Kaz Schonebeek 20 april 2023, 10:29

Generatie Groen: ‘Duurzaamheid gaat alles veranderen, en dit is pas het begin’

De jongere generatie stelt hoge eisen aan de duurzame ambities van hun werkgever. Wat maakt een groene werkgever aantrekkelijk? Waar worden Millennials en Gen Z’ers enthousiast van? Waar haken ze op af? In Generatie Groen verkennen we de visie van duurzaam gedreven young professionals. Deze week: Fabienne Ouwehand (30), associate relatiemanager bij BNP Paribas.

Generatie Groen versie 2
Fabienne Ouwehand | Credit: Privé foto

Waarom ben je voor BNP Paribas gaan werken?

“Ik heb het altijd leuk gevonden om in een grote, internationale omgeving te werken. Dat BNP Paribas zich sterk profileert op duurzaamheidsgebied heeft zeker een rol gespeeld in mijn keuze. Ik dacht: als ik bij een grote internationale bank werk die in allerlei landen geld uitleent en klanten heeft, kan ik echt impact maken. Daarnaast denk ik ook wel: money rules the world. Als bank kan je echt wat betekenen en ik vind dat je dat dan ook moet doen.”

“Ik volgde BNP Paribas al langer op Linkedin en zag dat zij betrokken waren bij de duurzaamheidstoppen COP26 en COP27, en bezig zijn met het opzetten van beleidskaders rondom biodiversiteit. Bij de grote roundtables die er toe doen op het gebied van duurzaamheid is BNP Paribas betrokken. Dat sprak me aan.”

Hoe draag jij in jouw functie bij aan het verduurzamen van je organisatie?

“Ik maak duurzaamheid bespreekbaar bij mijn klanten. Er komt een hoop op hen af – ik probeer op de hoogte te blijven van alle nieuwe regelgeving en zo van toegevoegde waarde te zijn. Ook kijk ik met collega’s in Europa, Brazilië en Azië naar mogelijke samenwerkingen om klanten hulpmiddelen aan te bieden voor het halen van hun duurzaamheidsdoelstellingen. Bijvoorbeeld tools die de voetafdruk van bedrijven inzichtelijk maken en advies op maat om die voetafdruk te reduceren.”

“Daarnaast heb ik maandelijks een meeting met de ‘EMEA Sustainability Champions’, een groep van veertig internationale collega’s die veel met duurzaamheid bezig zijn. We delen best practices, bespreken waar klanten tegenaan lopen en bedenken wat we zelf aan extra training nodig hebben. Binnen de groep is veel kennis over duurzaamheid aanwezig. Met die kennis kan ik mijn directe collega’s weer verder helpen.”

“Laatst bracht BNP Paribas een position paper uit over het belang van vrijwillige carbon credits. Wij horen natuurlijk ook de andere kant: NGO’s die tegen vrijwillige carbon credits zijn omdat bedrijven hun schuld er mee zouden afkopen. De groep is een platform om kritisch te reflecteren op wat wij als bank doen. Zo leren we ons eigen product beter te begrijpen.”

Waar haak je op af bij niet-duurzame werkgevers?

“Als een bedrijf geen duurzame doelstellingen heeft, zou ik niet bij dat bedrijf gaan werken. Ook wil ik dat duurzaamheid een rol in mijn dagelijkse werkzaamheden speelt. Ook bij BNP Paribas heb ik wel eens getwijfeld of ik daar voldoende mee bezig ben. Hoeveel procent van de dag ben ik nou echt bezig met het leveren van een bijdrage aan de complexe vraagstukken waar we nu voor staan? Met mijn baas ben ik gaan kijken hoe ik daar meer invulling aan kon gaan geven. Ik heb nu meer klanten in mijn portefeuille die ik in de energietransitie kan begeleiden.”

Wanneer werd voor jou duidelijk dat je wilde werken voor een bedrijf met een duurzame missie?

