Redactie Change Inc. 04 juli 2025, 11:00

Geen klimaatliefdadigheid meer – het is tijd voor een groen investeringsoffensief in Afrika

Europa en Afrika kunnen samen de groene toekomst leiden — maar dan moet de EU stoppen met neokoloniale hulpmodellen, zoals klimaatfinanciering. Het Afrikaanse bedrijfsleven wil geen lege klimaattoezeggingen, maar kapitaal, technologie en eerlijke deals, schrijft Jos Hummelen (host van De Africast).

De Selemela zonne-energieproject in Zuid-Afrika, één van de grootste van het land. De Selemela zonne-energieproject in Zuid-Afrika, één van de grootste van het land. | Credits: Getty Images

De tijd van traditionele klimaatfinanciering moet gauw voorbij zijn. Klimaatfinancieringsmodellen volgden de traditionele hulpmodellen in hun afhankelijkheid van ontwikkelingshulp (ODA) en andere bronnen van subsidies en concessionele overheidsfinanciering. Met name in Afrika hebben deze modellen geen schaalbare oplossingen voor klimaatadaptatie opgeleverd.

In 2024 daalde de officiële ontwikkelingshulp (ODA) voor het eerst in vijf jaar, met Europa als hoofdverdachte. Slechts vier EU-landen hielden zich nog aan hun eigen norm van 0,7 procent van het bnp aan hulp. Ondertussen krijgt Afrika jaarlijks ongeveer 30 miljard euro aan klimaatfinanciering, terwijl volgens de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en het UNEP minstens 277 miljard euro per jaar nodig is om klimaatdoelen te halen. Te weinig en steeds minder.

Deze daling is niet slechts een budgettaire dip, maar weerspiegelt de gebroken geopolitieke orde en het falen van traditionele hulpmodellen om klimaatgevoelige regio’s zoals Afrika te helpen, dat amper 10 procent van de jaarlijkse financiering ontvangt die het nodig heeft. De stijgende defensie-uitgaven in Europa en het Amerikaanse navelstaren van president Trump, hebben gevolgen voor officiële ontwikkelingshulp en concessionele klimaatfinanciering. Dat mag niet zo zijn.

Een te groot deel van dat geld wordt vermalen in onze eigen ambtelijke molens, in plaats van bij Afrikaanse innovatieve startups en scaleups. Volgens de OECD stroomt slechts 12 procent van internationale klimaatfinanciering daadwerkelijk naar lokale actoren in Afrika. De rest blijft hangen in bureaucratische tussenlagen en logge instellingen. En volgens Oxfam Novib was de werkelijke waarde van klimaatfinanciering door rijke landen in 2024 slechts tussen de 25 en 30 procent van wat men claimde. Er wordt dus flink met de vork geschreven.

Afrika betaalt de rekening

Dit is geen toevallige misser, maar het gevolg van achterhaald denken. Klimaatfinanciering volgt nog steeds het patroon van oude hulpmodellen: hoge risico-percepties, veel willen controleren en vooral een gebrek aan lef. De voorlopige tussenstand is dat Afrikaanse landen inmiddels meer uitgeven aan rente en schuldaflossing dan aan klimaatadaptatie. Zo gaf Kenia in 2023 2,8 miljard dollar uit aan schuldendienst, tegenover slechts 300 miljoen dollar aan klimaatadaptatie, volgens het IMF.

Europa blijft intussen hangen in een neokoloniale reflex: Afrika niet serieus nemen als economische speler, en investeringen in Afrikaanse bedrijven zien als charitatieve gok. Alsof het continent nog steeds wacht op onze giften, terwijl het allang bezig is met het schrijven van zijn eigen toekomst.

De groene kansen worden elders verzilverd

Het goede nieuws is: er is een andere weg. Afrika barst van de mogelijkheden: 40 procent van ’s werelds bekende reserves van kritieke mineralen ligt er, het continent telt 60 procent van het wereldwijde zonne-energiepotentieel, en Afrika heeft een jonge, snelgroeiende beroepsbevolking dat bruist van de ideeën om te overleven in de nieuwe klimaatwerkelijkheid. Maar dan moet Europa wel durven om te schakelen van liefdadigheid naar langdurige investeringen.

