Eva Segaar 16 mei 2021, 14:27

Hoe je, als tweede grootste fritesproducent ter wereld, grote duurzame impact maakt

Afgelopen maand presenteerde Lamb Weston / Meijer haar duurzaamheidsverslag over 2019 en 2020. Het verslag is een terugblik op wat ze de afgelopen jaren hebben bereikt en tegelijkertijd lanceert het de duurzaamheidsagenda voor 2030. Change Inc. spreekt over de plannen met Lisette Jacobs, directeur HR, Communicatie en Duurzaamheid. “Wij nemen onze verantwoordelijkheid.”

Lambwestonmeijer fabriek2 In de duurzaamheidsagenda voor 2030 richt het bedrijf zich op drie grote uitdagingen. Beeld: Lamb Weston / Meijer

Van de velden waar de aardappelen worden geteeld, tot samenwerkingsverbanden met klanten: Lamb Weston / Meijer (LWM) heeft een duidelijke duurzaamheidsambitie. En dat heeft een behoorlijke impact, want samen met het Amerikaanse Lamb Weston Holdings Inc. zijn zij de tweede grootste fritesproducent ter wereld, samen goed voor de productie van circa vier miljard kilo aardappelproducten per jaar. Sinds 2008 is het bedrijf actief bezig met het verduurzamen van de productie, en daarmee ook de gehele aardappelketen.

In de duurzaamheidsagenda voor 2030 richt het bedrijf zich op drie grote uitdagingen: een gebalanceerd dieet, geen verspilling en klimaatactie. Bij de definiëring is er gekeken naar wat de grootste externe uitdagingen wereldwijd zijn en hoe ze daar het beste aan bij kunnen dragen. De Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties waren daarbij het uitgangspunt. “Deze drie prioriteiten zitten het dichtst tegen onze bedrijfsvoering aan”, vertelt Jacobs.

Lees ook: Nederland verantwoordelijk voor ontbossing grote veesector

Ondervoeding in opkomende markten

Eén van de ambities van het bedrijf is om ondervoeding in opkomende markten aan te pakken. Een voorbeeld daarvan is het Poundo Potato-product van gedroogde aardappelvlokken dat in Afrika wordt verkocht. “In Nigeria is dit een alternatief voor het lokale product gemaakt van yam of cassave, waarvan ze een soort deegbal maken die ze eten met soep of saus. Eigenlijk zoals wij pasta eten. De gedroogde aardappel in ons product heeft een betere voedingswaarde, vooral op micronutriënten, vergeleken met yam en cassave. Daarnaast is het lichter verteerbaar en kan het makkelijk worden bereid met gekookt water. Door de yam en cassave te vervangen door ons product, krijgen ze iets meer goede voedingsstoffen binnen.”

Geen voedselverspilling

Zo min mogelijk voedselverspilling in de gehele keten van veld tot vork is een van de andere uitdagingen waar Lamb Weston / Meijer zich op richt. Daarom investeert het de komende jaren in apparatuur die de aardappel maximaal benut en zoveel mogelijk aardappelzetmeel terugwint uit het spoelwater na het snijden van de frites, wat daarna wordt gedroogd en gebruikt als circulair ingrediënt voor de eigen producten. “Minder afval is natuurlijk uiteindelijk ook minder kosten”, licht Jacobs toe. Ook brengt het bedrijf de CO2-voetafdruk van haar eindproducten in kaart en promoot het de soorten met schil vanwege de verlaagde milieu-impact. Er is immers geen extra energie nodig om de schil te verwijderen en je behoudt iets meer voedingsvezel en vitamines. Daarnaast zet het bedrijf in op duurzaam verpakken. Elk jaar wil het tenminste één nieuwe duurzamere verpakking introduceren.

Actie op klimaatverandering

In het kader van uitstootvermindering wil het bedrijf 25 procent minder CO2 uitstoten per ton eindproduct in 2030 vergeleken met 2020, nadat het de directe emissies sinds 2008 met 42 procent heeft verlaagd. Nu al wordt alle elektriciteit voor de zes Europese fabrieken duurzaam ingekocht. En in 2030 wil het 40 procent hernieuwbare energie gebruiken, dat is nu 23 procent. Waterverbruik moet worden gehalveerd voor nieuwe lijnen en hergebruik van gezuiverd afvalwater verdubbeld. Dat afvalwater kan worden gebruikt in het proces of bij het telen van lokale gewassen. Daarnaast moeten in 2030 alle telers actief meedoen aan het ‘Duurzame Teeltplan’, want 60 procent van de CO2-voetafdruk van het eindproduct komt immers van de grondstoffen: 50 procent van de aardappel en 10 procent van de zonnebloemolie. Telers helpen om te verduurzamen kan dus veel impact maken. Jacobs: “Daarom werken we samen met onze telers aan duurzame landbouw, waarbij de bodemgezondheid centraal staat.  Daarnaast worden vanaf nu ook de ‘key-impact suppliers’, zoals leveranciers van zonnebloemolie, kruidenmix en verpakkingen en onze logistieke partners, gestimuleerd door het Sustainable Supply chain-programma. Zo verkleinen we samen onze voetafdruk – van ‘veld tot vork’ – in onze totale waardeketen.” 

