Menno de Boer 15 oktober 2025, 15:00

Zwerfaval opruimen is ‘dweilen met de kraan open’, maar AI biedt kansen

Natuurlijk: mensen moeten afval netjes in een vuilnisbak gooien. Maar inmiddels is duidelijk dat er meer nodig is dan zo’n moreel appèl. ‘Zwerfinator’ Dirk Groot pakt het anders aan. Hij zet data-analyse in van verzameld zwerfafval, met een app die hij samen met Capgemini en Utrechtse studenten ontwikkelde.

zwerfafval verzamelen met AI Vlak voor de start van SAIL Amsterdam vond aan het Noordhollandsch Kanaal met de Litterlens de eerste opruimactie plaats. | Credits: Sil Moison

Een terminator zijn voor zwerfafval. En het liefst zo effectief dat die rol straks overbodig wordt. Dat is de missie van Dirk ‘zwerfinator’ Groot. Naast de grijpstok zitten er nog twee andere ‘wapens’ in zijn arsenaal: de mobiele telefoon en data-analyse.

Tijdens opruimacties maakt hij een foto van elk stuk afval dat hij verzamelt. Op die manier heeft Groot al een databank van meer dan een miljoen zwerfafvalfoto’s gecreëerd. Genoeg data om AI mee te trainen. Dat is dan ook precies wat hij en Capgemini samen met studenten van Hogeschool Utrecht heeft gedaan. Ze ontwikkelden de app Litterlens, om het tijdrovende proces van zwerfafval classificeren – met behulp van AI – te versnellen.

Van elk stuk opgeruimd afval wordt genoteerd om wat voor soort afval het gaat, op welke dag en welk tijdstip het is gevonden en op welke locatie het zich bevond. Dat is niet nieuw. Groot had er al een AI-model op getraind, en het was aan Capgemini en de studenten om dit model te verbeteren. Het model dat nu achter de ontwikkelde app draait is nog niet beter dan het zelfgetrainde van Dirk, maar geeft wel snel een eerste indruk van het soort afval dat Dirk tijdens een opruimactie ophaalt.

Bottleneck

Hoe meer opruimacties en heatmaps, hoe beter we in Nederland het zwerfafvalprobleem in beeld krijgen. En dat helpt weer om nationale en lokale maatregelen te nemen die écht effect hebben. Maar het handmatig invoeren van gegevens was daarbij heel duidelijk een bottleneck. Dat gaf Groot vorig jaar ook aan tijdens de Innovation Day van Capgemini. Daarbij had hij een concrete vraag: is het mogelijk om op basis van digitale technologie data sneller in te winnen en te classificeren?

Ja, dat kan zeker! Dat was de spontane reactie van Luc Baardman, managing consultant strategy & transformation bij Capgemini. Het toeval wilde dat hij net op zoek was naar een geschikt project voor Hogeschool Utrecht, waar Capgemini elk jaar een aantal studenten begeleidt bij het bouwen van een proof of concept op basis van AI.

Samen met Groot en de studenten gingen experts van Capgemini aan de slag met een app die ze heel toepasselijk Litterlens noemden. Baardman: ‘De grootste uitdaging was het vinden van een geschikt AI-model. We hebben er wel een stuk of tien getest voordat we een model vonden dat over de parameters beschikte die we voor onze app nodig hadden. Daarbij hebben we er bewust voor gekozen om een applicatie te bouwen die de gebruiker de mogelijkheid geeft om de resultaten te verifiëren en – indien nodig – te corrigeren. We zijn er nog niet, bij het inwinnen van de data moeten we de nodige kinderziektes nog uit de app halen om ook dat stuk te optimaliseren.’

Vuurdoop tijdens SAIL Amsterdam

De vuurdoop vond eind augustus plaats in Amsterdam-Noord, langs een drukke fietsroute naast het Noordhollandsch Kanaal. Vlak voor de start van SAIL Amsterdam vond daar de eerste opruimactie plaats, en de tweede nadat dat evenement was afgelopen. Groot: ‘We vonden die tweede keer net zoveel afval als de eerste keer. Ook het soort afval was vergelijkbaar. We konden dus geen link leggen met SAIL en het afval dat daar langs dat fietspad in Amsterdam-Noord lag. Op zich is dat een positieve constatering. Tegelijkertijd bevestigen de resultaten maar weer dat het opruimen van zwerfafval dweilen met de kraan open is.’

‘Dat was wel ontmoedigend’, beaamt Baardman, die tijdens beide opruimacties van de partij was. ‘Maar het belangrijkste was toch wel dat we de Litterlens-app voor het eerst in de praktijk konden testen. Bovendien moesten we constateren dat we nog een hoop werk hebben aan de app zelf.’