“Toen ik vijf jaar geleden begon met werken, stond duurzaamheid nog niet zo op mijn radar. Tijdens een traineeship heb ik ervaring op allerlei plekken bij de bank opgedaan. Ik werkte onder andere aan het koppelen van bedrijfsfinanciering aan het halen van duurzame doelstellingen. Ik weet nog dat ik samen met een collega zei: ‘Nu geven we nog korting aan bedrijven die hun duurzame doelstellingen halen, maar we gaan er vast naar toe dat als een bedrijf die niet halen, zij meer moeten gaan betalen.’ Dat was de eerste keer dat ik dacht, dit onderwerp gaat alles veranderen, en dit is pas het begin.”

Meer over de arbeidsmarkt:

Duurzaamheid of business? Drie bedrijven spreken openhartig over duurzame dilemma’s

Cécile Cluitmans, business area director Places bij ArcadisAan welke projecten werken we mee? En voor welke opdrachtgevers? Het zijn vragen die bij Arcadis dagelijks gesteld worden, zegt Cécile Cluitmans. En dat leidt soms tot pittige keuzes: “Klanten die een kolencentrale willen, wijzen we de deur en straks geldt dat ook voor bedrijven die het Klimaatakkoord van Parijs niet onderschrijven. Maar dan sluit je natuurlijk wel een inkomstenstroom af. De gemiste omzet komt dan van duurzamere ondernemingen.” Klimaatakkoord onderschreven of niet, Arcadis blijft hoe dan ook kritisch. “We vragen ons altijd af: is wat de klant van ons vraagt wel duurzaam genoeg?”, aldus Cluitmans. “En misschien nog wel belangrijker: kunnen we de klant challengen om een stapje verder te gaan? Om een voorbeeld te geven: met energielabel C voldoe je nu misschien aan de wetgeving, maar in 2050 zeker niet. Wij sturen zoveel mogelijk aan op duurzame ambitie, die gesprekken voeren we constant.” Bijdragen aan een betere wereld Wanneer er onzekerheid bestaat over de duurzame ambities van een potentiële klant, zet Arcadis zelf stappen om daarachter te komen. Zo doorloopt de technisch dienstverlener bij elke potentiële opdracht een checklist waar veel vragen over duurzaamheid tussen staan, zoals: heeft de opdrachtgever (ambitieus) duurzaamheidsbeleid? En: draagt de opdracht bij aan een betere wereld? Als er daarna nog steeds onzekerheid over de opdrachtgever en/of opdracht bestaat, schuwt Arcadis vervolgstappen niet. “Ik ben onlangs nog meegegaan naar een gesprek met een potentiële klant”, zegt Cluitmans. “Ik wilde zelf de CEO spreken, om te bepalen of onze waarden overeenkomen. Als dat niet zo blijkt te zijn, laten we de opdracht aan ons voorbij gaan.” Shell en Tata Steel: ja of nee? Vaak kan Arcadis op deze manier keuzes maken waar het als bedrijf ook achter staat. Maar daar zijn ook weleens meningsverschillen over op de werkvloer. “Shell en Tata Steel zijn daar goede voorbeelden van. Niet iedereen binnen Arcadis staat te springen om voor hen te werken, maar als bedrijf willen we dat wel”, zegt Cluitmans. “Begrijp me niet verkeerd: we willen geen nieuw boorplatform voor Shell ontwerpen, maar willen hen wél graag verder helpen in de energietransitie. Hetzelfde geldt voor Tata Steel. Nu de directie heeft aangegeven dat het wil verduurzamen, is het meteen een heel interessante klant. Daar is immers ontzettend veel duurzame winst te boeken.” Als medewerkers van Arcadis daar persoonlijke gewetensbezwaren bij hebben, houden we daar rekening mee, vervolgt Cluitmans: “Er is geen geschreven beleid voor, maar we verplichten niemand om aan bepaalde projecten te werken. Gewetenbezwaren worden gerespecteerd.” Een continu proces Hoewel Arcadis nu dus al met een kritische blik naar potentiële opdrachten kijkt, zijn daar nog genoeg vervolgstappen te zetten, benadrukt Cluitmans. “Het is een continu proces. Om een voorbeeld te geven: Arcadis is wereldwijd betrokken bij de bouw van vliegvelden en