Teun Schröder
18 december 2023, 13:59

Hoe gaat het nu met: Nederlandse batterijproducent en 'dirigent van energie' iwell

Drie jaar geleden sprak Change Inc. met iwell, het Nederlandse bedrijf dat grote batterijsystemen levert voor bedrijven en daarbij slimme software ontwikkelt die ervoor zorgt dat (groene) stroom geleverd wordt op momenten dat deze goedkoop en voorradig is. Hoe gaat het, na een reeks grote veranderingen op de energiemarkt, nu met iwell?

Iwell foto1 Jan Willem de Jong is een van de oprichters van iwell, een Nederlandse producent van batterijen en bijbehorende software. | Credits: iwell

Corona, een energiecrisis en steeds meer verstoppingen op het elektriciteitsnet. Er is veel gebeurd in de afgelopen jaren wat invloed heeft gehad op het bedrijf uit Utrecht. “Drie jaar geleden waren we nog met z’n vijftienen”, vertelt Jan Willem de Jong. “Inmiddels zijn we gegroeid naar zestig werknemers en is onze omzet met 1700 procent gestegen.”

Speelbal van de markt

Volgens De Jong hebben de uitdagingen van de afgelopen jaren blootgelegd waar de kwetsbaarheden van ons energiesysteem zitten. “Als je je daar niet tegen wapent, ben je een speelbal van de wereldenergiemarkt. Iedereen werd met de neus op de feiten gedrukt dat energielevering niet vanzelfsprekend is. Ondernemers dachten: ‘shit, we moeten het heft in eigen handen nemen’. Iedereen wilde ineens zonnepanelen. Maar ook een systeem dat momenten kan opvangen als de zon niet schijnt. Dat zagen we terug in een groeiende vraag naar onze systemen.”

Dirigent van energie

De Jong levert met iwell zowel de batterijsystemen als de software die nodig is om de vraag naar stroom goed te laten aansluiten op het aanbod. De Jong noemt het slimme stuurprogramma ‘de dirigent van energie’. Zo neem je stroom af als het aanbod hoog is, bijvoorbeeld als het hard waait of de zon flink schijnt. Maar de software zorgt er ook voor dat je stroom krijgt wanneer je aangeeft het nodig te hebben. Bijvoorbeeld als je wilt dat je wagenpark van elektrische vrachtwagens volgeladen is op het moment dat ze moeten gaan rijden.

Een modulair batterijsysteem geplaatst bij een zonnepark. | Credit: iwell

Elektrische bussen

“We richten ons met name op klanten die gebruik maken van een elektrisch wagenpark, productiebedrijven en distributiecentra”, zegt De Jong. “Daar waar stroomverbruik hoog is, valt de meeste winst te behalen. Zo wordt binnenkort ons systeem geïnstalleerd in een congestiegebied waar tweehonderd elektrische bussen gaan rijden. En distributiecentra zijn met name interessant omdat ze vaak beschikken over grote daken waar zonnepanelen op kunnen. Die opwek kun je vervolgens weer afstemmen met je elektriciteitsvraag.”

Kantoor in Duitsland

Recent heeft het bedrijf een kantoor geopend in Duitsland. “We willen daar echt de dominante speler worden”, zegt De Jong. “Duitsland kent een hoge mate van industrialisatie, veel energiegebruik en ambitieuze doelstellingen op energiegebied. Dat maakt het een interessante markt voor ons. Bovendien zie je daar langzaamaan dezelfde problemen met netcongestie opkomen als we nu ook in Nederland hebben. Over twee jaar is in Duitsland exact hetzelfde aan de hand als nu bij ons. Op dat vooruitzicht kunnen wij inspringen.”

Thuisbatterij

Naast bedrijven, tonen ook steeds meer particulieren interesse in thuisbatterijen. Zonneplan
constateerde dit jaar dat een op de vijf Nederlanders wel oren heeft naar eigen energieopslag. Toch denkt De Jong dat thuisbatterijen maar een beperkte rol zullen spelen in de energietransitie. “Persoonlijk vind ik thuisbatterijen ook gaaf, maar ik heb er niet een. Wel heb ik een elektrische auto, zonnepanelen en een warmtepomp. Wat ik dan eigenlijk nodig heb, is een systeem om al deze apparaten met elkaar te laten matchen, zodat op de juiste momenten stroom heen en weer gaat. Dan heb ik al 80 procent van de mismatch tussen vraag en aanbod opgelost. Ik zie liever dat de schaarse groep aan installateurs wordt gezet op grootschalige projecten. Dan gaat de energietransitie zoveel sneller.”

De Jong haalt het voorbeeld aan van bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht. “Door netcongestie kunnen bedrijven daar nu niet opschalen. Dat zijn de plekken waar de economie keihard wordt geraakt. Vraag en aanbod in dat soort gebieden aan elkaar knopen; daar willen we goed in zijn.”

Lees ook:

Europa stopt 50 miljoen in precisiefermentatie, maar of dat genoeg is...

Eerst was er fermentatie, nu is er precisiefermentatie. Fermentatie is een proces waarbij bacteriën, schimmels en gisten worden gebruikt om voedingsmiddelen te maken. Hierbij kan je denken aan yoghurt, bier en zuurkool. Met precisiefermentatie is het, zoals de naam al zegt, mogelijk om veel preciezer te werk te gaan. Door nieuwe technieken kunnen bacteriën en schimmels zo worden aangepast dat ze de gewenste ingrediënten produceren. Zo kunnen producten afkomstig van dieren zoals kaas, melk en vlees ook gemaakt worden door middel van precisiefermentatie. Milieu-impact Voedsel produceren in het lab in plaats van op het land verlaagt de milieu-impact aanzienlijk. Dankzij precisiefermentatie is veel minder land nodig om veevoer op te laten groeien of koeien te laten grazen. Ook het gebruik van water en antibiotica neemt hierdoor af. Interesse vanuit Europa Dat maakt precisiefermentatie interessant voor Europa. De Europese innovatieraad (EIC) ziet kansen om met dit proces het voedselsysteem te verduurzamen. De beschikbare 50 miljoen is bedoeld om bedrijven die bezig zijn met precisiefermentatie te ondersteunen. Het geld is vooral bedoeld voor start-ups. Europa stuurt aan op het zoveel mogelijk recyclen en upcyclen van agrarische reststromen. Veiligheid en regelgeving Hoewel precisiefermentatie al wordt ingezet om 99 procent van de insuline (het medicijn tegen suikerziekte) te produceren, zijn er zorgen over de veiligheid en regelgeving wanneer de techniek wordt toegepast op voeding. Recent werd een bijeenkomst georganiseerd door de landbouworganisatie van de Verenigde Naties over nieuwe voedselbronnen en productiesystemen. Hieruit bleek dat de gevaren voor de voedselveiligheid van deze nieuwe technieken over het algemeen vergelijkbaar zijn met die van conventionele voedingsmiddelen. Ondanks deze theorie is de praktijk weerbarstig. Nieuwe voedingsingrediënten vallen vaak onder het zogenaamde novel food-dossier. Voordat nieuw voedsel op de markt mag komen, moet het uitvoerig worden getest en gecontroleerd. De Europese regels zijn streng en uitgebreid, waardoor het proces jaren duurt. Wil precisiefermentatie echt een boost krijgen, moet Europa ook wat doen aan de langdradige wet- en regelgeving. Lees ook: In Leiden wordt hard gewerkt aan kweekvleesDeze Rotterdamse ondernemer kweekt straks eiwitrijke superalgen in GhanaVoedselproductie van land naar lab scheelt twee derde van de CO2-uitstoot