Data om af te rekenen met zwerfafval

Het uploaden van de foto’s verliep soepel, maar niet perfect. En bij de AI-analyse bleek Litterlens in staat om het materiaal van zo’n 70 procent van het afval op de juiste manier te classificeren. Bij wat specifiekere classificatie – bijvoorbeeld de vermelding van een merk – heeft het model nog altijd meer moeite. Maar alles bij elkaar goed genoeg om een groep afvalrapers meteen een eerste indruk te geven van het resultaat.

‘Daarnaast is dankzij de Litterlens-app het uploaden van foto’s minder omslachtig. En oké, niet alles klopt, dus ik moet nog wel een check doen en wat dingen aanpassen. Maar mijn digitale replica geeft al een aardige eerste inschatting. Ik hoop dat dit steeds beter wordt’, aldus Groot. De eerste resultaten qua tijdbesparing zijn veelbelovend, volgens Baardman: ‘Ik zie een proces waar Dirk deze technologie gebruikt om sneller data in te winnen en te classificeren. Die kan uiteindelijk worden omgezet in kennis, voor het bedenken van beleid om af te rekenen met zwerfafval.’

Overdracht

‘We willen dat Dirk er écht iets aan heeft, dus richten ons nu op het stabiliseren van de app, het inwinnen van data en het kunnen bewerken en downloaden van de data op de juiste manier. We zijn erachter gekomen dat Dirk vervangen nog niet aan de orde is: het blijft mensenwerk. Maar met AI is al wel een eerste indruk te geven, dat vind ik een mooi resultaat’, geeft Baardman aan.

Een bijkomend positief resultaat: de studenten van de Hogeschool Utrecht hebben een tien gekregen voor dit project.

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Capgemini. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Changemaker Jeroen van den Oetelaar (DAF) ziet glansrol voor elektrische trucks: 'Wie erin rijdt, ziet dat dit de toekomst is'

