André Oerlemans
07 juni 2023, 11:30

Groene elektriciteitsmarkt moet op de schop om prijzen en schommelingen laag te houden

De manier waarop groene stroom uit wind- en zonneparken wordt verhandeld op de elektriciteitsmarkten moet de komende jaren rigoureus veranderen. Aanbieders moeten hun stroom vaker direct gaan verkopen aan lokale afnemers. Beide moeten hun stroomopwekking en verbruik beter gaan voorspellen en beter afstemmen op vraag en aanbod.

Adobe Stock 272732060 De prijs van groene en andere stroom wordt grotendeels bepaald op de Europese groothandelsmarkt EPEX. | Credits: Adobe Stock

Alleen op die manier kan voorkomen worden dat de prijzen van groene stroom, door extra risicopremies van energiebedrijven, steeds hoger worden en dat wind- en zonneparken worden stilgelegd op dagen met veel wind en zon. Door dat laatste dreigt namelijk het gevaar dat groei van hernieuwbare energie in Nederland afneemt, omdat investeringen niet meer rendabel zijn. Ook voorkomt het onbalans en netcongestie op het elektriciteitsnet en het onnodig weggooien van opgewekte groene stroom.

Handelstop in Arnhem

Dat stellen energie-experts Tim de Knegt van het Havenbedrijf Rotterdam en CEO van energieplatform Distro Energy en Jan Willem Zwang, energy trendwatcher bij Stratergy. Beiden spreken op de Renewable Electricity Trading top die Solarplaza op 29 juni houdt in Arnhem en tijdens het gratis webinar
dat donderdag 8 juni voorafgaand aan de top wordt gehouden.

Prijsschommelingen nemen toe

De prijs van groene en andere stroom wordt grotendeels bepaald op de Europese groothandelsmarkt EPEX. Die wordt 24 uur van tevoren vastgesteld op basis van de totale vraag en aanbod van stroom, waarbij de prijs van kolen en gas een belangrijke rol speelt. Hoge gasprijzen zorgen voor hoge prijzen van stroom, zowel groen als fossiel. Stroom kan ook verhandeld worden op de onbalansmarkt, waar de prijzen elk kwartier schommelen.

Op donkere, windstille dagen is er te weinig stroom, waardoor gas- en andere noodstroomcentrales moeten bijschakelen. Op winderige en zonnige dagen is er zoveel stroom dat de prijs – met name in weekenden – nul of zelfs negatief is. Ook omdat kern- en andere centrales niet zomaar afgeschakeld kunnen worden. Voordelig voor bedrijven en consumenten met een dynamisch energiecontract, maar nadelig voor eigenaren van wind- en zonneparken en energiebedrijven. In die gevallen worden parken stilgelegd en rekenen energiebedrijven een extra risicopremie per kilowattuur. “Hoewel de prijzen van groene stroom de komende jaren verder dalen, nemen de prijsschommelingen verder toe. Daardoor neemt de onbalans op het net toe en worden de risicopremies van alle stroom zes tot acht keer hoger. Vanwege de toenemende risico’s wordt energie dus duurder”, legt Zwang uit.

Direct groene stroom leveren

Het probleem zit vooral in de onvoorspelbaarheid van het weer en dus van de opwek van wind- en zonne-energie. Daarnaast is de capaciteit van het elektriciteitsnet te klein, waardoor overschotten niet naar gebieden met tekorten kunnen worden getransporteerd. Dat leidt tot enorme prijsschommelingen (volatiliteit). De oplossing zit volgens de experts in het direct leveren van groene stroom aan afnemers, via zogeheten peer-to-peer-contracten, en dan ook nog zo lokaal mogelijk. Partijen als Groendus,
Powerpeers en Distro Energy bieden dit al aan.

“In Rotterdam wekt Ahoy met zijn zonnepanelen op het dak veel meer stroom op dan het zelf nodig heeft. Die kan het op zonnige dagen met een boete terugleveren aan het net. Maar ook aan lokale huishoudens en bedrijven, die om stroom zitten te springen”, zegt De Knegt.

Markt wordt onzekerder

Distro Energy, een volle dochter van Havenbedrijf Rotterdam, probeert op die manier partijen bij elkaar te brengen om ze samen prijsafspraken te laten maken en de stroom daadwerkelijk te leveren en te gebruiken op momenten dat die voorradig is. Tuinders kunnen op die manier bijvoorbeeld meer geld verdienen met de stroom uit hun WKK-installaties (Warmte-Kracht-Koppeling, een systeem waarbij gelijktijdig warmte en elektriciteit wordt opgewekt) dan met het hun bloemen, groenten en fruit. “De markt wordt steeds onzekerder. Het ene moment krijg je heel veel voor je groene stroom, het andere niets. Ook is er de komende tien jaar 100 miljard euro nodig om het elektriciteitsnet in Noordwest-Europa uit te breiden. Dat remt de groei van zon en wind. Daarom moeten we lokale netwerken bouwen. Daar kunnen partijen een prijs afspreken die een stuk lager is dan de EPEX-prijs”, stelt De Knegt. KPN heeft bijvoorbeeld al een contract met Shell en Eneco afgesloten om in 2027 de helft van de stroom van windpark Hollandse Kust west af te nemen.

