Sebastian Maks
14 maart 2024, 16:00

Hoe gaat het nu met: start-up die speeltuinen en geluidsschermen maakt van oude windmolens

In 2022 schreef Change Inc. over Blade-Made, een start-up die afgedankte windmolenwieken gebruikt als bouwstenen voor infrastructuur, speeltuinen en straatmeubilair. Omdat wieken lastig te recyclen zijn, probeert het Rotterdamse bedrijf een creatieve oplossing te bieden voor de groeiende berg windmolenafval. Inmiddels zijn we zo’n twee jaar verder. Hoe gaat het Blade-Made nu af?

Blade Made Team JWJ Jd K TWR Het team achter Blade-Made, met v.l.n.r.: Jan Willem de Laive, Jos de Krieger en Tonny Wormer. | Credits: Blade-Made

Het blijven markante verschijningen, de creaties van Blade-Made. Vanaf boven gezien lijkt het alsof er stukken windmolen uit de lucht zijn komen vallen, in werkelijkheid zijn het zorgvuldig ontworpen bankjes, glijbanen, geografische markeringen en klimmuren. Allemaal van windmolenwieken die anders op de schroothoop zouden zijn beland. Het is een nuttige toepassing voor een afvalstroom die alleen nog maar gaat toenemen, en bovendien een manier om de CO2-uitstoot van andere bouwprojecten te verkleinen.

Steward ownership

In 2022 was de start-up nog onderdeel van het Rotterdamse architectencollectief Superuse Studios. Inmiddels staat het bedrijf op eigen benen, waarbij de keuze is gevallen op de rechtsvorm steward ownership. Dat wil zeggen dat het bedrijf niet in handen is van aandeelhouders maar van een stichting, waardoor de focus komt te liggen op de morele ambitie van de onderneming. Het management stort zich volledig op die ambitie en is niet gedreven door financiële prikkels.

“De missie van Blade-Made is namelijk groter dan wij”, zo rechtvaardigt Jos de Krieger, tevens architect en partner bij Superuse Studios, zijn keuze. “We zijn gestart met het hergebruiken van windmolenwieken omdat we zagen dat die uitdaging niet vanzelf door de markt werd opgepakt. Maar het is niet mijn ambitie om over 25 jaar nog directeur van Blade-Made te zijn. We willen ervoor zorgen dat anderen het leiderschap over een tijdje gaan overnemen, zonder daarbij de missie te verloochenen. Misschien ben ik dan als steward in de stichting nog wel betrokken.”

Kleurrijk straatmeubilair van windmolenwieken in Rotterdam. | Credit: Blade-Made

Honderd procent

De missie waar De Krieger over spreekt, heeft hij glashelder voor ogen: honderd procent van de afgedankte windmolenwieken hergebruiken. Juist, állemaal. Een ambitieus, maar volgens hem erg nodig doel. “Op dit moment is de recyclingcapaciteit nog onvoldoende. Er worden stappen gezet, maar het proces is nog erg energie-intensief en levert een relatief laagwaardig product op. Daarnaast hebben we als samenleving ook een ruimte- en een materialenprobleem. Als wij hoogwaardige producten van windmolens kunnen maken, die we zoveel mogelijk in hun oorspronkelijk vorm proberen te behouden, kan de recyclingbranche verder innoveren. En we dragen met onze projecten op die andere vlakken ook iets bij.”

In 2022 hield Blade-Made zich nog hoofdzakelijk bezig met openbare speeltoestellen en zitgelegenheden. En zulk soort projecten is nog niet uit het portfolio van de start-up verdwenen. Zo werkt Blade-Made nu samen met constructiebedrijf Beens aan het Bleekerseiland voor de gemeente Meppel, waarbij twee tot vijf oude windmolenwieken worden opgewaardeerd tot zitplekken langs bloemperken. Maar Blade-Made heeft sindsdien ook zijn focus verruimd. Zo wil het zich gaan richten op grotere projecten, waaronder geluidsschermen langs snelwegen en bruggen. Zo’n brug komt er misschien al op het Bleekerseiland te staan.

