma, adviseur Natuur en Stikstof bij de boerenondernemersorganisatie LTO, ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. “Die uitspraak gaat ook voor onze leden grote gevolgen hebben. Paniek is niet het goede woord, maar het idee dat er een volgende lading onzekerheid aankomt, heerst. Veel ondernemers zitten al in onzekerheid en de vergunningverlening zat al aardig op slot. In de toekomst zal het nog uitdagender worden om een vergunning te krijgen.” De zaak Greenpeace Dan is er nog de zaak die Greenpeace heeft aangespannen tegen de Nederlandse staat. Gisteren stelde de rechter de milieuorganisatie in het gelijk: de overheid moet véél meer doen om stikstofuitstoot te beperken. In 2030 mag 50 procent van de kwetsbare Natura 2000-gebieden niet meer overbelast zijn door stikstof. Het percentage blijft vooralsnog steken op 28 procent. Lukt het de overheid niet om dat percentage op te krikken, dan moet zij een dwangsom van 10 miljoen euro betalen aan Greenpeace. Zoveelste stikstofuitspraak Arno Visser, voorzitter Bouwend Nederland, hoopt dat iedereen nu eindelijk wakker is geschud. “Dit is de zoveelste stikstofuitspraak, het zoveelste bewijs van onvermogen het stikstofprobleem aan te pakken. Vertragen, afwachten, uitstellen: het probleem wordt alleen maar verergerd. Terwijl Nederland al jaren op een stikstofslot zit, gooide dit kabinet plannen in de prullenbak zonder alternatief. De politiek moet doen waarvoor de politiek is bedoeld: plannen maken en uitvoeren. Samen met natuurorganisaties en VNO-NCW bieden we al jaren alternatieve maatregelen om stikstofvermindering te versnellen. Zonder stikstofvermindering lossen we het woningtekort niet op, leggen we geen nieuwe weg aan en kunnen we de energietransitie op onze buik schrijven.” Grote plaatje Er moet een bladzijde om, stelt Haarsma van LTO. “De afgelopen jaren is het stikstofprobleem verre van opgelost. Destijds is de Europese richtlijn om de natuur te beschermen, vertaald naar Nederlandse wetgeving, met onder meer doelen voor stikstof. Dit heeft van begin af aan tot problemen gezorgd, vooral toen de natuur tot een getal werd teruggebracht in de kritische depositiewaarde", zegt hij."Door de jaren heen is vooral ruimte gezocht tussen de bestaande regels. Daardoor zijn we in een juridisch moeras terechtgekomen. De vraag is telkens: zijn er nog geitenpaadjes? De vraag had moeten zijn: hoe gaan we de Nederlandse doelen voor natuur invullen?” Volgens Haarsma is het tijd om het grote plaatje te bekijken. “Wat is de natuur precies en waarom is het zo belangrijk? Maar ook: wat moet ervoor wijken? Ik denk dat we een goede discussie moeten voeren over het gebruik van de ruimte. De schaarse ruimte die Nederland biedt, wordt gebruikt voor voedselproductie, wonen, infrastructuur, energieprojecten en natuur. Dat kan niet allemaal naast elkaar bestaan, zo blijkt. Dit is niet alleen een probleem van de landbouw, maar een vraagstuk voor de hele samenleving. Het uitgangspunt is dat je op zoek gaat naar een gedragen probleemstelling en dat ieder vanuit daar zijn of haar aandeel pakt.” Goed nieuws? Is er dan ook nog voorzichtig goed nieuws over stikstof te melden? Het Centraal Bureau voor de Statistiek becijfert dat het stikstofoverschot in de landbouw in 2023 met 14 procent is afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. Het is stikstofoverschot is sinds het begin van de statistiek in 1990 niet zo laag geweest. Het stikstofoverschot in de landbouw is het deel van de aangevoerde stikstof dat niet wordt omgezet in landbouwproducten, maar in de bodem achterblijft of verdwijnt naar de lucht. In 2023 verdween er vergeleken met een jaar eerder ongeveer evenveel stikstof naar de lucht, 83 miljoen kilogram. De hoeveelheid stikstof die in de bodem terechtkwam, daalde met 18 procent naar 182 miljoen kilogram. Die daling is vooral te danken aan de natte zomer van 2023. Daardoor groeide het gras hard en bevatte het meer stikstof dan een jaar eerder. Er kon 23 procent meer stikstof van het land worden afgevoerd in de vorm van ruwvoer voor vee zoals gras, hooi en maïs. Vergeleken met 1990 is het totale stikstofoverschot met 57 procent gedaald in 2023, meldt het CBS. De geleidelijke afname van het stikstofoverschot over de jaren komt onder andere door de veestapel, stikstofgehaltes in voer en innovaties in de landbouw zoals nieuwe stalsystemen en emissiearme bemesting. De dalende cijfers zijn een kleine opsteker, maar daarmee is het stikstofprobleem niet opgelost. Er valt nog altijd te veel stikstof neer in (kwetsbare) natuurgebieden. Dat heeft nadelige gevolgen voor de bodem, de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Lees ook: Gekweekt rundvleesvet wacht op goedkeuring voor de Europese markt Kan de bouwsector zonder cement? ‘Als we willen, kunnen we er écht vanaf’Changemaker Niels van Stralen (ChainCraft): ‘Ik wil graag met iets goeds bezig zijn’