Neem de Lobito Corridor, een spoorlijn die Zambia en Congo verbindt. Hier ligt een uitgelezen kans voor Europa om lokale batterijfabrieken op te zetten, gekoppeld aan het winnen van kobalt en lithium. In plaats daarvan sluit Europa kortetermijncontracten voor ruwe grondstoffen, terwijl China ondertussen fabrieken bouwt en lokaal toevoegt aan de waardeketen.

Kapitaal naar ideeën, niet naar Europese bureaucratie

Toch gaat het niet alleen om grote investeringen. Juist kleine investeringen zijn interessant. Neem bijvoorbeeld Twiga Foods, een Keniaans bedrijf dat met AI voedselverspilling tegengaat door boeren direct aan klanten te koppelen. Een slimme innovatie, nu bedreigd door gebrek aan groeikapitaal. Europese instanties vinden het te klein bier, met teveel rompslomp.

De Wereldbank kondigde trots aan dat ze de investeringen in landbouw gaan verdubbelen naar 9 miljard dollar per jaar. Maar durft de bank ook te investeren in het midden- en kleinbedrijf? Zonder lef dreigt dat geld alsnog in voedselhulp te verdwijnen. Symptoombestrijding in plaats van systeemverandering.

Afrikaanse bedrijven zoals Twiga hebben geen behoefte aan trainingsprogramma’s of seminars over microkrediet. Ze hebben behoefte aan toegang tot echte investeringsfondsen, durfkapitaal. Kortom: Europese partners die risico durven nemen.

Terwijl Europa aarzelt, claimt China Afrika’s waterstoftoekomst

Namibië bouwt momenteel aan een van de grootste groene waterstofprojecten ter wereld. Waarom geen uitbreiding naar Senegal, Ghana of Mauritanië? Omdat we nog altijd redeneren vanuit ontwikkelingshulp in plaats van handelsbetrekkingen. China daarentegen sluit inmiddels langjarige contracten, levert technologie én infrastructuur.

De EU heeft met het Global Gateway-programma een historische kans om het verschil te maken. Het programma beoogt wereldwijd te investeren in infrastructuurprojecten, met de nadruk op slimme, schone en veilige verbindingen in de digitale, energie- en vervoerssector. Het programma is gelanceerd in 2021 en beoogt tot 300 miljard euro aan investeringen te mobiliseren tot 2027.

Dat geld moet niet richting megalomane infrastructurele prestigeprojecten stromen, maar naar groene investeringen met een potentieel grote impact. Niet in de vorm van leningen die landen nog verder in de schulden drukken, maar als participaties en co-investeringen in bedrijven met toekomstvisie.

Een partnerschap op ooghoogte – of geen partnerschap

Belangrijk: dit betekent niet dat Europa moet ‘ingrijpen’ of de koers moet uitzetten voor Afrika. Het betekent dat Europa eindelijk moet erkennen wat allang duidelijk is: dat Afrikaanse landen zélf hun groene transitie leiden – van Nigeria’s of Kenia’s bloeiende startupscene tot Rwanda’s investeringen in duurzame innovaties. De vraag is of Europa meedoet of dat Europa zich de kaas van het brood laat eten door China. Voorwaarde is dat we Afrikaanse ondernemers gaan vertrouwen en afscheid nemen van oude machinerie die we hebben opgetuigd om slechts te controleren.

De EU heeft de kans om Afrika’s groene investeringspartner te worden, met een rendement tot wel 1 biljoen euro volgens McKinsey en geeft bovendien toegang tot kritieke mineralen, schone energie en nieuwe markten. Deze samenwerking is waar het huidige geopolitieke klimaat om vraagt. Zelfs de Wereldbank is het daarmee eens: eerder dit jaar heeft haar management de instelling geherpositioneerd als een instelling die afstapt van ‘liefdadigheid’ en zich richt op hervorming van de hulp om de ontwikkeling van de private sector te ondersteunen.