je kunt je afvragen: moet dat nog wel? Dat is een lastige. Enerzijds moet de luchtvaart op korte afstanden inkrimpen en kunnen we onze expertise ook inzetten voor duurzamere vormen van vervoer. Anderzijds blijft er behoefte aan wereldwijde connecties en die gaan met lange afstanden nu eenmaal vaak door de lucht. Dan kunnen we maar beter wel betrokken zijn, want Arcadis is bij uitstek in staat om vliegvelden zo duurzaam mogelijk te ontwerpen. Dat blijven lastige dilemma’s waar we constant mee bezig zijn.”Coen de Ruiter, CEO van GreenchoiceGreenchoice kreeg tijdens de energiecrisis behoorlijk wat vragen van klanten over de prijsstijgingen. Hoe kan het dat de elektriciteitsprijzen bij Greenchoice ook omhoog schoten, als het uitsluitend groene stroom levert? “Dat was best een lastige om uit te leggen”, zegt CEO Coen de Ruiter. “Per jaar zetten wij net zoveel groene stroom op het elektriciteitsnet als we leveren, dus onder de streep leveren wij uitsluitend groene stroom. Maar in Nederland zijn we helaas nog niet op het punt dat er 24/7 genoeg groene stroom beschikbaar is. Dat is nu eenmaal zo en daar kunnen wij als Greenchoice weinig aan veranderen. Op drukke momenten moeten wij dus ook stroom inkopen en dat heeft effect op de prijs.” “In een ideale wereld doe je dat als groene stroomleverancier natuurlijk niet, maar dan kunnen we onze klanten geen leveringszekerheid bieden”, vervolgt hij “En zonder leveringszekerheid heb je als energieleverancier geen bestaansrecht.” Aardgas: ja of nee? Ook het leveren van aardgas is zo’n duurzaam dilemma voor Greenchoice. De Ruiter: “Je kunt aardgas natuurlijk zien als de vijand en besluiten om het niet te leveren. Maar door aardgas wél te leveren, kunnen wij meer klanten aan ons binden (Greenchoice heeft inmiddels meer dan 600.000 klanten, red.) en op veel grotere schaal duurzame impact maken, met bespaartips, de installatie van zonnepanelen, noem maar op. Dat weegt voor ons zwaarder. De duurzame impact die je als bedrijf kan maken, is namelijk in verregaande mate afhankelijk van (de omvang van) je klantenbestand.” Het is bij dergelijke keuzes wel belangrijk dat je als missiegedreven bedrijf achter elk product kan staan dat je levert, benadrukt De Ruiter. “We leveren weliswaar aardgas, maar dan wel gecombineerd met het herstellen van natuur en het aanplanten en beschermen van bos- en natuurprojecten in binnen- en buitenland”, zegt hij. “En van onze groene stroom weten we precies waar die vandaan komt. We kopen het niet lukraak in.” Kiezen voor de klant Bij duurzame dilemma’s als deze is het bovenal belangrijk om de afwegingen te benoemen, een harde ondergrens te bewaken en te onderzoeken wat je wél kan doen, besluit De Ruiter. “Soms moet je keuzes maken om je klanten zo goed mogelijk te bedienen, ook al is dat nog niet de meest duurzame optie”, zegt hij. “Want zonder klanten is onze duurzame impact sowieso nul.”Piet Sprengers, duurzaamheidsaanjager bij ASN BankOm duurzame keuzes te kunnen maken, moet je je eerst afvragen wat duurzaamheid precies inhoudt, zegt Piet Sprengers van ASN Bank. De VN-commissie Brundtland stelde in 1987 dat duurzame ontwikkeling gaat om het voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zónder dat het de behoeften van toekomstige generaties in gevaar brengt. “Bouwen aan welvaart dus, maar dan wel op een zo’n eerlijk mogelijke manier”, aldus Sprengers. Om aan welvaart te kunnen bouwen, zijn we daarnaast altijd afhankelijk van wat de aarde en biosfeer ons bieden, vervolgt hij. “We halen er grondstoffen uit, brengen er afval in terug. We nemen land in gebruik, stoten schadelijke emissies uit. Alles wat we doen, heeft per definitie een negatieve impact op de aarde en biosfeer.” Absolute