Hannah van der Korput
28 mei 2024, 13:09

Hoe gaat het nu met: de bitterballen en kroketten van Cas & Kas

In 2022 schreef Change Inc. over de bitterballen en kroketten van Cas & Kas. Die zijn volgens de Rotterdamse ondernemers net zo lekker als het origineel, maar dan helemaal vegan. Inmiddels worden de snacks warm onthaald door de horeca en het borrelende publiek.

CAS DE WEERD KASPER LUITEN CAS EN KAS 04 4 De snacks van Cas de Weerd (links) en Kasper Luiten (rechts) staan op de kaart bij pakweg 1.000 horecazaken. | Credits: Cas & Kas / Jasper Bosman

Cas de Weerd en Kasper Luiten ontwikkelden het recept voor de snacks in hun toenmalige studentenhuis. Wat begon met een pannetje ragout, leidde tot bitterballen en kroketten die smaken zoals de vleesvarianten. Het recept is nog altijd onaangetast, vertelt Luiten. “We hebben ontzettend veel getest en zijn hierop uitgekomen. Sindsdien werken we met dit recept. Dat valt zo goed in de smaak, dat we niks meer hebben veranderd.”

70 procent minder CO2-uitstoot

De bitterballen en kroketten van Cas & Kas hebben een lagere milieu-impact dan die met vlees. Na een eerdere schatting is er een uitgebreide lifecycle assessment gedaan, wat leidt tot een nauwkeurige meting. De ondernemers komen uit op zo’n 70 procent minder CO2-uitstoot dan een draadjesvlees-bitterbal. “Een gespecialiseerd bureau heeft ons geholpen met de berekening. Alle ingrediënten zijn meegenomen, maar ook dingen zoals het waterverbruik. Superfijn om een volledig beeld te hebben, want nu weten we op welke vlakken we nog kunnen verbeteren”, aldus De Weerd.

Verkrijgbaar bij 1.000 horecazaken

Die impact is aanzienlijk als je nagaat dat de vegan snacks inmiddels bij pakweg duizend Nederlandse horecazaken op de kaart staan. Luiten: “We zijn in Rotterdam begonnen. Nu worden onze producten in het hele land gegeten. Twee jaar geleden had ik niet verwacht dat we nu met zoveel horecagelegenheden zouden samenwerken. Dat maakt me wel trots.”

“De meeste horecazaken bestellen onze producten via groothandels als Sligro, Bidfood en Hanos”, vult De Weerd aan. “We weten het dus niet exact, maar al met al klopt de schatting van duizend horecazaken, denk ik, aardig.”

Niet alleen Randstedelijk

Waar de vegan borrelhap eerder vooral populair was bij de Randstedelijke horeca, begint dat langzaam maar zeker te veranderen. De snacks worden geserveerd in Brabant tot Groningen. Goed nieuws, vindt Luiten. “Steeds meer ondernemers willen in ieder geval iets op de borrelkaart hebben staan dat vegetarisch of veganistisch is. Dan zijn onze producten een goede optie.”

De Weerd: “Maar een ondernemer kan onze snacks willen aanbieden, het moet ook worden besteld door de gasten. En dan zie je dat in de Randstad de omloop van onze producten groter is. Daar wordt dus vaker vegan besteld.”

Bitterballen voor iedereen

Hij gelooft erin dat zijn snacks kunnen uitgroeien tot de standaard in plaats van het alternatief. “Dat zien we hier en daar al gebeuren. Sommige horecaondernemers maken de keuze om alleen Cas & Kas snacks te serveren. Dan worden we de standaard en kunnen we pas echt impact maken. Alle porties zijn dan zonder vlees.”

Luiten is het daarmee eens. “Met onze bitterballen zet je bitterballen op tafel voor iedereen. Ook vleeseters kunnen ervan genieten. Veel mensen vinden onze producten lekker, of ze nu vlees eten of niet. Daar zit onze kracht. Wat we ook steeds meer zien, is dat horecaondernemers ervoor kiezen om niet expliciet te benoemen dat onze snacks veganistisch zijn. Ik begrijp waarom. Iets vegetarisch of veganistisch noemen, kan ook tegenwerken.”

