Hannah van der Korput
15 februari 2024, 16:00

Kruiden telen in eigen restaurant levert smaak- én milieuwinst op

In de miniatuurkas van VaVersa kunnen chef-koks ter plekke hun eigen kruiden en groente verbouwen. De ultra-lokale productie in restaurants komt zowel de smaak als de milieubelasting ten goede, meent de Amsterdamse start-up.

Vaversa De miniatuurkassen leveren volgens de ondernemer ook milieuwinst op. | Credits: VaVersa

Nieuw in de wereld van planten is Olivier Francescangeli niet. In Wageningen volgde hij de studie plantwetenschappen. Tijdens de specialisatie glastuinbouw raakte hij geïnspireerd door bedrijven die niet horizontaal, maar de hoogte in telen. “Het bespaart veel ruimte en door de gesloten omgeving is het teeltproces beter te controleren. En het kan overal, waardoor voedsel daar kan worden geteeld waar het ook wordt gegeten.”

Met dat idee richtte hij zijn bedrijf VaVersa op. De ondernemer ontwikkelde de Mia, een miniatuurkas voor groente en kruiden. In diverse Nederlandse restaurants en bedrijfskantines staat er al één. “Voedseltrends beginnen vaak in professionele keukens en worden gecreëerd door chef-koks. De professionele keuken leek me dus een logische plek.”

Ultralokaal

Het gros van de voedselketens is lang. Francescangeli: “Het duurt even voordat producten hun eindbestemming bereiken. Dat is niet gunstig. Wanneer producten reizen, verliezen ze water en smaak. De kwaliteit vermindert.” Dat probleem wil hij met de kleine kassen oplossen. “De Mia maakt het mogelijk om kruiden te oogsten en een paar seconden later al op te dienen. Daardoor bevatten de planten zo’n 40 procent meer nutriënten en smaken ze beter. Voor koks is dat interessant: zij vinden smaak het allerbelangrijkste.”

In de miniatuurkas kunnen kruiden, cressen, bladgroenten, slasoorten en eetbare bloemen groeien. | Credit: VaVersa “Dat kunnen veelvoorkomende kruiden zijn zoals basilicum en munt, maar ook exclusieve specerijen of mooie bloemen die gegeten kunnen worden. Zo kan de Mia nieuwe smaken brengen en een culinaire tool zijn.”

Milieuwinst

De miniatuurkassen leveren volgens de ondernemer ook milieuwinst op. “Dat zit hem in het feit dat er heel wat transportkilometers worden geschrapt. En het scheelt veel verpakkingsmateriaal.” Ook gaat de kas voedselverspilling tegen. “Kruiden die worden besteld en in zakjes worden geleverd, zijn zeer beperkt houdbaar. In de kas blijven planten niet alleen goed, ze blijven zelfs groeien. Koks kunnen ter plekke afknippen wat ze nodig hebben en hoeven niets weg te gooien.”

De Amsterdamse start-up claimt dat het telen uit hun kas land en water bespaart. “De omgeving is gecontroleerd en geeft planten de ideale omstandigheden om te groeien. Daardoor ligt de productie per vierkante meter vijfmaal hoger dan het geval is bij een open veld. En er is 90 procent minder water nodig.”

Energieverbruik

Al gebruikt de kas natuurlijk wel energie. “Dat zit hem in de speciale lampen, het watersysteem en sensors die het klimaat in de kas registreren. Maar het systeem is erg efficiënt.”

In de miniatuurkas kunnen kruiden, cressen, bladgroenten, slasoorten en eetbare bloemen groeien. | Credit: VaVersa

Groene vingers?

Is het wel realistisch om koks te transformeren naar telers? Francescangeli zegt van wel. “In principe doet de kas al het werk. Natuurlijk zijn er wel wat menselijke handelingen nodig, denk aan het zaaien en het bijvullen van de watertank. In een week kost dit 30 tot 45 minuten. Chefs hebben er geen extreem groene vingers voor nodig. We geven een korte training en leggen uit hoe alles werkt. Vervolgens kan het keukenpersoneel zelf aan de slag. Zijn er vragen, dan kijken we op afstand mee.”

Abonnementsbasis

De Mia is niet te koop, maar te gebruiken op abonnementsbasis. “Horecagelegenheden kunnen het huren en betalen een vast bedrag per maand. VaVersa regelt alles, van de zaden voor de planten tot advies over hoe de oogst verwerkt kan worden in het menu.”

De businesscase is afhankelijk van welke planten er worden geteeld. “Sommige kruiden zijn al voor een laag bedrag in te kopen. Dat komt door massaproductie en goedkope arbeid in andere landen. Wanneer horecapersoneel zelf eetbare bloemen of minigroenten zoals radijs en broccoli verbouwt, dan zijn de besparingen al veel groter. Maar het gaat over meer dan geld. Voor veel chef-koks is de grootste winst de verbeterde smaak en het duurzame component.”

