Willemijn van Benthem 30 januari 2022, 08:00

Het duurzame geheim achter de reclameborden van JCDecaux

Abri’s bij bushokjes en treinstations zijn niet zomaar reclameborden. Ze leveren miljoenen op voor de steden waarin ze staan en dragen behalve aan de oorspronkelijke doelstelling, leefbaarheid van de stad, ook bij aan de verduurzaming van de publieke ruimte.

France paris bastille tissot “Om de reclames goed te kunnen bekijken, geldt natuurlijk: hoe langzamer hoe beter”. | Credits: JCDecaux

Eigenlijk is reclame zo oud als de weg naar Rome. In Pompeji werd onlangs nog een tweeduizend jaar oude uiting gevonden die heden ten dage door zou gaan voor reclame. Het beschilderde paneel informeert en kondigt namelijk iets aan. Voordat we zo bedreven waren met onze smartphones, was de rol van buitenreclame ook al informatief. Zo hingen in stedelijke abri’s ook stadsplattegronden.

Waar komt het woord abri vandaan?

Abri sous roche betekent letterlijk: schuilplaats onder een rots. Het komt van het werkwoord arbiter wat beschutten betekent. Een abri is een halfopen wachthuisje, meestal grotendeels van glas. Abri’s worden in het openbaar vervoer geplaatst bij haltes en op stations.

In 1964 was het doel van de Franse oprichter Jean Claude Decaux daarnaast om de steden mooier te maken met zijn gelijknamige bedrijf. En dankzij buitenreclame werd de stad niet alleen aangekleed, maar kon die ook communiceren met haar bewoners: kom eten, kom winkelen, kom naar het theater. JCDecaux is inmiddels een multinational en zet stappen om duurzaam door te pakken.

Buitenreclames voor stedelijk bereik

Kersvers commercieel directeur Walter Kraus van JCDecaux is van de nuance. Het gaat niet heel goed, maar ook niet heel slecht. De afgelopen twee coronajaren hebben de branche hard geraakt, maar het stopzetten van buitencampagnes was niet nodig. Zijn manier van werken: “In gesprek blijven met klanten.” Digitale borden werden zelfs meer dan ooit ingezet, bijvoorbeeld door gemeentes met mededelingen over het coronavirus.

Eigen data-onderzoek van JCDecaux wijst bovendien uit dat buitenreclames nog steeds door veel mensen worden gezien. Kraus: “Er zijn door de pandemie weliswaar veel minder toeristen, maar er zijn nog altijd mensen op straat. Soms zelfs meer dan voorheen.” Voor JCDecaux zijn logischerwijs vooral voetgangers van belang, daarna fietsers en daarna automobilisten. “Om de reclames goed te kunnen bekijken, geldt natuurlijk: hoe langzamer hoe beter”, glimlacht hij.

Stad van de toekomst

JCDecaux is een internationaal bedrijf dat in 82 landen actief is. In Nederland heeft het bedrijf een kleine 12.000 ‘vlakken’, zoals ze het zelf noemen, die ingevuld kunnen worden. De abri’s en vrijstaande reclamevitrines zijn langs OV-trajecten te vinden, maar ook in de grote binnensteden, zoals van Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Arnhem, Breda en later dit jaar in Eindhoven. Daarnaast heeft het bedrijf een netwerk van digitale borden, dat Kraus in de toekomst verder wil uitbouwen. Kraus: “Als je praat over de stad van de toekomst, gaat het in eerste plaats over bewoners. Hoe leven, wonen, werken en recreëren zij? Hoe gaat het OV lopen in de nabije toekomst, komen er meer autovrije zones? Maar ook: is dat dan een stad waar minder toeristen zijn? Of zijn – internationale – toeristen juist van belang om de stad te steunen en te stutten?” Het zijn allemaal vraagstukken waar JCDecaux mee aan de slag wil.

Groene daken op buitenreclame

JCDecaux heeft al veel langer duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Kraus: “Onze objecten worden bijvoorbeeld gereinigd met uitsluitend gedemineraliseerd water en zonder toegevoegde middelen.” En voor 2022 heeft Kraus nog meer duurzame stappen gepland. Het vervangen van de posters kan duurzamer, bijvoorbeeld door de medewerkers in elektrische bestelwagens of ander elektrisch vervoer langs de objecten te laten gaan. Ook komen er proeven met het elektrificeren van bussen en vrachtwagens.