De snacks van Cas & Kas zijn ook verkrijgbaar bij foodtrucks op festivals. | Credit: Cas & Kas

Opschalen

De afgelopen jaren is Cas & Kas hard gegroeid. Dat brengt geen extra uitdagingen mee, zeggen de ondernemers. “Vanaf het begin hebben we wel goed over die schaalbaarheid nagedacht. Zo werken we samen met groothandels. Zij regelen de distributie, zodat wij logistiek niet in de knoei komen. Een partner doet de productie van onze snacks. We hebben het bedrijf zo ingericht dat we redelijk makkelijk kunnen opschalen. De volumegroei zorgt niet voor complexe uitdagingen”, aldus De Weerd.

Groeiende markt

“Wat binnen afzienbare tijd wel een uitdaging kan worden, is de groeiende markt. Mijn verwachting is dat steeds meer merken en huismerken zullen inspringen op de vegan trend. Dat betekent veel nieuwe toetreders op de markt. Dat is enerzijds positief: de markt groeit. Anderzijds zijn we Cas & Kas gestart vanuit een soort idealisme. We zijn ervan overtuigd dat er geen vlees in bitterballen en kroketten hoeft. Als een grote partij ook met een vegan assortiment op de proppen komt, voor erbij, en puur vanuit commercieel oogpunt, dan vind ik dat toch jammer.”

“We moeten uitgaan van onze eigen kracht”, vindt Luiten. “Onze snacks worden lekker gevonden en we hebben goed contact met onze partners. Bovendien is de horeca in zekere zin loyaal. Als ze blij zijn met een bepaald merk of product, dan willen ze er mee blijven werken. Ondertussen blijven we hard aan ons merk bouwen. Dit doen we door op veel plekken zichtbaar zijn, bijvoorbeeld met foodtrucks op festivals. Daarnaast zetten veel horecazaken onze naam op de menukaart. Zo gaan steeds meer mensen ons herkennen en dat draagt bij aan het merk.”

Niet de retail in

Ondanks dat het merk groeit, is er vooralsnog geen ambitie om de retail in te gaan. “We zijn nu echt een horecamerk. Retail is een totaal andere markt waar flinke budgetten nodig zijn. Het is belangrijk om deze stap goed te timen en we weten niet of we daar al klaar voor zijn.”

Luiten: “Daarbij zien we nog genoeg kansen in de foodservice. Het is ook gewoon tof om met kleinere, lokale ondernemers te werken. We hebben persoonlijk contact met ze en halen veel feedback op. Dat is heel anders dan een samenwerking op hoofdkantoorniveau en het hebben over rotatiecijfers. We houden graag onze focus en zien daarbinnen nog genoeg kansen om te groeien.”

Die kansen zitten onder andere in de uitbreiding van het assortiment. Zo bracht Cas & Kas onlangs truffel-minikroketten op de markt. Deze worden goed ontvangen, zegt Luiten. “We krijgen positieve reacties. Met dit product spreken we ook een nieuwe doelgroep aan, denk aan tapasbarren en hotels. Zij hebben minder met onze traditionele bitterballen, maar vinden dit product wel leuk.”

Ondertussen wordt er gewerkt aan meer nieuwe producten. Welke dat precies zijn, houden ze nog even voor zichzelf. “Maar er komt genoeg aan”, benadrukt De Weerd.

Meer duurzame snacks:

Grondstoffen efficiënter benutten? Geef elk gebouw zijn eigen paspoort

Van den Bosch belt voor het gesprek in vanuit Tokyo, Japan. Hij is er op bezoek omdat zijn bedrijf sinds kort zaken doet met een Japanse opdrachtgever. Omdat het warm is in Tokyo, zit hij in een T-shirt op een terras. “Tegenover het Harry Potter-museum”, vertelt hij met een lach. In 2017 startte Van den Bosch samen met architect Thomas Rau en zes andere initiatiefnemers Madaster. De naam van het bedrijf is een duidelijke knipoog naar Kadaster, een dataplatform dat eigendomsrechten in de vastgoedsector registreert. Madaster registreert ook informatie over vastgoedprojecten, maar dan op het gebied van milieu-impact en circulariteit. Per gebouw wordt vastgelegd welke materialen er gebruikt zijn, wat daarvan de ecologische voetafdruk is en wanneer de materialen vervangen moeten worden. Al die informatie wordt gebundeld in een materialenpaspoort dat eigendom blijft van de gebouweigenaar – ook als een pand van eigenaar wisselt. Zo’n paspoort zou het hergebruik van materialen makkelijker moeten maken wanneer een gebouw gesloopt wordt of aan renovatie toe is. Internationalisering Dat Van den Bosch vanuit het buitenland inbelt, staat onbedoeld symbool voor de recente ontwikkelingen van Madaster. Hij geeft aan dat er de afgelopen jaren flink is ingezet op internationalisering. Het bedrijf is inmiddels actief in zeven Europese landen, heeft klanten in Japan en Australië en onderzoekt mogelijkheden in de Verenigde Staten. “Niet omdat we zo nodig internationaal kantoortje willen spelen, maar omdat je internationale samenwerking nodig hebt om de circulaire economie te laten slagen. In Nederland hebben we bijvoorbeeld geen kopermijnen, daarvoor moet je naar het buitenland. Een fabrikant van constructiematerialen wil alleen maar samenwerken met een partij die internationaal bezig is.” ‘Refurbishen’ Het portfolio van Madaster is omvangrijk. Van den Bosch spreekt van ‘duizenden gebouwen’ waarvoor zijn bedrijf een materialenpaspoort heeft ontwikkeld. “Van in het oog springende gebouwen, zoals Valley in Amsterdam (een grootschalig woon- en werkproject op de Zuidas, red.), tot rijtjeshuizen van veertig jaar oud. We hebben bijvoorbeeld paspoorten gemaakt voor 450 woningen in Duitsland die tussen 1950 en 1970 zijn gebouwd door het Amerikaanse leger. Maar ook voor nieuwbouwwijken, kantoorgebouwen en ziekenhuizen.”Gebouw 'Valley' in Amsterdam.De grootste winst van een materialenpaspoort zit volgens Van den Bosch in het creëren van inzicht. Met dat inzicht kunnen er uiteindelijk duurzamere keuzes gemaakt worden. De gedachte luidt: als je weet welke grondstoffen er in een gebouw zitten, kun je die bij de uiteindelijke sloop van het pand makkelijker hergebruiken. Maar ook bij de renovatie van een gebouw biedt een materialenpaspoort kansen. “We zagen bijvoorbeeld kozijnleveranciers die bij de renovatie van een gebouw voorheen volledig nieuwe kozijnen leverden. Maar in hun kozijnen zit aluminium, wat een schaarse grondstof aan het worden is. Aan tweedehands aluminium is ook een tekort. De leveranciers zijn daarom gaan kijken naar bestaande kozijnen en zijn die gaan refurbishen. Ze vervangen alleen de rubberen glasafdichtingen en het dubbel glas. De rest blijft. Op dat gebied kan een materialenpaspoort dus echt winst opleveren.” Motivaties Waarom zouden gebouweigenaren eigenlijk geld betalen om vast te leggen welke grondstoffen er in hun gebouwen zitten? Van den Bosch legt uit dat ze daar meestal drie redenen voor hebben. Allereerst kan het strategisch zijn om in te zetten op duurzaamheid, en het gebruik van een materialenpaspoort is daartoe een stap in de goede richting. “Vastgoedbedrijven merken bijvoorbeeld dat er alleen mensen voor ze komen werken als ze iets doen op het gebied van duurzaamheid. Dus het aantrekken van talent in markten waar talent schaars is, dwingt eigenlijk om duurzaam te