“Voor geluidsschermen hadden we de concepten al liggen. We werken samen met Dura Vermeer Infra aan een proefopstelling, en hebben van Rijkswaterstaat een locatie toegewezen gekregen om dat te doen. Eigenlijk is een geluidsscherm bouwen niet zo spannend. Als het hoog genoeg is, houdt het geluid tegen. We kunnen een prototype in twee tot drie maanden bouwen. Dit is vooral bedoeld om aan te tonen dat een geluidsscherm schaal- en haalbaar is. Dan kunnen we bij de grotere projecten bewijzen dat het niet ineens twee keer zo duur wordt. Dat is namelijk het heikele punt in de bouw.”

Een geluidsscherm van oude windmolenwieken. | Credit: Blade-Made

Technisch haalbaar

“Voor het bouwen van bruggen in Nederland zitten we nog één stap eerder in het proces. In Denemarken hebben we al wel een volledige brug ontworpen en wachten we op goedkeuring vanuit de gemeente. Dus dat het technisch haalbaar is, daar twijfel ik niet aan. Of het financieel haalbaar is, dat hangt af wat mensen bereid zijn om te betalen voor een bijzondere brug die duurzaamheidswinsten kan opleveren.”

Momenteel is Blade-Made op zoek naar financiering. Niet alleen om de projecten zelf financieel aantrekkelijker te maken door meer standaardisatie door te voeren, maar ook om de aanzwellende toestroom van windmolenwieken beter te kunnen opvangen. “We hebben gesprekken gevoerd met investeerders, maar hebben nog niks officieel binnen kunnen halen. Daar zijn we nu dus mee bezig. Met het geld kunnen we bijvoorbeeld een werf opzetten om wieken op te slaan en te verwerken. Om op te schalen, is zoiets wel echt nodig. Maar we vinden die financiering nog wel lastig. Voor de ene investeerder komen we namelijk te vroeg, voor de andere vallen we net buiten de scope. Impactinvestering is voor ons een nieuwe wereld en we zijn bovendien nog geen household name. Potentiële klanten weten ons wel te vinden, wij hebben alleen de meest passende investeerder nog niet gevonden.”

Kennis en budget nodig

Daarbij komt dat de toestroom van windmolens uitdagende situaties kan opleveren. “We kunnen ons niet gedragen als een lineair bedrijf dat een constante en betrouwbare aanlevering van grondstoffen heeft die er allemaal hetzelfde uitzien. Bij ons kan het voorkomen dat we een ontwerp hebben gemaakt op basis van een wiek van 20 meter, maar dat we een wiek van 23 meter aangeleverd krijgen die door een andere fabrikant gemaakt is. Dan moet dat ontwerp opnieuw. Nu verwacht ik dat dat steeds minder zal hoeven gebeuren naarmate we meer projecten uitvoeren. Maar zolang we een project nog geen drie keer hebben kunnen doen, blijven we daar tegenaan lopen. We hebben gewoon kennis en budget nodig.”

Aan de vraagzijde ervaart De Krieger juist geen gebrek. Hoewel hij het aantal aanvragen in Nederland ‘nog enigszins bescheiden’ noemt, is dat in het buitenland een ander verhaal. “Een ontwikkelaar in Duitsland, een bedrijf in Oostenrijk, verschillende partijen in Frankrijk, we worden overal door benaderd. Het lastige is dat we in die landen nog de hele keten moeten opbouwen. We hebben namelijk niet de ambitie om in Nederland te gaan produceren voor bijvoorbeeld de Oostenrijkse markt. Dan schieten we ons doel voorbij. We moeten dan dus op zoek naar lokale partners. Dat zijn dus eigenlijk dezelfde stappen als die we de afgelopen twee jaar in Nederland hebben uitgevoerd.”

