Hannah van der Korput
17 april 2024, 11:00

Hoe gaat het nu met: de voedselafvalmonitors van Orbisk

In 2022 schreef Change Inc. over Orbisk. Het bedrijf uit Utrecht gaat voedselverspilling in de horeca tegen met slimme camera’s en weegschalen. Hoe vergaat het de scale-up nu de voedselprijzen stijgen, AI zich in rap tempo ontwikkelt en verduurzaming meer en meer op de agenda staat?

Orbisk in use 2 Inmiddels staan de camera’s van Orbisk op 400 à 500 locaties over de hele wereld.

Voedselverspilling is nog altijd een groot probleem, maar pessimistisch is Orbisk-oprichter Olaf van der Veen allerminst. “Er is nu veel meer aandacht voor voedselafval dan tien jaar geleden. De manier waarop we naar eten en de duurzame component kijken, is veranderd. Er is een trend te zien die de goede kant op gaat. Maar we zijn er nog lang niet. De voedselverspilling waar wij ons mee bezig houden, zit aan het einde van de keten. Het is geboren vanuit een hospitality-hart, restaurants en hotels willen dat hun gasten niets tekort komen. Dat slaat alleen wat door. Met onze technologie kunnen bedrijven hun voedselafval verminderen zonder dat de gast daar last van heeft. Ik denk dat juist dát het sterke is van ons domein. Gaat het bijvoorbeeld om minder vlees eten en meer vegetarisch, dan zien gasten dat terug op het bord. Voor onze vinding geldt dat niet. We kunnen de afvalberg kleiner maken, terwijl gasten het niet doorhebben.”

Wat doet Orbisk precies?

Orbisk plaatst slimme camera’s boven afvalcontainers bij horecaorganisaties. Deze is gekoppeld aan een weegschaal en registreert automatisch al het voedsel dat wordt weggegooid tot op ingrediëntenniveau. Zo weten professionele keukens precies wat, hoeveel en hoe vaak voedsel wordt weggegooid. Met dit inzicht kunnen zij gericht actie ondernemen om voedselverspilling tegen te gaan.

Data

In wezen is het product van Orbisk de afgelopen jaren niet veranderd. “In principe werken de camera en weegschaal nog hetzelfde als toen we het op de markt brachten. Dat neemt niet weg dat er ontzettend veel technologische vooruitgang is geboekt. Daar profiteren we van. We hebben ook veel meer data tot onze beschikking. In 2022 hadden we pakweg zestig tot zeventig monitors staan in horecagelegenheden. Inmiddels zijn dat er zeshonderd. De database groeit snel en leert van alle data die het tot de beschikking heeft. Zo wordt ons product steeds slimmer. Ook in gebruikersgemak zetten we stappen. Ik geloof heilig in de luiheid van de mens. Dat betekent dat we ons product steeds weer sneller en gebruiksvriendelijker maken.”

Wereldwijd

Inmiddels staan de camera’s van Orbisk op vierhonderd à vijfhonderd locaties over de hele wereld. “Inmiddels zitten we in 32 landen”, verduidelijkt Van der Veen. “Kazachstan, Congo, Hawaii, Dubai, we gaan de hele wereldkaart rond. Al is het niet zo dat we ook in ieder land een team hebben. Inmiddels is dat het geval in Spanje, Frankrijk en het de Verenigde Emiraten. Maar lang niet overal.”

Hotelketens en cruiseschepen

Klanten zijn onder andere internationale hotelketens. “Op die plekken wordt ontzettend veel eten bereid en helaas ook weggegooid. Daar kunnen we een enorm verschil maken. Onlangs zijn we een samenwerking gestart met alle hotels die onder de Accor Group vallen. Dat is de vierde grootste hotelketen en goed voor meer dan vijfduizend hotels wereldwijd. Tijdens een pilot bij tien Europese hotels is de voedselverspilling na zes maanden met 22 procent verminderd. De impact is dus groot. Al is mijn droom om op termijn niet alleen grote namen, maar ook individuele restaurants te helpen. Maar omdat er juist bij de ketens veel te winnen valt, ligt daar nu de focus op.”

De technologie van Orbisk is ook te vinden op cruiseschepen. “Alleen de camera’s, want op zee werken de weegschalen niet. Daarom zijn we op zoek naar manieren om preciezer te meten met alleen een camera en klanten beter te helpen. Daar stoppen we veel tijd in. Cruiseschepen zijn misschien een niche, maar wel een grote niche. Op de enorme schepen zitten soms wel 25 restaurants. Het komt niet als een verrassing dat er dan al snel een hoop voedsel verloren gaat.”