werken. Maar het kan ook strategisch zijn vanuit een standpunt dat duurzamer bouwen leidt tot betere prestaties en kwaliteit op de lange termijn.” Dat raakt aan de tweede reden die Van den Bosch signaleert, namelijk een financiële drijfveer. “Niet-circulair bouwen is op de korte termijn misschien nog voordeliger, maar duurzaam bouwen loont juist op de lange termijn. Dus als je een gebouw milieubewuster in elkaar zet, toekomstbestendiger, dan is het ook gelijk meer geld waard.” Tot slot zullen ontwikkelaars op termijn gebruik móeten maken van diensten als die van Madaster, meent hij. “Grote bedrijven zijn nu al door de CSRD verplicht om te rapporteren over hun impact. En die regels worden steeds strikter en gaan voor steeds meer bedrijven gelden. Op termijn zul je de informatie die Madaster verstrekt dus wel nodig hebben, anders ben je niet meer compliant.”Voorbeeld van een Madaster-materialenpaspoort.Het goede beeld? Met het oog op de klimaatdoelen van Parijs staat de gebouwde omgeving voor een enorme opgave. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 37 procent van het totale energieverbruik in Nederland. Nieuwbouw en renovatie zijn daarbij goed voor 6,4 procent van de totale nationale CO2-uitstoot. Er moet dus een flinke verduurzamingsslag plaatsvinden, en circulair bouwen is daar een belangrijk onderdeel van. Het beeld dat van circulariteit in de bouw heerst, is niet rooskleurig. Vincent Gruis, hoogleraar woningbeheer aan de TU Delft, vergeleek het met een peuter die “al een beetje kan lopen, maar nog kinderschoentjes aan heeft.” Circle Economy berekende in 2022 dat maar 8 procent van de gebruikte materialen in de bouwsector echt circulair is. Hoewel 88 procent van het bouw- en sloopafval wordt gerecycled, gaat dat hoofdzakelijk om betonpuin dat een tweede leven krijgt als fundering voor wegen. Omdat die toepassing laagwaardiger is dan waarvoor de grondstoffen initieel bedoeld waren, spreekt men van downcycling. Dat zit echte circulariteit in de weg. Van den Bosch erkent dit, maar vindt het geschetste (negatieve) beeld onvolledig. “Het is een beetje flauw om te zeggen, maar of het goed gaat met circulariteit in Nederland is sterk afhankelijk van de definitie die je hanteert. Je moet de hoeveelheid hergebruikte materialen eigenlijk niet als maatstaf nemen. We slopen in Nederland namelijk niet heel veel gebouwen, we bouwen er vooral veel bij. Dus de stroom aan materialen zal voorlopig niet groot worden. Bovendien is de sector nu nog niet genoeg ingericht op hergebruik. Maar als je als maatstaf neemt hoeveel gebouwen er worden gebouwd met het idee om hergebruik in de toekomst mogelijk te maken, dan zie je juist dat het heel goed gaat in Nederland. Ik zie daar echt een verbetering. Ook kun je bijvoorbeeld kijken naar de hoeveelheid kantoren die zijn omgebouwd naar woonappartementen in plaats van ze te slopen. Dat wordt niet herkend als circulariteit, maar is wel een positieve ontwikkeling die op grote schaal plaatsvindt.” Inzicht leidt tot handelen Uiteindelijk hoopt hij dat de materialenpaspoorten van Madaster ertoe leiden dat mensen die werkzaam zijn in de vastgoed- en infrastructuursector meer inzicht krijgen in de ecologische voetafdruk van hun gebouwen en de mogelijkheden van hergebruik. “Want met dat inzicht kun je namelijk gaan handelen. Dat kan het ontwerpen van nieuwe gebouwen zijn, of het beheren van een vastgoedportefeuille, dus welke gebouwen je moet kopen of juist moet afstoten. We zijn er sterk op gericht om met data zulke inzichten te kunnen verschaffen. Uiteindelijk willen we die data publiekelijk beschikbaar maken, zodat nog meer mensen er iets mee kunnen gaan doen. Dat zien we als onze toevoeging aan de maatschappij.” Lees ook: In de Betuwe wordt geëxperimenteerd met biobased oeverbeschermingWetenschappers bakken betere baksteen van as en glasrestenAls er dan toch een distributiecentrum komt, dan zo duurzaam mogelijk