Maatwerk

Met een windmolenwiek als bouwsteen, kun je al snel je fantasie de vrije loop laten. Wat kun je er allemaal nog meer mee maken? Maar voor Blade-Made is het toch echt de missie – het hergebruiken van alle oude windmolenwieken – die de boventoon voert. “Uiteindelijk vind ik de afzetmarkt niet het belangrijkste”, vertelt De Krieger. “Als we alle afgedankte wieken kunnen inzetten voor geluidsschermen en speeltuinen, dan vind ik dat helemaal prima. Ik denk dat er altijd een gedeelte van de projecten maatwerk zal blijven. Dat is ook leuk, daar kunnen we als architectenbureau plezier uit halen. Maar de kracht zit toch wel echt in de herhaling.”

Lees ook:

Deze ondernemers maken keukens, kasten en hele gebouwen van landbouwafval

Massief houten meubelen gaan een leven lang mee, maar daar zit wel een aardig prijskaartje aan. Een goedkopere optie is plaatmateriaal. Dit zijn samengeperste houtvezels met daaromheen een laag fineer. Het ziet eruit als massief hout, maar dat is het niet. Veel meubelgiganten maken gretig gebruik van plaatmateriaal. Nachtkastjes, tafels en kasten hoeven op die manier geen vermogen te kosten. Landbouwafval Het hout dat in plaatmateriaal verdwijnt, is idealiter houtafval of onbruikbaar hout. Door het te versnipperen en te verwerken, krijgt het alsnog een bestemming. Maar in de praktijk zit het vaak anders. Plaatmateriaal bestaat voor 30 tot 50 procent uit gerecycled hout. De rest wordt aangevuld met nieuw hout afkomstig recent gekapte bomen. Zo kan het dat hoogwaardig hout in de shredder terechtkomt. Dat wil EcoBoard koste wat het kost voorkomen. Het plaatmateriaal dat het bedrijf produceert, bestaat maar voor een heel klein percentage uit hout. Veruit het merendeel is landbouwafval. “We gebruiken eigenlijk al het vezelmateriaal dat van het land afkomt”, verduidelijkt EcoBoard-oprichter Waldo Chotkoe. “We gebruiken de overblijfselen van rijst-, tarwe-, paprika-, en tomatenplanten. Denk aan de stam, de bladeren en de stengels. Het materiaal is allemaal afval. Soms doet het nog dienst als stro voor de dieren, maar vaak wordt het op het land verbrand. Wij kunnen het goed gebruiken, dus nemen het maar wat graag over. De boer is van het afval af en verdient er nog wat aan.” Binnen een half jaar beschikbaar De overblijfselen uit de landbouw zijn net zo bruikbaar, maar groeien veel sneller dan hout, zegt Joost Karsten. Hij werkt nauw samen met Ecoboard en maakt met zijn bedrijf Alohana meubels, vloeren, raamkozijnen en zelfs hele huizen van het alternatieve plaatmateriaal. “Een boom groeit twintig tot dertig jaar voordat deze wordt gekapt. Dan kun je er mooie, lange planken van maken. De landbouwvezels die wij gebruiken, hebben maar een half jaar, maximaal een jaar nodig om te groeien.” Om materiaal zit Chotkoe nooit verlegen. “We gebruiken afvalstromen van de voedselindustrie, en gewassen worden het hele jaar door geteeld. Dat houdt de prijs stabiel, waardoor we goed kunnen concurreren met bestaand plaatmateriaal. Bovendien wordt er wereldwijd voedsel verbouwd. Dat vergemakkelijkt de lokale productie. We kunnen het landbouwafval daar afnemen waar het nodig hebben. Zware boomstammen de halve wereld over slepen, daar doen we niet aan.”Het plaatmateriaal gemaakt van landbouwafval wordt verwerkt in meubels, vloeren, raamkozijnen en zelfs hele huizen.Transparante