André Oerlemans
25 januari 2023, 11:00

Hergebruik oude tapijttegels levert bedrijven geld op

Gebruikte tapijttegels van kantoren hebben soms nog een heel leven voor zich. Bedrijven die zuinig zijn geweest op hun vloer kunnen daar zelfs geld mee verdienen. Specialist Sparo en CO2-neutrale vloerenfabrikant Interface hebben hiervoor het ReUse-programma. De tegels worden opgehaald, gesorteerd en schoongemaakt en weer verkocht voor hergebruik. Goed voor het milieu en goed voor de portemonnee.

1 aangepast Sparo haalt de gebruikte tegels op, sorteert ze, maakt ze schoon en verkoopt ze weer | Credits: Sparo

Te veel goed bruikbare tapijttegels verdwijnen nu in de afvalcontainer. Soms kan het materiaal gerecycled worden. Zo zit in de tapijttegels van Interface gemiddeld 88 procent aan gerecycled of biobased materiaal. Nog beter is om de tegels schoon te maken en opnieuw te gebruiken. Vaak halen bedrijven ze er namelijk al na zes of zeven jaar uit, bijvoorbeeld omdat ze een ander kleurtje willen of de nieuwe directie een facelift wil, terwijl de tapijttegels veel langer meekunnen. Zeker als bedrijven ze goed onderhouden. “Als een product nog goed is en behouden kan worden, is het meer dan logisch dat je dat ook doet en dat je een tegel een tweede leven geeft op een andere plek”, zegt Janneke Leenaars, duurzaamheidsmanager bij Interface. “Er liggen zoveel vierkante meters tapijttegel in Nederland. Het is van de gekke dat die nog in de container belanden.”

ReUse-programma

Om gebruikte tapijttegels een tweede leven te geven en bedrijven over te halen om die te kopen, startte Interface in de jaren 90 het terugname-programma. Sinds 2019 werkt het samen met Sparo als partner om hergebruik aan te jagen via het ReUse-programma. Directeur Bas Roelofsen van Sparo
is al sinds 2009 bezig met hergebruik. Toen startte hij een ander bedrijf dat zich bezighoudt met in- en verkoop van gebruikte magazijnstellingen en kantoormeubilair. Het handelsbedrijf dat hij in 2015 begon richtte zich ook op tapijttegels. “Daar zaten vaak slechte, onbruikbare tegels bij, maar als je die tegels sorteerde op kwaliteit, op kleur of mate van slijtage, dan kon je die heel goed hergebruiken”, vertelt hij.

In die tijd werkte Interface met andere partners samen, zoals een sociale werkplaats. In 2019 gingen beide bedrijven intensiever samenwerken om meer hergebruik te realiseren. Hierbij laat de vloerenfabrikant de gebruikte tegels ophalen bij zijn klanten en levert ze af bij Sparo. Die sorteert de tegels en zet ze weer in de markt.

60 procent tegels opnieuw verkocht

Dat project is nu uitgebreid. Onlangs is besloten dat Sparo voortaan voor Interface in de Benelux het hele proces oppakt: van inzamelen tot verkoop, dus ook de logistiek. Ook haalt het bedrijf nu tapijttegels van alle merken op, dus niet alleen meer van Interface. “Wij kunnen vanuit onze ervaring veel specifieker kijken welke tegels herbruikbaar zijn. Want elk kantoorgebouw en elke tapijttegel is anders”, zegt Roelofsen. “Vaak raken tegels ook beschadigd tijdens het verwijderen en het vervoer. Wij proberen tot op de werkvloer te communiceren hoe de tegels eruit gehaald moeten worden en hoe je ze op moet stapelen om zoveel mogelijk uitval te voorkomen. Ook weten we beter welke gebruikte tegel het beste naar welke klant kan gaan.” Dat alles heeft ertoe geleid dat inmiddels 60 procent van de ingezamelde tegels verkocht en hergebruikt wordt. Dat was vroeger 40 procent.

Geld verdienen met oude tegels

Normaliter betalen bedrijven geld om hun tegels in de afvalcontainer te dumpen en te laten afvoeren. Ook Sparo rekent in principe kosten om de tegels te verwijderen en op te halen. Als de tegels na sortering verkocht worden, krijgt de klant een deel van die kosten terug. “Als bedrijven zuinig zijn geweest op hun vloer kan het zelfs geld opleveren. In plaats van betalen voor de kosten krijgen ze dan geld terug voor hun oude vloer of ze houden de kosten op nul”, zegt Roelofsen. Dat levert een dubbel voordeel op: voor het bedrijf en voor het milieu.