Lees ook: Kweekvlees groeit dankzij steigers gemaakt van spinazie

Intrinsieke motivatie van de medewerkers

De duurzaamheidsagenda moet natuurlijk ook door de medewerkers worden uitgedragen. “We willen dat duurzaam denken echt in hun DNA zit. We zijn in onze business ontzettend afhankelijk van moeder natuur voor de aardappelteelt, onze toekomst hangt er mee samen. Daarom is het belangrijk dat we zuinig omgaan met de aarde en deze goed achterlaten voor de volgende generaties, terwijl we gelijktijdig de groeiende wereldbevolking blijven voeden.”

Jacobs merkt al wel dat duurzaamheid bij veel medewerkers leeft. “We zijn dit jaar gestart met de ‘Changemakers’, waar werknemers zich voor kunnen aanmelden als ze actiever willen bijdragen aan onze duurzame bedrijfsvoering. Binnen elk team zit nu zo’n changemaker. Die ondersteunen bij het in kaart brengen van duurzame stappen en het intern uitdragen. Zo creëert de verkoopafdeling nieuwe kansen waarbij duurzaamheid ook kan helpen bij de verkoop van een product.”

Aan de andere kant wil Jacobs nog meer met partners in de keten samenwerken. “We waren al met de telers in gesprek, maar gaan dat nu ook meer doen met onze leveranciers en klanten. En zoeken de samenwerking in de keten met groothandels en (fastfood)restaurants. Dat past bij onze visie. Zo kijken we niet alleen naar Lamb Weston / Meijer, maar naar de impact in de gehele voedselketen.”

Het duurzaamheidsverslag van Lamb Weston / Meijer is hier te lezen met daarin meer over de duurzaamheidsagenda tot 2030, de resultaten van de afgelopen periode en doelstellingen voor de komende twee jaar.

Lees ook: Voedselverspilling terugdringen in de gehele keten? Zo doet Lamb Weston / Meijer het

