Wat hebben klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en (lucht)vervuiling met elkaar te maken? Alles, stelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in het eind november verschenen rapport Environmental Outlook on the Triple Planetary Crisis.
De OESO stelt dat deze drie fenomenen elkaar in grote mate beïnvloeden en versterken. Zo zorgt de opwarming van de aarde voor een verandering van leefgebied waar verschillende diersoorten onder lijden. Denk aan het uitsterven van koraalriffen met vissoorten die nergens anders voorkomen. De OESO stelt zelfs dat niet landgebruik, maar klimaatverandering in 2050 de grootste aanjager van biodiversiteitsverlies zal zijn. Ook luchtverontreinigende stoffen kunnen de groei van planten vertragen.

Klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en (lucht)vervuiling versterken elkaar. | Credits: OESO, Environmental Outlook on the Triple Planetary Crisis
Het wegvallen van ecosystemen betekent bovendien dat de natuur minder weerbaar wordt voor klimaatverandering, terwijl er minder mogelijkheden overblijven om CO2 op te nemen in water en bossen.
Hernieuwbare energie als groene oplossing
Volgens de OESO moeten wetenschappers en beleidsmakers veel meer aandacht besteden aan de drievoudige planetaire crisis, bijvoorbeeld als het om hernieuwbare energie gaat.
In theorie kan de energietransitie een (deel van de) oplossing voor de planetaire crisis bieden. De overgang van fossiele brandstoffen naar groene energie gaat immers gepaard met een enorme daling van de CO2-uitstoot en een verbetering van de luchtkwaliteit. En het vermindert het transport van fossiele brandstoffen, waarmee ook olielekkage wordt voorkomen.
Maar de analisten van de OESO zijn ook bezorgd over averechtse effecten. Zowel aan het begin als aan het einde van de levenscyclus van groene energie zijn er risico’s met betrekking tot luchtvervuiling en biodiversiteitsverlies. Het gaat dan bijvoorbeeld om de productie van zonnepanelen en windmolens en om het afval dat ontstaat als die niet worden gerecycled. Ook tijdens het gebruik zijn er risico’s.

Prognoses voor aspecten van milieuvervuiling in 2050 (% verandering ten opzichte van 2020). | Credits: OESO, Environmental Outlook on the Triple Planetary Crisis
Productietechnologie vergt zeldzame materialen
Zo wijst de OESO erop dat het landgebruik voor wind- en zonne-energie per geproduceerde energie-eenheid hoger kan zijn dan dat voor fossiele energie.
Verder zijn voor de productie van zonnepanelen en windturbines veel materialen nodig, waaronder zeldzame mineralen die water- en landintensieve mijnbouw vergen. Ook de productie van het staal voor turbines kost veel energie. En de coating van zonnepanelen bevat vaak PFAS, die vrij kan komen in de omgeving.

Risico’s voor onverwachte effecten in de levenscyclus van zon en wind. | Credits: OESO, Environmental Outlook on the Triple Planetary Crisis
Energietechnologie bedreiging voor biodiversiteit
Groene energie kan direct bijdragen aan biodiversiteitsverlies als windturbines op plekken worden geplaatst waar veel vogels en vleermuizen zijn. Ze kunnen ertegenaan botsen, maar krijgen ook te maken met een veranderende leefomgeving. Zeker als turbines in belangrijke broedgebieden staan, vermindert dat de overlevingskansen voor vogelsoorten. Ook zonnepanelen op de grond verstoren natuurlijke habitats.
Daarbij vraagt het plaatsen van zulke technologie ook om infrastructuur om elektriciteit te vervoeren en eventueel op te slaan. Elektriciteitskabels kunnen zowel boven als onder de grond veel impact hebben.
Het afval van hernieuwbare energie
Tot slot wijst de OESO op de enorme hoeveelheden afval afkomstig van hernieuwbare energietechnologie. Tot 2050 wordt er zo’n 43 miljoen ton afval van windturbines en 78 miljoen ton van zonnepanelen gegenereerd.
Dat komt onder meer doordat zonnepanelen voor een groot deel uit glas bestaan, een goedkoop materiaal in de productie, maar relatief duur om te recyclen. Bovendien zijn zonnepanelen doorgaans niet ontworpen om uit elkaar gehaald te worden. Als die materialen simpelweg worden gedumpt, schaadt dat zowel het milieu als de menselijke gezondheid.
Om de balans de goede kant op te laten slaan, benadrukt de OESO het belang van zogenoemde environmental impact assessments (EIAs’) voor groene-energieprojecten. Ook zou de traceerbaarheid van materialen verbeterd moeten worden om problemen in de toeleveringsketen beter in kaart te brengen en aan te pakken. Met de Critical Raw Materials Act werkt de EU daar al hard aan.
Lees ook:
- Zo groot is de investeringskloof bij 8 cruciale technologieën voor de energietransitie (en dat biedt ook kansen)
- China’s greep op kritieke grondstoffen bedreigt de wereldwijde energiezekerheid
- Hernieuwbare energie groeit keihard, maar de energietransitie moet nog sneller om riskante opwarming te voorkomen