en relatieve duurzaamheid Met andere woorden: absolute duurzaamheid is in veel gevallen een utopie. Immers: ook het bouwen van windmolens heeft een negatieve impact. En hetzelfde geldt voor het mijnen van de grondstoffen die we nodig hebben voor zonnepanelen. Maar relatief gezien, bijvoorbeeld ten opzichte van steenkool, zijn windmolens en zonnepanelen wel degelijk duurzaam. “Door constant te kiezen voor oplossingen die relatief duurzaam zijn, wordt het steeds beter mogelijk om wél binnen de grenzen van de planeet aan welvaart te bouwen”, aldus Sprengers. “Bij ASN Bank leggen we al onze (investerings)beslissingen tegen die meetlat: draagt het bij aan onze welvaart? En brengt het ons dichterbij het punt dat we binnen de planetaire grenzen aan welvaart kunnen bouwen?” Dat is een uitdagend spanningsveld, stelt Sprengers, waar ASN Bank op dagelijkse basis mee bezig is. “Ons Expertisecentrum Duurzaamheid, bestaande uit ruim twintig medewerkers, is eigenlijk constant bezig met die vraag: wat vinden wij als ASN Bank wel en niet duurzaam? En alle grote afdelingen binnen onze organisatie beschikken ook over duurzaamheidsexperts.” Investeren in Tesla: ja of nee? De inspanningen van ASN Bank op dit gebied zijn grofweg op te delen in twee onderwerpen: beleidsontwikkeling en analyse. “Ons duurzaamheidsbeleid is geen stilstaand object, we passen het continue aan”, zegt Sprengers. “Om een voorbeeld te geven: vroeger hebben we veel geïnvesteerd in houtige biomassa in Nederland, maar dat doen we nu niet meer.“ Op basis van zijn duurzaamheidsbeleid analyseert ASN Bank vervolgens elke individuele investering die het doet, van lening tot hypotheek. “Voordat we staatsobligaties kopen, analyseren we bijvoorbeeld eerst of het land in kwestie voldoende bezig is met duurzaamheid. En voordat we investeren in elektrische auto’s, bekijken we eerst of de fabrikant aan al onze sociale- en duurzaamheidseisen voldoet.” ASN Bank investeert bijvoorbeeld niet in Volkswagen, omdat het dan per saldo meer in fossiele dan in elektrische auto’s zou investeren. Maar ook Tesla (een fabrikant die uitsluitend elektrische auto’s produceert) valt buiten de boot. Sprengers: “Tesla scoort weer slecht op thema’s als werknemersrechten. Daar willen wij niet aan bijdragen.” Doelstellingen stellen Sprengers benadrukt dat ASN Bank nog genoeg stappen te zetten heeft op dit gebied. “Wij geven bijvoorbeeld nog steeds hypotheken aan huizen die met gas verwarmd worden. Dat leunt zwaar op onze carbon footprint. Het liefste hadden we een hypotheekportefeuille met uitsluitend klimaatneutrale huizen, maar zo ver is het nog niet. En aangezien we het wel belangrijk vinden om te investeren in basisbehoeften, zoals energie, zorg, onderwijs en wonen, verstrekken we die hypotheken nu nog wel.” Bij dergelijke keuzes, die je in de toekomst misschien liever niet meer maakt, is het belangrijk om doelstellingen te formuleren, zegt Sprengers: “Want als je een stip op de horizon zet, kun je stapje voor stapje toewerken naar het punt waar je wél op wilt uitkomen. Met veel investeringen zijn we nog lang niet op het punt van absolute duurzaamheid, maar we zijn er wel naar op weg.” Keuzes maken Het belangrijkste is om keuzes te blijven maken, besluit Sprengers: “Want als we geen investeringen meer zouden doen (omdat geen van die investeringen perfect voldoen aan onze idealen), kunnen we de rol van aanjager ook niet langer vervullen. Zijn al onze investeringen perfect? Nee, zeker niet. Maar het perfecte moet niet de vijand van het goede worden.” Keuzes maken dus. Want, zegt Sprengers, uiteindelijk zijn dilemma’s niets meer dan problemen waarbij je geen keuze maakt. “Zo gauw je wél een keuze maakt, is het dilemma opgelost.”