Leenaars ziet dat als een cruciale stap in het hele proces. “Nu kan ReUse concurreren tegen die goedkopere container. Kosten spelen in de markt een rol en gelukkig is het nu gelukt om het programma financieel aantrekkelijker te maken. Je bent op deze manier op een hoger circulair niveau bezig. Kijk maar naar de R-ladder
van het Planbureau van de Leefomgeving. Daar staat hergebruik op een hogere trede van circulaire strategieën dan recycling”, zegt ze.

Sparo heeft al 40.000 vierkante meter aan gebruikte vloertegels op voorraad. | Credit: Janneke Leenaars

Meer tegels opnieuw gebruikt

Het aantal vierkante meters vloer dat jaarlijks wordt ingezameld en hergebruikt steeg de afgelopen jaren van 10.000 naar 60.000 vierkante meter. Ook het percentage tegels dat herbruikbaar is nam toe van 40 naar 60 procent. Sparo heeft nu 40.000 vierkante meter aan gebruikte vloertegels op voorraad. Een substantiële hoeveelheid, aldus Roelofsen. “Omdat onze voorraad groeit, krijgen klanten steeds meer keus, maar er maken nog niet genoeg bedrijven gebruik van. Het kost tijd om klanten ervan te overtuigen dat ook een gebruikte tegel een optie is voor hun kantoor. En om bedrijven met een goede tegelvloer te laten weten dat ze daar geld mee kunnen verdienen en tegelijkertijd kunnen bijdragen aan een betere wereld”, stelt hij.

Duurzaam hoofdkantoor

Wie is bereid zijn gebruikte tapijttegels weer in te leveren? Bijvoorbeeld het Nederlandse softwarebedrijf AFAS. Dat had in zijn contacten met Interface al eerder gehoord van het hergebruikprogramma. Het familiebedrijf heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Het nieuwe, innovatieve hoofdkantoor dat AFAS in 2020 in Leusden betrok – het bedrijf noemt het zijn clubhuis
– is op dat gebied dan ook state of the art. Het complex telt 1.100 zonnepanelen en een warmtekrachtinstallatie en heeft honderd laadpalen voor elektrische auto’s. De stroom die AFAS nog inkoopt is groen. “Overal waar zonnepanelen konden liggen hebben we ze gelegd en waar het niet kon, liggen groendaken. Via sensoren zijn we nog op zoek naar de laatste percentages om energie te besparen”, zegt facilitair beheerder Erik Koops van AFAS.

Het duurzame hoofdkantoor van AFAS in Leusden. | Credit: AFAS

5.500 vierkante meter tegels opgehaald

Het softwarebedrijf is zich bewust van de klimaatproblemen en de schaarste aan grondstoffen in de wereld. Dit jaar kocht het twee verouderde kantoren en een parkeergarage aan de overkant om verder uit te breiden. Die worden compleet gerenoveerd en verduurzaamd, al zitten in de ene nog tijdelijk Oekraïense vluchtelingen. Lopend door de gebouwen bleken de tapijttegels in redelijk goede staat te zijn. Via Interface en Sparo krijgen die een tweede leven. Afgelopen zomer haalde een team van AFAS ruim 5.500 vierkante meter tapijttegel uit het eerste kantoor, waarna Sparo die sorteerde en op kwaliteit beoordeelde. Op die basis kreeg AFAS betaald voor de tegels.

Gered van container en oven

Daarmee werden duizenden vierkante meters gered van de container en de verbrandingsoven. Koops: “Met zo’n duurzaam kantoor lig je natuurlijk onder een vergrootglas. Daarom willen we het beste jongetje van de klas zijn en de tapijttegels niet weggooien. We hebben in eerste instantie zelfs overwogen om ze te laten liggen, maar dat kon vanwege de renovatie niet. Nu worden ze zo duurzaam mogelijk hergebruikt.” Dat doet het bedrijf ook met andere materialen uit het kantoorpand. Zo gaat de sloper alle plafondplaten sorteren en eventueel herstellen om een-op-een te kunnen hergebruiken. “Alles wat we wegdoen willen we op een goede manier wegdoen”, aldus Koops.

Voorbeeld voor anderen

Sparo noemt de handelswijze van AFAS een voorbeeld voor andere bedrijven. “Die duizenden vierkante meters aan tapijttegel hadden ze ook in de container kunnen gooien, maar dat hebben ze dus niet gedaan. Op onze aanwijzingen hebben ze de tegelvloer eruit gehaald en netjes opgestapeld. Bijna alles wat ze daar hadden liggen is weer opnieuw in omloop gebracht”, zegt Roelofsen.