Geld verdienen met batterijen

Volgens Zwang moeten bedrijven hun energieverbruik beter gaan voorspellen dan ze nu doen. Dan kunnen energiebedrijven daar beter rekening mee houden en kunnen de risicopremies omlaag. Een andere mogelijkheid is om van overtollige groene stroom waterstof te maken of die energie op te slaan in batterijen. Die laatste kunnen laden als de stroomprijs laag of negatief is en stroom leveren aan het net als de prijzen hoog zijn. Op die manier kunnen consumenten en bedrijven veel geld verdienen met batterijen. Zwang schreef daar een handboek over. “Nu gaat er zoveel duurzame energie verloren op momenten dat wind- en zonneparken worden afgeschakeld. Die kun je ook opslaan op winderige en zonnige momenten, meestal midden op de dag, en later op de dag weer terugleveren als de vraag groter is”, zegt hij.

Lees ook:

Hoe de mens ook in de toekomst plastic kan blijven gebruiken

Dat betogen onderzoekers van TNO en het Duitse instituut Fraunhofer Umsicht. De twee instituten hebben vier scenario’s uitgewerkt waarin duurzame plastics een rol kunnen spelen in de toekomstige circulaire economie die de EU in 2025 voorstaat. Om bestaande belemmeringen weg te nemen en veelbelovende oplossingen te delen en te ondersteunen, hebben beide organisaties het European Circular Plastics Platform (CPP) opgericht. 1 miljard ton in 2050 Plastic is een fantastisch materiaal. Het is licht, waterdicht, relatief sterk, in vele vormen te gieten, goedkoop en het gaat lang mee. Het kent hoogwaardige toepassingen in onder meer levensmiddelenverpakkingen, auto-onderdelen of synthetisch textiel. Het meeste plastic gooien we echter na één keer gebruiken weg. Sinds de jaren 50 is de mens verslaafd geraakt aan plastic. Toen produceerde de wereld jaarlijks 2 miljoen ton plastic. Begin deze eeuw was dat al 250 miljoen ton, nu zo’n 500 miljoen ton en als dat zo doorgaat, is het in 2050 al ruim een miljard ton. Verdubbeling CO2-uitstoot in 2025 Plastic heeft ook een donkere kant. Het veroorzaakt grote milieuproblemen. Jaarlijks komt 10 miljoen ton plasticafval in het milieu terecht. Het duurt honderd jaar voordat het daar afgebroken wordt. Microplastics vervuilen de oceanen en zijn via visconsumptie terug te vinden in het bloed van mensen. Bovendien wordt nu nog olie gebruikt om het te maken, een grondstof die de aarde uitput en die we uit landen met foute regimes moeten importeren. De VN becijferde eerder dat in 2050 maar liefst 20 procent van de globale olieconsumptie gebruikt wordt voor de chemische kunststofindustrie. Bovendien is de plasticproductie verantwoordelijk voor 4,5 procent van alle broeikasgassen die voor opwarming van de aarde en daardoor klimaatverandering zorgen, blijkt uit onderzoek. Dat is twee keer zoveel als Nederland en Duitsland nu uitstoten. Als dat zo doorgaat, zijn de CO2-emissies in 2050 verdubbeld of verviervoudigd.Jaarlijks komt 10 miljoen ton plasticafval in het milieu terecht.Plastic niet verbieden Moeten we dan maar van plastic af? De hashtag ‘plastic free’ op Instagram heeft al bijna 5 miljoen posts verzameld. Dat gaat de onderzoekers te ver. Alternatieven zoals glas en metaal zijn vaak slechter voor het milieu of hebben minder goede producteigenschappen. Bijvoorbeeld omdat er meer materiaal van nodig is, meer energie om het te maken of omdat auto’s en vliegtuigen er zwaarder van worden en dus meer brandstoffen gaan gebruiken. Daarom concluderen de onderzoekers dat plastic een belangrijk onderdeel van de economie zal en moet blijven. “Meer en meer mensen denken dat we van plastic af moeten. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het niet haalbaar om op dezelfde manier door te gaan, maar ook niet om plastic helemaal te verbieden. Daarom hebben we een nieuwe, duurzame manier nodig om plastics te ontwerpen en te gebruiken”, zegt Stephen Kabasci van Fraunhofer Umsicht. Nul vervuiling en klimaatneutraal In hun whitepaper ‘How a future-proof, circular and sustainable plastics economy should look like’ schetsen de twee onderzoeksinstituten hoe zo’n duurzame, circulaire plasticbranche eruit moet zien. Die moet klimaatneutraal zijn, nul vervuiling veroorzaken en onafhankelijk worden van foute regimes buiten de EU. Om dat te bereiken, zijn er vier strategieën nodig die allemaal tegelijkertijd toegepast moeten worden. Bij de eerste, die ‘narrowing the loop’ heet, gaat het erom geen producten meer te maken die we niet nodig hebben. De drie motto’s hierbij zouden moeten zijn: weigeren (refuse), heroverwegen (rethink) en verminderen (reduce). Zo wordt bespaard op onnodig materiaal- en