Van sterrenzaak tot bedrijfskantines

De miniatuurkas staat inmiddels in diverse Nederlandse horecagelegenheden: van restaurants met Michelinsteren tot bedrijfskantines. Het segment wordt bewust breed gehouden, aldus Francescangeli. “Plekken voor fine dining liggen misschien voor de hand, maar we kijken veel breder dan dat. Zo hebben we kassen weggezet in de bedrijfskantines van Unilever, Booking en Uber. Dat zijn grote restaurants waar elke dag veel mensen eten. We werken ook samen met Radboudumc en Van der Valk Hotels. We willen het concept zeker niet té exclusief maken. Hoe meer chefs het gebruiken, hoe beter dat is.”

VaVersa wil zijn Mia op termijn ook exploiteren naar het buitenland, te beginnen met België, Frankrijk en Duitsland. Hiervoor heeft het bedrijf net een nieuwe financieringscampagne opgezet. Er moeten ook nieuwe versies komen van het huidige model. “Compacter, zodat we ook aan kleinere zaken kunnen leveren. Sommige bedrijven willen wel, maar hebben simpelweg de ruimte niet om de Mia neer te zetten.”

Pontificaal in het restaurant

De kas staat in de meeste horecagelegenheden niet in de keuken, maar in de zaak zelf. “Daar hebben we het voor ontworpen. We willen graag dat de Mia pontificaal in het restaurant staat. Daarom steken we veel tijd in het design. De ervaring leert dat gasten toch benieuwd zijn naar de kas en er vragen over gaan stellen. Vaak beseffen mensen die komen eten niet waar de producten op hun bord vandaan komen en de milieubelasting die dat met zich meebrengt. De miniatuurkassen kunnen het gesprek daarover op gang brengen, in de hoop dat mensen zich er in ieder geval bewust van zijn.”

Lees ook:

Twee jaar oorlog in Oekraïne: dit zijn de gevolgen voor voedselzekerheid en broeikasgassen

Het Wageningen Economic Research deed onderzoek naar de wereldwijde effecten van de oorlog in Oekraïne op de voedselzekerheid. De conclusie: de wereldmarkt verschuift en de prijzen schieten omhoog. Graan Oekraïne wordt ook wel de graanschuur van de wereld genoemd. Van oudsher exporteert het land veel, maar op de dag van de invasie veranderde dat. Doordat het land in oorlog is, stokt de productie. Ook de prijzen van energie en kunstmest zijn flink gestegen. Dit alles leidt tot hogere voedselprijzen. Vooral Turkije, Egypte en landen in het Midden-Oosten zijn hier de dupe van. De prijzen voor tarwe en gerst stijgen harder dan de gemiddelde lonen. Veel mensen kunnen het geld voor de landbouwproducten niet zomaar ophoesten. Bijzonder is dat het onderzoek zich niet alleen richt op de beschikbaarheid, maar ook op de toegankelijkheid van voedsel. Hoofdonderzoeker Hans van Meijl: “Dit is veel lastiger in kaart te brengen. Je moet dan bijvoorbeeld weten hoeveel mensen in verschillende arbeidstypen verdienen en wat zij moeten uitgeven aan voedsel. Vooral die inkomenskant wordt meestal genegeerd in onderzoek. In deze studie hebben we dit aspect juist expliciet meegenomen om de invloed van de oorlog op de toegang tot voedsel vast te kunnen stellen.” Verschuiving van de landbouw Met het wegvallen van Oekraïne als graanexporteur, worden er op andere plekken op de wereld juist meer gewassen verbouwd. Vooral in Midden- en Zuid-Amerika is het landbouwareaal toegenomen. De broeikasgasemissies die direct aan landgebruik kunnen worden toegerekend, zijn hierdoor gestegen. Aan de andere kant tonen berekeningen aan dat de totale uitstoot van broeikasgassen is gedaald. Dit is toe te schrijven aan de explosieve stijging van de gasprijzen, waarna we wereldwijd minder fossiele brandstoffen en meer duurzame energie verbruikten. Oorlog voorbij Wanneer de oorlog voorbij is en Oekraïne weer kan gaan telen, is het maar de vraag of het land zijn rol van landbouwexporteur weer kan oppakken. De kans is groot dat de bodem minder vruchtbaar en biodivers is geworden door alle vervuiling. Bodemecoloog Wim van der Putten van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) zei daar eerder over: “Door inslagen van raketten en granaten heeft de grond het zwaar te verduren. De bovengrond verdwijnt en metalen komen in de bodem terecht. Als de oorlog straks voorbij is en de bomkraters weer dicht worden gemaakt, is de bodemvruchtbaarheid waarschijnlijk flink afgenomen.” Reinigen De Oekraïense grond kan na de oorlog schoongemaakt worden. Hier zijn verschillende methodes voor, afhankelijk van wat er in de bodem zit. Zo worden soms planten ingezet om verontreinigende stoffen uit het milieu te verwijderen, een proces dat fytoremediatie heet. Dit is echter geen kortetermijnoplossing: een bodemsanering kan op deze manier wel twintig jaar duren. Lees ook: Opmerkelijk: bommen en granaten veroorzaken miljarden aan klimaatschadeOekraïne is meer dan gas: graan, ammoniak en uraniumPlantaardig eten duur? Dit onderzoek bewijst het tegendeel