Meest circulaire kantoor van de Benelux

Zijn er wel klanten geïnteresseerd om die tweedehands tegels te kopen? Ja. Bijvoorbeeld het duurzame, Belgische bouwbedrijf Beneens. Dat werkt voor grote bedrijven als AB Inbev en Pfizer en won een paar jaar geleden samen met een consortium de aanbesteding voor de bouw van het meest circulaire kantoorgebouw van de Benelux: ’t Centrum, op de site Kamp C in Westerlo in de provincie Antwerpen. Die C staat voor circulair en het voormalige militaire terrein fungeert nu als provinciaal centrum voor duurzaam bouwen en wonen. ’t Centrum werd in april vorig jaar opgeleverd.

Bekijk hieronder de video over de bouw van ’t Centrum in het Belgische Westerlo, het meest circulaire kantoorgebouw van de Benelux.

Gebruikte tapijttegels

Het kantoor is een voorbeeld van hoe bedrijven in de bouwsector materialen kunnen hergebruiken. Het is een 100 procent demonteerbaar, cementvrij gebouw. 12 procent van alle bouwmaterialen die Beneens toepaste waren al eerder gebruikt in andere gebouwen. Zo komen de gevelbekleding, de toiletpotten, de ramen, de kabelgoten en de trap van andere gebouwen in Antwerpen. Bij zo’n gebouw horen ook circulaire tapijttegels. Voor de inrichting van de 2.400 vierkante meter kantoorruimte gebruikte Beneens deels keramische tegels die aan de onderkant zijn voorzien van een kurklaag, 328 vierkante meter nieuwe tapijttegels van Interface en 985 vierkante meter tweedehands tapijttegels via Sparo. “Ze hebben zo’n goede kwaliteit; als we het niet vertellen weten de mensen die er werken het niet eens”, zegt CEO Joeri Beneens.

Geld besparen met circulariteit

Hij ziet dat bedrijven vaak kantoren huren en het gebouw na vijf of zes jaar alweer aanpassen, bijvoorbeeld omdat ze te groot of te klein worden. “Daar komen tapijttegels vrij die nog een jong leven hebben. Dat zijn de gemakkelijkste dingen om te hergebruiken. Van alle dingen die we een tweede leven geven in een gebouw is het hergebruik van tapijttegels het enige waar je geld mee kunt besparen. Een gevelbekleding tweedehands gebruiken is bijvoorbeeld duurder dan een nieuwe. Dat kost extra moeite, organisatie en handelingen waardoor hergebruik duurder is. Met tweedehands tapijttegels van goede kwaliteit kun je echt geld besparen”, zegt Beneens. “Dit was voor ons de eerste keer, maar dit gaan we vaker toepassen.”

Lees ook:

Nieuw lectoraat moet de eiwittransitie versnellen. Wat zijn de plannen?