Prijs, duurzame uitstraling en wetgeving

Zakelijk gezien gaat het Orbisk voor de wind. Volgens de oprichter zijn er drie drijfveren om met de Nederlandse scale-up in zee te gaan. “Allereerst de prijs. De inflatie heeft ook voedsel geraakt. De inkoopprijzen liggen hoger. Dat betekent dat er meer marge in de prullenbak verdwijnt wanneer voedsel wordt weggegooid. Horecabedrijven kunnen zich dat niet meer permitteren. Een andere reden is de duurzame uitstraling. Niet alleen gasten hechten daar steeds waarde aan, ook personeelsleden. Gen Z komt nu de arbeidsmarkt op. Zij hebben best hoge verwachtingen van hun werkgevers en werken liever niet voor een bedrijf dat niks doet aan het verminderen van CO2-uitstoot en voedselverspilling. Tot slot komt overal wetgeving op. Grote bedrijven worden ertoe gedwongen te vermelden wat zij uitstoten en welke acties zij daaropvolgend nemen. In Spanje is dit al verplicht. Daar moeten grote ketens al rapporteren, bijvoorbeeld op afvalniveau. Dit vloeit door naar andere landen. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat dit uiteindelijk op Europees niveau geregeld wordt en er uniforme regelgeving komt. Zo wordt ons product steeds relevanter.”

De horeca afvalvrij

Wat is voor Orbisk-oprichter Van der Veen de stip op de horizon? “Wij richten ons nu voornamelijk op de achterkant, het eten dat in de prullenbak verdwijnt. Onze systemen weten bijvoorbeeld dat in een restaurant de afgelopen weken op donderdagen een bepaald aantal tomaten zijn weggegooid. De keuken moet zelf nagaan hoe die de inkoop daarop aanpast. Dat is waar we nu staan. Waar ik naartoe wil, is dat met data van de inkoop, de verkoop, het menu, de gastenaantallen, de weersomstandigheden en de afvalstroom aan de voorkant wordt voorspeld hoe de voedselstroom loopt. Als je weet wat je morgen nodig gaat hebben, kan de horeca afvalvrij werken. Dat is de heilige graal.”

Om dat te bereiken is samenwerken essentieel, zegt hij. “Op dit moment is het probleem dat er aparte systemen zijn voor de inkoop, voor reserveringen, maar ook voor onze oplossing. Deze werken nog niet met elkaar samen. Ik ga zelf niet ook nog een heel kassasysteem bouwen, dus de oplossingen van diverse partijen moeten met elkaar gaan communiceren. Technisch is dat goed mogelijk. De lastigheid zit hem in de praktijk, maar het kan zeker. Als we met z’n allen die noot kraken, kunnen we echt stappen maken.”

Lees ook:

Voorlopig toch geen koolstofkredieten toegestaan om Science-Based Targets te halen

De Science-Based Targets zijn kaders waarmee bedrijven hun klimaatplannen in lijn kunnen brengen met het Parijsakkoord. Met die kaders kunnen bedrijven dus aantonen dat ze zich, onderschreven door de wetenschap, inzetten om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Vorige week deed het bestuur van het SBTi, de organisatie achter de targets, een voorstel dat niet in goede aarde viel bij zijn medewerkers. Het bestuur wilde koolstofkredieten toestaan als middel voor bedrijven om een deel van hun uitstoot te compenseren. Het gaat om de uitstoot die valt onder scope 3, ofwel de uitstoot die voortkomt uit het gedrag van leveranciers en klanten in de keten van bedrijven. Koolstofkredieten kunnen door bedrijven gekocht worden om een eenheid uitgestoten CO2 te compenseren, bijvoorbeeld door het planten van bomen. Ophef over koolstofkredieten Koolstofkredieten zijn niet onomstreden. In de praktijk blijken koolstofkredieten namelijk nogal eens waardeloos. Zo kwam naar voren dat de meeste compensatieprojecten veel minder uitstoot compenseren dan ze beloven. In sommige gevallen is deze compensatie zelfs nul. Uit onderzoek bleek dat 94 procent van de koolstofkredieten uitgegeven door Verra (marktleider op het gebied van koolstofkredieten) geen klimaatwinsten opleverde. Medewerkers van het SBTi waren daarom ontevreden met het besluit van hun bestuur. Ze gaven aan niet meegenomen te zijn in het beslissingsproces en benadrukken dat er aan koolstofkredieten geen wetenschappelijke onderbouwing ten grondslag ligt. De gemoederen liepen zo hoog op dat ze eisten dat hun CEO en iedereen die bij het besluit betrokken was, zou opstappen. Geen wijzigingen Volgens het SBTi is er voorlopig nog niets aan de hand en zijn koolstofkredieten geen middel voor bedrijven om hun scope-3-uitstoot te compenseren. De organisatie liet weten dat “er geen wijzigingen zijn aangebracht in de huidige standaarden van het SBTi.” Wanneer zulke wijzigingen wel aan de orde zijn, zullen deze pas gemaakt worden na een grondige procedure, waarbij er onderzoek wordt uitgevoerd en een publieke raadpleging wordt opgezet. Dat zou de medewerkers ervan moeten overtuigen dat het bestuur geen beslissingen maakt die niet weloverwogen zijn. Naar eigen zeggen komt het bestuur in juli met een publicatie waar de kwestie van koolstofkredieten toch nog eens wordt besproken. Daarmee laat het SBTi de deur wel degelijk op een kier. Lees ook: Nederlands klimaatdoel voor 2040 wordt 'balanceren tussen haalbaar en rechtvaardig'Klimaatdoelen op papier in zicht: 'het makkelijke gehad; nu belangrijke stappen zetten'PBL: Zo ziet Nederland eruit als de natuur veel meer ruimte krijgt