HAK lost maatschappelijke problemen op met vernieuwende groenten

Volgens Hoogeboom willen mensen graag gezonder eten, maar vinden ze het lastig om vol te houden. Vaak weten ze ook niet goed hoe ze lekker kunnen koken met peulvruchten, die doorgaans meer eiwitten bevatten dan groenten. “Het is moeilijk om eetpatronen te doorbreken.” Groenten zijn gezond  “Experts laten zien dat voldoende groenten eten goed is voor je immuunsysteem. Je hebt minder kans op een chronische ziekte, hartziekte en beroerte. Ook hangt het eten van groenten samen met een lagere kans op darmkanker en een lager risico op diabetes type 2. Dat is allemaal wetenschappelijk aangetoond.” Wat HAK nastreeft is verduiveld lastig: eetpatronen doorbreken. “Maar we willen dat niet belerend doen. We proberen aan te sluiten bij de recepten die grote groepen Nederlanders graag gebruiken. Gedragsverandering door aan te haken bij routines. De rol van HAK is om op een positieve manier te helpen om iedereen, en ook de groeiende groep flexitariërs, gezonder te laten eten.”  Maaltijden zonder vlees populair  Dat betekent in de praktijk dat HAK meer is dan ‘groenten in een glazen pot’, wat een traditioneel onderdeel was van het befaamde Nederlandse menu van ‘aardappelen, groenten, vlees’. “Dat is nog steeds de maaltijd die het vaakst op het menu staat, maar wel minder dan vijf tot tien jaar geleden. Het menu is duidelijk aan het veranderen en wordt gevarieerder”, aldus Hoogeboom.  Vooral de jongere doelgroep in de grote steden zijn afgestapt van het traditionele eetpatroon. “Pasta, Mexicaans, soepen. Het is veel diverser geworden.” HAK sluit daarop aan door niet alleen een glazen pot met groenten voor chili con carne (letterlijk ‘bonen mét vlees’) in het supermarkt schap te zetten, maar ook een moderne stazak-verpakking met groenten voor de chili sin carne (‘bonen zónder vlees’). Want de vraag naar maaltijden zonder vlees is volgens Hoogeboom groeiende. Minder vaak vlees eten is om twee redenen belangrijk, zegt de HAK-directeur: “De missie van HAK hangt samen met gezondheid, maar ook met het klimaat. De transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten is goed voor de gezondheid van de mens, maar levert gezien de huidige grote impact van de intensieve veeteelt ook minder belasting op voor de planeet.” Biologische landbouw  HAK is gevestigd in de Noord-Brabantse gemeente Giessen en levert in de Benelux en Duitsland. “We streven ernaar om 85 procent van de groenten te betrekken van telers binnen een straal van 125 kilometer. En dat lukt ook. Alleen voor peulvruchten is het vaak lastiger. Bruine bonen is geen probleem, maar kidneybonen en kikkererwten gedijen niet zo goed in Nederland. Ik moet zeggen gedijden. Want inmiddels groeit na jaren van experimenteren 25 procent van onze kidneybonen op de volle grond in Nederland.”  Volgens de Green Deal, waarmee eurocommissaris Frans Timmermans Europa in 2050 klimaatneutraal beoogt te krijgen, moet 25 procent van de Europese landbouw biologisch worden. “Wij hebben samen met telers onderzocht of we niet in één keer volledig op biologisch landbouw zouden kunnen overgaan. Maar dat bleek niet realistisch. We stuitten op een aantal problemen op het gebied van beschikbaarheid en kwaliteit van de landbouwgrond. Zo staat tegenover de hogere prijzen, die biologische producten opleveren, een hogere oogstonzekerheid waardoor volledig overstappen te grote risico’s zou opleveren. Daarnaast zorgt klimaatverandering voor meer kans op schimmels en ziektes, die de uitdaging op korte termijn nog groter maken.” On the way to PlanetProof Maar als het niet in één keer lukt, dan kan het wel stapsgewijs, stelt Hoogeboom. Stichting Milieukeur heeft met steun van een aantal belangrijke partijen, waaronder Greenpeace, een onafhankelijke certificering op poten gezet: ‘On the way to PlanetProof’. Om bodemgesteldheid en biodiversiteit te bevorderen, volgen de boeren een bepaald teeltschema. “HAK heeft zich daarbij aangesloten. Sinds 2019 voldoet onze rode kool aan het ‘PlanetProof’-keurmerk. Vervolgens hebben we een streep in het zand gezet: de zomergroente van 2021 zou de laatste moeten zijn, die niet volgens het keurmerk wordt geteeld.” Inmiddels is 40 procent van het totale areaal aan landbouwgrond waar HAK gebruik van maakt gecertificeerd. Ook de PlanetProof-teelt is duurder dan de traditionele teelt. “Het is 10 procent duurder om op de nieuwe duurzame manier rode kool te verbouwen”, legt Hoogeboom uit. “De kosten zitten onder meer in de certificering en extra administratie, maar ook bijvoorbeeld in het gebruik van groene gewasbeschermingsmiddelen.” Die extra kosten betaalt HAK aan de telers. HAK rekent die meerkosten op zijn beurt weer door aan de supermarkten. “Het resulteert in de praktijk in een consumentenprijs die 5 tot 7 eurocent per pot hoger ligt. Al mogen wij als HAK geen invloed uitoefenen op de consumentenprijs. Daar beslissen de supermarkten zelf over. Voor die paar centen heb je een beter en duurzamer product met een enorme maatschappelijke meerwaarde.”  Hoogeboom wijst erop dat veel boeren door de grootschalige en intensieve teelt in een spel terecht zijn gekomen van hoge volumes en lage marges. Efficiency en gewasbescherming - middels pesticides - zijn dan het antwoord. “Desondanks draait de gemiddelde teler een heel laag rendement. Met een zeer nadelige milieu impact. Dit is dus niet vol te houden voor de teler én voor de planeet.” Hoogeboom vindt dat akkerbouwers een hogere vergoeding verdienen als ze het roer omgooien en duurzamer gaan werken. “Johan Remkes zei het mooi bij de presentatie van het stikstof-rapport: je kan een boer niet vragen groen te telen als hij rood staat.” True pricing  HAK wil daarom telers helpen naar hoogwaardigere gewassen. “We moeten veel meer naar ‘true pricing’. Een grote pot rode kool van 750 gram kost 59 eurocent. Dan weet je dat iemand tekort komt in de keten. De teler namelijk. En de planeet. En eigenlijk ook de consument, die naar mijn mening niet het beste en meest duurzaam geteelde product krijgt.” Hoogeboom komt dan bij de hamvraag: wie gaat duurzamere teelt uiteindelijk betalen? “Ik doe een oproep aan consumenten om vaker voor lokale biologische of ‘On the way to PlanetProof-producten te kiezen en iets meer te betalen. Want als we het akkoord van Parijs willen halen, dan zullen we toch iets moeten doen.”  De overheid moet de consument ook een handje helpen om de juiste keuzes te maken, vindt Hoogeboom. “Als gecertificeerde teelt in een lagere BTW-categorie zou vallen, dan hoeft de consument niet meer te betalen voor gezonde en klimaatvriendelijkere keuzes.” De iets lagere BTW-inkomsten voor de overheid zijn dan goed te verantwoorden. “Wat je er voor terugkrijgt is een gezondere bevolking en een lagere belasting van de planeet. Dat betaalt zich dubbel en dwars uit.” Dit artikel verscheen eerder in het Change Inc. magazine van december.