Hidde Middelweerd 11 september 2023, 11:30

Geen integrale samenwerking, geen energietransitie

Energieproducenten, netbeheerders, ingenieurs, adviseurs, installateurs, omgevingsmanagers… We hebben ze allemaal keihard nodig om de energietransitie tot een goed einde te brengen. Maar minstens net zo belangrijk is dat al die verschillende disciplines nauw met elkaar (leren) samenwerken. Integrale samenwerking dus, en we kunnen niet zonder. Hoe geef je daar vorm aan? Advies- en ingenieursbureau WSP is er inmiddels behoorlijk bedreven in, maar gemakkelijk is het zeker niet.

Adobe Stock 9698646 WSP is in de energietransitie vooral betrokken bij allerlei projecten omtrent het elektriciteitsnet | Credits: Adobe Stock

Integrale samenwerking: wat is dat eigenlijk? Thomas Danes, teamleider civil engineering & contractmanager bij WSP, vat het samen: “Integrale samenwerking gaat om het bundelen van krachten uit verschillende disciplines, om technische vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken op te lossen en werkzaamheden sneller en efficiënter uit te voeren. Dat is bijzonder relevant in de energietransitie, want iedereen is enorm afhankelijk van elkaar. De uitvoerbaarheid van projecten hangt ervan af.”

Werken aan het elektriciteitsnet

Een voorbeeld waarbij dat bij uitstek belangrijk is: werkzaamheden aan het elektriciteitsnet. “Denk bijvoorbeeld aan het verzwaren van elektriciteitslijnen”, zegt Willem van de Zande, adviseur en afdelingshoofd bouwconstructies bij WSP. “Dat begint al met allerlei verkennende onderzoeken waar meerdere experts, zoals omgevingsmanagers, voor nodig zijn: welke vergunningen moeten er verstrekt worden? Aan welke eisen moet het project dan voldoen? Is de bodem geschikt? Is er draagvlak onder bewoners voor het project?”

“Vervolgens moeten er milieueffectenrapportages geschreven worden. Er moet een stikstofstudie gedaan worden. De eerste ontwerpen moeten opgeleverd worden, zodat er een omgevingsvergunning aangevraagd kan worden. Dat is allemaal niet niks, maar we praten nog steeds alleen over de voorbereidende fase”, vervolgt hij. “Ook tijdens de daadwerkelijke uitvoering van het project zijn professionals uit allerlei verschillende disciplines nodig, die een schare aan werkzaamheden gezamenlijk moeten uitvoeren.”

De energietransitie bestaat voor het overgrote deel uit dit soort multidisciplinaire projecten en die kunnen zomaar tien jaar in beslag nemen. Dat is tijd die we eigenlijk niet meer hebben. “De doorlooptijd van de ontwerp- en realisatiefase staat redelijk vast, maar juist aan de voorkant kunnen we nog veel tijdwinst boeken”, aldus Van de Zande. “Daarom is integrale samenwerking zo belangrijk; het stelt ons in staat om werkzaamheden efficiënter en parallel aan elkaar uit te voeren.”

Tekst gaat verder onder het kader.

Kader: Wat doet WSP in de energietransitie?

WSP is in de energietransitie vooral betrokken bij allerlei projecten omtrent het elektriciteitsnet. Het adviesbureau is betrokken bij alle fases van deze projecten, van ontwerpfase tot realisatie- en exploitatiefase, maar vooral in de BO-, DO-, en UO-fase. BO staat voor basisontwerp, waarin vooral de haalbaarheid van een project centraal staat. In de DO-fase (detailontwerp) wordt het basisontwerp verder uitgewerkt en doorgerekend. In de UO-fase (uitvoeringsontwerp) wordt het ontwerp op maakniveau uitgewerkt en het project, in samenspraak met de aannemer, klaargestoomd voor de daadwerkelijke uitvoering.

Engels als voertaal in de energietransitie

Maar integrale samenwerking is niet gemakkelijk. Zeker als de kennis en kunde vanuit verschillende disciplines ook bij verschillende partijen vandaan moet komen. Danes: “Dan ga je eerst nog een contractfase in, waar veel kostbare tijd verloren gaat aan discussies over scope, kosten en verantwoordelijkheden.” WSP lost dat (deels) op door veel uiteenlopende disciplines zélf in huis te hebben. Dat stelt het advies- en ingenieursbureau in staat om opdrachtgevers te ontzorgen en integrale bijdrages te leveren aan projecten. En dat biedt meerwaarde, merkt Danes: “Netbeheerder TenneT zette in 2022 een groot raamcontract in de markt: EU-300 Engineering Services. TenneT koos uiteindelijk meerdere contractpartners, waaronder een aanzienlijk deel werd toegewezen aan WSP. Dat laat zien dat onze integrale aanpak gewaardeerd wordt en ook daadwerkelijk business oplevert.”

Hoewel WSP die integraliteit nu al kan bieden, is de potentie nog vele malen groter, stelt Danes. WSP is namelijk een internationaal advies- en ingenieursbureau, met meer dan 68.000 experts wereldwijd. Maar omdat Nederlands nog steeds de voertaal is bij veel projecten in de energiesector, kan WSP die potentie nog niet ten volste benutten. “Het zou geweldig zijn als er meer ruimte komt voor de Engelse taal in projecten. In de industriesector is dat allang het geval, maar in de energiewereld helaas nog niet”, aldus Danes. “Als we daar geleidelijk (en gezamenlijk) mee aan de slag gaan, kunnen we veel meer kennis, kunde én capaciteit mobiliseren. Dat kunnen we in de energietransitie hartstikke goed gebruiken.”