grondstoffengebruik. “We moeten kinderen op de basisschool al leren dat ze geen producten hoeven te consumeren die ze niet nodig hebben”, zegt Jürgen Bertling van Fraunhofer Umsicht. Strategieën voor de circulaire economie Bij ‘operating the loop’ draait het om het gebruik van duurzame energie en herbruikbare grondstoffen – zoals biomassa – en het zoveel mogelijk beperken van afval en materiaalverlies. Bij de derde, ‘slowing the loop’ gaat het erom alle producten die we maken zo lang mogelijk te gebruiken en hun levensduur te verlengen. Dan gaat het om hergebruik (reuse), reparatie (repair), herfabricage (remanufacture), opknappen (refurbish) en voor een ander doel gebruiken (repurpose). De vierde strategie heet ‘closing the loop’. Die gaat over het inzamelen, sorteren en recyclen van plastics (recover, recycle, remine) om grondstoffen na de gebruiksfase te behouden. "De meeste ontwikkelingen richten zich op ‘closing the loop’. Dat is belangrijk, maar lang niet genoeg. Slechts 30 procent van het plastic wordt gerecycled. Daarom zijn de andere strategieën nodig voor een volledig circulaire economie", zegt Jan Harm Urbanus, senior wetenschapper op het gebied van circulaire plastics bij TNO.Jan Harm Urbanus, senior wetenschapper op het gebied van circulaire plastics bij TNODe plastic waterfles als voorbeeld Als je al deze strategieën toepast op een fles water dan kunnen mensen ook gewoon uit de kraan drinken en zo nodig prik toevoegen met een soda streamer-machine. PET-flessen zouden dan ook schoongemaakt en hergebruikt kunnen worden, in plaats van versnipperd tot plastic korrels, zoals nu gebeurt. Er zou ook bouwmateriaal van gemaakt kunnen worden. Ook kan de fles een stuk lichter en biobased gemaakt worden, waarbij de chemische industrie elektriciteit in plaats van aardgas gebruikt. Juist die aspecten worden volgens de onderzoekers nauwelijks meegewogen. Pas als dit niet kan, zouden fabrikanten de volgende stap moeten nemen, zoals recycling of in het slechtste geval: verbranden in afvalovens die energie opwekken. In het kader van een nieuwe afvalhiërarchie hebben de instituten een leidraad ontwikkeld met prioriteiten voor het maken en (her)gebruiken van plastic in elke fase. Plastic vijf tot tien keer duurder maken Om tot een circulaire plasticindustrie te komen moeten wetenschap, bedrijfsleven, onderwijs, politiek en burgers uit allerlei sectoren samenwerken. Nieuwe innovaties en recyclingtechnieken moeten beter ondersteund worden. Plastics moeten anders ontwikkeld worden, zodat ze langer meegaan en beter hergebruikt kunnen worden. Polymeren moeten niet meer van olie, maar van biobased materialen, gerecycled plastic en afgevangen CO2 gemaakt worden. “Het huidige systeem is nu al aan het destabiliseren, onder meer door klimaatverandering, en moet veranderen. Daar hebben we nieuwe businessmodellen voor nodig”, zegt Esther van den Beuken van TNO. Nieuwe wet- en regelgeving moet daarbij helpen. “Bijvoorbeeld door het verbranden van recyclebaar plastic te verbieden, waar in Nederland over gesproken wordt. Of het vaststellen van een minimum hoeveelheid gerecycled plastic in nieuwe producten, waar de EU over denkt.” Ook zouden er echte prijzen gerekend moeten worden voor plastic. “Plastic is veel te goedkoop omdat we de milieukosten niet mee rekenen. Eigenlijk zou de prijs van plastic vijf tot tien keer hoger moeten zijn, als je dat wel meerekent”, zegt ze. Nieuw Europees platform nodig Om al die partijen met elkaar in verbinding te brengen, te informeren en voor te lichten is een nieuw platform nodig, denken TNO en Fraunhofer Umsicht. Als onafhankelijke onderzoeksinstituten willen ze daar het voortouw in nemen en een Europees platform voor circulaire plastics oprichten: het CPP. Dit gaat onder meer workshops en rondetafelgesprekken organiseren en onderzoeken uitvoeren, maar ook alle partijen helpen om barrières te slechten en veelbelovende oplossingen verder te ontwikkelen. Het belangrijkste doel is een omslag teweeg te brengen bij het publiek én bij het bedrijfsleven. In Nederland sluit het platform aan bij het programma Circulaire Plastics, dat in acht jaar tijd 500 miljoen euro ontvangt uit het Groeifonds, waar TNO ook aan deelneemt. In Duitsland is Fraunhofer Umsicht bezig een nationale circulaire economie-strategie te ontwikkelen. Lees ook: Miljoeneninvestering voor Rotterdamse fabriek die olie maakt uit gerecycled plasticDeze groene start-ups wijzen de weg naar een circulaire chemie zonder olieGroene chemie-startups kunnen niet zonder hulp van regionale aanjagersBas Blom van Avantium maakt een nieuw soort bioplastic