Kraus: “En ongebruikte abri’s, worden elders hergebruikt omdat we ze heel makkelijk kunnen verplaatsen. En waar mogelijk – maar dat is afhankelijk per stad – helpen we de binnensteden vergroenen door de daken van bushokjes te bedekken met groen sedum. Dat helpt de stad verkoelen en draagt bij aan de luchtkwaliteit.” Ook denkt hij na over de verlichting. “Wereldwijd zal eind dit jaar ons energieverbruik uitsluitend uit duurzame opwekking komen, maar moet deze wel 24 uur per dag aan? En kan de verlichting branden op zonne-energie? We willen de energieconsumptie van die objecten optimaliseren en zo duurzaam mogelijk maken.”

Duurzaam personeelsbeleid

Duurzaamheid is een organisatiebreed thema, laat Kraus weten. Niet alleen met materialen, maar ook met medewerkers heeft JCDecaux daarvoor plannen. Duurzame inzetbaarheid van mensen is een van de speerpunten van 2022. Kraus: “Er is veel werk in onze sector dat een fysieke belasting kent. Repeterende bewegingen, onregelmatigheid en werken in de nacht. Wij kijken wat er nodig is om collega’s duurzaam inzetbaar te houden.” Ook heeft JCDecaux een collectieve verzekering, met extra voorwaarden zoals fysiotherapie voor de werknemers. Kraus vindt het een vanzelfsprekend onderdeel van het familiebedrijf dat het van oudsher is. “De menselijke maat is essentieel in ons werk.”

Investeren in de steden

Wat velen niet weten, is wat buitenreclame ook oplevert voor de stad. Op het moment dat JCDecaux zich inschrijft op een aanbesteding van een gemeente, worden verschillende elementen meegewogen bij het uitkiezen van een partij als JCDecaux. Kraus: “Een fors meetellend aspect waarop een inschrijving wordt beoordeeld, is wat een partij bereid is af te dragen aan de stad. Voor JCDecaux betekent dit, dat we van elke reclamecampagne meer dan de helft teruggeven aan de steden waar wij adverteren.”

Volgens Kraus worden afdrachten geïnvesteerd in de openbare ruimte, zoals het opknappen van een park of een plein. “Dat is dus een flinke maatschappelijke bijdrage die we leveren. Het nadeel is alleen dat die afdracht nog te vaak in een grote pot terechtkomt.” Liefst wil Kraus de maatschappelijke relevantie van de afdracht laten zien en dus benoemen welke bedragen voor welke projecten worden ingezet. “Op een begroting van Amsterdam van zes miljard lijkt tien miljoen niet veel, maar het is aanzienlijk. Zeker als je de besteding concreet kunt maken.”

De gedachte dat de steden profiteren van de reclames die ze huisvesten, stamt uit de begintijd toen gemeentes gratis konden adverteren in de abri’s. Kraus: “Inmiddels willen gemeentes liever geld om de stad te kunnen verduurzamen.” Jaarlijks draagt JCDecaux op deze manier miljoenen bij aan de verduurzaming van binnensteden. En dat mogen de bewoners best weten, vindt Kraus: “Als iemand een reclamebord ziet en weet dat het een onderdeel is van een groter, duurzaam plan, worden deze borden ook anders bekeken en ben je meer samen bezig met de toekomst van de stad.”

Zendtijd voor goede doelen

Behalve de gemeente ondersteunen, wil JCDecaux ook gratis zendtijd en reclameruimte bieden aan goede doelen in de omgeving. Daar wordt een campagne voor opgetuigd. Kraus: “We boden al ruimte aan als dat mogelijk was, maar gaan het nu gecoördineerd doen door een pitch uit te zetten: heb je een goed idee, schrijf je in en maak kans op een gratis advertentie.”