Je bent onder andere verantwoordelijk voor de innovatiestrategie van DAF. Wat zijn de grote lijnen van deze strategie?‘De volledige transportsector is verantwoordelijk voor ongeveer 7 procent van de totale CO2-uitstoot van Europa. Wij voelen een duidelijke verantwoordelijkheid om daar iets aan te doen. Het hoofdbestanddeel van onze bijdrage is de truck zelf. Onze filosofie is transport aanbieden tegen zo laag mogelijke kosten, met maximale brandstofefficiëntie – en daarmee met de laagste CO2-uitstoot. We verbeteren voortdurend de dieselmotoren en ontwikkelen steeds zuinigere aandrijflijnen.Tegelijkertijd werken we aan elektrificatie. Wij waren in 2018 de eerste Europese fabrikant die batterij-elektrische trucks op de markt bracht. Met de nieuwste generatie kunnen onze klanten meer dan 500 kilometer rijden. Daarnaast investeren we in waterstof en hybride aandrijflijnen en zijn onze voertuigen geschikt voor alternatieve brandstoffen zoals HVO (Hydrotreated Vegetable Oil, red.) en biobrandstoffen. Daarbij is financiering van de innovatie voortdurend een uitdaging. We moeten binnen hetzelfde omzetniveau ruimte creëren om al deze vernieuwingen te bekostigen.’Waarom kiezen jullie ervoor om te wedden op meerdere paarden?‘Ten eerste omdat er vooralsnog geen ‘one size fits all’-oplossing is. Distributie in stedelijke gebieden kan met de huidige generatie batterijen prima volledig elektrisch, maar voor écht zwaar en internationaal transport moeten we ook kijken naar alternatieven. Ten tweede omdat er bij de verduurzaming van het transport veel externe factoren komen kijken. De EU heeft ambitieuze CO2-reductiedoelstellingen, maar de sector is afhankelijk van technische ontwikkelingen en de serieus achterblijvende uitrol van de laad- en tankinfrastructuur voor elektrische voertuigen en trucks op waterstof.’Hoe reageren klanten op de verschillende innovatieve aandrijflijnen die jullie op de markt brengen?‘Dat verschilt sterk per markt. We hebben intensief contact met onze Europese dealers, ruim elfhonderd vestigingen, en spreken regelmatig over ontwikkelingen in verschillende transportsegmenten. In Nederland is het investeringsklimaat gunstig, maar in andere landen ontbreekt soms stimulering. Klanten die vooroplopen investeren in zaken als zonneparken en batterijopslag. Tegelijkertijd zijn er markten, bijvoorbeeld Polen, waar de infrastructuur nog niet toereikend is. Daarom praten we ook met beleidsmakers in Den Haag en Brussel over wat waar mogelijk is.’Hoe zorg je dat je met beleidsmakers in gesprek blijft en wat vraag je van ze?‘We vragen vooral om stabiliteit. DAF bestaat bijna honderd jaar en wil er over honderd jaar nog steeds zijn. Dat kan alleen als we langetermijninvesteringen kunnen doen. Beleidswisselingen maken dat lastig. Daarom blijven we actief in gesprek met overheden en nodigen we beleidsmakers uit om onze fabrieken en projecten te bezoeken. Ook trekken we gezamenlijk met andere bedrijven op, bijvoorbeeld over de vraag hoe we meer funding kunnen krijgen.’Welke beleidsmaatregel zou jullie helpen in jullie duurzame transitie?‘De schoen wringt op dit moment bij een Europees boetebeding voor ons als fabrikant. De voertuigen die in 2030 de fabriek verlaten, moet gemiddeld 45 procent minder CO2 uitstoten dan de voertuigen die we in 2019 leverden. Voor elke procentpunt CO2-reductie die we niét halen, riskeren fabrikanten een boete van 150 tot 200 miljoen euro. Elk jaar weer. Maar als de vraag naar schoner transport vanuit de markt ontbreekt – bijvoorbeeld omdat transporteurs hun elektrische voertuigen niet voldoende kunnen opladen – zijn die doelen voor ons niet realistisch.Transporteurs kopen op basis van rekensommen: een truck moet renderen. Precies daarom vragen we in Brussel om stabiel beleid en investeringen in het energienetwerk. Dat is cruciaal om de stap naar schoon transport te maken. Op dit moment is iets meer dan 2 procent van de nieuwe trucks zero emission. Om die 45 procent reductie te halen moeten we als industrie naar meer dan 30 procent in 2030. De voertuigen zijn er al, nu de businesscase nog.’Wie het nieuws rond de Europese auto-industrie volgt, weet dat de sector kampt met uitdagingen zoals de opkomst van Chinese merken en importheffingen van de VS. Wat merken jullie daarvan?‘Je ziet inderdaad steeds meer Chinese automerken op de Europese markt verschijnen. De vraag is hoe snel China ook actief wordt in de truckmarkt. Het is geen eenvoudig productsegment. Je hebt niet zomaar een Europees netwerk van dealers opgezet waar transporteurs op kunnen terugvallen.In de VS zie je dat CO2-regulering van tafel gaat, met als gevolg dat de duurzame transitie daar zomaar vier, vijf jaar vertraging oploopt. De huidige geopolitieke situatie heeft direct invloed op de stabiliteit van deze keten. Dat hebben corona en bijvoorbeeld de oorlog in Oekraïne afdoende bewezen.’Hoe ga je om met deze uitdagingen en blijf je koersvast?‘Door een sterk team om me heen te verzamelen. Ons werk gaat verder dan productontwikkeling alleen. We hebben kantoren in onder meer Washington en China en volgen ontwikkelingen nauwgezet. Daarbij is het belangrijk af en toe de stoel even achterover te zetten, de gedachten te structuren en uit te zoomen. Leiderschap in een complexe wereld vraagt om meer dan richting geven. Het vereist wendbaarheid, moed en vertrouwen geven.’Hoe zorg je dat je alle DAF- werknemers ook meekrijgt in de jullie duurzaamheidsstrategie?‘Heel veel mensen lopen met ons mee, maar er zijn altijd werknemers die er minder in geloven. Uiteindelijk probeer ik duidelijk te communiceren waarom we een bepaalde kant op bewegen. Ik zie enthousiasmeren als één van mijn kerntaken. De komende vijf tot tien jaar staan in het teken van de grootste veranderingen die de truckindustrie ooit heeft gezien. Hoe mooi is het dan om daaraan mee te kunnen werken?Daarnaast trekt onze duurzaamheidstrategie ook jonge talenten aan. Het beeld van een vervuilende truck heerst allang niet meer. Elektrische rijden, digitale connectiviteit en andere nieuwe technologieën trekken weer een nieuwe generatie aan.’En hoe ga je om met de mensen die toch hun hakken in het zand blijven zetten?‘Ik probeer het gesprek aan te gaan. Ik lunch regelmatig met medewerkers van verschillende afdelingen om te horen wat er leeft. Er ontstaan dan mooie gesprekken, waardoor mensen inzicht krijgen in de keuzes die we maken. Dan neemt weerstand af. Ook organiseren we testritten met elektrische trucks voor onze medewerkers op ons eigen testterrein. Voor velen is dat indrukwekkend. Wie erin rijdt, ziet dat dit echt de toekomst is.’Tot slot: met wie zou je graag willen samenwerken?‘Wat mij aantrekt in het ontwikkelingsteam van het Red Bull Formula 1 is hun compromisloze focus op innovatie. Ze denken out of the box, dagen conventionele processen uit en weten met slimme samenwerking telkens het maximale uit een beperkt ontwikkelbudget te halen. Dat inspireert me enorm – het is precies die mentaliteit die leidt tot baanbrekende resultaten.’ Lees ook:Changemaker Steef Fleur (Billie Wonder): 'Hoop dat we wegwerpluiers over tien jaar net zo zien als sigaretten nu' Changemaker Jacob Nawijn (Fruitful Office):’Als we niet sociaal zijn, komen we onze verantwoordelijkheden niet na’ Changemaker Niels van Geenhuizen (CSU): ‘Circulaire handschoen bespaart evenveel CO2 als dertien kantoren samen’