De keuze is simpel. Blijven we vasthouden aan klimaatfinanciering, een failliet hulpmodel dat koloniale patronen in stand houdt? Of durven we het aan om een volwassen partnerschap aan te gaan waarin kapitaal, kennis en kansen gedeeld worden? Afrika heeft Europa niet nodig als weldoener. Het heeft ons nodig als investeerder – en als bondgenoot. En Europa? Europa heeft Afrika nodig om in de 21ste eeuw nog een rol van betekenis te spelen.

Jos Hummelen is host van De Africast, de Nederlandse podcast over geschiedenis, geopolitiek en ondernemen in Afrika. Ook is hij actief voor de regionale ontwikkelingsmaatschappij ROM Utrecht Region.

Lees ook:

Tweevoudig duurzaamheidskampioen: hoe Schneider Electric zijn groene koppositie wil vasthouden

Nog elf jaar en dan viert Schneider Electric zijn tweehonderdste verjaardag. Het bedrijf werd opgericht in 1836, door de gebroeders Schneider in het Franse stadje Le Creusot, niet ver van Dijon. In de jaren die volgden vond de onderneming zichzelf een paar keer opnieuw uit. Inmiddels is het een wereldwijd technologiebedrijf dat gespecialiseerd is in slim energiebeheer en industriële automatisering. De klanten vinden we al in tal van sectoren. Van hotels tot datacenters, ziekenhuizen, luchthavens en grote namen uit de industrie. Er staan zo’n 160.000 medewerkers op de loonlijst. Daarvan zijn er ongeveer duizend in Nederland actief, verspreid over meerdere vestigingen en klantlocaties. Sinds november 2023 worden zij geleid door de Italiaan Alexandre Golisano.Dat Schneider Electric nu door meerdere toonaangevende partijen donkergroen wordt genoemd, is volgens hem geen toeval. 'We werken hier al vijftien jaar heel bewust aan. Duurzaamheid is bij ons geen marketingverhaal, het zit inmiddels diep in ons DNA.' Sinds zijn aantreden als topman in Nederland heeft hij dan ook een helder doel: niet alleen voortbouwen op de duurzame koers, maar vooral versnellen. Voor Golisano is duurzaamheid namelijk meer dan een zakelijke strategie, het is ook een persoonlijke overtuiging. 'Mijn vrouw werkt in de milieubranche en bij ons thuis is het een dagelijks gespreksonderwerp aan tafel. Het is belangrijk dat we een leefbare planeet kunnen overdragen aan onze kinderen. We proberen daarom bewust om te gaan met energie en consumptie en maken thuis gebruik van technologieën die we ook bij Schneider aanbieden. Voor mij is het belangrijk dat ons bedrijf niet alleen meedoet met de groene golf, maar echt vooroploopt blijft lopen in Europa.' Een titel met gewicht Corporate Knights beoordeelt jaarlijks duizenden beursgenoteerde bedrijven op hun prestaties op het gebied van duurzaamheid (zie kader). De top 100 wordt gezien als dé benchmark voor duurzaam ondernemerschap. Dat Schneider Electric voor de tweede keer bovenaan staat, zegt volgens Golisano vooral iets over de lange adem van het bedrijf. 'Veel organisaties zetten de laatste jaren in op ESG. Wij doen dat zoals gezegd al vijftien jaar, met volle overtuiging. We waren er vroeg bij en dat betaalt zich nu uit in innovatiekracht, aantrekkingskracht op jong talent en vertrouwen van investeerders. De bekroning zorgt bovendien voor meer zichtbaarheid bij klanten en partners. Die willen steeds vaker met een partij werken die duurzaamheid echt serieus neemt', aldus Golisano.Global 100 Most Sustainable Corporations in the World Corporate Knights is een Canadees onderzoeksbureau dat gespecialiseerd is in duurzaamheid en verantwoord ondernemen. Hun jaarlijkse Global 100 Most Sustainable Corporations in the World-lijst wordt al sinds 2005 gepubliceerd. Dat gebeurt tijdens het World Economic Forum in Davos. Deze lijst rangschikt bedrijven op basis van strikte duurzaamheidscriteria, waaronder CO₂-uitstoot en energie-efficiëntie, het aandeel duurzame inkomsten en investeringen, diversiteit in management en de mate van transparantie in ESG-rapportage.Voor wat betreft de eigen bedrijfsvoering koerst Schneider Electric snel af op uitstootvrij. Uiterlijk in 2040 wil het bedrijf ook scope 3 daaraan toegevoegd hebben, oftewel de hele waardeketen. Net zero moet in 2050 bereikt zijn. Aan Golisano de taak om die mondiale ambities te vertalen in lokale acties. 