Elkaar opleiden

Hoewel WSP nu al in staat is om integraliteit te bieden, moet het daar wel wat voor doen. Goede samenwerking tussen alle experts die WSP rijk is, ontstaat namelijk niet zomaar. “Hoe meer meer je met elkaar samenwerkt, hoe sneller het onderlinge vertrouwen groeit en de samenwerking verbetert”, zegt Van de Zande. “Dat gebeurt dus deels organisch, maar je moet er ook echt actief aan werken.” Het adviesbureau doet dat op verschillende manieren, vervolgt Van de Zande: “We spijkeren elkaars kennis eigenlijk constant bij, via allerlei interne opleidingen. Onze vakgroep energie organiseert bijvoorbeeld een programma waarbinnen civiele collega’s worden opgeleid in de basis kennis van hoogspanning. Zij werken immers ook aan (de gebouwen van) hoogspanningsstations. Maar opleidingen in BIM (bouwwerkinformatiemodel, red.) hebben we bijvoorbeeld ook. Zo heeft WSP allerlei klasjes, van collega’s uit allerlei disciplines. Zij breiden zo niet alleen hun kennis uit, maar leren elkaar ook steeds beter kennen.”

“Daarnaast hebben we de vakgroep Projectmanagement opgericht die zich volledig richt op het inrichten van integrale projecten”, vult Danes aan. “Deze vakgroep is verantwoordelijk voor het inzetten van de juiste kennis op de juiste projecten, als een soort spin in het web. Dat werkt erg goed.” Tegelijkertijd heeft WSP nog genoeg stappen te zetten op het gebied van integrale samenwerking, benadrukt hij: “WSP is een mondiaal bedrijf. Via online groepen delen we nu al veel kennis met elkaar uit en leggen we specifieke vraagstukken aan elkaar voor, maar daar zit nog veel meer potentie.”

Integrale samenwerking tussen concullega’s

Van de Zande en Danes verwachten dat integrale samenwerking tussen verschillende bedrijven in de aankomende jaren ook een vlucht zal nemen. “De uitdagingen in de energietransitie zijn nu zo groot, er is zoveel werk te verzetten… we moeten wel”, zegt Danes. Dat besef is er gelukkig ook, merkt hij: “Steeds meer bedrijven staan open voor samenwerking en ze houden hun kaarten steeds minder strak tegen de borst.”

“Dat zal allemaal niet vanzelf gaan”, verwacht Van de Zande. “Als je verschillende concerns bij elkaar zet, zullen ze in eerste instantie vooral voor eigen parochie preken. Maar wanneer dat vervaagt en je meer gaat nadenken over wat de ánder nodig heeft, dan wordt het interessant. Dan kunnen er prachtige samenwerkingen ontstaan, die de energietransitie echt verder zullen helpen.”

De energietransitie versnellen

Daar ligt ook een belangrijke opgave voor opdrachtgevers, besluit hij. Want die kunnen dergelijke samenwerkingen als geen ander initiëren. “Eén van de energienetbeheerders waar WSP een actieve rol vervult, organiseert bijvoorbeeld al brainstormsessies over het elektriciteitsnet van de toekomst: hoe kunnen we zaken verbeteren en versnellen? Daar buigen concullega’s zich dan gezamenlijk over. Dat vind ik prachtig. Zo versnel je de energietransitie en werk je gezamenlijk aan hetzelfde doel.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.

Albert Heijn heeft nu eigen plantaardige merklijn

Met alle alternatieven wil Albert Heijn vegan eten makkelijker, lekker en betaalbaar maken. AH Terra moet de flexitariër aanspreken om vaker iets plantaardigs te kiezen bij het ontbijt, lunch of avondeten. Eiwittransitie Een meer plantaardig voedingspatroon verlaagt de belasting op het milieu. Veganistische voeding heeft vaak een lagere uitstoot en voor de productie is relatief minder land en water nodig. Albert Heijn wil bijdragen aan een duurzamer voedselsysteem en zet zich in voor de eiwittransitie, de verschuiving van het eten van dierlijke naar plantaardige eiwitten. Albert Heijn heeft doelen gesteld om een bijdrage te leveren aan de eiwittransitie. In 2025 wil de supermarkt dat 50 procent van de verkochte eiwitten van plantaardige oorsprong zijn, in 2030 60 procent. Nu ligt het percentage op 44 procent. Albert Heijn ziet de introductie van AH Terra als een volgende stap in de beweging naar meer plantaardig. Duurzamere keuzes Marit van Egmond, CEO van Albert Heijn, licht toe: "Door voorop te lopen in de eiwittransitie en ons assortiment met plantaardige eiwitten uit te breiden, bieden we onze klanten de mogelijkheid om bewuste en duurzamere keuzes te maken. Met de introductie van eigen merk lijn AH Terra wordt plantaardig eten en drinken nog makkelijker. De producten zijn lekker, betaalbaar en van topkwaliteit. Voor iedere maaltijd is er een plantaardig alternatief beschikbaar; ontbijt, lunch, diner of tussendoor. Als iedereen al een dag per week plantaardig eet, kan er een enorme stap worden gemaakt in de eiwittransitie.” Lees ook: Online boodschappen doen niet per se slechter voor het klimaat?Dit merk maakt romige roomboter zonder koeSupermarktketen Carrefour vermeldt CO2-afdruk voortaan op de bon