keten Bovendien is de keten van landbouwvezels redelijk overzichtelijk en transparant. EcoBoards werkt samen met een handvol partijen waarvan het de grondstoffen afneemt. De contracten zijn voor meerdere jaren vastgelegd. De houtketen is minder transparant, meent Karsten. “Met houtvezels weet je niet zeker of het écht gebruikt hout is dat is fijngemalen. Het kan ook nieuw hout zijn. Inmiddels wordt houtkap steeds beter gereguleerd. Dat is hartstikke mooi, maar het blijft toch een lastige wereld. Er wordt nog altijd illegaal hout gekapt. Los daarvan hebben we bossen gewoon nodig. Ze nemen CO2 op en houden hele ecosystemen in stand. De hamvraag is dus wat logischer is: platen maken van verhakseld hout, of van stro, rijst en tarwe. Ik weet wel waar ik voor kies.” Volgens Chotkoe is het eindresultaat bovendien vergelijkbaar. “Onze platen zijn kwalitatief zelfs beter. Ze zijn bijvoorbeeld watervast. Waar mdf een nat telefoonboek wordt en een spaanplaat uitzet wanneer het in contact komt met water, behoudt een ecoboard zijn natuurlijke eigenschappen. Een ecoboard gaat in vergelijking met ander plaatmateriaal veel langer mee. Bij de life cycle analysis is 75 jaar toegekend. Bij een spaanplaat is dat maar tien jaar.” Recyclen Aan regulier plaatmateriaal kleeft een nadeel: lijm. De houtvezels worden bij elkaar gehouden door een bindmiddel. Dat middel maakt het heel lastig om de houtvezels weer uit elkaar te trekken en opnieuw te gebruiken. De platen worden vaak niet gerecycled, maar eindigen in de verbrandingsoven. Ecoboards zijn wel te recyclen. “Voor de volle honderd 100 procent”, verduidelijkt Chotkoe. “Aan het einde van hun levensduur kunnen ze volledig worden hergebruikt. We gebruiken een MDI-hars om de vezels bij elkaar te houden. Omdat het materiaal in de platen ook natuurlijke binders zijn, is het aandeel lijm maar 3 procent. In de toekomst verwachten we dat dit zelfs naar nul kan.” Naar Europa De productie van de ecoboards vindt nu grotendeels plaats in China, waar zestien fabrieken staan. Die produceren jaarlijks zo’n 5 miljoen kubieke meter aan ecoboards. Ruim 95 procent daarvan is bestemd voor de lokale markt en verlaat Azië dus niet. EcoBoard wil zijn plaatmateriaal ook in Europa aanbieden. Daarom bouwt het in samenwerking met Alohana een productiefaciliteit in Portugal voor de Europese markt. Waarom komt de nieuwe fabriek niet in Nederland te staan? “Nederland is een klein land, dus we hebben hier geen overvloed aan ruimte. De problemen rondom netcongestie spelen ook een rol. Bovendien is het in Nederland lastig om arbeidskrachten te krijgen en die zijn ook nog eens relatief duur. Er spelen dus verschillende factoren mee”, aldus Karsten. Genoeg vraag Het succesverhaal in China zorgt ervoor dat Chotkoe optimistisch is over de aanstaande distributie in Europa. “De vraag naar bouwmaterialen met een lage voetafdruk neemt toe. Aannemers en architecten kloppen bij ons aan omdat opdrachtgevers willen bouwen, maar wel op een duurzame manier. Het bewustzijn van mensen is de afgelopen jaren echt veranderd. Ik ben ervan overtuigd dat dit geen trend is, maar zo blijft.” Lees ook: Nederlander bedenkt goedkope ‘klikwoning’ die je minstens 300 jaar kunt hergebruikenEuropese goedkeuring voor CO2-arm cementBiobased bouwmateriaal uit suikerriet duurzaam alternatief voor beton