Dat Kraus zich inzet voor het grotere geheel van JCDecaux, is niet voor niets. “Ik ben net vader geworden en wil wat nalaten. De wereld houdt niet op na mijn pensioen. En daarbij, JCDecaux gaat over meer dan reclame alleen. Met ons medium bereik je de lokale inwoner en blijft de stad in leven. Het is oeroud, maar nog steeds een effectief en duurzaam communicatiemiddel. En het levert de stad nog duurzame investeringen op ook.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Zo verduurzaamt Coca-Cola haar verpakkingen

Het verduurzamen van verpakkingen is een van de ambities van frisdrankproducent Coca-Cola. Daarvoor kijkt het aan de ene kant hoe er minder verpakkingsmateriaal kan worden gebruikt door de flessen lichter te maken. Aan de andere kant kijkt het hoe de verpakkingen zelf duurzamer kunnen worden. Dus met een minder grote CO2-voetafdruk. Plastic wordt gemaakt van aardolie, geen duurzame grondstof. Daarom is het belangrijk dat áls je plastic gebruikt, het zoveel mogelijk gemaakt is van gerecycled plastic zodat je geen nieuwe grondstoffen nodig hebt. Dat kan tegenwoordig goed met plastic petflessen. Sinds 2006 gebruikt Coca-Cola in Nederland al flessen gemaakt van 25 procent gerecycled pet. In 2021 behaalde het een mijlpaal: alle flessen zijn nu gemaakt van 100 procent gerecycled plastic, beter bekend als rPET. Gerecycled plastic is één van de duurzamere verpakkingsmaterialen, vertelt Joris Hendriks, Director Commercial Development bij Coca-Cola Europacific Partners Nederland. “Dan hebben we het over bottle-to-bottle recycling - plastic in een gesloten kringloop. Daarom is onze doelstelling dat al het door ons gebruikte plastic in die gesloten kringloop blijft. Dus 100 procent recyclebaar, 100 procent ingezameld, en gemaakt van 100 procent gerecycled materiaal.” Lees ook: Zo maak je van 10 plastic flessen één t-shirt Frisdrank onderweg of in het café? De keuze voor het juiste verpakkingsmateriaal is volgens Hendriks sterk afhankelijk van het doel. Hoe en waar wordt de frisdrank gedronken, en wat is de meest veilige manier? Als je onderweg bent is een plastic flesje handiger en veiliger dan een glazen fles. Bovendien heeft glas bij eenmalig gebruik een grotere CO2-voetafdruk. “Via een Life Cycle Analysis (LCA) bepalen we wat de impact is op het milieu qua uitstoot en waterverbruik”, zegt Hendriks. “Als er grote hoeveelheden plastic flessen worden ingezameld en gerecycled, en die voor een groot deel uit gerecycled plastic bestaan, is de impact op het milieu kleiner dan van andere soorten eenmalige verpakkingen zoals glazen flessen.”Joris Hendriks (links) en Margreet van StaalduijnenInnovaties Ook maakt Coca-Cola gebruik van aluminium voor blikverpakkingen. Met diverse technieken worden die uit het restafval gehaald en zo weer gerecycled tot nieuwe aluminium producten. Aluminium kan oneindig gerecycled worden. Dat proces kost 95 procent minder energie dan de primaire productie. Bovendien wordt er eind dit jaar in Nederland ook statiegeld ingevoerd op blik, wat de inzameling en kwaliteit van het materiaal moet bevorderen. Ondertussen doet de frisdrankproducent ook onderzoek naar biobased verpakkingen. Denk aan biobased plastic, gemaakt van suiker of houtbewerkingsresten in plaats van aardolie. “Want in aardolie zit geen toekomst. Het is daarom belangrijk dat we doorontwikkelen”, zegt Hendriks. In Brussel doet het concern ook onderzoek naar het maken van flessen van papier. Maar dat staat nu nog in de kinderschoenen. “Het kost tijd bij innovaties van deze omvang. Maar het is een belangrijke stap op weg naar een klimaatneutrale toekomst.” Het had namelijk ook nogal wat voeten in de aarde om een fles te maken van 100 procent gerecycled plastic. Omdat het in contact staat met voedsel, moet het aan strenge eisen voldoen. Coca-Cola kijkt verder dan alleen de petfles, inmiddels is 90 procent van alle plastic verpakkingsmaterialen gemaakt van gerecycled