'We hanteren hier in Nederland onze eigen KPI’s. Zo hebben we het energieverbruik op onze vestigingen bijvoorbeeld al met 15 procent gereduceerd. Ons doel is een volledig elektrisch wagenpark in 2030, we zitten nu trouwens al op 80 procent.' Een ander concreet project is de vestiging in Helmond, die omgebouwd wordt tot volledig CO2-neutrale showcase. 'We schakelen over van gas naar elektrisch, installeren een microgrid met batterijen, warmtepompen en zonnepanelen. Het hele terrein wordt straks een schoolvoorbeeld van onze eigen oplossingen.'Ook de medewerkers worden betrokken bij die missie. 'Ruim 90 procent van onze Nederlandse collega’s heeft inmiddels het klimaatprogramma ‘Climate Fresk’ doorlopen. Deze methode is gebaseerd op de laatste IPCC-wetenschap en laat deelnemers spelenderwijs ontdekken hoe klimaatverandering werkt, wat de oorzaken en gevolgen zijn en wat je eraan kunt doen. We willen dat iedereen in het bedrijf voelt waarom we deze duurzame ambities zo belangrijk vinden.' Netcongestie als grootste bottleneck Toch zijn er ook serieuze obstakels. In Nederland voelen ze bij Schneider Electric met name de netcongestie. 'Als je wilt elektrificeren, heb je stroom nodig. En daar wringt het', aldus Golisano. 'Netcongestie remt verduurzaming. De technologie om snel te verduurzamen is er, maar de infrastructuur houdt het momenteel tegen.' Daarom kijken ze bij het bedrijf nu vooral naar alternatieven, zoals microgrids en slimme energiesturing. Een concreet voorbeeld is de samenwerking met datacenters, waar energie-efficiëntie cruciaal is. 'We ondersteunen partijen zoals SwitchData Center in Amsterdam om energie-efficiënte oplossingen te implementeren om de druk te beperken en tegelijkertijd duurzamer te worden.'Golisano doelt hierbij onder meer op warmteterugwinning, integratie van batterijen en slimme software voor energiebeheer. Daardoor wordt het stroomverbruik geoptimaliseerd, de piekbelasting op het net verlaagd én de CO₂-uitstoot geminimaliseerd. Samenwerking in de keten is cruciaal Een belangrijk onderdeel van de duurzame strategie van Schneider Electric is het betrekken van de hele keten. Dat moet ook wel, want scope 3 - de uitstoot van leveranciers en partners - is verantwoordelijk voor maar liefst 99 procent van de klimaatimpact. 'Daarom begeleiden we nu duizend van onze grootste leveranciers om snel hun uitstoot met 50 procent te verlagen, tegen het einde van 2025. Ook klanten worden hierin actief meegenomen. 'We bieden webinars, analysetools en advies om verbruik inzichtelijk te maken en een actieplan op te stellen. Zo maken we verduurzaming niet alleen haalbaar, maar ook economisch aantrekkelijk. Het is gewoon een businesscase.' Zijn advies aan andere bedrijven die groener willen worden? Leiderschap, klinkt het meteen. 'Je moet er als board écht in geloven. Maak je duurzame doelen meetbaar, deel het met je medewerkers en blijf investeren, ook als het economisch tegenzit. Duurzaamheid moet geen bijzaak zijn, maar een integraal onderdeel van je strategie, zoals wij jaren geleden al gedaan hebben.' Wat Golisano betreft zal het dan ook niet bij twee wereldtitels van Corporate Knights blijven en blijft Schneider Electric de komende jaren in de groene kopgroep meedraaien. Lees ook:Record aan groene stroom vorig kwartaal deels weggegooid door negatieve prijzen en gebrek aan opslag Zonnestroom niets waard? Wel als je die als ‘prosument’ zelf gebruikt of opslaat Verkoop zonnepanelen met 30 procent gedaald, maar Nederland haalt nu al klimaatdoel 2030