Wat bedoelen we precies met de eiwittransitie? Het grootste deel van de eiwitten die we consumeren, bestaat op dit moment uit dierlijke eiwitten. Van de eiwitconsumptie in Nederland is 39 procent van plantaardige oorsprong en 61 procent van dierlijke oorsprong. Met de term eiwittransitie wordt de verschuiving van de consumptie van dierlijke eiwitten naar (meer) plantaardige en alternatieve eiwitten bedoeld. De eiwittransitie moet zorgen voor een betere balans tussen dierlijke en plantaardige consumptie.Hoe vordert de eiwittransitie? “De eiwittransitie komt goed op gang. Cijfers tonen dit ook aan: zo is de verkoop van vegetarische producten verdubbeld sinds 2017. De omzet in 2017 bedroeg 105 miljoen euro. In 2021 was dit al 220 miljoen euro. Aan de andere kant is de vleesconsumptie nog niet gedaald. Heel even zagen we een dalende trend, maar deze cijfers werden sterk beïnvloed door de corona-pandemie en de sluiting van de horeca. Elke verandering heeft tijd nodig. Of de eiwittransitie snel genoeg gaat, weet ik niet. Het is belangrijk dat de hele keten meedoet: voedselproducenten, horeca, agrariërs en consumenten. Uiteindelijk is de consument de drijvende kracht in de eiwittransitie en in de verandering van het voedingspatroon. Die bepaalt wat hij of zij koopt en eet.” Welke kansen en mogelijkheden biedt de eiwittransitie? “Ik zie veel kansen. Bijvoorbeeld voor telers: zij kunnen nieuwe eiwitrijke gewassen introduceren en tegelijkertijd werken aan een gezonde bodem. Veldbonen en peulvruchten zijn bijvoorbeeld kansrijke gewassen om eiwitten te produceren. Bij de wortels leven bovendien bacteriën die weer veel stikstof opnemen. Dat is een win-winsituatie. Maar ook als het gaat om een gezond voedingspatroon biedt de eiwittransitie mogelijkheden. Vleesvervangers zijn nu vaak nog zwaar bewerkte voedingsmiddelen. We komen er steeds meer achter dat de consumptie van bewerkte voedingsmiddelen gezondheidsnadelen heeft. We moeten dus zeker weten dat eiwitrijke voedselproducten gezond zijn. Hier ligt een kans voor de voedselindustrie. Zij kunnen innoveren en nieuwe, voedzame producten op de markt brengen.” Het lectoraat eiwittransitie is net opgestart. Wat gaan jullie precies doen? “Eiwittransitie is een breed thema, dus we gaan ons richten op verschillende gebieden. Als eerste onderzoeken we de invloed van landbouwpraktijken op micro-organismen in de bodem, zoals bacteriën en schimmels. Met de intensivering en industrialisering van de landbouw is het huidige nutriëntengehalte van gewassen de afgelopen tachtig jaar gedaald. Welke invloed heeft dit op de menselijke gezondheid? We richten ons ook op dierlijke producten: samen met veehouders willen we kijken naar het verband tussen micro-organismen in de bodem en de melkkwaliteit van de koeien. Een ander thema is het verdienmodel van de boeren. We willen nagaan welke eiwitrijke gewassen het beste groeien op welke grond, hoeveel grond er nodig is en welke bedrijfsvoering daarbij past. Eiwitproductie moet natuurlijk wel rendabel zijn. We hebben ook een onderzoeksgebied dat zich bezighoudt met de productie van alternatieve eiwitbronnen uit bacteriën en schimmels. Ook staat de ontwikkeling van nieuwe, hybride producten centraal. Denk aan hamburgers die gedeeltelijk van vlees gemaakt zijn en deels van plantaardige eiwitten. Als laatste ligt de focus op de gezondheidsaspecten binnen de eiwittransitie. Met simulatoren van de menselijke maag en darmen gaan we kijken hoe voedsel wordt verteerd. Hoe absorberen de darmen verschillende soorten van plantaardig eiwitten, en wat kunnen we daarvan leren?”Welke rol hebben bedrijven in de eiwittransitie? “Zonder bedrijven komt de eiwittransitie tot stilstand. Doen bedrijven niet mee, dan hebben we geen voedsel voor de toekomstige bevolking. Gelukkig zien steeds meer bedrijven kansen in de eiwittransitie. Grote merken zoals FrieslandCampina houden zich niet alleen bezig met de koemelkproductie, maar ook met alternatieven zoals havermelk. Een ander voorbeeld is Cosun: zij willen eiwitten uit suikerbietenbladeren halen. Deze initiatieven zijn mooi om te zien.” Andere onderwijsinstellingen zijn ook volop bezig met de eiwittransitie. Wat voegt jullie lectoraat toe? “Met overlappende onderzoeksthema’s kunnen we elkaar juist versterken. We kunnen sneller conclusies trekken en de eiwittransitie vooruit helpen. Wat het lectoraat binnen Van Hall Larenstein uniek maakt, is dat we veel samenwerken met verschillende opleidingen binnen de hogeschool. Zo werken we veel samen met studenten van microbiologie en biotechnologie, omdat dit een rol speelt binnen de eiwittransitie.” Wanneer is het lectoraat eiwittransitie een succes? “Als we zien dat onze onderzoeken bijdragen aan de doelen van de eiwittransitie. Om concreet te zijn: als we bijvoorbeeld weten welke eiwitrijke gewassen bij welke boer passen. Of als we stappen zetten in het ontwikkelen van eiwitrijke en gezonde voedingsmiddelen. Uiteindelijk moeten we samen de stap zetten van 40 procent dierlijke eiwitten naar 60 procent plantaardige of alternatieve eiwitconsumptie. Daarnaast vind ik het heel belangrijk dat we relevante kennis overdragen aan onze studenten. Dat we onderzoek doen en leren van de uitkomsten. De studenten zijn toekomstige boeren, toekomstige biotechnologen, toekomstige voedselproducenten. Zij kunnen deze kennis goed gebruiken in hun loopbaan.”Martina Sura volgde haar volgde haar opleidingen, master en Ph.D. in microbiologie aan de Universiteit voor Scheikunde en Technologie in Praag. Na haar promotie heeft de geboren Tsjechische eerst als assistent-professor aan dezelfde universiteit gewerkt, voordat zij bij Hogeschool Van Hall Larenstein aan de slag ging als docent-onderzoeker bij de opleiding Biotechnologie.