plastic. Dan gaat het bijvoorbeeld ook over de plastic krimpfolie (LDPE) voor multipacks en transportverpakkingen. Die laatste 10 procent is technisch of wettelijk nog niet volledig om te zetten naar gerecycled plastic, zegt Hendriks. “Zo moeten de palletfolies (LDPE) een enorme rekbaarheid hebben om een pallet veilig te kunnen vervoeren en laat dit rekfolie zich daarom nog moeilijk maken van 100 procent gerecycled materiaal. De kleinste vervuiling in het gerecyclede materiaal kan voor scheuren en dus voor onveilige situaties zorgen tijdens transport. Daar willen we een eerste stap zetten naar 30% gerecycled plastic.” De doppen van de flessen, gemaakt van HDPE-plastic, kunnen nog niet van gerecycled plastic gemaakt worden. “We moedigen consumenten wel aan de doppen ook in te leveren, waardoor het plastic voor andere producten kan worden gebruikt.” Lees ook: De duurzaamste whiskey ter wereld wordt gemaakt in Nederland. Plastic moet niet in de natuur belanden Als plastic in de natuur belandt, zorgt het voor vervuiling. Volgens het Wereld Natuurfonds komt er alleen al in de zee meer dan 11 miljoen ton plastic afval per jaar terecht. En om het plastic te kunnen recyclen is het belangrijk dat de verpakking ook weer terugkomt bij de producent. Coca-Cola heeft daarom als doel om in Nederland in uiterlijk 2025 ervoor te zorgen dat álle verpakkingen die het op de markt brengt worden ingezameld, gerecycled of hergebruikt. Statiegeld is daar een goede stimulans voor, zegt Margreet van Staalduijnen, Marketing Director Nederland bij The Coca-Cola Company. “In Nederland komt circa 95 procent van de grote plastic petflessen weer terug via inzameling, onder andere bij de supermarkt. We hebben in Nederland een sterke infrastructuur als het gaat om inzameling en recycling.” En ook statiegeld op kleine flesjes, dat in juli 2021 werd ingevoerd, lijkt zijn vruchten af te werpen. Het aandeel kleine plastic flesjes op straat is snel afgenomen, becijferde Zwerfinator Dirk Groot. Er werden 70 procent minder plastic flesjes op straat gevonden sinds de invoering van het statiegeld. Lege blikjes worden nu bijna tien keer vaker op straat gevonden. Maar dat verandert waarschijnlijk als in december 2022 ook daar statiegeld op wordt ingevoerd.‘Leeg ook waardevol’ Coca-Cola deed de afgelopen jaren ook een oproep aan de consument, met de slogan ‘Don’t buy Coca-Cola if you don’t help us recycle’. En in 2020 met de campagne: ‘Leeg ook waardevol’. “Het doel van deze campagnes is om recycling en bewustwording te stimuleren”, zegt Van Staalduijnen. “Want we willen uiteindelijk 100 procent van onze flessen terug. Dat zijn in ieder geval jaarlijks zo'n 350 miljoen verpakkingen op de Nederlandse markt.” De oproep aan consumenten om ons te helpen recyclen komt daarom ieder jaar terug, zegt Van Staalduijnen. “Door marketing in te zetten creëren we steeds meer bewustwording en stimuleren we recycling. Dat doen we in reclames, maar ook op de winkelvloer en op festivals.” Uiteindelijk is geen verpakking de beste verpakking, zeggen ze bij Coca-Cola. “We blijven daarom innoveren in andere verpakkingsoplossingen die minder materiaal verbruiken”, zegt Van Staalduijnen. Daarbij moet je denken aan nieuwe technologieën voor tapsystemen en hervulbare verpakkingen. Zoals Lavit, waar CCEP Ventures, de innovatie- en investeringstak van Coca-Cola, twee jaar geleden in investeerde. Dat is een automaat in tafelformaat. De frisdrankproducent zet daarnaast ook oplossingen in als een Freestyle machine, waarbij je in je eigen fles je frisdrank kunt tappen. “Goed recyclen moet de norm zijn”, zegt Hendriks. “En waar het kan, kiezen we voor verpakkingsvrij.” Zo wil Coca-Cola uiteindelijk toe naar een wereld zonder afval. Door aan de ene kant elke verpakking die het op de markt brengt weer terug in te zamelen en er een nieuwe verpakking van te maken. En aan de andere kant door in te zetten op verpakkingsvrije oplossingen.